Categorie archieven: moederschap

stiefmoedercolumns (2)

Van 2008 tot 2013 schrons gezin in Sloveniëeef ik columns voor Stichting Stiefmoeders. De stichting is sinds vorig jaar gefuseerd met stichting Nieuw Gezin. De columns zijn dus offline. Jammer. Voor mij is het stiefgezin inmiddels verleden tijd. Maar ik heb er mooie herinneringen aan. Mijn meest dierbare stiefmoedercolumns geef ik nu een plek op mijn blog, in het mapje ‘stiefgezin’. Steeds met zes of zeven columns tegelijk. In deze tweede reeks: de feestdagen in het stiefgezin. 

 

Moederdag

Woest was stiefdochter toen klasgenootjes haar vroegen voor wie zij haar Moederdagcadeau zat te knutselen. Voor haar echte moeder? Of voor haar stiefmoeder? ‘Voor mijn echte moeder natuurlijk!’, brieste het meisje verontwaardigd. Leuk hoor, zo’n bonusmoeder – maar biomam blijft de allerliefste. De Enige Echte. En dus heeft zij recht op de zelfgemaakte bloempot, placemat of opbergmap. Als stiefmoeder heb je het nakijken.

Moeten we ze afschaffen, die Moeder- en Vaderdagen? Ik zou er niet mee zitten. Maar de kinderen wel. Ik herinner me één van de eerste Vaderdagen na de scheiding. De kinderen waren niet bij hun vader die zondag – de weekeindregeling, hè. Geen punt, vonden exgenoot en ik: op woensdag, papadag, konden de kinderen mooi hun knutselwerkje overhandigen. Helaas hadden wij buiten het heilige Kringgesprek op maandagmorgen gerekend, waarin de juf uitvoerig het ritueel van de zondag  evalueerde. Terwijl alle kinderen dolenthousiast vertelden over de gedichten die zij hadden voorgedragen, de beschuiten die ze eigenhandig hadden gesmeerd en de immense blijdschap die vader aan de dag had gelegd bij het uitpakken van het zelfbeschilderde macaronifotolijstje, trok mijn zoontje wit weg. De dreun die wij hem hadden toegebracht door te liegen en bedriegen – Vaderdag wás niet op woensdag, maar had reeds op zondag plaatsgevonden – was ’s middags om 3 uur nog van zijn gezichtje af te lezen. Terwijl het knaapje met roodbetraande ogen achterop mijn fiets klom, hij zat nog niet eens goed en wel in zijn Nijntjezitje, belde ik al met mijn ex om hem te verzoeken een wijziging aan te brengen in het echtscheidingsconvenant. En nu zijn onze kinderen tot hun achttiende verjaardag, ongeacht de weekeindregeling, bij de juiste ouder op de juiste feestdag – ook al doen twaalf-pluskinderen misschien niet eens meer aan Vader- en Moederdag.

De school, met wie ik soms stichtelijke gesprekken voer over het samengesteld, verweduwd en alleenstaande-oudergezin, zorgde vorig jaar voor een verrassing: ineens kreeg ik vier pakjes met Moederdag. En ook de vele stiefvaders die aan ons gezin gekoppeld zijn, werden met een mobile van papier-machéharten verblijd. Ontroering alom. Maar er zit ook een keerzijde aan deze politiek correcte werkwijze. Want, hoorde ik mijn dochter mopperen: terwijl de hele klas vrijdagmiddag al buiten speelde, zat zij nóg twee harten te beschilderen. Thuis haalde ze de diverse in crêpepapier verpakte knutselwerkjes uit haar schooltas en zuchtte: ‘Ik wou dat ik gewoon maar één vader en één moeder had.’

