Categoriearchief: filosofie & religie & spiritualiteit

fuck it!

Ik heb het niet gelezen. Ik heb het niet eens in huis. Toch houdt het boek met de vrolijkstemmende titel ‘Fuck it!’ van John Parkin me al ruim een week in de greep. Vriendin M. attendeerde me erop, vorige week zondag. ‘Het lijkt me onnodig om het te lezen, als je de achterflap bestudeert weet je genoeg,’ meende M. En inderdaad: ons gesprek en het lezen van een artikel over Fuck it! was voldoende om me te overtuigen van deze bevrijdende methodiek. Het is een uitkomst, vooral voor mensen die niet perfect zijn (zoals ik). Mensen die twijfelen bijvoorbeeld. Die geen keiharde doelen hebben in hun leven. Mensen die ruiterlijk toegeven dat ze dingen niet kunnen. Die niet daadkrachtig halve marathons lopen en voortdurend op hun gewicht letten. Én voor mensen die altijd trouwhartig ‘dat doe ik wel even!’ roepen als er vrijwilligers worden gevraagd. Voor al die mensen is Fuck it! geschreven.

Hoe werkt het? Heel simpel: zeg vaker ‘Fuck it!’ tegen dingen die je niet wilt of kunt. Een avondje pizza halen omdat je geen tijd had om boodschappen te doen? Het stofzuigen overslaan omdat je zo heerlijk met een boek op de bank zit? Een inkomend telefoontje van die vriendin die altijd zo lang van stof is door de voicemail laten beantwoorden? Voel je niet schuldig. Voel je niet slecht. Fuck it! Wil je altijd aardig gevonden worden? Dat is onmogelijk! Voel je je rot omdat mensen leugens over je vertellen? Laat ze – zij worden er vást heel gelukkig van!

Dankbaar zijn is een belangrijk onderdeel van de Fuck it-methodiek. Juist als je tevreden bent met wat je hebt, leer je ‘Fuck it!’ te zeggen tegen alles wat je van slag maakt en wat tot geklaag leidt, stelt Parkin. Ook al is je leven een puinhoop, er is genoeg om dankbaar voor te zijn.

Betekent ‘Fuck it!’ denken dan ‘onverschillig zijn’? Nee! Je zegt het F-woord niet omdat het je allemaal niets kan schelen. Je zegt het juist omdat je je te druk maakt om dingen. Omdat je je verantwoordelijk voelt en je altijd van je beste kant wilt laten zien. Of omdat je vindt dat je moet voldoen aan criteria die anderen je opleggen. Fuck it! is dus geen YOLO: het is mild zijn voor jezelf. Niet teveel moeten. Je minder gelegen laten liggen aan de mening en de indianenverhalen van anderen. Wie van zichzelf houdt, zegt ‘Fuck it!’. De afgelopen week werd ík er in elk geval al heel blij van.

filosofie van de goede voornemens

Goede voornemens? Leuk idee, maar maak ze vooral met een ‘lange-termijnbril’ op, stelt de organisatie van het Filosofisch Café in het Utrechtse café Hofman. Ik was er gisteravond bij een lezing van Marcus Düwell, hoogleraar ethiek aan de Universiteit Utrecht.

Ik maak al jaren geen goede voornemens meer. Toekomstplannen genoeg, maar ik koppel ze liever niet aan een datum. Wel ben ik het jaar fris begonnen met een nieuwjaarsduik in de Noordzee – een geweldige ervaring! Met vriendin M.,  m’n dochter en honderden anderen renden we massaal het koude water in. Voor mij was het een markering. De afsluiting van een periode, de start van een nieuwe fase in m’n leven. Die nieuwe fase zie ik als een overzichtelijk tijdperk. Marcus Düwell kijkt liever wat verder vooruit. Op z’n minst tot 2116. ‘Ons handelen vindt plaats in de horizon van verwachting, van dingen die we hopen en vrezen,’ zegt hij tijdens het Filosofisch Café. ‘We handelen in de context van de moraal: “is dit handelen oké, had ik niet beter iets anders kunnen doen?”‘ Düwell werpt de vraag op of we ons verantwoordelijk moeten voelen voor de levensmogelijkheid van toekomstige generaties. ‘Waarom zouden we duurzaam moeten leven? Is dat geen rare betutteling? Je kunt alleen verantwoordelijk zijn voor iets waar je invloed op hebt.’

