Categoriearchief: Utrecht

2016 in vier woorden

Geloof, hoop, liefde en tijd. Dat zijn voor mij de sleutelwoorden voor 2016. Ik gebruik ze als kapstok bij mijn terugblik op het jaar. En dan begin ik met het lastigste woord: tijd. Of liever gezegd – het gebrek eraan.

Ik geloof dat het niet voor niets was dat ik mijn horloge afgelopen zomer verloor. Een paar uur later vond ik het kapotgetrapt terug op de stoep van een winkel. Dit horloge, dat ik kreeg van mijn moeder, is me zeer dierbaar. Mijn moeder kreeg het van mijn vader op hun verlovingsdag. Omdat mama het klokje te los om haar pols vond zitten, gaf ze het op mijn achttiende aan mij. Sindsdien heb ik het altijd gedragen. Het was dus een schok om het kwijt te zijn. Gelukkig vond ik een uitstekende horlogemaker die het klokje heeft gerepareerd. Maar dat betekende wel dat ik een maand lang niet kon zien hoe laat het was. En dat maakte me ervan bewust wat voor issue tijd voor me is. Op tijd zijn, afspraken nakomen, van de ene bespreking naar de andere vliegen – zo ziet mijn werkweek er meestal uit. Ik kom altijd nét tijd tekort. Omdat er zoveel leuke opdrachten zijn. Omdat ik met zoveel leuke mensen wil afspreken. Omdat ik ook tijd wil maken voor vrijwilligerswerk. Al jaren worstel ik met een overvolle agenda. Al jaren weet ik, voel ik, dat het anders moet. Dit jaar kreeg ik verschillende signalen dat het de hoogste tijd wordt dit probleem echt serieus te nemen. Het kapotte horloge zei me: ‘Hoe lekker zou het zijn om af en toe tijdloos te leven? Gewoon te kunnen lummelen, de boel de boel te laten?’ Tijdens tekstschrijverscongres Tekstnetwerken kreeg ik nog zo’n signaal. Schrijver Marcel van Driel zei in zijn presentatie ‘Zeg vaker NEE’: ‘Elke dag krijg je 86.400 seconden. Daarmee kun je doen wat je wilt. Aan het eind van de dag zijn ze op.’ Marcel koos ervoor om iedere dag maar vier uur te werken. Hoe doet hij dat toch, dacht ik jaloers. Maar het bleef bij denken. Totdat ik dit najaar, wekenlang meer dan fulltime werkend aan een grote klus, dacht: ‘NU ga ik er werk van maken. Ik wil echt meer tijd voor mijn kinderen, mijn lief, mijn vrienden en familie. En eh …. ook meer tijd voor mezelf.’ Want vooral mezelf loop ik met deze levenshouding voorbij. En met mezelf moet ik het toch maar zien uit te houden. Uiteindelijk ben ik de enige die mij altijd vergezelt bij het overstappen van de drempel naar het nieuwe jaar. Het thema ‘beter omgaan met je tijd’ staat nu hoog op de (jaja, daar is -ie weer) agenda. Ik heb allerlei processen in gang gezet. Daarover meer in mijn nieuwjaarsblog. 

De tijd even stil laten staan: daar heb je hulp bij nodig. En dat brengt me op sleutelwoord 2 van 2016: geloof. Religie is relatief nieuw in mijn leven. Ik ga regelmatig naar de kerk, doe al een paar jaar mee aan de veertigdagentijd en de Paaswake in de EUG. Wat religie precies voor me betekent is lastig in woorden uit te leggen. Tijdens een viering gaat het voor mij over het onalledaagse – met woorden, maar vooral in geuren, licht, klanken: het zintuigelijke. Ik word even stil, word boven mezelf uitgetild. In het afgelopen jaar heb ik veel gesprekken gehad over religie omdat ik rooms-katholiek wil worden. En dus was geloven een belangrijk thema in 2016.

