Tagarchief: De Parade

‘Paradegevoel’ op Camping de Wereld

Camping de Wereld bij nacht

‘Kamperen met festivalallure’, las ik half juni in het Trouw-artikel Op de festivalcamping regeert nu de rust. Meteen dacht ik: dit wil ik deze zomer! De vakantie naar paradijselijk Lesbos hadden we afgezegd. Veel te link om te vliegen tijdens een pandemie, daar waren mijn lief en ik het over eens. Maar drie weken Balkonië zagen we ook niet zitten, hoe leuk Utrecht ook is. Dus boekten we een reisje naar pop-upcamping De Wereld, in een vennengebied vlakbij Nijmegen.

De camping is een samenwerkingsproject van gedupeerde festivalondernemers, die vanwege de coronacrisis hun hele zomer in het water zagen vallen. Initiatiefnemer Diederik Walther zegt in het interview in Trouw: ‘De tenten, sanitaire voorzieningen, tafels en stoelen, de foodtrucks – alles stond opeens stof te happen. Tegelijkertijd gaan veel Nederlanders niet in het buitenland op vakantie. Wat als we die spullen gebruiken voor een pop-upcamping, ondernemers zo nog wat laten verdienen en gasten een leuke week bezorgen?’ Ik houd ervan, die kracht en het lef van ondernemers. Niet lijdzaam afwachten, maar dóen.

Bos-akoestiek

En wat is het gaaf! De kleuren, de sfeer, de theatervoorstellingen, de leuke mensen, het lome leven. Meteen op de eerste avond zitten we bij het Klapstoelkabaret – ook al een corona-initiatief. In een open veld middenin het bos staan Kiki Schippers en Vlamousse op een uitklappodium. Ze houden vlammende betogen over wit huiswerk, bodyshaming en het vrouwelijk orgasme. Geweldig om tijdens de zang de galmende akoestiek van het bos te ervaren in plaats van die van een theaterzaal. En heel fijn om weer bij een voorstelling te zijn. Begrijpelijk dat De Parade en zoveel andere festivals niet door kunnen gaan deze zomer – maar het is wel een gemis! (Tekst gaat verder onder de foto)

Kiki Schippers

Coronaproof

Camping De Wereld is een ‘glamping’ met tipi’s waarin je fatsoenlijk kunt staan, echte bedden en een koelkast. Gelukkig maar, want kamperen is niet echt mijn hobby (hoewel ik op Keiland de charmes van het leven in een tentje leerde herwaarderen). Alle tipi’s en yurts hebben landennamen die terugkomen boven de deuren van het sanitair; geheel coronaproof hebben we een eigen douche en toilet. Natuurlijk blijft het behelpen. Koffiezetten gaat niet met een druk op de knop. Je loopt met een pannetje naar de kraan, kookt water op het butagasstel en giet dan je koffie op via het filter. Moet je ’s nachts plassen, dan zit er niets anders op dan naar het toiletgebouw te lopen. Maar ach, het hoort bij het campingleven en helpt bij het vertragen.

In de eerste versnelling

Want vertragen, dat doen we. Dan begon al met de fietstocht van Utrecht richting Nijmegen. Ontzettend leuk: op de fiets zie je zoveel meer! In Doorn kom ik bijvoorbeeld een standbeeld tegen van een van mijn lievelingsschrijvers, Simon Vestdijk. En we fietsen langs de schitterende Cunerakerk in Rhenen en door het prachtige natuurgebied De Blauwe Kamer vlakbij Wageningen. Die eerste versnelling houden we aan tijdens ons verblijf in Overasselt. Het had me leuk geleken om een dagje Nijmegen te doen, of naar het Afrikamuseum te gaan. Maar het is te warm. En op de camping is genoeg vertier.

