Categoriearchief: vriendschap

keiland 2015

Ik heb er gezongen, gedanst, gekibbeld, gepraat en gehuild. Ik heb er heerlijk in de zon gezeten en chagrijnig door modderplassen gebaggerd. Ik heb er gewerkt en vakantie gevierd. Het was vermoeiend en rustgevend tegelijk. Afgelopen weekeind keerde ik terug van een weekje Keiland op Terschelling.

Dit voorjaar werd me gevraagd twee schrijfworkshops op Keiland te komen geven. Ik was meteen enthousiast. Wel moest ik even slikken toen ik begreep dat één van de K’s van Keiland staat voor ‘kamperen’. Ik had 30 jaar niet gekampeerd – en zodra ik op de camping van Staatsbosbeheer was gearriveerd, wist ik weer waarom. De eerste dagen gierde de wind om onze tent. Felle regenbuien kletterden op het tentdoek. Zelfs met kleren aan kreeg ik het niet warm in mijn slaapzak. Het was geen pretje om ‘s nachts onder een paraplu naar het wc-hokje te moeten lopen. Maar gaandeweg wende het. Zeker toen de zon ging schijnen. Het campingleven werd zelfs leuk. Je maakt makkelijk contact met de mensen om je heen. Dankzij de regen veranderde één van de workshoptenten ‘s avonds en ‘s nachts in een kroeg. De eerste avond zat ik hier nog uitsluitend met m’n GBF (die eveneens op Keiland was om workshops te geven) een wijntje te drinken, maar aan het eind van de week zat de tent elke avond stampvol. Nooit lag ik voor 01.00 uur in mijn slaapzak.

Kamperen leert je nederig en eenvoudig te leven. Koffie zetten is geen kwestie van een druk op de knop: nee, je loopt met een keteltje naar de kraan, vult het, loopt terug naar de tent, steekt de gasbrander aan en wacht een half uur tot de ketel stoom afblaast. Vervolgens giet je het hete water door een koffiefilter. En zo duren alle handelingen veel langer dan thuis. Het gevolg: je leeft meer met aandacht. Of je wilt of niet. En dus maak je als vanzelf je hoofd leeg. Ook de rest van de Keiland-activiteiten zorgt ervoor dat je nauwelijks bezig bent met de besognes van alledag. Je hebt er eenvoudigweg geen tijd voor. En dat was goed.

Keiland kent een vrij strak programma. ‘s Ochtends en ‘s avonds is er een viering met (Iona– en  Taizé-)liedjes en gebed, ‘s ochtends zijn er workshops en aan het eind van de dag is er een gezamenlijk moment om thee te drinken. ‘Móet je daar dan heen?’ appten vrienden verbijsterd. Nee, ik moest niet naar de ‘kerktent’. Maar ik deed het, twee keer daags. En het was heerlijk. Liedjes zingen, stil zijn, dansen – het vaste patroon van bezinningsmomenten zorgt voor een gevoel van kalmte en, ja, zelfs geluk. Ik ben tijdens Keiland verschillende malen uit m’n comfortzone gekropen, vooral tijdens de workshop ‘Dansen met vuur’ van Joyce Schoon van De 7e Hemel. Voor iemand die gewend is met woorden te werken en meestal in haar hoofd te verblijven een openbaring: ik merkte dat ik echt héél boos werd, dat de woede rechtstreeks binnenkwam en er ook weer uitging. Later in de workshop speelden we een spannend spel van aantrekken en afstoten. Heel bijzonder.

Keiland was een goeie mix van ontspanning en inspanning. En o, wat klopt het cliché: als je thuiskomt ben je zó blij met de weelde van een lekker bed, een douche waar je langer dan 5 minuten onder mag staan en een Nespressoapparaat dat in no time koffie voor je maakt. Nu, bijna een week na terugkomst, heb ik dat gevoel nog steeds. Kamperen wordt nooit mijn hobby, maar voor Keiland maak ik een uitzondering.

happy single

Vorige week, na het vDexbob over single zijnerschijnen van mijn blog een cursus alleen zijn, twitterde @dexbob: ‘Wat doe je er moeilijk over. Vanaf dag 1 vond ik het top. Het totale wegvallen van overleg en verantwoordelijkheid – love it.’ Wat volgde was een gesprek over de pluspunten van het single-bestaan. En je hebt groot gelijk Bob: die leuke kanten zijn er genoeg. Tijd om ze eens op een rijtje te zetten.

