Categoriearchief: actualiteit

de ups & downs van het thuisblijven

De Himalaya beklimmen, ayahuasca drinken in Peru, bungeejumpen of skydiven … mensen die dit nodig dachten te hebben om ‘uit hun comfortzone’ te komen, zien zich nu voor een misschien wel grotere uitdaging geplaatst: de ‘intelligente lockdown.’ Persoonlijk heb ik dit soort grootse en meeslepende zaken niet op mijn bucketlist staan. Geef mij maar de dingen die tot voor kort zo gewoon waren: een avondje dansen, bij vrienden op bezoek, koffie drinken in de stad.

Vanzelfsprekend houd ik me aan de coronamaatregelen. Ik sta helemaal achter het beleid van het kabinet. En ik weet dat ik niet mag klagen: mijn familie, vrienden en ik zijn (nog) niet getroffen door het virus. Maar dat neemt niet weg dat ik mijn oude vertrouwde leven steeds meer ga missen. Gaan en staan waar je wilt en met wie je wilt: het lijkt lichtjaren ver weg. Er zijn dagen dat ik de deur niet eens uitkom. Dat mijn stappenteller aangeeft dat ik 108 keer mijn ene voet voor de andere heb gezet. Dat ik behalve mijn kinderen en de kat geen enkel levend wezen in mijn nabijheid heb.

Corona-initiatieven

Terug naar 16 maart, de eerste thuiswerkdag. Er gebeurde veel in die week. Fantastische initiatieven werden gestart. Boodschappendiensten voor mensen die ziek thuis zitten. Lezingen en workshops werden online gezet. Musea kwamen met rondleidingen via internet, artiesten zetten YouTube-filmpjes live met gedeelten van hun afgelaste shows. Mijn kerk, de Janskerkgemeente, begon met een wekelijkse online viering. Scholen en universiteiten startten pijlsnel digitale lesprogramma’s. Wat een kracht toonde de samenleving. Hulde!

Videobellen

We Facetimen allemaal weleens met het thuisfront in de zomer om ons vakantieappartement te laten zien. Maar in deze tijd is videobellen bittere noodzaak als je in contact wilt blijven met vrienden, familie en collega’s. Nog nooit heb ik zoveel videocalls gehad als in de afgelopen weken. Via Microsoft Teams, Zoom, Skype en Google Hangout heb ik soms drie of vier vergaderingen per dag. En ’s avonds stap ik de online kroeg in om een borreltje te drinken. Ook pa, ma en mijn broer bel ik niet meer via de vaste lijn: het is veel te leuk om elkaar even te zien tijdens het praten.

#steundekeukens

De horeca kreeg een harde dreun, maar krabbelde op en kwam met #steundekeukens. Sinds de coronacrisis kiezen mijn kinderen en ik elke week één van onze favoriete Utrechtse restaurants om eten te laten bezorgen. Leuk om de sleur van het thuiszitten te doorbreken én de horeca wat inkomsten te gunnen. Ook bestel ik bij lokale ondernemers. Superleuk om Gert-Jan van Buurtbier aan de deur te krijgen met een bierpakket; jammer dat het bij een virtuele hug moest blijven. En gisteren kwam Savannah Bay bij mij de galerij oplopen om een boek te bezorgen. Lichtpuntjes in deze donkere tijd!

Tussen kunst & quarantaine

Tijdens de eerste thuisblijfweek werd ik enorm enthousiast van alle initiatieven. Ik voelde me als een kind in de snoepwinkel: ooooh, laten we dansen in de huiskamer via een livestream-met-dj! Gezellig, een Zoomborrel op vrijdagmiddag! Brainstormen met de pr-commissie over online bijeenkomsten voor Tekstnet! Met veel plezier maakten mijn lief en ik foto’s voor @tussenkunstenquarantaine op Instagram: bijzonder leuk vermaak voor in en om het huis. (lees verder onder de foto’s)

Betweterige bespiegelingen

Nu we ruim drie weken verder zijn, is dat enthousiasme van het begin ver te zoeken. Natuurlijk: deze crisis leidt tot creativiteit en nieuwe inzichten. Tot een herwaardering van het huiselijke leven en de heel gewone dingen die toch zo bijzonder zijn. Dat realiseer ik me best. Maar ik merk bij mezelf dat ik wel even klaar ben met al die über-blije ‘we laten ons niet kisten!’-initiatieven en de online ‘we doen net of er niets aan de hand is’-gezelligheid. En met de betweterige bespiegelingen over het leven ná corona, waarin de wereld beter, wijzer en mooier geworden is. Laten we het gewoon toegeven: het thuisblijven wordt zo langzamerhand een beproeving. Het is moeilijk om de fysieke aanwezigheid van mensen te ontberen om ons heen. Ik mis de face-to-face-afspraken met klanten. De vrijheid om zomaar naar de stad te gaan en je te laten verrassen door wat er op je afkomt. Het licht, de geuren en geluiden van de verschillende omgevingen waar je normaalgesproken komt. Zelfs boodschappen doen, het enige uitstapje dat we nog hadden, is verworden tot een hachelijke aangelegenheid waarin je continu mensen moet ontlopen en doodsbang bent om iets aan te raken.

