Maandelijks archief: maart 2015

het zelfhulpboek

Praten Met Je Partzelfhulpboekenner, Mannen Komen van Mars, Vrouwen Komen van Venus, Samen Gesteld: ik laat ze allemaal door m’n handen glijden tijdens het inpakken van de verhuisdozen. Mooie boeken, maar ze mochten niet baten. Ik kan beter Scheiden voor Beginners er weer bijpakken, het praktische handboek dat ik in 2002 bij m’n echtscheiding aanschafte. Al bladerend denk ik echter: what’s new? Ongezien zet ik de titels in mijn nieuwe huis op de bovenste plank van de kast. Lezen, wat helpt het, denk ik stuurs.

Een paar weken na mijn verhuizing komt vriendin M. op bezoek. Ik zit nogal in een dip die week; ze is niet de eerste die bij me op de stoep staat om me op te beuren. Vrienden zijn werkelijk ónmisbaar in deze barre tijden. Ik krijg een flinke stapel studiemateriaal te leen. Beleefd blader ik de werkjes door en leg ze in de vensterbank. Lezen kan altijd nog, denk ik. Maar na M.’s vertrek kan ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen. Beweert Jan Geurtz nu écht dat veel relatieproblemen ontstaan doordat we ons afhankelijk opstellen, dat we verslaafd zijn aan liefde omdat we onszelf afwijzen? En wat heeft hij hier dan voor oplossingen voor? Ik negeer de zelfhulpgoeroe-achtige ondertitel de weg naar zelfacceptatie en geluk in relaties en lees voor het eerst sinds de zomer weer een boek. De halve nacht lees ik door; twee dagen later heb ik het uit.

Ik zit nu middenin Liefde, Lust en Ellende. Een heerlijk boek met hoofdstuktitels als ‘dumpen of gedumpt worden’, ‘ex-appeal’ en ‘singlisme’. Mét bruikbare tips bij vragen over ‘prinsessengedrag van vrouwen, slappe-zakkengedrag van mannen, scheve relaties en vrienden blijven’. En als ik Roos Vonk heb uitgelezen pak ik The 7 Myths About Love erbij dat de buurman me vorige week kwam brengen. Nee, mij hoor je niet meer spotten over het zelfhulpboek. Misschien moet ik er zelf maar eens één schrijven.

verhuizen

Een openingsborrel, launchparty of ondernemersbijeenkomst – als je me uitnodigt, ben ik erbij. Ik laat het zelden afweten. Maar in december en januari trok ik het niet. Op die ene borrel na dan, de dag voordat ik de sleutel van mijn nieuwe woning kreeg. Ik weet niet eens waarom ik ben gegaan – de macht der gewoonte zeker. Uitgeblust stond ik met een glas in m’n hand, daar in dat restaurantje aan de Lange Nieuwstraat. Wat er loos was, vroeg een oplettende medebezoeker. ‘Ik ga verhuizen,’ meldde ik mat. ‘Verhuizen?’ reageerde hij enthousiast. ‘Groter, mooier, dichter bij het centrum?’ Ik moest hem teleurstellen. Van mij geen succesverhaal. De stap naar groter, mooier, duurder had ik drie jaar eerder al gezet. Toen verkochten we onze te klein geworden flat aan de Karel Doormanlaan en betrokken de ideale eengezinswoning voor onze patchworkfamily.

Maar ja. Hoe fijn zo’n nieuw, groot huis ook is, in welke kleuren je de muren ook schildert – als je niet happy bent, werkt het niet. We gingen uit elkaar. En vervolgens daalde ik een paar treetjes op de wooncarrièreladder. Ik ging weer huren. De hele kerstvakantie stonden mijn vrienden, kinderen, exen en ik met emmers verf op ladders te balanceren, er werden vloeren gelegd, gaten geboord, ramen gezeemd, verhuisdozen gepakt. Het was een slopende tijd, maar ik ben er weer. Met dank aan vele vrienden was de verhuizing in een halve dag gepiept. De verhuislift kantelde omdat uitgerekend díe dag windkracht 10 opstak. En de piano moest met vereende krachten door het halletje van mijn flat worden geperst. Toch is het allemaal maar mooi gelukt. Ruim twee maanden na de zóveelste verhuizing in mijn leven ben ik eindelijk weer een klein beetje geland. Tijd voor iets nieuws. Zoals een eigen blog, iets wat ik al jaren van plan ben. Minstens tien drafts zitten in mijn hoofd. Nu nog op het scherm. Ik ga vannacht nog even door!