Categoriearchief: vriendschap

De Reus is niet meer

De Reus is niet meer. Een hartelijke, spontane, kleurrijke recht-voor-z’n raap-vrouw is ons ontvallen. 

Marjan nam in veel situaties bepaald geen blad voor de mond. Ik herinner me een werkoverleg bij eetcafé De Poort, onze vaste afspreekplek. Onze workshop Welkommunicatie hebben we in grote lijnen klaar en we gaan een paar weken later een pilot draaien. Maar de voorwaarden voor de zaalhuur zijn nogal spartaans. Na enig gemopper springt Marjan op en zegt: ‘Ik ga ze er nú over bellen!’ Het telefoongesprek heeft een rustige start, maar alras ijsbeert Marjan door het café, op hoge toon (maar nog altijd in beschaafde bewoordingen) haar ongenoegen uitend. Ik ben niet zo van ‘in your face’, Marjan was dat wel. Mensen schrokken daar soms van, maar van Marjan kon je het hebben. Want ze was duidelijk en tegelijkertijd uitermate hartelijk en charmant. 

Antoniushof

Op een bijeenkomst van Utrecht Netwerk, Een Kerstpakket Voor Jou, ontmoet ik haar voor het eerst. Even zoeken via onze handige zoekmachine Twitter, hashtag #ekvj, en ik heb de datum gevonden: 17 december 2013. Het gaat om deze tweet Als bestuurslid sta ik bij de deur om de aanwezige zzp’ers aanwijzingen te geven: ‘Zet daar je kerstpakket neer, straks ga je ‘m uitwisselen met een andere ondernemer’ – het is druk genoeg, dus tijd voor een praatje heb ik niet. Dat gesprek heb ik pas na een uur. Met Marjan. Ze blijkt op de Antoniushof te wonen, de plek waar ik na mijn scheiding een paar jaar heb gewoond met mijn toen nog jonge kinderen. We blijken zelfs samen bij een tuinfeest te zijn geweest, Marjan weet zich van alles over mij te herinneren. We wisselen kerstpakketten en telefoonnummers uit, appen wat en daar blijft het bij. Totdat ik een paar maanden later een presentatie geef over offertes schrijven bij VoortuinNetwerk. Ze is speciaal voor mij gekomen en we staan lange tijd bij de bar. Ik nodig haar uit voor de Mariaborrel, toen nog de maandelijkse ondernemersborrel van Utrecht Netwerk. Ook daar raken we niet uitgepraat. Vanaf dat moment zien we elkaar steeds vaker. We worden vriendinnen.

‘Je kunt het’

Waarin zit ‘m de chemie? Allereerst in de oprechte aandacht. Marjan luistert écht en onthoudt wat je zegt. In de begintijd van onze vriendschap praten we veel over ons werk, we geven beiden trainingen en zien veel raakvlakken. Later bespreken we steeds vaker privézaken. Mooi daarin is de wisselwerking: de ene keer zit zij te tobben en staat onze hele vrijdagmiddagborrel in het teken van haar situatie. De andere keer heb ik een ‘uitdaging’ en buigen we ons daarover. Maar nog vaker gaat het helemaal niet over ons eigen leven. Zo hebben we een gemeenschappelijke afkeer van opschepperij, ronkende coachingtaal en de belofte van de maakbare samenleving. Teksten als ‘je kunt het, als je maar wilt!’ en ‘gelukkig zijn is een kéuze!’ vervullen haar en mij met afkeer. Hikkend van de lach kunnen we hier hele avonden over in gesprek zijn. Ik herinner me dat Marjan een keer nadat ze de kroeg binnen is gestapt het boek ‘Fuck it’ uit haar tas opdiept. Zonder het te hebben gelezen, hebben we een uur later de hele inhoud van het boek boven tafel en concluderen dat de Fuck it-methodiek ons op het lijf geschreven is

Netwerkborrels

Allebei zijn we echte netwerkers. Samen bezoeken we ondernemersvereniging Hotzo, Zolo, de Mariaborrel. Ik introduceer haar bij de launches van Leven Magazine, zij neemt me mee naar borrels van Kunstliefde. Het patroon is meestal als volgt: we stappen samen binnen, fladderen ieder een kant op en komen elkaar aan het eind van de bijeenkomst weer tegen. Dan praten we honderduit over de mensen die we ontmoet hebben, de verhalen die we hebben gehoord, de ondernemerskansen die er liggen. Een enkele keer vang ik haar veelbetekenende blik op als ik met een aantrekkelijk heerschap sta te converseren. Meestal houdt ze zich in dit soort situaties afzijdig, soms komt ze toch even langs om zich in het gesprek te mengen. Bijvoorbeeld met de vraag: ‘Hebben jullie al lichaamssappen uitgewisseld?’ Jaja, het kan maar duidelijk zijn! 

Tekst gaat verder onder de fotocollage

Biechtboom

We gaan elk jaar naar de Parade, naar lezingen van Studium Generale, vertellen ons verhaal bij de Biechtboom en stappen door een levensgrote vagina op het Betweter Festival. We kijken samen naar de CanalPride vanaf de werf bij MorrenGalleries. Op Koningsnacht weet ik altijd zeker dat ik haar en Bert tegenkom in de kleine straatjes bij het Wolvenplein, waar ze staan te dansen op de aanstekelijke klanken van een bevriende jazzband. Marjan komt naar me luisteren tijdens de Anna Karenina-voorleesmarathon van ILFU in 2018, we maken uitstapjes naar musea en naar zee. We borrelen bij De Poort (met bitterballen) en bij Jan Primus (met Vockingworst, hoewel er ook een keer Bossche Bollen voorbijkwamen bij de vrijmibo). 

Festivallaarsjes

En we hebben een zwak voor bijzondere kleding: ze introduceert me bij de Miskopenbeurs, we shoppen bij vintagezaakjes en kringloopwinkels. Ze koopt korte rode kaplaarzen voor me, die ik sindsdien altijd draag als ik naar modderige festivalterreinen ga. En elk jaar als ze terugkomt van vakantie, brengt ze iets voor me mee: een armbandje, een Mariakaars of een ‘blikje vriendschap’. 