Waarom het thema ‘hoop’? De gebeurtenissen in de wereld stemden ons regelmatig somber, het afgelopen jaar. Aanslagen, oorlogsgeweld, Trump als nieuwe president –  het zijn weinig hoopgevende ontwikkelingen. Het zou makkelijk zijn om hierdoor cynisch en verzuurd te raken. Maar dat wil ik niet. Ik klamp me, naïef misschien, vast aan de  hoop en het vertrouwen. De mensen die na een aanslag samenkomen om bloemen neer te leggen en kaarsen te branden. Die weigeren de kerstmarkt of de bioscoop te mijden omdat er wellicht een volgende aanslag kan volgen. Hoe negatief het er ook uitziet in de wereld, ik blijf vertrouwen. Omdat ik ook de hoopvolle tekenen zie in mijn eigen omgeving. De lokale initiatieven voor duurzaamheid en ‘samen delen’ bijvoorbeeld. Het Broodfonds waarbij ik me heb aangesloten, waarin mensen elkaar kennen en hun zorgen delen met elkaar. Ook denk ik met dankbaarheid terug aan de oplossing van een klein persoonlijk drama dat ik een paar maanden geleden meemaakte, namelijk het weer live zetten van mijn kwijtgeraakte blogsite. Ik wil blijven geloven in het goede in de mens.

Het mooiste woord heb ik voor het laatst bewaard: de liefde. Want die was er volop in 2016. Ik ben dankbaar voor de mooie ontmoetingen en de lieve mensen om me heen. We begonnen het jaar in mijn woonkamer met vrienden die elkaar goed en minder goed kenden. We stelden elkaar rake vragen en gaven elkaar de ruimte voor onze verhalen. Het was een fantastische avond. En vele mooie avonden zouden volgen. Urenlange gesprekken voerde ik met vrienden, thuis, op terrassen en in de kroeg (en is het sluitingstijd, dan is er gelukkig nog Kafé België 😉 ). In één van die Utrechtse kroegen ontmoette ik een mooie man. We werden verliefd. En zijn dat nog steeds.

Liefde en trots voelde ik deze zomer toen mijn zoon bij UniC zijn vwo-diploma ondertekende. Een mijlpaal! Dochter maakte alweer de overstap naar de vijfde. Ook bijzonder: voor het eerst in 12 jaar ging ik met exgenoot en onze kinders op zomervakantie. En we vierden het vijftigjarig huwelijksfeest van mijn ouders. Een zonnige, feestelijke dag. Maar soms gaat liefde voorbij. Omdat je het wilt of omdat het niet anders kan. Ik nam afscheid van een paar maatjes die me geen energie meer gaven, van een kortstondige liefde, en helaas ook van vriend Ruud, die veel te jong overleed dit jaar. Mijn oom Ton is afgelopen jaar na een lang ziekbed gestorven. En dan was er de onverwachte, zelfgekozen dood van filmclubmaatje Johan. Ik denk met weemoed aan deze mannen terug.

Liefde ervaar ik ook bij het bezoeken van inspirerende bijeenkomsten, festivals, theaters, musea en filmhuizen. Liefde voor de schoonheid van het leven. Ik bezocht Nijklaester aan het begin van de vastentijd, vierde voor het eerst van mijn leven carnaval (in Oeteldonk). Ik was ook dit jaar weer vele avonden te vinden op de Parade, liep op rode regenlaarsjes door de blubber bij culinair festival Lepeltje Lepeltje, ging naar de boekpresentatie van Mooi niet Alleen, een boek over het solobestaan. Ik bezocht voor het eerst De Beschaving en was daar maar liefst zes uur offline, ging naar de Nacht van de Poëzie, bezocht de spectaculaire uitvoering van Don Giovanni in de Werkspoorkathedraal en het indrukwekkende La Musica 2 van Theater Utrecht, zag prachtige films als Down to Earth en In Pursuit of Silence. En dan was er nog zoveel meer.