Stille Disco en rosé

We gaan naar de Stille Disco, lezen boeken, staan onder de ijskoude sproeier, drinken een biertje op het terras. Er is een Kledingkerkhof waar je je oude kleding ten grave kunt dragen, compleet met afscheidsverhaal. We zien de video-installatie There must be some way out of here van De Jonge en De Witte, een duo dat eveneens het hele zomerprogramma moest annuleren. Op een kwartiertje fietsen bevindt zich recreatieplas Berendonck voor de broodnodige verkoeling. En op de laatste avond zitten we, schuilend voor een onweersbui, urenlang onder een grote tentluifel met diverse andere ‘wereldburgers’ rosé te drinken. Toch nog een beetje dat Paradegevoel. (Lees verder onder de fotocollage)

9x camping De Wereld

Complimenten aan het team, dat in korte tijd zo’n fantastische camping en dito programma heeft opgezet. Wat mij betreft hoef ik volgend jaar de landsgrenzen niet over, maar ga ik weer op wereldreis om de hoek!

de parade 25 jaar

‘Neuken, pijpen, beffen, cocaïne en rosé,’ zongen Van Houts en De Ket jaren geleden blijmoedig bij de ingang van hun theatertent. In het liedje omschreven ze de (in hun ogen) voornaamste USP’s van de Parade. Ouders met dreumesen aan de hand versnelden verschrikt hun pas bij het horen van dit tekstje, gezongen op een onschuldige kinderliedjesmelodie. Voor mij één van de mooie herinneringen aan 25 jaar De Parade. Tegenstanders van het festival smalen over ‘een feestje voor hippies en bakfietsmoeders.’ ‘Elitair vermaak. En het wordt élk jaar duurder.’ De liefhebbers echter tellen jaarlijks vanaf juni de dagen totdat het rondtrekkend theaterfestival in hun stad neerstrijkt. Eén van die liefhebbers ben ik. Sinds 2002 ben ik elke zomer meerdere avonden op het festivalterrein te vinden. Hoe komt het dat de Parade zo’n onweerstaanbare aantrekkingskracht op me heeft?

Is het de zweef? Nee. De zweefmolen vind ik eng. Vroeger, met de kinderen, ging ik er wel eens in. Maar de mannen van de zweef (al jaaaren dezelfde trouwens) trekken mij altijd te hard aan de schommels tijdens het zweven. Als ik dan toch draaierig wil worden, dan liever van de wijn, die altijd rijkelijk vloeit op de Parade. Niet eens omdat ik zelf zo groot insla: het is een goede gewoonte om de vele bekenden die je treft op het terrein bij te schenken uit de fles die je eerder op de avond hebt aangeschaft bij de wijnbar. Gelukkig wordt het drinken van kraanwater op de Parade gestimuleerd, zeker sinds het festival Join the Pipe steunt. Dat, in combinatie met de consumptie van een paar geitenkaaskroketten van Haute Friture, maakt dat het met de kater uiteindelijk best meevalt.

Kees & Eddie op de ParadeIs het de kwaliteit van de voorstellingen? Ja en nee. Er is veel moois te zien op de Parade. Ik denk met plezier terug aan shows van Ellen ten Damme, Sven Ratzke, Maarten van Roozendaal en ongelooflijk veel onbekend talent (zó onbekend dat ik geen namen kan noemen). Soms valt het mee, soms valt het tegen. Zaterdagavond in Utrecht zag ik De Geräuschmacher van Beppe, Kees en Eddie. Een vermakelijke voorstelling, maar bij lange na niet zo dolkomisch als Mon Bouillon van een aantal jaren geleden. Ook zag ik Metamorphosen van Greet, Femke en Linda. ‘Zonde van mijn geld,’ briesten mijn vrienden bij het het verlaten van de tent. En inderdaad, de weergave van het klassieke meesterwerk van Ovidius was dermate onbegrijpelijk dat we de plot met geen mogelijkheid konden navertellen. Voor mij hoort dit echter ook bij de Parade: met z’n allen dicht opeengepakt in een bloedhete tent naar een vage voorstelling kijken met veel rook, gekleurd licht en mysterieuze geluiden, en eigenlijk geen idee hebben wat er gebeurt. Maar het kan je niet schelen, omdat je met leuke mensen bent. Omdat je weet dat je een half uur later op de dansvloer van de Silent DiscoKen uzelf staat. En omdat je elk jaar weer vrienden-van-vrienden treft aan de lange tafels met ongemakkelijke houten bankjes. Mensen die je meteen kunt vragen ‘ken jij jezelf?’, daarbij obligate dooddoeners als ‘wat doe jij eigenlijk?’ overslaand.

Deze prettige chaos, tegen een decor dat het midden houdt tussen een camping, de kermis en een enorm terras op een lommerrijk plein, maakt dat ik ook vanavond weer de fiets pak op weg naar het Moreelsepark.