Exit-brief

Toen we nog niet lang met elkaar omgingen, vertelde Marjan me dat ze een paar keer in haar leven een vriendschap had opgezegd. Per brief of per telefoon. Dat intrigeerde me. Ik maakte daar soms grappen over nadat we een woordenwisseling hadden gehad en zei dan: ‘Gelukkig, ik heb nog geen exit-brief ontvangen.’ 

Dit voorjaar bleef het lang stil aan de andere kant van de lijn. Geen appjes meer, geen borrelafspraken. Nu komt die exit-brief eraan, dacht ik. Het bleek anders te zijn. Marjan was ernstig ziek. Ze viel ook stil op sociale media. ‘Ben even tijdje weg,’ zette ze in mei op Twitter. Dat ‘even’ werd voorgoed. De Reus is afgelopen week overleden. Vaarwel lieve Marjan. Ik ga je missen. 

Marjan in museum Voorlinden, juli 2017

Een ingekorte versie van deze blog las ik voor tijdens de uitvaart van Marjan op 7 september 2020.

Update 3 oktober 2020: journalist Marlies Kieft beschreef Marjans levensverhaal afgelopen week in dagblad Trouw, in de rubriek Naschrift. Lees hier het artikel Extravert als Marjan de Reus was, haar binnenste hield ze voor zichzelf

de ups & downs van het thuisblijven

De Himalaya beklimmen, ayahuasca drinken in Peru, bungeejumpen of skydiven … mensen die dit nodig dachten te hebben om ‘uit hun comfortzone’ te komen, zien zich nu voor een misschien wel grotere uitdaging geplaatst: de ‘intelligente lockdown.’ Persoonlijk heb ik dit soort grootse en meeslepende zaken niet op mijn bucketlist staan. Geef mij maar de dingen die tot voor kort zo gewoon waren: een avondje dansen, bij vrienden op bezoek, koffie drinken in de stad.

Vanzelfsprekend houd ik me aan de coronamaatregelen. Ik sta helemaal achter het beleid van het kabinet. En ik weet dat ik niet mag klagen: mijn familie, vrienden en ik zijn (nog) niet getroffen door het virus. Maar dat neemt niet weg dat ik mijn oude vertrouwde leven steeds meer ga missen. Gaan en staan waar je wilt en met wie je wilt: het lijkt lichtjaren ver weg. Er zijn dagen dat ik de deur niet eens uitkom. Dat mijn stappenteller aangeeft dat ik 108 keer mijn ene voet voor de andere heb gezet. Dat ik behalve mijn kinderen en de kat geen enkel levend wezen in mijn nabijheid heb.

Corona-initiatieven

Terug naar 16 maart, de eerste thuiswerkdag. Er gebeurde veel in die week. Fantastische initiatieven werden gestart. Boodschappendiensten voor mensen die ziek thuis zitten. Lezingen en workshops werden online gezet. Musea kwamen met rondleidingen via internet, artiesten zetten YouTube-filmpjes live met gedeelten van hun afgelaste shows. Mijn kerk, de Janskerkgemeente, begon met een wekelijkse online viering. Scholen en universiteiten startten pijlsnel digitale lesprogramma’s. Wat een kracht toonde de samenleving. Hulde!

Videobellen

We Facetimen allemaal weleens met het thuisfront in de zomer om ons vakantieappartement te laten zien. Maar in deze tijd is videobellen bittere noodzaak als je in contact wilt blijven met vrienden, familie en collega’s. Nog nooit heb ik zoveel videocalls gehad als in de afgelopen weken. Via Microsoft Teams, Zoom, Skype en Google Hangout heb ik soms drie of vier vergaderingen per dag. En ’s avonds stap ik de online kroeg in om een borreltje te drinken. Ook pa, ma en mijn broer bel ik niet meer via de vaste lijn: het is veel te leuk om elkaar even te zien tijdens het praten.

#steundekeukens

De horeca kreeg een harde dreun, maar krabbelde op en kwam met #steundekeukens. Sinds de coronacrisis kiezen mijn kinderen en ik elke week één van onze favoriete Utrechtse restaurants om eten te laten bezorgen. Leuk om de sleur van het thuiszitten te doorbreken én de horeca wat inkomsten te gunnen. Ook bestel ik bij lokale ondernemers. Superleuk om Gert-Jan van Buurtbier aan de deur te krijgen met een bierpakket; jammer dat het bij een virtuele hug moest blijven. En gisteren kwam Savannah Bay bij mij de galerij oplopen om een boek te bezorgen. Lichtpuntjes in deze donkere tijd!

Tussen kunst & quarantaine

Tijdens de eerste thuisblijfweek werd ik enorm enthousiast van alle initiatieven. Ik voelde me als een kind in de snoepwinkel: ooooh, laten we dansen in de huiskamer via een livestream-met-dj! Gezellig, een Zoomborrel op vrijdagmiddag! Brainstormen met de pr-commissie over online bijeenkomsten voor Tekstnet! Met veel plezier maakten mijn lief en ik foto’s voor @tussenkunstenquarantaine op Instagram: bijzonder leuk vermaak voor in en om het huis. (lees verder onder de foto’s)

Betweterige bespiegelingen

Nu we ruim drie weken verder zijn, is dat enthousiasme van het begin ver te zoeken. Natuurlijk: deze crisis leidt tot creativiteit en nieuwe inzichten. Tot een herwaardering van het huiselijke leven en de heel gewone dingen die toch zo bijzonder zijn. Dat realiseer ik me best. Maar ik merk bij mezelf dat ik wel even klaar ben met al die über-blije ‘we laten ons niet kisten!’-initiatieven en de online ‘we doen net of er niets aan de hand is’-gezelligheid. En met de betweterige bespiegelingen over het leven ná corona, waarin de wereld beter, wijzer en mooier geworden is. Laten we het gewoon toegeven: het thuisblijven wordt zo langzamerhand een beproeving. Het is moeilijk om de fysieke aanwezigheid van mensen te ontberen om ons heen. Ik mis de face-to-face-afspraken met klanten. De vrijheid om zomaar naar de stad te gaan en je te laten verrassen door wat er op je afkomt. Het licht, de geuren en geluiden van de verschillende omgevingen waar je normaalgesproken komt. Zelfs boodschappen doen, het enige uitstapje dat we nog hadden, is verworden tot een hachelijke aangelegenheid waarin je continu mensen moet ontlopen en doodsbang bent om iets aan te raken.