Met Kerst ben ik alleen

 Vroeger bij ons thuis was het vaste prik: iedere eerste kerstdag of Oudejaarsavond schoof er een bekommerde weduwe, onder erbarmelijke omstandigheden verlaten vrouw of notoire alleengaande aan bij de feestelijke dis. Zelfs in mijn vroegste jeugdherinneringen zie ik mijn moeder voor, na of soms zelfs tijdens de fondue- of gourmetmaaltijd (dé feesttoppertjes uit de jaren ’80) met begripvolle blik en pakken tissues naast de meest recent verweduwde of gescheiden vrouw uit de kennissenkring zitten om te luisteren naar haar gesmoord gesnik. Toen ik het als vijftienjarige waagde hierover mijn beklag te doen – ik wilde ook wel eens een gewoon gezinnetje zijn met Kerst – hielden mijn ouders ferme monologen over eenzaamheid en naastenliefde. En hoewel ik er geen snars van begreep, was de boodschap helder: niets kon erger zijn dan de feestdagen in je eentje door te brengen.

Zal de dag eens komen dat ik binnen durf te blijven tijdens Kerst? Met zakken chips en stapels dvd’s? Gehuld in joggingpak, of, erger nog, pyjama? Ben bang van niet. Maar wie weet maken de kinderen  ooit die stap vooruit. Zodat er later niemand langskomt met de feestdagen. Een stille, eenzame kerst. Heerlijk.

In januari valt het mee

In januari valt het best mee om stiefmoeder te zijn. In februari ook trouwens. Als het leven normaal is, met zijn kalmerende regelmaat en voorspelbare saaiheid (hoewel ‘voorspelbaar’ en ‘saai’ niet de eerste termen zijn die bij je opkomen als je denkt aan een samengesteld gezin), dan is het allemaal best te doen. Daarom valt er altijd een last van mijn schouders na de feestdagen. December is voor stiefmoeders het allerergst. Het doorsnee kerngezin moet al halsbrekende toeren uithalen om de wederzijdse ouders te plezieren. Tijdens vele telefoongesprekken, die reeds in oktober beginnen, voert de familie Doorsnee de ‘wie-neemt-oma-met-kerst’-gesprekken. Zelfs gelukkig getrouwde moeders zijn allang blij als het scenario begin december bekend is. In een stiefgezin daarentegen heb je na maandenlange moeizame onderhandelingen nèt een matig tevreden stemmend compromismodel bereikt, als op 23 december na één telefoontje alles weer anders is: ‘Ik breng ze toch maar niet terug. Er ligt teveel sneeuw.’ Waaah, wat nou sneeuw, denk je dan. Voor het eerst in drie jaar hadden we het voor elkaar een half dagdeel met het Nieuwe Gezin door te brengen rond de boom; valt ons plan weer in duigen! ‘Dan kom je ze maar halen,’ klinkt vilein aan de andere kant van de lijn, met subtiel ingezet kindergehuil op de achtergrond. Maar daar is natuurlijk geen sprake van. Want als brengen niet lukt, waarom is halen dan wél mogelijk? En dus zit je zonder stiefkinderen aan het kerstdiner met de familie, die verder uit intacte gezinnen bestaat.

Niet te onderschatten is ook de nazorg die je vanaf 27 december op je mag nemen. Vorig jaar bijvoorbeeld bracht exgenoot mij met de auto naar huis nadat we met ons voormalige gezin de kinderkerstviering hadden bezocht. Ik zou met de fiets huiswaarts zijn gekeerd, maar ja, die sneeuw, hè. Dus daar zat ik, op de achterbank tussen mijn kinderen in – want de Nieuwe Partner zat uiteraard op de bijrijdersstoel. Nog maandenlang duurde het trauma van mijn dochter toen ze merkte dat ík thuis uit de auto stapte, terwijl zíj met papa meeging. Zalvende praat (‘Maar nu ga je toch gezellig bij papa Kerst vieren? En dan gaan we de andere kerstdag in mama’s huis eten, met cadeautjes onder de boom!’) mocht niet baten: midden augustus, aan de Franse Rivièra, had ze het er nog over.

Nee, geef mij maar januari. Dan duurt het nog heel, heel lang tot het Pasen is. En nog veel, veel langer tot Moederdag.

 

Sint op bezoek bij het stiefgezin

 

Sint is danig in zijn nopjes:

wat? Zés namen op de deur!