Ommetje door de wijk

De afgelopen week merkte ik dat veel mensen om me heen dit gevoel herkennen. De online community is dan echt een zegen. Via Twitter luchtte ik mijn hart, een lief Tekstnet-maatje belde me dezelfde middag nog op. Gewoon om even te luisteren, niet om met oplossingen te komen. Want die zijn er toch niet. Hoewel: dochter en ik trokken er na drie dagen thuiszitten op uit om onszelf bij de plaatselijke drogist te verwennen met doucheschuim en te dure nagellak. Dat was toch wel een soort pleister op de wond.

En vandaag schijnt de zon en ga ik een ommetje maken door de wijk. Dat stond niet op mijn bucketlist, maar ik ben er tevreden mee.

De illustratie bij deze blog is van één van mijn lievelingskunstenaars, de Utrechtse cartoonist Argibald.

sociale onthouding

Als ik foto’s zie van een paar weken geleden, kan ik mijn ogen bijna niet geloven. Op straat dansend tijdens carnaval, met wijn en bitterballen in de kroeg, in een zaal vol mensen luisterend naar een lezing, de Moesmantentoonstelling kijkend in het Centraal Museum, taart etend tijdens een verjaardagsfeest … in korte tijd ben ik zo geconditioneerd op afstand houden, gezelschappen mijden en elkaar niet aanraken, dat zelfs het kíjken naar deze foto’s me een ongemakkelijk gevoel geeft. Wat kan dat snel gaan.

En wat ís het snel gegaan. Op zaterdag 7 maart liep ik nog langs het oude postkantoor op de Neude en zag de grote oranje strik die om de voorgevel gebonden was. Mijn hart maakte een sprongetje: ha, volgende week is de feestelijke opening van de nieuwe bibliotheek! Maar die opening van de nieuwe bibliotheek kwam er niet. Net zo min als het jubileumfeestje van Koffie Leute, de Urban Trail door diverse gebouwen in hartje Utrecht, de lezing van Studium Generale en het openingsfeest van Felix Meritis. Allemaal happenings waar ik naar toe zou gaan. Afgelast. Geannuleerd. (lees verder onder de foto)

Persconferentie

Toen ik met mijn collega’s op donderdag 12 maart naar de persconferentie van Mark Rutte en het RIVM keek, kon ik niet vermoeden dat dat voorlopig de laatste dag was op kantoor. Want tijdens het weekeind volgden aanvullende maatregelen, waaronder het dringende advies: werk thuis als dat kan. De horeca gaat dicht. Theaters en bioscopen sluiten hun deuren. Vliegreizen gaan niet door. Het openbaar vervoer rijdt alleen nog voor mensen die moeten reizen voor hun werk in vitale beroepen. Weer een dag later hoorden we: naast de universiteiten en hbo’s gaan ook de scholen dicht. Kappers en kledingwinkels sluiten. Festivals gaan niet door, zelfs Koningdag en Bevrijdingsdag worden niet gevierd. Kortom, het hele openbare leven is praktisch stilgelegd. En dat alles vanwege een ongekend besmettelijk virus, waar we rond Kerst voor het eerst van hoorden. Het coronavirus uit China. Wat leek het toen nog ver weg. Inmiddels beheerst corona ons hele leven. 

Flatten the curve

Net als zovelen om me heen dacht ik eerst dat het wel mee zou vallen. Totdat ik me realiseerde dat dit om een natuurramp gaat, die zich traag maar onverbiddelijk en ongecontroleerd voltrekt. Pas toen ik het begrip ‘flatten the curve’ een paar keer had gehoord, begreep ik de ernst van de situatie. Aha: gewoon doorgaan met het normale leven leidt tot een duizelingwekkend aantal besmettingen, met extreem veel ziekenhuisopnames tot gevolg. De zorg kan dat beslist niet aan. ‘Al die helden in de zorg mogen verwachten dat wij ons aan de regels houden,’ zei Rutte in een van zijn persconferenties. ‘Denk niet: het zal wel loslopen.’

Afstand houden

Nog geen twee weken geleden is het, dat het belang van het afvlakken van die piek tot me doordrong. Inmiddels zit ‘thuisblijven, handen wassen en afstand houden’ geheel in mijn DNA. Ik werk thuis, net als het grootste deel van werkend Europa op dit moment. Mijn leven, en dat van alle mensen om me heen, is in rap tempo veranderd. Geen avondjes meer naar de kroeg, geen gezelligheid op de werkvloer, geen feestjes, geen theater- of museumbezoek: sociale onthouding is nu het devies. Dachten veel mensen eerst nog ‘Kop op, de horeca is dicht, we treffen elkaar in het park,’ inmiddels realiseert iedereen zich dat zelfs dát gevaarlijk is. Thuisblijven is de norm. En ga je naar buiten of boodschappen doen, dan houd je minimaal 1,5 meter afstand. Want ieder mens om je heen is een potentiële besmettingsbron. Het is raar en voelt tegennatuurlijk om mensen van wie je houdt niet vast te kunnen houden en te knuffelen – juist in deze tijd, waarin iedereen bezorgd en in de war is. Vrienden en familie spreek ik via Zoom, Skype of telefonisch. Bij mijn ouders ben ik deze week even langsgegaan – we zaten buiten in het zonnetje in de voortuin, met twee meter afstand tussen ons in. Naar binnen gaan vonden we onverantwoord. 

Thuis op de bank

Ik leef mee met de vele coronapatiënten wereldwijd en hun familieleden. Goddank zijn er nog geen zieken in mijn naaste omgeving, maar wat niet is kan nog komen. Ik doe er in elk geval zoveel mogelijk aan om te zorgen dat ik het virus niet op anderen kan overdragen.