Ommetje door de wijk

De afgelopen week merkte ik dat veel mensen om me heen dit gevoel herkennen. De online community is dan echt een zegen. Via Twitter luchtte ik mijn hart, een lief Tekstnet-maatje belde me dezelfde middag nog op. Gewoon om even te luisteren, niet om met oplossingen te komen. Want die zijn er toch niet. Hoewel: dochter en ik trokken er na drie dagen thuiszitten op uit om onszelf bij de plaatselijke drogist te verwennen met doucheschuim en te dure nagellak. Dat was toch wel een soort pleister op de wond.

En vandaag schijnt de zon en ga ik een ommetje maken door de wijk. Dat stond niet op mijn bucketlist, maar ik ben er tevreden mee.

De illustratie bij deze blog is van één van mijn lievelingskunstenaars, de Utrechtse cartoonist Argibald.

hartzeer

Wat een tref dat ik dit voorjaar het boek Hotel Hartzeer kocht op Koningsdag. Voor een paar euro schafte ik het aan op de kindervrijmarkt, bij een monter ogende vader die het boek kennelijk niet meer nodig had. Alsof ik toen al aanvoelde hoe goed ik het werkje van Susan Smit en Marion Pauw een paar maanden later kon gebruiken. Dit boek heeft me er echt doorheengesleurd toen het liefdesverdrietmonster me onlangs weer eens stevig in zijn greep hield. Een volledige samenvatting van Hotel Hartzeer ga ik je niet geven. Wel zet ik op een rij waar ík het meest aan had.

1.Neem je gevoel serieus. Liefdesverdriet is échte, lichamelijke pijn.

De liefde is verslavend. Liefde is gerelateerd aan het beloningscentrum van je brein. Valt de liefde plotseling weg, dan krijg je afkickverschijnselen. Je wordt letterlijk ziek van het gemis van je geliefde. Het pijnsysteem in je hersenen wordt niet alleen geprikkeld door lichamelijke pijn, maar ook door sociale en emotionele pijn. Liefdesverdriet trekt in je brein dezelfde sporen als griep en depressie. Je kunt proberen je omgeving te laten geloven dat het ‘beter is zo’ en dat je ‘er alweer overheen bent’, maar je lichaam liegt niet. Het lichaam bibbert, heeft geen eetlust, voelt zich hondsberoerd. Het heeft tijd nodig om te herstellen van deze klap.

2. Stop met zoeken naar verklaringen en ‘nuttige’ informatie. 

Na de breuk heb je alle tijd van de wereld om op je gemak te analyseren waardoor het is misgegaan. Voorheen bracht je vele avonden met je geliefde door. Die avonden zit je nu alleen op de bank, of huilend met je vrienden in de kroeg. De vrijgekomen tijd kun je benutten met het zoeken naar ‘closure’, zoals Smit & Pauw dat noemen. Je bedenkt allerlei verklaringen voor zijn / haar en jouw gedrag. Je zoekt in oude app-conversaties en weegt de woorden die je keer op keer overleest op een goudschaaltje. En je bedenkt scenario’s: ‘Als ik dit had gedaan, dan …’ ‘Toen hij dat zei, had ik beter …’ Doe dit niet, adviseert Hotel Hartzeer. Het heeft geen enkele zin. De enige ‘closure’ vind je bij jezelf. Onderzoek wat jóuw aandeel was in het ontstaan van de relatiebreuk. Hem / haar kun je niet veranderen. De nieuwe situatie (Het is uit. Je relatie is over. Je bent single.) evenmin.

3. Ruim ‘oude pijn’ op.

Bij liefdesverdriet komt gegarandeerd andere pijn naar boven. Sterker nog, die ‘oude pijn’ kan zelfs de dieper liggende oorzaak zijn van de relatiebreuk. Het is goed om hiermee aan de slag te gaan, stellen Smit & Pauw. Ze hebben het bijvoorbeeld over de hooggespannen verwachtingen die je kunt hebben van een partner. Dat hij of zij je gelukkig zal maken bijvoorbeeld. En dat je hem / haar nodig hebt. (Meer hierover lees je in het zeer interessante boek van Jan Geurtz, Verslaafd aan liefde). Hechtingsstijlen spelen een belangrijke rol bij partnerkeus: de manier waarop je als kind een band met je ouders creëerde, herhaal je als volwassene in de liefde. Deze stijlen vertalen Smit & Pauw in het gedrag van honden en katten. De hond staat voor verlatingsangst: hij vindt het baasje geweldig, ook al wordt hij verwaarloosd. Hij blijft trouw, ook al krijgt hij 24 uur geen voer. Het principe van de hond is: ‘ik doe alles voor je, zolang je maar van me houdt.’ De kat staat voor bindingsangst. Katten zijn niet van plan om te werken voor de liefde. Ze hebben een afwachtende houding en vermaken zich opperbest in hun eentje. Het principe van de kat is: ‘als jij alles voor me doet, wil ik misschien wel van je houden.’

4. Stap niet onmiddellijk in een nieuwe relatie.

De verleiding is groot om direct na de breuk op zoek te gaan naar een vervangende verkering. Dat is troostrijk, dempt je verdriet en geeft een boost aan je mogelijk geschonden ego. Doe dit niet, adviseren de dames van Hotel Hartzeer. Zoek eerst uit hoe het komt dat je relatie is uitgegaan. En wat jouw aandeel daarin was. Zo verklein je de kans dat je weer met eenzelfde type man of vrouw in zee gaat, met wie het uiteindelijk óók niet blijkt te werken. Troost zoeken bij een minnaar is wél toegestaan. Uitzinnige seks helpt, of het nou gaat om een one night stand of een vaste minnaar / friend with benefits. Maar kijk uit voor het ‘jonge eendjessyndroom’:  een eend die uit het ei komt, beschouwt het eerste levende wezen dat hij tegenkomt als zijn moeder. Heb je net seks gehad, dan kun je de eerste de beste man of vrouw die jou bemint gaan beschouwen als een partner. Pauw & Smit geven de sympathieke tip om er een tijdje twéé minnaars op na te houden om dit jonge-eendjessyndroom te voorkomen.