Opgewekt grijpt hij de pakjes.

Dit is goed voor zijn humeur.

 

 

Want het is reeds lang geleden

dat hij zoiets heeft gezien.

Pa, ma en maar liefst vier kind’ren,

zo’n familie telt voor tien!

 

 

Dan slaat Sint het grote boek op

en verdwijnt zijn blij gelaat.

“Dit is waarlijk niet te volgen.

Moet je kijken wat hier staat!

 

 

Maandag is haar zoon bij vader.

En die heeft een nieuwe man.

Dochterlief is dan bij moeder,

als het in haar rooster kan.

 

 

Ja, de stiefdochters zijn bij haar,

Maar dan is de man weer weg

naar zijn vaste studieavond.

Beste Piet, we hebben pech.”

 

 

“Morgen maar opnieuw proberen?”

zegt de pakjespiet meteen.

Maar de Sint begint te lezen:

“Dan is moederlief alleen.”

 

 

“En op woensdag dan?” vraagt Piet snel.

“Nee, dat wordt ook niets, mijn vrind.”

Want op woensdag, zag de Sint al

is hier helemaal geen kind.

 

 

‘t Huilen nader dan het lachen,

bladert Sint gauw door het boek.

“Donderdag over twee weken?

Kunnen wij dan op bezoek?”

 

 

“Helaas, dan vieren twee bij opa

en hun oma Sinterklaas.

Dus is het ook niet compleet hier.

Dat wordt niets mijn Pieterbaas.”

 

“In het weekend dat daarna komt?”

vraagt de Piet, hij klinkt al kwaad.

“Zijn ze bij hun and’re ouders,”

zucht de Sint ten einde raad.

 

 

“Dit is toch niet meer te plannen?!”

Sinterklaas  praat nu echt luid:

“Zet die zak maar bij de voordeur.

Ze zoeken het mooi zelf maar uit!”

 

(met dank aan rijmpiet Chris Pettersson)

 

Een cadeau voor stiefmoeder

Cadeautjes kopen en kaarten versturen: het is het domein van de vrouw. Een man zal écht niet verzinnen dat het misschien attent is om zijn moeder een doos bonbons te schenken als hij zijn kinderen bij haar op komt halen – vijf dagen nadat hij ze plotsklaps, met haastig ingepakte logeertas, bij haar neerzette, omdat hij alweer totaal onverwacht met een wel heel slecht uitkomende schoolvakantie werd geconfronteerd. Nee, vrouwen krijgen het relatiegeschenkbeheer automatisch in hun takenpakket zodra zij een gezin stichten. Eigenlijk ver daarvoor al, om precies te zijn in de prille verkeringstijd. En krijgen ze er, door een ongelukkige samenloop van omstandigheden, later in hun leven een paar stiefkinderen plus bijbehorende familieleden bij, dan betekent dat een niet geringe taakverzwaring. Om te beginnen dient de kersverse stiefmoeder de verjaarskalender te bewerken. Ongewenste voormalige familieleden verwijdert zij met een paar ferme streken Tipp-ex, waarna ze de vulpen ter hand neemt en met liefdevolle aandacht alle bonuskinderen, stiefgrootouders, -ooms,-tantes en -neefjes en -nichtjes aan de kalender toevoegt.

De cadeaus regelt stiefmoeder ook. Zonder aanzien des persoons. Goedmoedig beschildert ze vazen voor Echte Moeder, samen met haar bonusdochters. Ze maakt snoezige schilderijlijstjes voor het veertigjarig huwelijksfeest van de ex-schoonouders van haar nieuwe man. Met haar eigen kinderen knutselt ze placemats voor haar exgenoot en, vanzelfsprekend, voor  zijn nieuwe partner. Wíe er ook jarig is – stiefmoeder loopt door drogist en warenhuis om badschuim, chocola en andere parafernalia aan te schaffen. Op vakantie? Zij struint goeiig de meest afzichtelijke souvenirshopjes af met het kroost, op zoek naar een passend geschenk voor de wederzijdse exen.