Geen verantwoording af hoeven leggen over je daden, je aankopen, je keuzes: da’s het eerste voordeel. Heerlijk is dat. Een rode muur in de huiskamer omdat ík dat mooi vind. Om 23.00 uur nog even de stad ingaan omdat ík daar zin in heb. ‘Op het laatste moment besluiten niet te gaan koken, maar een roombroodje te eten,’ twittert @dexbob. Ja, dát.

Jezelf opnieuw uitvinden vind ik een tweede pluspunt. Mijn partners hebben me gevormd de afgelopen jaren. Ik heb veel van ze geleerd. En dat is mooi. Maar wat is nou echt van mezelf? Welk deel van mijn persoonlijkheid heb ik laten ondersneeuwen, in welke opzichten heb ik me aangepast? Alle tijd om daarover na te denken, te lezen, te praten. Een poosje geleden was ik op de housewarming van een vriend van me; eveneens vorig jaar gescheiden. Zijn zus hield een speech waarin ze zei: ‘Na al die jaren zie ik mijn echte broer terug. Je laat nu weer zien wie je werkelijk bent.’

Je eigen tempo bepalen is een voordeel dat hier vanzelf uit voortvloeit. In mijn geval betekent dat: rustig de tijd nemen om te verwerken wat er is gebeurd. Al een half jaar aankijken tegen een ontbrekende plint van mijn Lundia-stelling en er lachend mijn schouders over ophalen, omdat het me werkelijk niet deert. En me realiseren: ik heb jarenlang gehold, maar rustig aan doen past meer bij mij.

Stilte en rust: deze noemt mijn allerbeste maatje regelmatig als ik hem weer eens vraag wat er nou zo leuk is aan alleen wonen. ‘Mijn eigen gang kunnen gaan, niemand die op me let, urenlang lummelen en mijmeren.’ Ik vind dit een lastige; heb graag mensen om me heen. Nog steeds moet ik eraan wennen dat ik niet meteen mijn verhaal kwijt kan. Terwijl dezelfde vriend zegt: ‘En als je dat verhaal dan niet deelt, maar het gewoon voor jezelf houdt – wat gebeurt er dan?’ Nou, volgens mij gebeurt er dan niets. Of juist heel veel. Ik zal het eens gaan proberen.

Je zou bijna denken dat de happy single bestaat. En daarbij denk ik niet zozeer aan het glamorous beeld dat series als Sex and the City schetsen: shoppen met vriendinnen, ieder weekeind weer een andere mooie man aan de haak slaan en fijne feesten met veel prosecco (hoewel dit soort zaken het leven zéker aangenamer maken). Nee, mijn geluk zit ‘m in de aanvaarding van het leven zoals het nu is.

Nog andere pluspunten van het vrijgezellenbestaan? Ik hoor ze graag! 

op het Wed, 01.20 uur

Mijn fiets is van hOrloff. 01.20 uuret slot. De nachtelijke tocht van Wed naar huis kan beginnen. Gewoontegetrouw laat ik mijn ogen langs de gevels van de kroegen naar boven glijden. Nog één blik op de Dom, dan ga ik er echt vandoor. Ik zie de sfeervol verlichte toren en kijk naar de klok. Ook dat beeld van de wijzerplaat is zo vertrouwd. Het is tien voor half twee. Vaste prik. Zomer of winter, doordeweeks of in het weekeind: zit ik met mijn allerbeste maatje in de stad, dan lukt het nooit om tijdig af te blazen. Het is geen bewuste keuze. Het gaat vanzelf.