5. Mijd ‘vrienden’ die parasiteren op jouw verdriet.

Het hardst heb ik gelachen om het hoofdstuk over reacties van de omgeving op jouw liefdesverdriet. Hilarisch is de omschrijving van verschillende typen vrienden. Vampirella bijvoorbeeld: ‘Sinds jij een gebroken hart hebt, zit zij op de eerste rij.’ De predator, de platonische vriend: ‘Hij veegt je tranen weg, hij haalt Ben & Jerry’s, hij wiegt je in slaap … en ineens word je wakker met zijn erectie in je rug.’ Of de roofkip, die de ex van haar vriendin ‘per ongeluk’ tegenkomt als het uit is, samen met hem koffie drinkt waarbij ze ‘zijn kant van het verhaal’ aanhoort en daarna vaker met hem afspreekt ‘omdat ze zo fijn kunnen praten.’ ‘En toen overkwam het hen gewoon.’

Tot slot: het boek wordt, tamelijk uitgenast, gesponsord door een chocolademaker. En eerlijk is eerlijk, chocolade helpt. Net als lieve vrienden, hardlopen en de Treurige Liedjes-lijst op Spotify. Ach, en voor je het weet is het weer lente.

De tekening op het krantenknipsel dat al jaren op mijn prikbord hangt is van Peter van Straaten

 

bye bye facebook

het moment suprême: ik klik op ‘verwijder account’

Een maand geleden deed ik het: ik verwijderde mijn Facebookaccount. En dat was best even slikken. Ik deed het niet omdat ik het zo dolgraag wilde. Ik deed het omdat ik me realiseerde dat het goed voor me was. De verleiding was groot om mijn account binnen twee weken weer terug te plaatsen (Facebook biedt  spijtoptanten deze mogelijkheid), maar die kans heb ik voorbij laten gaan. Acht jaar foto’s, filmpjes en correspondentie heb ik gewist. En dat was moeilijk. Zeker voor een fervent gebruiker als ik. Toch heb ik nog steeds geen spijt.

Het besluit om te stoppen nam ik op zondagavond 8 april, toen ik mijn tv aanzette en de aftiteling zag van Zondag met Lubach.  A brand new day van Diana Ross knalde mijn kamer in. Daar stond Arjan Lubach, dansend temidden van tientallen blauwe ballonnen, terwijl de hashtag #byebyefacebook voorbijkwam op het scherm. Al snel begreep ik dat Lubach een Facebookevent had aangemaakt voor woensdagavond 11 april – een event om van Facebook af te gaan. Voor mij was dat een kippenvelmoment: jaaaa, dacht ik, ik doe mee, wég met Facebook!

Dat besluit kwam niet uit de lucht vallen. Al maanden had ik mijn twijfels. Ik installeerde de Demetricator in de hoop dat Facebook daarmee minder aantrekkelijk voor me zou worden. Een soort nicotinepleister, maar dan tegen een ander type verslaving. In de Vastentijd haalde ik de app met de blauwe F van mijn telefoon en plaatste ik veertig dagen geen Facebookpost. Dat hielp allemaal wel een beetje, maar niet genoeg. Na de veertigdagentijd bezocht ik de site nog steeds meerdere malen per dag.

Is het dan zo erg om vaak je Facebook te checken?, vraag je je misschien af. Ja. Ik vond dat erg. Ik baalde ervan dat ik geen weerstand kon bieden tegen de verleidingen van de site. En daar had ik de jaren daarvoor veel minder last van. Toen ik met Facebook begon, in 2010, vond ik het fantastisch. Er ging een wereld voor me open. Dankzij Facebook vond ik kennissen van vroeger terug, het contact met verre familieleden werd intensiever. Facebook verving het vertrouwde adressenboekje, Facebookvrienden worden was genoeg. Ik sloot me aan bij groepen, ik voerde gesprekken en discussies. En natuurlijk plaatste ik foto’s. Van verjaardagen, van vakanties. Facebook werd een soort fotoalbum en dagboek ineen. Het werd een sport om in te checken op bijeenkomsten: bij elke borrel, elk feest, elke ondernemersbijeenkomst en elk theaterbezoek plaatsten mijn vrienden en ik foto’s, waarbij we elkaar tagden. Dit gaf de mogelijkheid om de voorpret en de napret te delen. Daarnaast is Facebook een handige zoekmachine: tijdens een gesprek in de kroeg kun je op ieder moment informatie vinden over de personen waar je het over hebt. Véél informatie ook – het is verbazingwekkend wat mensen allemaal openlijk delen op de site.

Natuurlijk heeft Facebook ons ook veel gebracht. Het is mooi dat je mensen via het platform makkelijk kunt mobiliseren en op een laagdrempelige manier aandacht kunt vragen voor misstanden in de samenleving. Er zijn besloten groepen waar lotgenoten van over de hele wereld hun lief en leed met elkaar kunnen delen. Het is makkelijk en het is gratis. Enerzijds is het een fantastische uitvinding. Anderzijds is het een enorme aandachttrekker.

Steeds vaker ondervond ik de donkere kanten van het smoelenboek. De bemoeienis met mijn leven bijvoorbeeld, via commentaren onder mijn foto’s en ongegeneerde vragen IRL. De deeldwang: ook al heb je geen zin om meteen in te checken als je ergens een zaal betreedt, gek genoeg voelt het bijna als een verplichting. Natuurlijk hóefde ik niet een paar keer per week een update te plaatsen. Maar het vlees is zwak. Ik geef eerlijk toe dat ik weerloos ben tegen de druk van Facebook. Toen ik erachter kwam dat Facebook mensen inhuurt om ons continu prikkels te geven, zodat we echt verslaafd raken aan het medium, verbaasde dat me niets. Steeds vaker greep ik mijn telefoon, ook tijdens mijn werk, om ‘even’ mijn Facebook te checken. Ik plaatste hier een like, voerde daar een gesprekje, plaatste een grappige foto van de kat. En voor ik het wist was ik twintig minuten verder. Ik voelde me dan slecht en had een opgeblazen gevoel, alsof ik veel te veel gegeten had.