Totdat ze zelf jarig is. Dan staan de stiefdochters met lege handen. Voor stiefmoeder niet erg natuurlijk – een presentje hóéft voor haar niet zo nodig. Die meiden echter staren stilletjes voor zich uit. Niemand stond dit keer klaar met plakband en gekleurd karton. Niemand ging met ze mee om zeepjes uit te zoeken. Maar wie weet komt het ooit goed. Want ook vaders leren met de jaren.

Deze columns verschenen tussen 2008 en 2013 op de site van Stichting Stiefmoeders

stiefmoedercolumns (1)

Van 2008 tot 2013 schreef ik columns voor Stichting Stiefmoeders. De stichting is sinds vorig jaar gefuseerd met stichting Nieuw Gezin. De columns zijn dus offline. Jammer. Sinds mijn relatiebreuk in oktober 2014 is het stiefgezin voor mij verleden tijd. Maar ik heb er mooie herinneringen aan. Mijn meest dierbare stiefmoedercolumns geef ik nu een plek op mijn blog, in het mapje ‘stiefgezin’. Steeds met vijf of zes columns tegelijk. Stiefmoeders en -vaders: veel leesplezier! 

 

Twee eenoudergezinnen onder één dak

Het is net een echt gezin – maar in werkelijkheid bestaat de patchworkfamily uit twee eenoudergezinnen onder één dak. Dat dak ligt echter bovenop een eengezinswoning. Projectontwikkelaars bouwen namelijk geen huizen voor samengestelde gezinnen. Zij bouwen vooral voor het ideale kerngezin: één vader, één moeder en twee kinderen. Best gek in een tijd dat 500.000 kinderen opgroeien in een stiefgezin en Nederland 250.000 samengestelde gezinnen telt. Ik vertrouw erop dat deze cijfers over 25 jaar tot de bouwwereld zijn doorgedrongen. Intussen modderen wij met ons mikadogezin voort in onze krap bemeten zeskamerflat.

Oké, ieder kind heeft een eigen kamer. Maar daarmee is alles gezegd: met kind, bed en kast is de ruimte geheel gevuld. Over de keuken kan ik kort zijn. Ik heb wel eens mooie fantasieën – over een kookeiland met vijfpits gasfornuis, een stoer hakblok, een gezellige bar en een aanrecht waarop je zomaar zes borden naast elkaar kunt plaatsen. Helaas blijft het bij dromen – de realiteit is dat de keukendeur een groot deel van de dag wordt geblokkeerd door de openstaande vaatwasmachine, en dat de twee meter verderop gelegen balkondeur niet open kan als iemand iets uit de koelkast pakt. In de ruimte tussen beide witgoedapparaten is het nét mogelijk een eenpansmaaltijd te bereiden. En daar laat ik het dan ook meestal bij. Met z’n zessen tandenpoetsen aan het begin van de werkdag? Een onmogelijke opgave in de douchecel van vier vierkante meter, waarover dochter eens verzuchtte: ‘De wc bij Sanne is groter dan onze badkamer.’

Een eigen plek voor stiefmoeder, waar zij zich even terug kan trekken om zich te bezinnen op haar dankbare rol en verantwoordelijke taak? Die is er niet. In de huiskamer – waar de tv op luide toon TMF-clips en de laptop met dito volume Youtubefilmpjes uitbraakt, terwijl het enige kind bij wie de kunst- en cultuuroverdracht wel is gelukt intussen haar pianolessen oefent – is ontspanning slechts geblinddoekt en met wasbolletjes in de oren mogelijk. Voor mij echter betekent ontspannen een goed boek lezen, met lome jazz uit de stereoset. Niet te doen bij de geluidseruptie in de woonkamer. En daarom trek ik me noodgedwongen met mijn boek terug in de koude slaapkamer, terwijl de man, gezeten in het halletje, zijn heil zoekt achter de pc – ingeklemd tussen kapstok en schoenenrek.