Zóveel meer. Wat een zegen dat er een nieuw jaar voor me ligt. 365 dagen die bestaan uit elk 86.400 seconden. Ik ga er zorgvuldig gebruik van maken.

 

maria

Herfst 2002. Een paar dagen in Parijs. Ik loop de Notre Dame binnen, waar juist een koor staat te zingen. Ik schuif één van de bankjes in, snuif de geur van wierook op en luister naar de muziek. Het is een turbulente tijd: ik ben net gescheiden en krijg over een paar weken de sleutel van mijn nieuwe huis. Daar zal ik samen met mijn kinderen, dan twee en vier, gaan wonen. Hoe zal dat gaan? Zal ik het redden, als alleenstaande moeder? Zoals wel vaker in die weken slaat de schrik me om het hart. Terwijl ik in de prachtige kerk naar het koor zit te luisteren, denk ik aan mijn zoon en dochter die straks uit hun vertrouwde omgeving worden weggerukt. Wat had ik het graag anders voor ze gewild. Ik voel me verdrietig en machteloos.

Ik rommel in mijn tas, op zoek naar een tissue. Als ik met betraande ogen weer opkijk, krijg ik Maria in het vizier. Schuin boven me hangt een beeld van haar. Ze kijkt me recht in de ogen. Haar zoon, met fier opgericht hoofd, houdt ze stevig in haar linkerarm. Je ziet dat het jochie het redt omdat hij zich door zijn moeder gedragen weet. Maria blijft me aankijken: zelfverzekerd, maar beslist niet arrogant. Mild, krachtig en liefdevol tegelijk. Ik ben perplex. Op dat moment weet ik het zeker: Olga, jij gaat het redden. Die kindjes en jij, het komt helemaal goed.

Sinds die zonnige oktoberdag in 2002 is het ‘aan’ tussen Maria en mij. Voor die tijd kende ik haar niet. Pas op mijn 34e heb ik haar voor het eerst ontmoet. En ze blijft bijzonder. Voor mij staat Maria symbool voor de kracht van de liefde. Maria is sterk op een subtiele manier. Ze is geen heldin, heeft geen Pippi-Langkouskrachten. Haar kracht zit ‘m in de mildheid, het doorzettingsvermogen en het vertrouwen in de toekomst.

Maria is overal. Ik beschouw haar als een goede vriendin, een soort familielid. Ben ik in een andere stad of in het buitenland, dan zoek ik haar altijd even op. In elke katholieke kerk, groot of klein, sober of overdadig, is ze te vinden. Ze is de meest kleurrijke persoon. Ik brand altijd een kaarsjMaria café Belgiëe bij haar. En als het even kan, neem ik een kaars uit de kerk mee naar huis. Vanuit heel Europa heb ik kaarsen met Maria’s beeltenis erop in mijn huiskamer staan.

En weet je wat ik zo heerlijk vind? Dat we Maria ook in de kroeg tegenkomen. In Utrecht bijvoorbeeld staat ze bij Olivier en Kafé België. Maria begrijpt maar al te goed dat moeders het best gedijen als ze regelmatig even tijd maken voor zichzelf. Ze is een mens tussen de mensen. Juist daarom voel ik me zo vertrouwd bij haar.

 

 

Maria Sterre ter Zee (Maastricht)
Maria Sterre ter Zee (Maastricht)
Rome
Op straat in Rome

wij waren erbij!

Wat een feest was het, de Grand Départ in Utrecht! Sportevenementen doen me normaalgesproken niets. Tijdens de EK’s en WK’s voetbal, als bijna heel Nederland in oranje gehuld aan de buis gekluisterd zit, spreek ik met andere voetbalhaters af om samen ergens géén tv te kijken. Ook met de Tour de France had ik totaal geen affiniteit. Totdat ik Cor Jansen een paar maanden geleden vol vuur hoorde spreken over de betekenis van de Tour voor onze stad. Mijn nieuwsgierigheid werd gewekt.