Dat je zit te praten in een overvol café en dat het steeds rustiger wordt om je heen. Dat de jongen van de bediening nog best een drankje in wil schenken, maar er fijntjes bij vermeldt: ‘Dit is de laatste ronde.’ Dat je de geur ruikt van natte vaatdoekjes en vanuit je ooghoeken ziet dat de terrasstoelen en -tafels worden opgestapeld. En dat dan de onvermijdelijke bon op tafel wordt gelegd en je met zachte dwang gemaand wordt af te rekenen. Dat je naar de bar loopt om te pinnen en dan pas ziet dat het uitgestorven is om je heen. Dat je, terwijl je je jas aantrekt, merkt dat het personeel zich inhoudt om niet metéén dat laatste tafeltje dat nog bezet was eindelijk te kunnen leegruimen. En dat je weet: het is een kwartier na sluitingstijd, maar wat waren ze weer coulant. We mochten nog éven blijven zitten met dat laatste bodempje wijn in het glas.

Het is 01.25 uur en ik fiets de Oudegracht over, richting huis. En ik besef wat ware vriendschap is. Nimmer uitgepraat te raken. Keer op keer weer tijd te maken om elkaar te treffen onder de schaduw van de Dom. Ik bid dat het moment dat ik al om 22.30 uur mijn sleutel in het fietsslot steek daar op het Wed, nooit aan zal breken.

Facebook in tijden van crisis

In tijden van crisis is Facebook een slangenkuil. Met kiekjes van happy families onder de kerstboom, blije stelletjes op Valentijnsdag en exen die ogenschijnlijk nog nooit zó gelukkig zijn geweest. Het is de dorpspomp in het kwadraat. Ontvriend worden, reacties met een dubbele bodem, reacties die uitblijven: als je tóch al wenend op de bank zit, is dit alles niet bevorderlijk voor je welzijn. Anderzijds is het Smoelenboek soms ook heel opbeurend. Er zijn momenten dat de Facebookfamily me er echt doorheen sleept.

Facebook wéét ook zoveel. Bij mijn ‘relatiestatus’ (wie kende dit woord vóór Facebook bestond?) vulde ik jaren geleden braaf in ‘heeft een samenlevingscontract’. Alsof ik me bij het loket van Burgerzaken bevond. Na de zomer besloot ik deze informatie te verwijderen. Ik had kunnen kiezen voor ‘het is ingewikkeld’ en een paar weken later voor het ietwat sneue ‘vrijgezel’. Maar, dacht ik: dat gaat geen mens wat aan. En dus heb ik tot op de dag van vandaag niets in het betreffende hokje ingevuld. Dat laat Facebook echter niet op zich zitten. Er moet iets aan de hand zijn, wordt er op het hoofdkantoor geconstateerd. Met als gevolg dat ik geen advertenties meer ontvang voor gezinsvakanties naar Center Parks, maar het advies om lekker tot rust te komen tijdens een yogatripje naar Bali. Ikrelatieconsulent worden krijg ‘leuke mannen uit de regio’ voorgeschoteld door Lexa en Zook. En hypotheekadviezen, terwijl ik goddank alweer vele maanden huur. De  mooiste in de reeks doelgroepadvertenties vond ik wel de voorgestelde pagina ‘consulent worden bij Mens & Relatie’. Hè ja, Facebook, na al het geploeter in mijn eigen relatie lijkt het me héérlijk om me nu eens te verdiepen in andermans echtscheidingsleed – bedankt voor de tip!

Tegelijkertijd weet Facebook heel veel dingen níet. En laten we dat vooral zo houden. Lang leve de vriendschappen IRL!

sleur

Iemand om aan te vertellen wat niet van belang is‘Verschoon jij de kattenbakken even?’ ‘Ach, kun jij dat overhemd voor me strijken?’ ‘Wat hebben we nodig bij de Jumbo?’ Die korte gesprekjes. De vaste taakverdeling. Het is een sleur. Maar je mist het als je ineens geen partner meer hebt. Dat maatje met wie je je dagelijkse besognes deelt. Die je als je thuiskomt uit je werk vraagt ‘Hoe was je dag?’ Die je schouders masseert omdat je weer veel te lang krampachtig achter de laptop tegen een deadline aan hebt zitten werken. Die de rotklussen van je overneemt. Die in oktober al de zomervakantie naar Zuid-Frankrijk boekt. Het cliché is waar: je weet pas wat je had op het moment dat je het kwijt bent. Geen partner hebben voelt soms verdomde eenzaam.