Verhuizen dan maar? Tja. Elk kwartaal hebben mijn lief en ik wel weer een Funda-oprisping. We weten het allang, maar klaarblijkelijk moet het keer op keer bevestigd worden: een huis voor een groot gezin in de wijk waar we nu wonen is onbetaalbaar. Vinexwijken zijn niet aan ons besteed; de stad willen we niet uit. En dus schikken we ons in ons lot. Nog maar zes jaar. Dan gaat het eerste kind op kamers.

Niet allemaal van mij

Ze zijn niet alle vier van mij, hoor!’ Voortdurend voel ik de neiging me te verontschuldigen, die eerste maanden van ons samengestelde gezin. Lopen we met de voltallige kinderschaar door een pretpark? Dan is het in mijn beleving of ieder hoofd zich naar ons omdraait. ‘Wow, die heeft veel kinderen gebaard!’, denken al die mensen. ‘En zo snel achter elkaar!’ Komt een moeder van een spelend vriendinnetje haar kind halen, dan ratel ik binnen een halve minuut het noodlottige verhaal af van mijn scheiding, de nieuwe man, de stiefdochters die niet bij hun moeder wonen, dáárom heb ik zo’n groot gezin – echt, het was geen bewuste keus … Nu, een paar jaar verder, leg ik niets meer uit. Ik heb geen zin om steeds te benadrukken hoe anders en bijzonder wij zijn. Het leven van een mixed familyis al complex genoeg.

Maar helpt het, dat ik niets meer uitleg? Het maakt me stoer. Het past helemaal bij mijn niets-aan-de-hand-houding. Toch wil ik diep in mijn hart dat mijn omgeving zonder tekst en uitleg zíet wat voor opgaaf het is. En dan vooral de mensen die echt om me geven. Zodat ik mijn verhaal kwijt kan. Even geen mooi weer spelen over ons gezellige, harmonieuze lifestylemagazine-gezin. Natuurlijk is het leuk om te horen dat we het zo ‘gewéldig’ doen. Dat we ‘net een echt gezin’ zijn. En dat de kinderen het zóóó met mij getroffen hebben. Maar iedereen roept het zo enthousiast, dat ik tussen de regels door hoor: ‘En waag het niet om te roepen dat het moeilijk is!’ Nee, de omgeving zit niet op lastige verhalen te wachten. Vriendinnen – en dan het liefst vriendinnen die ook zo attent waren te scheiden en een nieuw gezin te starten – voelen het meest met me mee. Die weten precies wat ik bedoel. Zij begrijpen hoe zwaar het is dat je veel minder tijd hebt voor je eigen schatjes, omdat je je aandacht nu over vier opgroeiende mensjes moet verdelen. En hoe het voelt als je op Moederdag niet je eigen kinderen (want volgens de weekeindregeling bij hun vader), maar de stiefkinderen aan je ontbijttafel hebt zitten. Mijn ‘stiefvriendinnen’, partners in crime, zijn goud waard.

Misschien was die verontschuldiging uit de begintijd zo gek nog niet. ‘Ze zijn niet alle vier van mij’: het  verklaart een heleboel!

Twee flatjes

‘We verkopen gewoon het huis. En dan gaan we allebei weer op een flatje wonen.’ Eens per jaar, meestal tegen de Kerst (moegebeukt door het schrijven van honderden kerstkaarten, de surprises die voor school en het familiesinterklaasfeest geknutseld dienen te worden, het in een grote soeppan leegscheppen van vier jampotten omdat die de volgende dag dringend nodig zijn voor het ververvaardigen van sfeervolle kerstverlichting voor het schooldiner, de tot gekmakens toe irriterende viool- en triangelklanken tijdens gehaaste supermarkt- en warenhuisbezoeken), zijn we elkaar en ons doe-het-zelfgezin zó zat, dat we met de ruggen naar elkaar toe onze respectievelijke laptops openklappen en een simultaan bezoekje brengen aan De Grootste Huizensite Van Nederland. Terug naar de eenvoud. Terug naar de vierkamerflat. Grimmig bekijk ik foto’s van appartementjes met schoongepoetste laminaatvloeren, hippe inbouwkeukens en badkamers die níet overwoekerd worden door vuile kinderkleren en her en der verspreide natte handdoeken. O, wat een zegen, zo’n leeg en overzichtelijk huis! Wat een verschil met onze woning, waarin iedere ruimte is volgestouwd met speelgoed, boeken, belangrijke papieren, katten, kinderen en andere parafernalia die twee mensen die elkaar liefhebben menen te moeten verzamelen. Met dromerige ogen staar ik naar een strak leren bankje met bijpassende kussentjes. Salontafel ernaast, designvaas erop. Wat zou ik daar heerlijk in mijn eentje kunnen zitten! Krant erbij, koffie onder handbereik, slechts twee kinderen om me heen – die daar, in die andere wereld, om negen uur ’s avonds natuurlijk allang te bedde zouden liggen. Wat een zegen lijkt me dat. Ik teken ervoor.