Het is een surrealistische tijd waarin onze vrijheid beperkt wordt, ten gunste van ons allemaal. Wat doet dit met jou en mij, en wat betekent dit op de lange termijn? Hoe slaan we ons hier zo goed mogelijk doorheen? Stof genoeg voor een volgende blog. En die zal vrij snel volgen, want tegenwoordig zit ik avond aan avond thuis op de bank 😉

wonen als ‘beleving’

Tot een jaar geleden beschouwde ik wonen als iets vanzelfsprekends. Iets wat hoort bij het leven. Net als eten en drinken, slapen en ademen. Iets wat bestaat, maar er tegelijkertijd niet is. Juist omdát het zo vanzelfsprekend lijkt.

Wonen lijkt iets normaals, net als slapen. Totdat er iets gebeurt waardoor dat schijnbaar doodnormale iets bijzonders wordt. Denk aan ouders van een pasgeboren baby, die jarenlang probleemloos rond 23.00 u naar bed gaan om vervolgens acht uur aan één stuk van de wereld te zijn. Het nieuwe mensenkind maakt korte metten met dit gezegende slaappatroon. Want het mormeltje huilt iedere drie uur zijn longetjes uit zijn lijf. Dag en nacht. Die heel gewone slaap wordt een kostbaar goed. Iets waar je een moord voor zou doen. Slapen krijgt een bijzondere status. Het wordt een luxe.

Een veilige plek

Zo is het ook met wonen. Wonen is een staat van zijn – je denkt er niet teveel over na. Het hoort tot de basis van het bestaan. Je huis is de plek waar je je beschut voelt. Waar je eet, slaapt en liefhebt. Je maakt je niet druk over dat dak en die vier muren. Totdat blijkt dat wonen in je eigen stad onbetaalbaar wordt. Dat de prijzen voor koopwoningen, zonder dat je het in de gaten had, zo extreem zijn geworden dat wonen een luxeartikel wordt. Of, om in marketingtermen te spreken: een ‘beleving’, waar je grif voor moet betalen.

Utrecht is trendy

Niet voor niets duikt de term #wooncrisis de laatste maanden overal op. We zitten er middenin. Vastgoed is big business. Beleggers kopen voormalige sociale huurwoningen op en verkopen of verhuren ze voor torenhoge bedragen. Mensen met een gemiddeld inkomen blijven zitten waar ze zitten. Willen ze weg, bijvoorbeeld door een relatiebreuk of omdat ze kleiner of groter willen wonen, dan is het in Amsterdam en Utrecht schier onmogelijk om iets te vinden. Utrecht, twintig jaar geleden nog betiteld als ‘suffe provinciestad’, is hot & trendy. En daar hangt een prijskaartje aan.

Vliegende tuinman

Ik ben één van die mensen met een middeninkomen. Ik ben tevreden met mijn huurwoning in Utrecht, maar ik droom van een ander huis als over een paar jaar mijn kinderen de deur uit zijn. Bijvoorbeeld in het Verticale Bos, Wonderwoods, dat in 2022 zijn deuren opent in hartje Utrecht. Een flatgebouw met veel groen aan de buitengevel, onderhouden door een vliegende tuinman. Een duurzaam gebouw waarin mensen niet alleen samen wonen, maar ook samen koffie drinken, sporten en een werkplek kunnen vinden. Hoewel ik een rasoptimist ben, houd ik er ernstig rekening mee dat Wonderwoods onbetaalbaar voor me is. En dus maak ik daarnaast nieuwe dromen. Over samenleven in een wooncoöperatie bijvoorbeeld.

Woonkansen

Want een wooncrisis biedt ook kansen. En daarover ben ik met allerlei mensen in gesprek. Ik ben immers niet de enige die te maken heeft met een woningmarkt die in de Randstad compleet op slot zit. Ik spreek veel stadsbewoners die het anders willen. Tijd voor een ander geluid. Van wooncrisis naar woonkans! In mijn volgende blog lees je er meer over.

Foto appartementencomplex: Joel Filipe – Unsplash

mijn mening

Ik woon in een land waar ik zomaar mijn mening mag geven. Ik word niet bruut gevangengezet na het publiceren van een blog. Ik word niet bespioneerd door geheime diensten als ik kritiek heb op de overheid. Ik heb stemrecht. Ik mag meepraten in panels en op fora. Mijn stem doet ertoe.

Dat ik mijn mening mag geven, in dit land en in deze tijd, beschouw ik als een kostbaar goed. Meningen brengen vaak krachtige veranderingen teweeg. De strijd voor gelijkheid van man en vrouw begon met het doorbreken van zwijgen. De strijd tegen racisme kwam op gang dankzij mensen die hun mond opendeden. Het uitwisselen van meningen is vaak ook gewoon leuk: het kan leiden tot interessante discussies of polemieken. Tijdens zo’n discussie scherp je je eigen mening. Je krijgt andere inzichten en meer begrip voor de ander.  Ook in je persoonlijke leven is het zinvol om duidelijk aan te geven wat je wilt. Zwijg je over jouw mening of voorkeuren, dan walst de ander als je niet uitkijkt zo over je heen.