In het artikel‘Wat je terugkrijgt als je van Facebook gaat’ (de Correspondent) beschrijft Bregje Hofstede het zo: ‘Telkens wordt mijn aandacht gekoloniseerd door kleine rode bolletjes, pings, meldingen – of simpelweg de wetenschap dat die er zouden kunnen zijn, als ik nu even op het knopje druk.’ Facebook vraagt zoveel aandacht dat het leidt tot een ernstig gebrek aan concentratie. ‘Mijn angst is, dat zelf over je aandacht kunnen beschikken steeds meer een voorrecht wordt – en dus dat concentratie een uitzonderlijk talent wordt,’ schrijft Bregje. Ik vind het zó herkenbaar. Daarnaast sleurt Facebook je weg bij dat wat er om je heen gebeurt. De site krijgt het voor elkaar dat je de overbelichte verjaardagskiekjes van een verre achterneef belangrijker vindt dan de persoon die naast je zit. Je scrolt langs flauwe conversaties en bekijkt grappige filmpjes, terwijl je intussen een gesprek zou kunnen voeren met een mens van vlees en bloed. Facebook is een ‘aandachtshacker’. En dan heb ik het nog niet eens over de informatiebubbel en de verspreiding van nepnieuws, die volgens sommigen een bedreiging vormt voor de democratie.

En dus verwijderde ik mijn account, precies om 20.00 uur op die elfde april. Ik vond het idee van het Facebookevent briljant. Jarenlang checkte ik elke week wel in op een of ander event. Dit werd mijn laatste. Het voelde echt niet fijn, de eerste dagen na mijn vertrek. Alsof ik was verhuisd uit mijn vertrouwde dorp. Ik had en heb nog steeds ontwenningsverschijnselen. Maar ik zet door.

Op Twitter en Instagram ben ik nog wel actief. Want ik blijf een social media-fan. Ik merk echter dat die platforms veel minder verslavend zijn dan Facebook. Twitter is voor mij vooral een handig communicatiemiddel. En Instagram is mijn fotodagboek. Ik plaats een bericht en ben er daarna weer weg. Beide zou ik niet willen missen. Maar Facebook kan best zonder mij. Ik was het bijna verleerd om minstens een uur lang aandachtig te lezen: tijdens een Facebookbezoek spring je immers van de hak op de tak. Maar nu lees ik eindelijk weer eens boeken, ’s avonds op de bank. Ik kan het iedereen aanraden.

solitude

Op zaterdagavond alleen thuis zijn vind ik altijd nét even wat ingewikkelder dan op andere avonden. Heel gek, want in mijn drukke leven is het een verademing om eens een avond in m’n eentje met de krant of een boek op de bank te zitten. Zo vaak gebeurt dat niet. Muziekje erbij, kaarsje aan, een pot thee op tafel – heerlijk. Doordeweeks, zittend op diezelfde bank, wil ik de laptop er nog wel eens bij pakken om een klus af te maken. Maar in het weekeind is me-time ook echt tijd voor mezelf. En dat is fijn.

Toch ben ik me  juist op zaterdagavond meer bewust van mijn alleenstaande moeder-status dan doordeweeks. Alsof ik me ervoor moet schamen dat ik op dé uitgaansavond van de week uitsluitend gezelschap van de katten heb. Toen ik net alleen woonde, ruim drie jaar geleden alweer, zou ik op een avond als deze beslist mijn telefoon gepakt hebben om iemand te zoeken met wie ik de stad in kon gaan. Nu blijf ik rustig zitten op die bank. Ik ben zelfs blij dat ik geen stelletjes-etentje heb, of tot diep in de nacht moet dansen. Alleen zijn met mezelf: ik leer het steeds meer te waarderen.

Alleen zijn heeft vaak een negatieve klank: alsof je pas compleet bent in gezelschap van anderen. Maar alleen zijn is niet positief of negatief: het is een neutrale situatie. In het artikel ‘Breng meer tijd door met jezelf’ (Filosofie Magazine februari 2018) zet filosoof Lars Svendsen eenzaamheid tegenover de Engelse term ‘solitude’: positieve afzondering. Solitude – ik vind het een prachtig woord. Svendsen ontkent de aanname dat het aantal eenzame mensen toeneemt. Er is geen toename van eenzaamheid, er is alleen meer aandacht voor, stelt hij. Het probleem is niet dat we vaak alleen zijn – we zouden juist vaker tijd met onszelf moeten doorbrengen. We proppen onze agenda’s veel te vol met allerlei sociale activiteiten. ‘In eenzaamheid ben je alleen met jezelf, terwijl je in solitude samen met jezelf bent. Je ervaart de afwezigheid van anderen dan niet als een gebrek, maar juist als een mogelijkheid om te genieten van je eigen aanwezigheid,’ zegt Svendsen in het artikel.

Tijd om te mijmeren, om je gedachten te ordenen, om gewoon even te lummelen – we gunnen het onszelf steeds minder. Zijn we alleen, dan pakken we meteen onze telefoon om te gaan appen of op Facebook te kijken. Alsof het gezelschap van jezelf niet voldoende is. Alsof je altijd een ander nodig hebt om jezelf compleet te kunnen voelen.

Eenzaamheid is een verlangen naar verbinding met anderen dat niet vervuld wordt, zegt de filosoof. En daar zit ‘m volgens mij de crux. In een relatie, vriendschap of gezelschap kun je je eenzaam voelen omdat je niet in contact staat met de ander of de anderen. In je eentje thuis op de bank hoef je je helemaal niet eenzaam te voelen, omdat je in contact bent met jezelf. ‘Als je alleen zijn niet prettig vindt, zegt dat iets over de relatie die je met jezelf hebt,’ zegt Svendsen. ‘Het betekent niet dat je die tijd voor jezelf niet nodig hebt.’