‘Een wijntje, schat? Kaasje erbij?’ Mijn lief heeft zijn laptop al afgesloten en zet twee glazen neer. Hij bezit het talent om snel te vergeten. Echtelijke kiftpartijen, dochterdiscussies, rechtszaken: het is even vervelend, maar daarna leeft hij opgewekt weer verder. En dat tegenwicht, die stabiele factor, da’s nou precies wat ik nodig heb. Voeg daarbij de bonte stoet aan ex-, schoon- en doorsnee familieleden die van harte welkom zijn in onze woning, de klasgenootjes uit alle lagen van de samenleving die vrolijkheid en reuring brengen in ons huisgezin, en ik heb ineens totaal geen behoefte meer aan die doodstille gepolijste showroomwoning. Samen zijn, dat is wat ik wil. Die rust en keurigheid komt gauw genoeg. Als de kinders het huis uit zijn.

Oma

Onvoorstelbare aantallen kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen noemt oma aan iedereen die het maar horen wil. De vensterbank en buffetkast in haar kleine woning staan volgepakt met foto’s, de verjaardagskalender is regel voor regel beschreven. Iedere neef, stiefkleinzoon en aangetrouwde achternicht staat op de kalender vermeld en krijgt een zelfgemaakte ansichtkaart van oma. Oma, die mijn oma niet is. En ook niet de oma van mijn lief – ze is zijn moeders stiefmoeder. Maar iedereen noemt haar ‘oma’. En al haar familie is haar even lief. Zodra ik in haar leven verscheen, hoorde ik erbij. Direct werd ik tot kleinkind, mijn kinderen tot achterkleinkinderen benoemd. Nog geen week later waren we toegevoegd aan de portrettengalerij. Onze namen werden niet kinderachtig met potlood, maar ferm met onuitwisbare inkt op de toch al zo dichtbevolkte wc-kalender bijgeschreven. Hop! Iedereen hoort erbij! Bewonderenswaardig hoe oma de leeftijden van alle (stief)achterkleinkinderen kent. Met nauwgezette precisie houdt ze hun schoolprestaties en lichamelijk welzijn bij. Twee keer per maand belt ze ons op, de dag na Sinterklaas ligt haar kerstkaart op de mat. En is een kind van de fiets gevallen, dan is zij de eerste die bezorgd de telefoon pakt.

Oma is een ervaren stiefmoeder. Vanzelfsprekend pakte ze het vijftig jaar geleden heel anders aan dan hoe ik het nu doe. Zo rustte zij niet voordat het stiefkroost ‘ma’ tegen haar zei. Geen stiefmoeder in deze tijd zou zich daaraan wagen – je hebt maar één moeder, nietwaar? De huidige stiefmoeder is veelal een gescheiden vrouw, vaak zelf ook moeder. En is ze dat niet, dan heeft ze in elk geval te maken met niet-flexibele agenda’s, bezoekregelingen, exen die zelf ook weer gezinnen stichten en andere ingewikkeldheden. Nee, dan in oma’s tijd: toen was het stiefmoederschap nog overzichtelijk. Je trouwde met een weduwnaar en kreeg er zonder pardon een schare stiefkinderen bij. En dat accepteerde je gewoon. Punt uit. Vast en zeker hadden deze stiefmoeders hun onzekerheden en hun narigheid –  diep weggestopt. Ideaal was anders, denk ik.  Maar oma deed het toch maar mooi.