De week voor het weekeind van 4 en 5 juli zinderde de stad van verwachting. De straten keurig geveegd, drommen toeristen, gele kraampjes met toerkoortsparafernalia. De Grand Départ was het gesprek van de dag. Vooral de vermeende onbereikbaarheid van het stadscentrum bleek een issue. ‘Kom ik mijn straat wel uit?’ ‘Fietsen én fietsklemmen in de straat worden verwijderd – wat nu?’ Voor mij begon het feest met een bezoekje aan Park Lepelenburg, op 2 juli. Een vriend meldde naar de presentatie van het Tourpeloton te gaan kijken. Ik ging mee. Het was geweldig! Geen idee wie er voorbijfietsten, maar we bléven juichen. Op weg naar huis herhaalde ik het wel zes keer: ‘Wíj waren erbij!’

Zaterdag gingen de kinders en ik op de fiets naar de Oosterkade. Dat viel nog niet mee. De Albatrosstraat, ons oversteekpunt, was afgezet. Maar vriendelijke Tourmakers wezen ons de weg. Die middag stonden we in de schroeiende hitte in de bocht bij het Ledig Erf. Ik stond helemaal vooraan en blééf maar juichen. Ja, het was 34 graden. Ja, voor de tv had ik het vast allemaal véél beter kunnen zien. Maar het draait om de belevenis: hier wilde je gewoon bij zijn! De mensen om me heen wisten precies wanneer een fietsende man eenTourfeest 4 juli Nederlander was. Ik niet. Maar wat boeide het. Ook wie er gewonnen heeft weet ik niet. Wel weet ik dat het ‘s avonds op het Domplein érg gezellig was. In de stad waren ruim 20 ‘venues’ ingericht met muziek, vlaggetjes en bier. Onder de magnifiek verlichte Dom trof ik verschillende vrienden. Wat een sfeer! Wat een saamhorigheid!

Ook zondag was ik weer op het Domplein te vinden om op een groot scherm de finish te kijken. Eerder die middag had ik de fietsende mannen bekeken op de Waterlinieweg. Het was echt een kippenvelmoment, die massa fietsers als één blok voorbij te zien flitsen. En dan te bedenken dat ze ook onder de Dom zijn doorgereden! En over de Stadhuisbrug! Met het team vanUtrecht Netwerk appten we regelmatig over onze verschillende standplaatsen, zodat we foto’s en filmpjes vanuit de hele stad op Twitter en Facebook konden plaatsen. Alles verliep vlekkeloos, het was een enórme logistieke en organisatorische operatie. Petje af! Ik was onder de indruk toen ik zondagavond op het Domplein de mannen van firma Agterberg zag langsrijden om al die 13.000 dranghekken weer te verwijderen. Wat een geoliede machine!

dranghekken verwijderen Domplein 5 juli

Ik weet het: ik zou allerlei kritische kanttekeningen kunnen plaatsen bij dit evenement. Over de torenhoge kosten en de nutteloosheid van zo’n fietswedstrijdje. Maar ach,  het gemopper over de Grand Départ heeft onze stadsbrompot Maarten van Rossem al voor z’n rekening genomen. Ik kan er niets aan doen: ik blijf enthousiast. Ons kleine stadje heeft het maar mooi gefikst. Hulde aan Utrecht! Hulde! Hulde!

op het Wed, 01.20 uur

Mijn fiets is van hOrloff. 01.20 uuret slot. De nachtelijke tocht van Wed naar huis kan beginnen. Gewoontegetrouw laat ik mijn ogen langs de gevels van de kroegen naar boven glijden. Nog één blik op de Dom, dan ga ik er echt vandoor. Ik zie de sfeervol verlichte toren en kijk naar de klok. Ook dat beeld van de wijzerplaat is zo vertrouwd. Het is tien voor half twee. Vaste prik. Zomer of winter, doordeweeks of in het weekeind: zit ik met mijn allerbeste maatje in de stad, dan lukt het nooit om tijdig af te blazen. Het is geen bewuste keuze. Het gaat vanzelf.