Dat ik mijn mening mág geven, wil echter niet zeggen dat ik die mening voortdurend móet geven. Bijvoorbeeld mijn opvattingen over het doen en laten van een president. Over de beslissingen van andere ouders. Over linkse, dan wel rechtse hobby’s. Over ‘deugmensen’ of vermeende racisten. Over de juiste en onjuiste vervoermiddelen op weg naar mijn vakantiebestemming. Het eten van vlees. Religieuze feestdagen. Een spelfout in een tweet. Mode en kleding. Politici. Overal, OVERAL kan ik mijn mening over geven. Op elk denkbaar online platform. Een dagtaak zou ik eraan kunnen hebben. Ik kan er een sport van maken om mensen neer te sabelen omdat zij er een andere opinie op nahouden dan ik. Omdat ik vind dat mijn mening superieur is aan de mening van die ander. Of omdat ik het fijn vind om overal mijn stempel op te drukken. Ik ZOU het kunnen doen. Maar ik doe het niet.

Mijn mening bewaar ik voor momenten dat spreken noodzakelijk is. Voor momenten dat wat ik vind echt het verschil maakt. Ik geef mijn mening ook graag tijdens gesprekken met mensen die oprecht in me geïnteresseerd zijn. Maar verder ben ik zuinig met het verkondigen van mijn mening. Er blijven nog genoeg anderen over die wél rijkelijk met hun opvattingen strooien. Ik laat de bühne graag aan hen.

Het muurgedicht van Merel Morre is te vinden in Eindhoven. 

 

Urban Trail Utrecht

Sporten heeft nooit mijn bijzondere belangstelling gehad. Noch als kijker, noch als deelnemer. Ik begrijp niet wat er de aardigheid van is om naar een grasmat of gravelveld te kijken waar op uiteenlopende manieren een bal van de ene naar de andere kant van het veld wordt getransporteerd. Laat staan dat ik de behoefte voel zelf een teamsport te beoefenen. Niet voor niets was ik op school het meisje dat altijd als laatste werd gekozen bij gym. Ik weet heus dat bewegen goed voor me is. Maar ach, ik fiets mijn hele leven al bijna dagelijks kriskras door de stad – dus die calorieën verbrand ik heus wel. Daar komt nog bij dat ik tot mijn veertigste de hele dag door kon blijven eten zonder een grammetje gewichtstoename. Waar alle vrouwen op feestjes categorisch taartpunten weigerden en met een glas bruiswater in de hand op wortels stonden te knagen, deed ik me tegoed aan chocolademuffins, wijn en bitterballen.

Nu ik de veertig ruimschoots ben gepasseerd, kan ik helaas niet meer zorgeloos eten wat ik wil zonder kilo’s aan te komen. Omdat ik weinig zin heb in een water- en groenvoerdieet, zit er niets anders op dan te gaan sporten. En dus volg ik al anderhalf jaar met veel plezier de body & mindlessen van Vanessa Bartlett. Maar er kon nog wel iets meer bij. De advertentie van de Urban Trail die eind 2017  in de krant stond, kwam dan ook als geroepen. Een hardloopevenement dwars door de gebouwen van Utrecht: echt iets voor een stadsmeisje als ik! Ik noteerde de datum in mijn agenda, schafte op 3 januari tergend dure hardloopschoenen aan en begon te trainen. Met wisselend succes. Soms loop ik onder begeleiding van virtuele hardloopcoach Renate Wennemars, die onvermoeibare peptalk laat schallen uit de koptelefoon (‘Kom op! Je kúnt het!’). Dan weer laat ik me begeleiden door de nasale robotstem van de Runkeeper-App. Een app die nauwgezet bijhoudt hoe hard je loopt, hoeveel kilometers je aflegt en welke route je neemt.

Leuker werd het er allemaal niet van, maar ik wist waar ik het voor deed: de Urban Trail Utrecht. Trailrunning betekent ‘off the road’-hardlopen, over smalle paadjes en met natuurlijke hindernissen. De hindernissen tijdens deze loop bestaan niet uit rotspartijen of beekjes – het zijn de trappen, gangenstelsels en kelders van diverse gebouwen.

Afgelopen zondag was het zover. En ik kan niet anders zeggen: het was een belevenis. Ik had lafjes voor de vijf kilometer kunnen kiezen, maar het werd de tien. In werkelijkheid waren het er misschien wel elf, want wat hebben we een trappen gelopen! We renden onder meer door Tivoli Vredenburg, de fietsenstalling in de Neudeflat, café Bodytalk, filmhuis ’t Hoogt, studentenvereniging S.S.R.-N.U. en museum Van Speelklok tot Pierement. Licht bevreemdend was het om tussen de jurkjes op de damesafdeling van De Bijenkorf door te hollen, de gangen van de voormalige gevangenis aan het Wolvenplein door te sjesen en via de artiesteningang de grote zaal van de Stadsschouwburg te betreden, waar allerlei muziekinstrumenten in de spotlights op het podium waren uitgestald. De sfeer was fantastisch; op diverse plekken stonden muzikanten, we werden vriendelijk op afstapjes gewezen en kregen verscheidene keren glaasjes water aangeboden. Sympathiek vond ik het ook dat nergens pusherig de tijd werd bijgehouden – bij deze loop ging het om het plezier, niet om de prestatie.

Neemt niet weg dat ik uitermate trots was op mezelf dat ik de finish haalde. In mijn King Louie-bloemetjesjurk. Want zulke prachtige gebouwen betreden in de historische binnenstad, dat doe ik toch liever in stijl. Kortom: op deze manier is sporten goed te doen!

