
Een maand geleden deed ik het: ik verwijderde mijn Facebookaccount. En dat was best even slikken. Ik deed het niet omdat ik het zo dolgraag wilde. Ik deed het omdat ik me realiseerde dat het goed voor me was. De verleiding was groot om mijn account binnen twee weken weer terug te plaatsen (Facebook biedt spijtoptanten deze mogelijkheid), maar die kans heb ik voorbij laten gaan. Acht jaar foto’s, filmpjes en correspondentie heb ik gewist. En dat was moeilijk. Zeker voor een fervent gebruiker als ik. Toch heb ik nog steeds geen spijt.
Het besluit om te stoppen nam ik op zondagavond 8 april, toen ik mijn tv aanzette en de aftiteling zag van Zondag met Lubach. A brand new day van Diana Ross knalde mijn kamer in. Daar stond Arjan Lubach, dansend temidden van tientallen blauwe ballonnen, terwijl de hashtag #byebyefacebook voorbijkwam op het scherm. Al snel begreep ik dat Lubach een Facebookevent had aangemaakt voor woensdagavond 11 april – een event om van Facebook af te gaan. Voor mij was dat een kippenvelmoment: jaaaa, dacht ik, ik doe mee, wég met Facebook!
Dat besluit kwam niet uit de lucht vallen. Al maanden had ik mijn twijfels. Ik installeerde de Demetricator in de hoop dat Facebook daarmee minder aantrekkelijk voor me zou worden. Een soort nicotinepleister, maar dan tegen een ander type verslaving. In de Vastentijd haalde ik de app met de blauwe F van mijn telefoon en plaatste ik veertig dagen geen Facebookpost. Dat hielp allemaal wel een beetje, maar niet genoeg. Na de veertigdagentijd bezocht ik de site nog steeds meerdere malen per dag.
Is het dan zo erg om vaak je Facebook te checken?, vraag je je misschien af. Ja. Ik vond dat erg. Ik baalde ervan dat ik geen weerstand kon bieden tegen de verleidingen van de site. En daar had ik de jaren daarvoor veel minder last van. Toen ik met Facebook begon, in 2010, vond ik het fantastisch. Er ging een wereld voor me open. Dankzij Facebook vond ik
kennissen van vroeger terug, het contact met verre familieleden werd intensiever. Facebook verving het vertrouwde adressenboekje, Facebookvrienden worden was genoeg. Ik sloot me aan bij groepen, ik voerde gesprekken en discussies. En natuurlijk plaatste ik foto’s. Van verjaardagen, van vakanties. Facebook werd een soort fotoalbum en dagboek ineen. Het werd een sport om in te checken op bijeenkomsten: bij elke borrel, elk feest, elke ondernemersbijeenkomst en elk theaterbezoek plaatsten mijn vrienden en ik foto’s, waarbij we elkaar tagden. Dit gaf de mogelijkheid om de voorpret en de napret te delen. Daarnaast is Facebook een handige zoekmachine: tijdens een gesprek in de kroeg kun je op ieder moment informatie vinden over de personen waar je het over hebt. Véél informatie ook – het is verbazingwekkend wat mensen allemaal openlijk delen op de site.
Natuurlijk heeft Facebook ons ook veel gebracht. Het is mooi dat je mensen via het platform makkelijk kunt mobiliseren en op een laagdrempelige manier aandacht kunt vragen voor misstanden in de samenleving. Er zijn besloten groepen waar lotgenoten van over de hele wereld hun lief en leed met elkaar kunnen delen. Het is makkelijk en het is gratis. Enerzijds is het een fantastische uitvinding. Anderzijds is het een enorme aandachttrekker.
Steeds vaker ondervond ik de donkere kanten van het smoelenboek. De bemoeienis met mijn leven bijvoorbeeld, via commentaren onder mijn foto’s en ongegeneerde vragen IRL. De deeldwang: ook al heb je geen zin om meteen in te checken als je ergens een zaal betreedt, gek genoeg voelt het bijna als een verplichting. Natuurlijk hóefde ik niet een paar keer per week een update te plaatsen. Maar het vlees is zwak. Ik geef eerlijk toe dat ik weerloos ben tegen de druk van Facebook. Toen ik erachter kwam dat Facebook mensen inhuurt om ons continu prikkels te geven, zodat we echt verslaafd raken aan het medium, verbaasde dat me niets. Steeds vaker greep ik mijn telefoon, ook tijdens mijn werk, om ‘even’ mijn Facebook te checken. Ik plaatste hier een like, voerde daar een gesprekje, plaatste een grappige foto van de kat. En voor ik het wist was ik twintig minuten verder. Ik voelde me dan slecht en had een opgeblazen gevoel, alsof ik veel te veel gegeten had.