Ik schenk mezelf nog maar eens een kop thee in, hier naast de katten op de bank. Maar mórgenavond zit ik gezellig weer in de kroeg.

zwarte hond

Anthony is een stuiterbal. Een poëet. En een levensgenieter. Tijdens piekmomenten lacht het leven hem toe. Maar hij krijgt ook regelmatig the Big Black Dog op bezoek. En die jaag je niet zomaar even weg. 

Blue Monday is de dag waarop veel mensen zich treurig en neerslachtig voelen. Dat is tenminste de uitkomst van een formule die is bedacht door de Britse psycholoog Cliff Arnall. De feestdagen zijn voorbij, de goede voornemens blijken toch niet vol te houden en de grijze winterdagen strekken zich eindeloos voor ons uit. Maar mensen als mijn wijkgenootje en vriend Anthony voelen zich veel vaker down en neerslachtig. Ongeacht de dag van de week of de maand van het jaar. Anthony’s ups en downs zijn niet zomaar pieken en dalen: hij heeft een manisch-depressieve stoornis. Zit hij in een manie, dan begint het stuiteren. Je vindt hem dan achter zijn schrijfboekje terug bij een van zijn favoriete hangouts in de Utrechtse binnenstad, door Anthony de Zen-zone genoemd. Daar drinkt hij koffie of een biertje, schrijft teksten of spreekt met vrienden af. Met mij bijvoorbeeld. Ik houd van deze momenten: de hak-op-de-takconversaties waarbij ik probeer het lijntje vast te houden, de spontante gesprekken met passanten, de wandelingetjes langs de Oudegracht. Van Anthony leerde ik échte filterkoffie drinken – als koffiesnob haalt hij zijn neus op voor de Starbucks-achtigen.

Tijdens zijn piekmomenten haalt hij uit het leven wat erin zit. Dag en nacht. Totdat na een paar weken de duisternis van de depressie aanbreekt. Dan sluit hij zijn notitieboekje, staakt de bezoekjes aan de horeca en is somber en afwezig. Ik heb geen idee hoe dit voelt. Ik kan het hooguit vermoeden. Als vrienden proberen we er in zo’n periode wel voor hem te zijn, maar het contact is moeizaam. Via de app en Facebookposts zien we ongeveer hoe hij eraan toe is. Na een paar weken trekt de mist weer op. Een bi-polair zit gevangen in een eeuwige cadans.

Een paar weken terug, rond de kerst, had Anthony de Zwarte Hond weer op bezoek. Maar op Nieuwjaarsdag laat hij me weten dat hij de ongewenste gast gaat verjagen. Of ik met hem mee wil naar het Beatrixpark. Dat wil ik wel. Anthony loopt voor me uit met een grote tak in zijn hand. We lopen totdat we een groot veld bereiken waar honden heerlijk uitgelaten kunnen rennen. En dan gooit hij de tak op. Met een grote boog zwiert –ie door de lucht. Daarna ploft de tak, licht stuiterend, neer in het gras. We blijven kijken. En er gebeurt niets. De tak komt niet van z’n plek. Geen hond komt ‘m terugbrengen. De Big Black Dog is verdwenen.

Dit jaar verschijnt de eerste poëziebundel van Anthony, alias De Opendoelman. Meer nieuws hierover lees je op de Opendoelman-Facebookpagina

Update januari 2020: de bundel is inmiddels verschenen! De OpendoelMan Trapt Af is voor €10,25 te koop via genoemde Facebookpagina of in diverse Utrechtse zaken, bijvoorbeeld De Boekenbar, Lunet Werkcafé en KoffieLeute. 

de beste negen van 2017

De #bestnine2017? Voor iemand die dagelijks tientallen foto’s maakt is het een hele opgave om negen favorieten te kiezen. Ik koos dan ook niet per se de ‘beste’ foto’s uit. Wel zie je hier de plaatjes die het verhaal vertellen van negen bijzondere momenten uit het afgelopen jaar.

Allereerst een foto uit de viering in de Utrechtse Janskerk op 29 januari. Ik ben op dat moment net gedoopt en daarmee toegetreden tot de rooms-katholieke kerk. Mijn vrienden en peter en meter, Hans en Elise, hebben me het witte doopkleed omgedaan. Een steeds sterker wordende wens van jaren ging in vervulling. De doop is een keuze die met het verstand niet is uit te leggen. En dat doe ik dan ook niet. Het is een mysterie. Net zo min als ik kan uitleggen wat Maria met me doet. Ik brand een kaarsje voor haar bij hoogte- en dieptepunten in mijn leven. Dit jaar ging ik maar liefst vier keer naar de fantastische Mariatentoonstelling over ‘de meest afgebeelde vrouw op aarde’ in het Catharijneconvent (foto 2).

In 2017 was ‘man/vrouw’ regelmatig onderwerp van gesprek tussen mij en de mensen om me heen. Bijvoorbeeld door de Sire-campagne over jongens en meisjes en de #metoo-discussie. Tegelijkertijd werd voor de eerste keer een gaypride in mijn stadje gehouden. Het was groots om daarbij aanwezig te zijn, ik heb tientallen foto’s gemaakt van de prachtige boten met dito mensen erop. Ontroerend en indrukwekkend. In die week hielp ik ook mee met de voorbereiding van Roze Zondag in de Janskerk. Tijdens de viering hingen we een reusachtige regenboogvlag in de kerk.

De zonnebrillenfoto van mijn lief en mij is gemaakt op Lesbos. Wat was dat een heerlijke week. Zon, zee, lezen, Ouzo en Metaxa, zingende krekels, lange zwoele avonden – ik had er maanden willen blijven. Maar ach, ook in Utrecht was genoeg te doen tijdens de zomervakantie. De foto van de Parade is voor mij een herinnering  aan de vele festivals die ik afgelopen jaar bezocht. Zoals het nieuwe Bucketlistfestival, het Bevrijdingsfestival, proeftuin Rotsoord, Lepeltje Lepeltje en vorige week nog kerstfestival Knus. Over de ‘festivalisering’ las ik zorgelijke artikelen in de krant. De grens aan het aantal evenementen in de Randstad zou zijn bereikt. Maar ik begrijp de aantrekkingskracht van het festival maar al te goed. In je eigen stad, op fietsafstand, bevind je je even in een andere wereld met muziek, theater en culinaire genoegens. Je komt bekenden tegen, doet nieuwe ervaringen op en hebt plezier. Ook als het regent: zie hier mijn festivallaarsjes die ik al jaren in de berging heb staan.