In meerdere steden in Nederland wordt een Urban Trail gehouden. Later dit jaar nog in Arnhem, Breda, Zwolle en Eindhoven! 

privacyverklaring

Op 25 mei gaat de nieuwe privacywet in, de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Omdat ik bewust wil omgaan met de privacy van mijn lezers, heb ik een privacyverklaring op mijn blogsite geplaatst. Hierin lees je wat ik doe met jouw gegevens. Als je je abonneert op mijn blogs, betekent dat bijvoorbeeld dat jouw naam en e-mailadres door mijn website worden opgeslagen. En als je reageert op een blog van mij, kan ik jouw IP-adres zien. In mijn privacyverklaring lees je hoe ik omga met de privacy van mijn bezoekers. En wat je kunt doen als je wilt dat ik jouw gegevens verwijder van mijn site. Je vindt de verklaring op de pagina over deze blog.

 

bye bye facebook

het moment suprême: ik klik op ‘verwijder account’

Een maand geleden deed ik het: ik verwijderde mijn Facebookaccount. En dat was best even slikken. Ik deed het niet omdat ik het zo dolgraag wilde. Ik deed het omdat ik me realiseerde dat het goed voor me was. De verleiding was groot om mijn account binnen twee weken weer terug te plaatsen (Facebook biedt  spijtoptanten deze mogelijkheid), maar die kans heb ik voorbij laten gaan. Acht jaar foto’s, filmpjes en correspondentie heb ik gewist. En dat was moeilijk. Zeker voor een fervent gebruiker als ik. Toch heb ik nog steeds geen spijt.

Het besluit om te stoppen nam ik op zondagavond 8 april, toen ik mijn tv aanzette en de aftiteling zag van Zondag met Lubach.  A brand new day van Diana Ross knalde mijn kamer in. Daar stond Arjan Lubach, dansend temidden van tientallen blauwe ballonnen, terwijl de hashtag #byebyefacebook voorbijkwam op het scherm. Al snel begreep ik dat Lubach een Facebookevent had aangemaakt voor woensdagavond 11 april – een event om van Facebook af te gaan. Voor mij was dat een kippenvelmoment: jaaaa, dacht ik, ik doe mee, wég met Facebook!

Dat besluit kwam niet uit de lucht vallen. Al maanden had ik mijn twijfels. Ik installeerde de Demetricator in de hoop dat Facebook daarmee minder aantrekkelijk voor me zou worden. Een soort nicotinepleister, maar dan tegen een ander type verslaving. In de Vastentijd haalde ik de app met de blauwe F van mijn telefoon en plaatste ik veertig dagen geen Facebookpost. Dat hielp allemaal wel een beetje, maar niet genoeg. Na de veertigdagentijd bezocht ik de site nog steeds meerdere malen per dag.

Is het dan zo erg om vaak je Facebook te checken?, vraag je je misschien af. Ja. Ik vond dat erg. Ik baalde ervan dat ik geen weerstand kon bieden tegen de verleidingen van de site. En daar had ik de jaren daarvoor veel minder last van. Toen ik met Facebook begon, in 2010, vond ik het fantastisch. Er ging een wereld voor me open. Dankzij Facebook vond ik kennissen van vroeger terug, het contact met verre familieleden werd intensiever. Facebook verving het vertrouwde adressenboekje, Facebookvrienden worden was genoeg. Ik sloot me aan bij groepen, ik voerde gesprekken en discussies. En natuurlijk plaatste ik foto’s. Van verjaardagen, van vakanties. Facebook werd een soort fotoalbum en dagboek ineen. Het werd een sport om in te checken op bijeenkomsten: bij elke borrel, elk feest, elke ondernemersbijeenkomst en elk theaterbezoek plaatsten mijn vrienden en ik foto’s, waarbij we elkaar tagden. Dit gaf de mogelijkheid om de voorpret en de napret te delen. Daarnaast is Facebook een handige zoekmachine: tijdens een gesprek in de kroeg kun je op ieder moment informatie vinden over de personen waar je het over hebt. Véél informatie ook – het is verbazingwekkend wat mensen allemaal openlijk delen op de site.

Natuurlijk heeft Facebook ons ook veel gebracht. Het is mooi dat je mensen via het platform makkelijk kunt mobiliseren en op een laagdrempelige manier aandacht kunt vragen voor misstanden in de samenleving. Er zijn besloten groepen waar lotgenoten van over de hele wereld hun lief en leed met elkaar kunnen delen. Het is makkelijk en het is gratis. Enerzijds is het een fantastische uitvinding. Anderzijds is het een enorme aandachttrekker.

Steeds vaker ondervond ik de donkere kanten van het smoelenboek. De bemoeienis met mijn leven bijvoorbeeld, via commentaren onder mijn foto’s en ongegeneerde vragen IRL. De deeldwang: ook al heb je geen zin om meteen in te checken als je ergens een zaal betreedt, gek genoeg voelt het bijna als een verplichting. Natuurlijk hóefde ik niet een paar keer per week een update te plaatsen. Maar het vlees is zwak. Ik geef eerlijk toe dat ik weerloos ben tegen de druk van Facebook. Toen ik erachter kwam dat Facebook mensen inhuurt om ons continu prikkels te geven, zodat we echt verslaafd raken aan het medium, verbaasde dat me niets. Steeds vaker greep ik mijn telefoon, ook tijdens mijn werk, om ‘even’ mijn Facebook te checken. Ik plaatste hier een like, voerde daar een gesprekje, plaatste een grappige foto van de kat. En voor ik het wist was ik twintig minuten verder. Ik voelde me dan slecht en had een opgeblazen gevoel, alsof ik veel te veel gegeten had.