Daadkracht. Dat kenmerkt oma. Ze is niet opdringerig, haar open houding getuigt van een gastvrijheid waar menig stiefmoeder, ik in de eerste plaats, wat van kan leren. Geen ‘eigen volk eerst’. Geen verontwaardigd gekakel met vriendinnen over de moeilijke positie van de bonusmoeder. Geen therapeuten, geen praatgroepen, geen gejeremieer op internetfota. Niks van dat al – doorpakken en niet klagen. Oma neemt iedereen zoals hij of zij is. Zonder er kille, afstandelijke voorvoegsels aan vast te plakken. Ik ben nog niet zover als zij. Nog láng niet.

Stiefmoeder-zonder-kinderen

Stiefmoeders die zelf geen kinderen hebben hoor ik regelmatig fulmineren over hun bonuskinderen – per definitie labiele, ontaarde, slecht opgevoede mormels, zónder manieren en mét overgewicht. Ik denk dan wel eens stiekem bij mezelf: ‘Wat klaag je over dat éne weekeindje per twee weken? Twaalf dagen lang zit je elke avond, in een opgeruimd huis, aan een niet-plakkerige tafel, bij kaarslicht exquise hapjes te verorberen, waarna je je met een glas wijn in de hand samen met je nieuwe vent op de bank vlijt, niet gestoord door bruusk binnenrennende kinderen die in bed geplast/ hun huiswerk vergeten/ gebraakt/ akelig gedroomd hebben. En dan zuchten en steunen over die paar daagjes in de maand? Kom op, mens!’ Dat denk ik dan. Heel heimelijk.

Voordat de stiefmoeders in kwestie woedend afhaken: ik ben van gedachten veranderd. We worden allemaal ouder en wijzer, nietwaar. Ik zal het nog wat zwaarder aanzetten: ik voel zelfs diep respect voor deze moedige zusters. En eigenlijk komt dat door de stiefmoeder van mijn kinderen. Geen echte stiefmoeder trouwens – het is namelijk een man. De man van mijn exgenoot. Ook kinderloos, net als die stiefmoeders-zonder. Door zijn ervaringen vallen de schellen me van de ogen. De verhalen na zijn eerste vakantie met de kinderen bijvoorbeeld: ‘Ik vond het zó wennen. ’s Avonds konden we geen ommetje maken omdat zij lagen te slapen. Niet even spontaan het dorp in. Ze waren er áltijd. Voortdurend die kinderen om me heen.’ Wat kon ik me goed voorstellen dat hij geen zin had om mee te gaan naar pretpark HappyLand. En dat terwijl het om mijn eigen nazaten ging. De meest voorbeeldige kinderen op aarde.

Zijn inzet voor de kinderen is tomeloos. Hij vindt ze namelijk leuk. Hij koopt kleren voor ze. Zet krullen in mijn dochters haar. Staat met snoepkettingen langs de straat tijdens avondvierdaagsen. Gaat mee naar muziek- of toneelvoorstellingen. Loopt over het schoolplein tijdens de fancy-fair. Haalt friet met frikadellen op kinderfeestjes. Bemoeit zich onvermoeibaar met het douche- en tandenpoetsbeleid. Kortom, hij neemt de kinderen op in zijn leven. Net als al die andere stiefouders zonder eigen kroost. Het valt niet mee om vanuit het niets ineens zo frequent die totaal vreemde wezentjes om je heen te hebben. Veel moeilijker lijkt me dat dan wanneer je zelf al een paar kinderen op de wereld hebt gezet. Je krijgt immers niet die roze bril erbij waardoor iedere biologische ouder zijn nageslacht bekijkt. Die bril die verbergt dat het kind een brutale, ontaarde en ongemanierde snotaap is. Zie daar maar eens mee om te gaan. Petje af.

 

Deze columns verschenen tussen 2008 en 2013 op de site van Stichting Stiefmoeders