Voor het eerst in drie jaar heb ik kunstenfestival Watou weer bezocht. Jarenlang reden ex 2 en ik elke zomer een weekeind naar dit Belgische dorp, waar op verschillende locaties kunst en poëzie is te zien en te beluisteren. Ik had de afgelopen jaren geen zin om de herinneringen ter plaatse op te rakelen, maar dit jaar ben ik weer gegaan. ‘Over alleenigheid en ondraaglijke eenzaamheid’ was het thema – in m’n eentje had ik het niet getrokken, maar ik was er samen met dochter en dat was een goeie zet! Een paar dagen later stond ik met exgenoot op Schiphol om onze zoon op te halen, die samen met een vriend een maand door Azië had gereisd. Zo mooi om al die verhalen te horen, zo’n trots gevoel dat die jongens het met z’n tweeën hebben gered.

De foto van de fiets is gemaakt bij de werkplaats van Verhipmijnfiets. Mijn fiets-van-de-zaak was dringend aan een opknapbeurt toe. Ik zou ‘m drie weken kwijt zijn, maar dit werden bijna drie maanden. Wat een zegen om haar weer terug te hebben – het frisgele rijwiel is een ankerpunt in de stad. Zeker als ik wat later op de avond de kroeg verlaat.

Foto negen is een afbeelding van iMovies op mijn Macbook. Dit najaar heb ik een training gedaan bij de Videovakvrouw. Filmpjes maken stond al lang op mijn verlanglijst, maar het kwam er steeds niet van. Dankzij de Videotiendaagse kreeg ik de smaak te pakken. Inmiddels kan ik filmen, monteren en muziek onder mijn filmpje plakken. Een eerste videoreeks, met blogtips, is in de maak.

Er zijn honderden foto’s die ik níet laat zien. Foto’s van feestjes: vrienden die 50 werden, het 12,5-jarig bestaan van mijn bedrijf,  twee 25-jarige huwelijksfeesten. Foto’s van exposities in het prachtige Voorlinden, het Groninger Museum, de Fundatie, Boymans van Beuningen, het Kröller-Müller … Ik was bij concerten, had borrels van mijn werk, vierde feestjes in huiselijke kring … en altijd heb ik de camera paraat. Ik ben een toerist. Een verslaggever.

Maar niet álles hoeft vereeuwigd te worden. Uit de reeks niet-gemaakte foto’s zou je de ‘worst nine’ van 2017 kunnen selecteren. Want de tranen, het verlangen, de eenzaamheid, de boosheid, de schaamte en de dood waren er ook. En waren deze ervaringen slecht? Nee, ze waren minstens zo waardevol. Samen met de ‘best nine’ vormen ze de herinnering aan een mooi jaar waarin ik heb liefgehad en geworsteld, ben gegroeid en heb geleerd.

 

 

 

 

 

de latte-factor

‘Wat is jouw latte-factor?’, stond vorige week op de scheurkalender die aan mijn wc-deur hangt. De latte-factor? Nooit van gehoord. Ik las de uitleg op de achterkant van het kalenderblad. Aha: de latte-factor is de optelsom van kleine bedragen die je uitgeeft. Denk aan koffie, een broodje, een glas wijn op een terras. ‘Door je bewust te worden van je kleine uitgaven kun je op de lange termijn flink wat geld besparen,’ tipt de Psychologiekalender. Als ik meer informatie zoek over dit boekhoudkundige bedenksel, kom ik op de website van het Nibud uit. Lees meer over de Latte-factor in dit artikel van het Nibud

Tuurlijk, de financieel deskundigen hebben gelijk. Als je geen broodjes, bier en bitterballen buitenshuis consumeert, houd je maandelijks geld over. In mijn geval zal dat een leuk bedragje zijn. Maar o, wat ademt de latte-factor een benepenheid uit! Hollandse zuinigheid ten top. Want die kop koffie of lunch buiten de deur is toch véél meer dan enkel een kostenpost?

Mijn opa Leever was kind aan huis bij de horeca. Tot hij trouwde, zo rond zijn 35e, at hij dagelijks de warme maaltijd bij zijn Amsterdamse stamkroeg de Poort van Cleve (het bestaat nog altijd). Heerlijk toch? Net als hij mag ik me graag onder de mensen begeven. En dan ga ik niet op een droogje zitten. Ik denk er niet eens bij na: ga ik de deur uit, dan drink ik koffie op de plek waar het me uitkomt. Ik ben niet rijk, ben beslist geen big spender, maar latte-uitgaven zijn me meer waard dan nieuwe schoenen of een verre reis. Het uitzicht vanaf een terras op het Wed, de Mariaplaats of de Oosterkade. Het geroezemoes en gelach om je heen. De onverwachte ontmoetingen en inspirerende ingevingen. Het geluid van rinkelende fietsbellen, het lentebriesje op je huid tijdens een goed gesprek. Dit alles zou ik voor geen goud willen missen. Bijpraten met vrienden doe ik dan ook meestal in de stad. Ook zakelijk spreek ik regelmatig af in een restaurant of op een flexwerkplek. En ja, dan betaal je voor je cappuccino’s. De lunch, de borrel – inderdaad, je krijgt er een rekening voor. Maar dat is toch logisch? Dienstverlening kost nou eenmaal geld. Je krijgt er toch ook iets voor terug?

Ik voel er weinig voor om thuis op de bank triomfantelijk te gaan berekenen hoeveel geld ik bespaar als ik niet meer de stad inga. Voor mij symboliseert de latte levensvreugde, vriendschap en sociale contacten. En dat zijn factoren waarop ik liever niet bezuinig.