In het artikel‘Wat je terugkrijgt als je van Facebook gaat’ (de Correspondent) beschrijft Bregje Hofstede het zo: ‘Telkens wordt mijn aandacht gekoloniseerd door kleine rode bolletjes, pings, meldingen – of simpelweg de wetenschap dat die er zouden kunnen zijn, als ik nu even op het knopje druk.’ Facebook vraagt zoveel aandacht dat het leidt tot een ernstig gebrek aan concentratie. ‘Mijn angst is, dat zelf over je aandacht kunnen beschikken steeds meer een voorrecht wordt – en dus dat concentratie een uitzonderlijk talent wordt,’ schrijft Bregje. Ik vind het zó herkenbaar. Daarnaast sleurt Facebook je weg bij dat wat er om je heen gebeurt. De site krijgt het voor elkaar dat je de overbelichte verjaardagskiekjes van een verre achterneef belangrijker vindt dan de persoon die naast je zit. Je scrolt langs flauwe conversaties en bekijkt grappige filmpjes, terwijl je intussen een gesprek zou kunnen voeren met een mens van vlees en bloed. Facebook is een ‘aandachtshacker’. En dan heb ik het nog niet eens over de informatiebubbel en de verspreiding van nepnieuws, die volgens sommigen een bedreiging vormt voor de democratie.

En dus verwijderde ik mijn account, precies om 20.00 uur op die elfde april. Ik vond het idee van het Facebookevent briljant. Jarenlang checkte ik elke week wel in op een of ander event. Dit werd mijn laatste. Het voelde echt niet fijn, de eerste dagen na mijn vertrek. Alsof ik was verhuisd uit mijn vertrouwde dorp. Ik had en heb nog steeds ontwenningsverschijnselen. Maar ik zet door.

Op Twitter en Instagram ben ik nog wel actief. Want ik blijf een social media-fan. Ik merk echter dat die platforms veel minder verslavend zijn dan Facebook. Twitter is voor mij vooral een handig communicatiemiddel. En Instagram is mijn fotodagboek. Ik plaats een bericht en ben er daarna weer weg. Beide zou ik niet willen missen. Maar Facebook kan best zonder mij. Ik was het bijna verleerd om minstens een uur lang aandachtig te lezen: tijdens een Facebookbezoek spring je immers van de hak op de tak. Maar nu lees ik eindelijk weer eens boeken, ’s avonds op de bank. Ik kan het iedereen aanraden.

Facebook en de macht van het getal

‘Je vriend Daniel bezoekt een evenement bij jou in de buurt.’ ‘Casper heeft een bericht van Marjanne leuk gevonden.’
Zodra ik ’s ochtends mijn Facebook-app open, word ik bedolven onder dit soort berichten. Ik word meteen aan het werk gezet: bekijk dit grappige filmpje, feliciteer de nicht van je ex, bedenk of je mee wilt naar dat culinaire festival … en of ik wil of niet, ik kijk. Ik klik. En ik lees. Facebook heeft me in zijn macht.

Is dat erg? Niet altijd. Want die verslavende werking heb ik zelf in de hand. Ik beschouw Facebook als een dagboek annex fotoalbum: ben ik op een evenement, in de bioscoop of aan het strand, dan plaats ik een foto. En natuurlijk is het leuk als mensen op die foto reageren. Ik geef toe dat ik vaak een update plaats op vrolijke momenten – ik ben niet ongevoelig voor Facebookhappiness. Maar ook mijn mindere momenten deel ik zo nu en dan. En ik heb regelmatig goede discussies op Facebook. Soms zijn er dagen dat Facebook me er echt even doorheen sleept.

Toch baal ik steeds vaker van de macht die Facebook over me heeft. Ook al plaats ik dagenlang geen bericht, de app weet me continu te verleiden om terug te keren. Om er vervolgens veel langer rond te blijven dwalen dan me lief is. Want: ‘even kijken wat die-en-die vriend op Prikbord Lunetten heeft geplaatst’. En: ‘wat is dat voor evenement?’ En dan zijn er nog de samenzweerderige meldingen over herinneringen die ik volgens Facebook ‘vast wel leuk vind om te zien’. Bijvoorbeeld de sleuteloverdracht van een vorige woning met een vorige man. Of de intieme details die ik gepresenteerd krijg uit het leven van vage kennissen. Ik wil het niet zien, ik wil het niet weten. Maar ik lees toch. Steeds weer wordt mijn nieuwsgierigheid gewekt.

Ik weet: ik hóef niet te kijken. Maar ik ben zwak. En miljoenen Facebookgebruikers met mij. Op uitgekiende wijze weet het team van Mark Z. ons keer op keer weer in het drijfzand van andermans en lief en leed te laten wegzakken, ons berovend van onze kostbare tijd. Het zit ‘m vooral in de macht van het getal: dat rode rondje met het getal ’15’ erin geeft ons een kick.  Veel ‘vrienden’ hebben laat ons voelen: ‘ik hoor erbij, ik ben geliefd’.