Dat je zit te praten in een overvol café en dat het steeds rustiger wordt om je heen. Dat de jongen van de bediening nog best een drankje in wil schenken, maar er fijntjes bij vermeldt: ‘Dit is de laatste ronde.’ Dat je de geur ruikt van natte vaatdoekjes en vanuit je ooghoeken ziet dat de terrasstoelen en -tafels worden opgestapeld. En dat dan de onvermijdelijke bon op tafel wordt gelegd en je met zachte dwang gemaand wordt af te rekenen. Dat je naar de bar loopt om te pinnen en dan pas ziet dat het uitgestorven is om je heen. Dat je, terwijl je je jas aantrekt, merkt dat het personeel zich inhoudt om niet metéén dat laatste tafeltje dat nog bezet was eindelijk te kunnen leegruimen. En dat je weet: het is een kwartier na sluitingstijd, maar wat waren ze weer coulant. We mochten nog éven blijven zitten met dat laatste bodempje wijn in het glas.

Het is 01.25 uur en ik fiets de Oudegracht over, richting huis. En ik besef wat ware vriendschap is. Nimmer uitgepraat te raken. Keer op keer weer tijd te maken om elkaar te treffen onder de schaduw van de Dom. Ik bid dat het moment dat ik al om 22.30 uur mijn sleutel in het fietsslot steek daar op het Wed, nooit aan zal breken.

boren

Klussen? Daar deed ik nooit aan. In mijn voorbije relatie wérd er voor mij geklust. Lekke banden, een haperende laptop, loszittende plankjes, verstopte afvoeren – ik had er geen omkijken naar. Het is een zegen, een handige man in huis. Dat heb ik me altijd gerealiseerd. Maar ik besef het nog vele malen meer nu ik er alleen voor sta. Want er gaat nogal wat kapot.

Wat was het pittig, de eerste weken zonder handige man aan m’n zij. Mijn GBF had me al gewaarschuwd, al die maanden dat ik zat te twijfelen over alleenwonen-ja-of-nee: ‘Je lijkt zo’n zelfstandige vrouw, maar dit gaat je nog tegenvallen’. En inderdaad. Het huilen stond me af en toe nader dan het lachen bij het klussen in mijn nieuwe huis (waar alle kozijnen en deurposten eighties-zalmroze geschilderd waren, dus er was nogal wat werk te doen). Maar ik had geen zin me er makkelijk vanaf te maken. En dus werd de trap níet egaal wit: dagenlang stond ik de treden groen, paars en turquoise te verven. Voor het eerst van mijn leven sausde ik een muur. Dat was echt kicken!

En ik word steeds handiger. Mijn voormalige levenspartner schonk me een gereedschapskist, compleet met tiewraps, schroevendraaiers en WD-40. Vriendin E. gaf me een waterpomptang op mijn housewarmingparty, weliswaar met tegenzin, maar ik ben haar er dankbaar voor. Bij ijzerhandel W. Pijper op de Oudegracht (de bouwmarkt mijd ik als de pest) herkennen ze me al: regelmatig heb ik weer een nieuw stuk gereedschap nodig. Niet alleen krijg ik advies over de juiste plopper of tang, ik ben ook erg gesteld op het praatje bij het afrekenen: ‘Ben je gek, een man is nergens voor nodig. Met You Tube red je je príma.’

De gereedschapskist gebruik ik bijna dagelijks. Bijvoorbeeld om een ten onrechte gillend rookalarm van het plafond te wrikken om half 4 ‘s nachts. Of om de radiatoren te ontluchten. Mijn vrienden gaven me diverse workshops. Toen mijn fietsketting eraf was gelopen, leerde ik hoe ik ‘m er zelf weer omheen kreeg. En ook de geheimen van het boren ken ik inmiddels. Dat maakt me trots. Zelf dingen heel maken: dat is veel waard!

GBF = gay best friend

WD-40 = spuitbus met smeermiddel dat helpt tegen bijna álles