 

de zegeningen van de saaiheid

Nieuw is spannend. Oud is saai. En dus vind ik het elke zomer nodig twee of drie nieuwe jurken te kopen – alsof dat jurkje met aardbeienprint nou zo wezenlijk anders is dan het exemplaar met kersenprint. Wéér bekijk ik dromerig verschillende websites met vakantiebestemmingen. Opnieuw maak ik allerlei plannen. Plannen maken is leuk. Dromen is fijn. Van het onbekende gaat een magische aantrekkingskracht uit. Nadenken over een innovatie, over een nieuw bedrijf of nieuwe dienst … wat fantastisch is die brainstormfase. Fonkelende ogen, woorden die over elkaar heen buitelen, slordige aantekeningen met een veelbelovende inhoud. Idem in de liefde. Die eerste date, de eerste zoen,  de gedichten, de rozen, de witte wijn, de vioolmuziek. Nieuw is verdovend. Nieuw is mooi.

Maar de glans gaat eraf. Onherroepelijk. In het aardbeienjurkje zit een haal van de kat. Tegen de verse gesausde muren in mijn woning zijn muggen doodgeslagen. Het huis moet iedere week gedweild. Het innovatieve bedrijf en de geïmplementeerde cultuuromslag zijn op een dag niet meer zo vernieuwend – beheer en onderhoud zijn minstens zo belangrijk. En ook liefde en vriendschap vragen om onderhoud. Nieuwsgierigheid maakt plaats voor weten. De spannende verscheidenheid wordt ingeruild voor onbegrip. Daar komt bij dat ‘nieuw’ heus niet altijd leuk is. Je wordt er soms zo hyper van. Oud mag saai zijn, maar het geeft ook rust. Hoe fijn is het om elke avond weer m’n eigen vertrouwde huis binnen te stappen. Met dezelfde lieve huisgenoten. Om al jarenlang hetzelfde leuke werk te doen. En dezelfde vertrouwde vrienden om me heen te hebben.

Ik kan wel eens afgunstig luisteren naar vrouwen die zuchten dat hun man alwéér niet gestofzuigd heeft. Of met vochtige ogen kijken naar stellen die ik jaar in, jaar uit in met dezelfde caravan achter de auto dezelfde straat uit zie rijden – om naar telkens weer hetzelfde land op vakantie te gaan. Met hetzelfde beddengoed dat geurt naar het vertrouwde waspoedermerk. En met dezelfde gehaakte toiletrolhouder op de hoedenplank. Mijn leven is aangenaam afwisselend, maar we vergeten nog wel eens de diepere betekenis van sleur. Daarom draai ik nu, op deze heel gewone tweede pinksterdag, één van mijn lievelingsliedjes van Claudia de Breij: sleur met jou. Voor mezelf, maar ook als opstekertje voor de langdurig samenwonende setjes om me heen die vinden dat hun relatie saai en sleets is. Count your blessings. 

 

mislukt

‘Wat is uw grootste mislukking?’ is de vraag van de week in het zaterdagse katern Tijd van Trouw. Mijn antwoord heb ik gisteren al aan de krant verzonden. Maar omdat je van Trouw slechts 120 woorden mag gebruiken, borduur ik hier nog even voort op het onderwerp. Mijn blogs mogen gelukkig zo lang worden als ik zelf wil. Ik zal me inhouden, maar over het onderwerp ‘falen’ kan ik eindeloos doorschrijven. Het imperfecte, het onaffe, de mislukking (wat is dat eigenlijk?) – ik kan me er veel meer mee identificeren dan met het succesverhaal. Met mensen die altijd lachend door het leven lijken te gaan. Die ongegeneerd opscheppen over hun perfecte kinderen, die mooi en intelligent zijn én in het begenadigdenklasje van de hockey zitten (dat klasje heeft een naam, maar die vergeet ik altijd). Mensen die natuurlijk nog steeds gelukkig samen zijn met hun jeugdliefde. Die drie keer per jaar met vakantie gaan. Die nooit geconfronteerd lijken te worden met ziekte of dood. Die leuke banen hebben en wooncarrière maken. Ze zijn inmiddels toe aan een twee-onder-één-kap, mijn generatiegenoten.

Ik realiseer me dat deze opsomming naar kinnesinne kan rieken. Maar zo is het niet bedoeld. Ik gun het ze, echt. Maar ik voel me veel meer verwant met hen die het ogenschijnlijk stukken minder voor elkaar hebben. Met mensen die de mislukking kennen.

Bestaat dat eigenlijk wel, ‘mislukt’? In mijn leven zijn diverse zaken anders verlopen dan ik van te voren had bedacht. Lang geleden trouwde ik – dat huwelijk is al jaren voorbij. En ook de relatie die daarop volgde is, zoals dat genoemd wordt, ‘mislukt’. Maar wat is dat, een mislukte relatie? Wanneer is een relatie gelukt? Als je bij elkaar blijft? Als je samen oud wordt? Volgens mij kunnen vriendschappen of (liefdes)relaties helemaal niet lukken of mislukken. ‘Lukken’ betekent dat je succesvol je doel hebt bereikt.

Voor je rijbewijs kun je slagen. Je kunt je opleiding succesvol afronden. Een offerte uitbrengen en de klus krijgen. Je kunt een ingewikkeld Jamie Oliver-recept uitproberen, twee uur in de keuken staan en uiteindelijk een gerecht serveren dat er precies zo uitziet als op het plaatje. In al die gevallen kun je spreken van ‘gelukt’. Een relatie echter blijft altijd hard werken. Het is nooit klaar. Tenzij je elkaar niet meer gelukkig maakt. De relatiebreuk betekent in dat geval een nieuw begin. Je gunt elkaar een nieuwe start. En dat noem ik bepaald geen mislukking.

Succesverhalen maken mensen moedeloos. Als ik tien minuten naar gebluf geluisterd heb, raak ik verveeld. Ik prijs me gelukkig met mensen om me heen die hun flaters ruimhartig met me delen. Ik doe dat ook met hen. Mijn twijfels, mijn angsten, mijn onzekerheden, ja, zelfs mijn mislukkingen.

Het Trouw-artikel noemt boektitels die je leren om je mislukkingen om te buigen naar succeservaringen. Klinkt goed, maar ik betwijfel of je wel altijd van je fouten leert. En ach, is dat zo erg? Falen levert je in elk geval verhalen op. Sterke verhalen wellicht. Maar ook kwetsbare verhalen. En die zet je niet zo snel in de krant.