Ik weet ook: ik kan mijn profiel met enkele muisklikken verwijderen. En misschien doe ik dat ook wel een keer. Maar er is een middenweg. Begin deze week heb ik de Demetricator van kunstenaar Ben Grosser op mijn laptop geïnstalleerd. Dit is een plugin die alle getallen uit Facebook weghaalt. Bij mij geen hysterisch rood bolletje meer: ik heb geen idee hoeveel likes er onder mijn berichten staan. Ik word niet meer geattendeerd op kennissen die hun regenlaarzen te koop hebben gezet. En ook weet ik niet wanneer iemand iets gepost heeft: in plaats van ‘tien minuten geleden’ staat er ‘recently’ onder een bericht. Juist van die getallen gaat een verslavende werking uit, redeneert Grosser namelijk. Als je een nieuwe profielfoto hebt geplaatst, kom je ieder kwartier naar Facebook terug om te kijken hoeveel likes de foto heeft. En staan er nul reacties onder een post, dan durf je minder snel een like te geven dan wanneer tientallen mensen je voorgingen.

De Demetricator maakt korte metten met de slinks zuigende moerasmethodiek. Het maakt Facebook in elk geval al stukken minder aantrekkelijk. De volgende stap is misschien een detox in de vastentijd, die op 14 februari begint. Lijkt me een bevrijding. In plaats van oppervlakkig van het ene naar het andere bericht te hoppen, lekker de tijd nemen voor een ondoorgrondelijk boek. Met héél veel pagina’s.

Wil je de Demetricator ook installeren? Lees hier de instructie

de beste negen van 2017

De #bestnine2017? Voor iemand die dagelijks tientallen foto’s maakt is het een hele opgave om negen favorieten te kiezen. Ik koos dan ook niet per se de ‘beste’ foto’s uit. Wel zie je hier de plaatjes die het verhaal vertellen van negen bijzondere momenten uit het afgelopen jaar.

Allereerst een foto uit de viering in de Utrechtse Janskerk op 29 januari. Ik ben op dat moment net gedoopt en daarmee toegetreden tot de rooms-katholieke kerk. Mijn vrienden en peter en meter, Hans en Elise, hebben me het witte doopkleed omgedaan. Een steeds sterker wordende wens van jaren ging in vervulling. De doop is een keuze die met het verstand niet is uit te leggen. En dat doe ik dan ook niet. Het is een mysterie. Net zo min als ik kan uitleggen wat Maria met me doet. Ik brand een kaarsje voor haar bij hoogte- en dieptepunten in mijn leven. Dit jaar ging ik maar liefst vier keer naar de fantastische Mariatentoonstelling over ‘de meest afgebeelde vrouw op aarde’ in het Catharijneconvent (foto 2).

In 2017 was ‘man/vrouw’ regelmatig onderwerp van gesprek tussen mij en de mensen om me heen. Bijvoorbeeld door de Sire-campagne over jongens en meisjes en de #metoo-discussie. Tegelijkertijd werd voor de eerste keer een gaypride in mijn stadje gehouden. Het was groots om daarbij aanwezig te zijn, ik heb tientallen foto’s gemaakt van de prachtige boten met dito mensen erop. Ontroerend en indrukwekkend. In die week hielp ik ook mee met de voorbereiding van Roze Zondag in de Janskerk. Tijdens de viering hingen we een reusachtige regenboogvlag in de kerk.

De zonnebrillenfoto van mijn lief en mij is gemaakt op Lesbos. Wat was dat een heerlijke week. Zon, zee, lezen, Ouzo en Metaxa, zingende krekels, lange zwoele avonden – ik had er maanden willen blijven. Maar ach, ook in Utrecht was genoeg te doen tijdens de zomervakantie. De foto van de Parade is voor mij een herinnering  aan de vele festivals die ik afgelopen jaar bezocht. Zoals het nieuwe Bucketlistfestival, het Bevrijdingsfestival, proeftuin Rotsoord, Lepeltje Lepeltje en vorige week nog kerstfestival Knus. Over de ‘festivalisering’ las ik zorgelijke artikelen in de krant. De grens aan het aantal evenementen in de Randstad zou zijn bereikt. Maar ik begrijp de aantrekkingskracht van het festival maar al te goed. In je eigen stad, op fietsafstand, bevind je je even in een andere wereld met muziek, theater en culinaire genoegens. Je komt bekenden tegen, doet nieuwe ervaringen op en hebt plezier. Ook als het regent: zie hier mijn festivallaarsjes die ik al jaren in de berging heb staan.

Voor het eerst in drie jaar heb ik kunstenfestival Watou weer bezocht. Jarenlang reden ex 2 en ik elke zomer een weekeind naar dit Belgische dorp, waar op verschillende locaties kunst en poëzie is te zien en te beluisteren. Ik had de afgelopen jaren geen zin om de herinneringen ter plaatse op te rakelen, maar dit jaar ben ik weer gegaan. ‘Over alleenigheid en ondraaglijke eenzaamheid’ was het thema – in m’n eentje had ik het niet getrokken, maar ik was er samen met dochter en dat was een goeie zet! Een paar dagen later stond ik met exgenoot op Schiphol om onze zoon op te halen, die samen met een vriend een maand door Azië had gereisd. Zo mooi om al die verhalen te horen, zo’n trots gevoel dat die jongens het met z’n tweeën hebben gered.