De politiek kijkt veel te weinig naar de verre toekomst, stelt Düwell. Had ze dat wel gedaan, dan had de vluchtelingencrisis wellicht voorkomen kunnen worden. En ook als je kijkt naar ons klimaat is een lange-termijnvisie noodzakelijk. ‘Bij het nadenken over de toekomst moet de moraal een centrale rol spelen. Filosofen hebben grote verhalen ontwikkeld over het doel van de geschiedenis en de hoop op een goede toekomst. Bijvoorbeeld het idee dat technologische vooruitgang tot een betere wereld leidt. Die verhalen zijn nu niet meer zo populair. Maar we beïnvloeden de toekomst nu meer dan ooit, ook al zien veel auteurs uit de 20e eeuw de mens als een min of meer mislukt project. Voor mij heeft de positie van de toekomst te maken met hoop. Als we de liberale maatschappij serieus nemen, moeten we het politieke proces veranderen. De politiek heeft daarom instrumenten nodig om de lange-termijnvisie te waarborgen.’

Wat me vooral bijblijft uit de lezing is Düwells uitspraak: ‘Wij kunnen beslissen ons iets aan te trekken van toekomstige generaties.’ Die keuze hebben we. We kunnen kiezen voor de hoop. En dat is meer dan een goed voornemen.

Hier vind je meer info over het programma van Studium Generale, waaronder het Filosofisch Café

mariadag

Een sterke, bijzondere maar toch doodgewone vrouw. Een vriendin. En een vrouw die mij verbindt met het hogere. Dat is de betekenis van Maria voor mij. Ik was dan ook blij dat Idelette Otten, met wie ik het boek Vasten schreef, me dit voorjaar attendeerde op een themadag over Maria. Gisteren ging ik erheen. In de Oude Lutherse Kerk in Amsterdam werd de jaarlijkse ontmoetingsdag van het Oecumenisch Forum voor Katholiciteitgehouden met als thema: Maria in oecumenisch perspectief.

‘Maria komen we overal tegen,’ zegt dagvoorzitter Idelette. ‘De één vereert haar, de ander veronachtzaamt haar. De één bidt met haar, de ander tot haar. Vandaag verdiepen we ons in de betekenis van Maria voor ons allemaal. Want de tijd dat alleen rooms-katholieken iets met Maria hadden is allang voorbij.’ Hendro Munsterman, theoloog en docent aan de Université Catholique de Lyon, houdt vervolgens een lezing over Maria in oecumenisch perspectief. Hij schetst de geschiedenis van de kijk op Maria door de protestanten en rooms- en orthodox katholieken. Hendro vertelt over de dogma’s over Maria: ze was voor, tijdens en na de geboorte van Jezus nog maagd. Ze is de moeder van God. En ze is zelf ‘onbevlekt ontvangen’, dat wil zeggen dat ze niet met deerfzonde is belast. Hendro pleit voor een een oecumenische viering van het feest van de annunciatie op 25 maart, 9 maanden voor de geboortedag van Jezus.  De annunciatie is de verkondiging aan Maria dat ze door de Heilige Geest zwanger gemaakt wordt.

‘Maar wat kunnen we leren van Maria als persoon?’ vraagt iemand uit de zaal als de lezing is mariakaakjeafgelopen. ‘Want veel mensen die een kaarsje branden bij Maria hebben niet zoveel met de theologische subdiscipline.’ ‘Over Maria praten wordt als snel een technisch verhaal,’ geeft Hendro Munsterman toe. En dat klopt: voor mij als niet-theoloog en kerkelijk zij-instromer is de lezing niet altijd even goed te volgen. Ik ben ook zo’n kaarsjesbrander. Maar de boodschap die ik uit de lezing haal, bevestigt mijn beeld van Maria als sterke vrouw. Een alledaagse moeder die de mensen verbindt met God. Dit beeld wordt versterkt tijdens de diapresentatie van kunsthistoricus Désirée Krikhaar. Interessant om te zien dat Maria in de orthodoxe kerk als vorstin wordt afgebeeld, gehuld in purperen kledij. Ze wordt daar ook consequent Moeder Gods genoemd. De westerse kunst geeft Maria weer als gewone vrouw. Ze leest of is huisvrouw.

In de koffiepauze (uiteraard met Mariakaakje) ontmoet ik Mariafan Marjan van Hal, die een prachtige rok draagt. Opvallend tussen de vele grijze pakken ? Marjan maakte de rok samen met haar dochter met behulp van een tapijtje dat Marjan in Rome kocht. We vomariaroklgen samen de zangworkshop Zingen met Maria met medewerking van het Vocaal Theologen Ensemble. Prachtige liederen als Magnificat, Er is een roos ontloken (de roos staat symbool voor Maria) en de hymne De engel Gabriël komt aangesneld. Dirigente Hanna Rijken vertelt dat de Engelse versie van dit lied niet altijd letterlijk vertaald is. ‘Then gentle Mary meekly bowed her head’ werd bijvoorbeeld ‘Verwonderd kijkt Maria, heft haar hoofd.’ Met de vrouwen in het koor knikken we instemmend: terecht dat Maria niet als verlegen tutje wordt neergezet.