In het artikel‘Wat je terugkrijgt als je van Facebook gaat’ (de Correspondent) beschrijft Bregje Hofstede het zo: ‘Telkens wordt mijn aandacht gekoloniseerd door kleine rode bolletjes, pings, meldingen – of simpelweg de wetenschap dat die er zouden kunnen zijn, als ik nu even op het knopje druk.’ Facebook vraagt zoveel aandacht dat het leidt tot een ernstig gebrek aan concentratie. ‘Mijn angst is, dat zelf over je aandacht kunnen beschikken steeds meer een voorrecht wordt – en dus dat concentratie een uitzonderlijk talent wordt,’ schrijft Bregje. Ik vind het zó herkenbaar. Daarnaast sleurt Facebook je weg bij dat wat er om je heen gebeurt. De site krijgt het voor elkaar dat je de overbelichte verjaardagskiekjes van een verre achterneef belangrijker vindt dan de persoon die naast je zit. Je scrolt langs flauwe conversaties en bekijkt grappige filmpjes, terwijl je intussen een gesprek zou kunnen voeren met een mens van vlees en bloed. Facebook is een ‘aandachtshacker’. En dan heb ik het nog niet eens over de informatiebubbel en de verspreiding van
nepnieuws, die volgens sommigen een bedreiging vormt voor de democratie.
En dus verwijderde ik mijn account, precies om 20.00 uur op die elfde april. Ik vond het idee van het Facebookevent briljant. Jarenlang checkte ik elke week wel in op een of ander event. Dit werd mijn laatste. Het voelde echt niet fijn, de eerste dagen na mijn vertrek. Alsof ik was verhuisd uit mijn vertrouwde dorp. Ik had en heb nog steeds ontwenningsverschijnselen. Maar ik zet door.
Op Twitter en Instagram ben ik nog wel actief. Want ik blijf een social media-fan. Ik merk echter dat die platforms veel minder verslavend zijn dan Facebook. Twitter is voor mij vooral een handig communicatiemiddel. En Instagram is mijn fotodagboek. Ik plaats een bericht en ben er daarna weer weg. Beide zou ik niet willen missen. Maar Facebook kan best zonder mij. Ik was het bijna verleerd om minstens een uur lang aandachtig te lezen: tijdens een Facebookbezoek spring je immers van de hak op de tak. Maar nu lees ik eindelijk weer eens boeken, ’s avonds op de bank. Ik kan het iedereen aanraden.


ade-eitjes, Paas-VIP-party’s bij de lingeriewinkel en huppende paashazen op het meubelplein: ik heb niet zoveel met de ‘Vrolijk Pasen!’-cultuur. Maar de weken vóór Pasen vind ik een van de mooiste perioden van het jaar (het festivalseizoen, dat daarna aanbreekt, mag er natuurlijk ook zijn). Ik heb veel meer affiniteit met het lijden dan met die opgeklopte vrolijkheid. En dat komt niet omdat ik een zwartgallige somberaar ben. Integendeel, ik vind het heerlijk om in goed gezelschap te genieten van de fijne dingen die het leven biedt (zoals eerdergenoemde festivals). Maar juist omdát je beseft of zelfs accepteert dat het leven ook lijden is, komt er meer waardering voor de mooie, soms heel kleine dingen.
In feite is het lijdensverhaal een theaterstuk in vijf delen, eindigend op paaszondag. Het verhaal van het lijden en sterven van Christus: ik heb het al zo vaak beluisterd, maar elke keer hoor ik weer wat nieuws. Het staat symbool voor de hoop. Er is lijden, er is afzien, maar daarna wordt het beter. Het hoeft niet per se goed te komen, het wordt anders: maar altijd gloort er licht aan de horizon. ‘Het kruis als symbool van lijden en dood zal verlossing brengen,’ schrijft filosoof Piet Winkelaar erover in Trouw (14 april 2017). ‘Het passieverhaal staat in onze cultuur symbool voor hoe mensen met hun lijden kunnen omgaan.’ Winkelaar meldt overigens, volkomen terecht, dat niet alleen dit verhaal ons wijst op de realiteit van lijden en dood. Ook Boeddha, Lao Tse, Socrates en vele anderen doen dit.
erde Nederland: ‘Alsof er een barst zit in de leukigheidscultuur, dat het even oké is om naar Bach te luisteren.’ Die ene dag per jaar, Goede Vrijdag, is echter te weinig om bezig te zijn met lijden, vindt De Wachter. Er moet meer aandacht komen voor het lijden.
In tijden van crisis is Facebook een slangenkuil. Met kiekjes van happy families onder de kerstboom, blije stelletjes op Valentijnsdag en exen die ogenschijnlijk nog nooit zó gelukkig zijn geweest. Het is de dorpspomp in het kwadraat. Ontvriend worden, reacties met een dubbele bodem, reacties die uitblijven: als je tóch al wenend op de bank zit, is dit alles niet bevorderlijk voor je welzijn. Anderzijds is het Smoelenboek soms ook heel opbeurend. Er zijn momenten dat de Facebookfamily me er echt doorheen sleept.
krijg ‘leuke mannen uit de regio’ voorgeschoteld door Lexa en Zook. En hypotheekadviezen, terwijl ik goddank alweer vele maanden huur. De mooiste in de reeks doelgroepadvertenties vond ik wel de voorgestelde pagina ‘consulent worden bij Mens & Relatie’. Hè ja, Facebook, na al het geploeter in mijn eigen relatie lijkt het me héérlijk om me nu eens te verdiepen in andermans echtscheidingsleed – bedankt voor de tip!