De foto van de fiets is gemaakt bij de werkplaats van Verhipmijnfiets. Mijn fiets-van-de-zaak was dringend aan een opknapbeurt toe. Ik zou ‘m drie weken kwijt zijn, maar dit werden bijna drie maanden. Wat een zegen om haar weer terug te hebben – het frisgele rijwiel is een ankerpunt in de stad. Zeker als ik wat later op de avond de kroeg verlaat.

Foto negen is een afbeelding van iMovies op mijn Macbook. Dit najaar heb ik een training gedaan bij de Videovakvrouw. Filmpjes maken stond al lang op mijn verlanglijst, maar het kwam er steeds niet van. Dankzij de Videotiendaagse kreeg ik de smaak te pakken. Inmiddels kan ik filmen, monteren en muziek onder mijn filmpje plakken. Een eerste videoreeks, met blogtips, is in de maak.

Er zijn honderden foto’s die ik níet laat zien. Foto’s van feestjes: vrienden die 50 werden, het 12,5-jarig bestaan van mijn bedrijf,  twee 25-jarige huwelijksfeesten. Foto’s van exposities in het prachtige Voorlinden, het Groninger Museum, de Fundatie, Boymans van Beuningen, het Kröller-Müller … Ik was bij concerten, had borrels van mijn werk, vierde feestjes in huiselijke kring … en altijd heb ik de camera paraat. Ik ben een toerist. Een verslaggever.

Maar niet álles hoeft vereeuwigd te worden. Uit de reeks niet-gemaakte foto’s zou je de ‘worst nine’ van 2017 kunnen selecteren. Want de tranen, het verlangen, de eenzaamheid, de boosheid, de schaamte en de dood waren er ook. En waren deze ervaringen slecht? Nee, ze waren minstens zo waardevol. Samen met de ‘best nine’ vormen ze de herinnering aan een mooi jaar waarin ik heb liefgehad en geworsteld, ben gegroeid en heb geleerd.

 

 

 

 

 

slimme winkels gaan genderneutraal

‘Mooi shirt hè Maarten!’ ‘Heel leuk mama, maar ik neem ‘m niet, want dit shirt is voor meisjes.’ Bij de HEMA zijn dit soort discussies binnenkort verleden tijd. De winkelketen maakte gisteren bekend dat de aanduiding ‘jongen / meisje’ van kinderkleding wordt verwijderd. Een fantastische stap. Weg met de betutteling! Als klant ben ik op zoek naar iets wat ik mooi vind; niet naar iets wat volgens de winkel voor mij en mijn seksegenoten is bedoeld. De HEMA kiest voor een afdeling met kinderkleding. Geen hoekje meer voor jongens of voor meisjes. De kleding wordt genderneutraal verpakt. En dat leidt niet tot eenvormigheid, maar juist tot meer vrijheid. De vrijheid om te dragen waar je je prettig in voelt.

Kiezen voor genderneutraal is kiezen voor diversiteit. Een meisje kan bij de HEMA nog steeds jurkjes kopen. Maar als ze liever donkergrijs ondergoed heeft in plaats van paars gebloemde broekjes, dan kan dat ook. Zonder dat ze hoeft te denken: ‘Als de kassajuffrouw maar niet ziet dat ik jongensonderbroeken koop.’ Ik vind het goed van de HEMA dat ze haar nek durft uit te steken en ga ervan uit dat meer kledingwinkels zullen volgen. Vooral nu blijkt dat het bevestigen van stereotiepe rolpatronen gezondheidsschade kan veroorzaken. Wetenschappers in the Journal of Adolescent Health hebben onderzocht dat denken in vaste rolpatronen negatieve effecten heeft op de gezondheid van jongens en meisjes gedurende hun verdere leven. Daarom is het belangrijk dat ouders hun kinderen binnen minder traditionele rolpatronen opvoeden, zeggen de onderzoekers.

We verlaten de HEMA en lopen de speelgoedwinkel binnen. Hier wordt pas echt in stereotiepen gedacht. Voetballen, Playmobiel, technisch Lego: we vinden het allemaal langs de blauwe wand, met daarbij nadrukkelijk de aanduiding ‘jongens’. In de schappen tegen de roze wand liggen de Barbies, poppen en prinsessenjurken. Overzichtelijk, zou je denken. Maar nee, door deze indeling van de winkel worden kinderen en hun ouders gemanipuleerd. Want een jongen die met Barbies wil spelen, kijkt wel link uit zich in de roze hoek te begeven. Volgens de winkel hoort hij daar immers niet. En doet hij het toch, dan wordt hij meewarig aangekeken of bespot. Zo werkt de speelgoedwinkel op slinkse wijze vaste rolpatronen in de hand. Winkelmanagers, doe er iets aan! Waarom het speelgoed niet aanbieden in categorieën: spelletjes, Lego, poppen, enzovoort. Een kind kan dan kiezen wat bij hem of haar past.

Genderneutraal wil niet zeggen dat we hetzelfde moeten zijn. Integendeel: het stimuleert dat we onze verschillen vieren. Niet per se verschillen in sekse, maar verschillen in voorkeuren, smaak en stijl. Want ieder mens is anders en heeft behoefte aan maatwerk. Een slimme, bijdetijdse retailondernemer speelt in op deze diversiteit.

Overigens was HEMA Holten haar tijd ver vooruit. In het najaar van 2014 maakte ik deze foto in genoemd filiaal. We zullen het nooit te weten komen, maar wellicht bracht de filiaalmanager van HEMA Holten met dit fraaie staaltje genderverwarring het balletje aan het rollen 😉