In deze tweede alinea verwacht je nu de catharsis. Een opsomming van de enórme voordelen van het singlebestaan. Maar daarvoor is het te vroeg. Zover ben ik nog niet. Toch geef ik toe: het leven als solo brengt mooie dingen. Meer tijd voor de kinderen bijvoorbeeld. Autonomie. Inniger vriendschappen. Je eigen kleur, inrichting en muziek. En ruimte voor spontane acties. Als ik vriendinnen hoor over de echtelijke twisten die zij tijdens de paasdagen hadden, denk ik: hmmm, ik vond het wel relaxed dat ik bij het ontbijt in m’n eentje op een cracker met jam kon knagen. Een koffietje, de krant erbij. Terwijl zij handenwringend bij hun schoonouders op de bank zaten, dronk ik met m’n GBF een koel wit wijntje op een terras. En aan het eind van de dag had ik een hilarische appconversatie met een vriendin die drie dates tegelijk heeft.

Ik kies nu zélf de mensen uit die me vragen ‘Hoe was je dag?’ Natuurlijk, het is minder comfortabel dan de partner die altijd voor je klaarstaat. Maar sleur in mijn leven – nee, dat is me momenteel volkomen vreemd.

‘Iemand om aan te vertellen wat niet van belang is’ – Judith Herzberg

boren

Klussen? Daar deed ik nooit aan. In mijn voorbije relatie wérd er voor mij geklust. Lekke banden, een haperende laptop, loszittende plankjes, verstopte afvoeren – ik had er geen omkijken naar. Het is een zegen, een handige man in huis. Dat heb ik me altijd gerealiseerd. Maar ik besef het nog vele malen meer nu ik er alleen voor sta. Want er gaat nogal wat kapot.

Wat was het pittig, de eerste weken zonder handige man aan m’n zij. Mijn GBF had me al gewaarschuwd, al die maanden dat ik zat te twijfelen over alleenwonen-ja-of-nee: ‘Je lijkt zo’n zelfstandige vrouw, maar dit gaat je nog tegenvallen’. En inderdaad. Het huilen stond me af en toe nader dan het lachen bij het klussen in mijn nieuwe huis (waar alle kozijnen en deurposten eighties-zalmroze geschilderd waren, dus er was nogal wat werk te doen). Maar ik had geen zin me er makkelijk vanaf te maken. En dus werd de trap níet egaal wit: dagenlang stond ik de treden groen, paars en turquoise te verven. Voor het eerst van mijn leven sausde ik een muur. Dat was echt kicken!

En ik word steeds handiger. Mijn voormalige levenspartner schonk me een gereedschapskist, compleet met tiewraps, schroevendraaiers en WD-40. Vriendin E. gaf me een waterpomptang op mijn housewarmingparty, weliswaar met tegenzin, maar ik ben haar er dankbaar voor. Bij ijzerhandel W. Pijper op de Oudegracht (de bouwmarkt mijd ik als de pest) herkennen ze me al: regelmatig heb ik weer een nieuw stuk gereedschap nodig. Niet alleen krijg ik advies over de juiste plopper of tang, ik ben ook erg gesteld op het praatje bij het afrekenen: ‘Ben je gek, een man is nergens voor nodig. Met You Tube red je je príma.’

De gereedschapskist gebruik ik bijna dagelijks. Bijvoorbeeld om een ten onrechte gillend rookalarm van het plafond te wrikken om half 4 ‘s nachts. Of om de radiatoren te ontluchten. Mijn vrienden gaven me diverse workshops. Toen mijn fietsketting eraf was gelopen, leerde ik hoe ik ‘m er zelf weer omheen kreeg. En ook de geheimen van het boren ken ik inmiddels. Dat maakt me trots. Zelf dingen heel maken: dat is veel waard!

GBF = gay best friend

WD-40 = spuitbus met smeermiddel dat helpt tegen bijna álles