In de stralende zon pak ik na de Mariadag de tram naar het station. Het was een leerzame dag, maar vooral een dag vol vrouwelijke energie. Zodra ik thuis ben, start ik mijn Spotify-lijst met Marialiedjes.

Lees ook mijn eerdere blog over Maria

geluk is ook niet alles

‘Gelukkig zijn is een keuze’. Wekenlang lag een Filosofie Magazine met deze aanmatigende covertekst bij mij in de vensterbank, juist in een tijd waarin ik me ellendig voelde. ‘Eigen schuld,’ leek de tekst te willen zeggen. ‘Als je je best maar doet kun ook jíj gelukkig zijn.’

Het genoemde citaat komt uit een interview met filosofe Miriam van Reijen. In Filosofie Magazine van mei 2014 vertelt ze over de Stoïcijnse levenskunst, die kan zorgen voor een ‘verandering van een lijder in een leider.’ Het is zeker een interessante theorie, maar ik geloof niet dat geluk altijd een keuze is. Iemand die psychisch ziek is bijvoorbeeld, kiest er niet voor om depressief te zijn. Al wíl hij gelukkig zijn, hij is er simpelweg niet toe in staat. En ook als je door een nare episode van je leven gaat, kun je het niet opbrengen om daadkrachtig te kíezen voor geluk.

Trouwens: is gelukkig zijn verplicht? In deze tijd van Facebookhappiness  ga je bijna aan jezelf twijfelen als je met je Spotify-Treurige Liedjeslijst wenend op de bank zit terwijl je timeline volloopt met kiekjes van vakantie- en weekeindgeluk. Sterker nog: een overkill aan geluksmomenten van Facebookvrienden kan leiden tot depressieve klachten, blijkt uit onderzoek van de University of Missouri-Columbia.

Ik voel me veel meer aangetroplaadpuntokken tot de visie van psychiater Dirk de Wachter. ‘De jacht op geluk is een existentiële vergissing,’ stelt hij. Omdat je al die ogenschijnlijk gelukkige mensen om je heen ziet, voel je de druk om zelf óók genot en ‘kicks’ na te jagen. Maar juist die jacht op genot zorgt er volgens Dirk de Wachter voor dat het geluk buiten beeld valt. ‘Het leven is niet altijd een feest’, zegt hij. ‘Wie dat durft toe te geven heeft een stapje voor. Geluk zit hem in het ervaren van kleine dingen. In het content zijn met de “gewonigheid” van het leven.’ Hè, dat klinkt geruststellend. Ik hoef niet geforceerd te kiezen voor geluk. Het ‘oplaadpunt’ van de Geluksprofessor, een tijdje geleden op Culturele Zondag, liep ik dan ook achteloos voorbij. Laat mij zo nu en dan maar somberen. Want geluk is ook niet alles.

keiland 2015

Ik heb er gezongen, gedanst, gekibbeld, gepraat en gehuild. Ik heb er heerlijk in de zon gezeten en chagrijnig door modderplassen gebaggerd. Ik heb er gewerkt en vakantie gevierd. Het was vermoeiend en rustgevend tegelijk. Afgelopen weekeind keerde ik terug van een weekje Keiland op Terschelling.

Dit voorjaar werd me gevraagd twee schrijfworkshops op Keiland te komen geven. Ik was meteen enthousiast. Wel moest ik even slikken toen ik begreep dat één van de K’s van Keiland staat voor ‘kamperen’. Ik had 30 jaar niet gekampeerd – en zodra ik op de camping van Staatsbosbeheer was gearriveerd, wist ik weer waarom. De eerste dagen gierde de wind om onze tent. Felle regenbuien kletterden op het tentdoek. Zelfs met kleren aan kreeg ik het niet warm in mijn slaapzak. Het was geen pretje om ‘s nachts onder een paraplu naar het wc-hokje te moeten lopen. Maar gaandeweg wende het. Zeker toen de zon ging schijnen. Het campingleven werd zelfs leuk. Je maakt makkelijk contact met de mensen om je heen. Dankzij de regen veranderde één van de workshoptenten ‘s avonds en ‘s nachts in een kroeg. De eerste avond zat ik hier nog uitsluitend met m’n GBF (die eveneens op Keiland was om workshops te geven) een wijntje te drinken, maar aan het eind van de week zat de tent elke avond stampvol. Nooit lag ik voor 01.00 uur in mijn slaapzak.

Kamperen leert je nederig en eenvoudig te leven. Koffie zetten is geen kwestie van een druk op de knop: nee, je loopt met een keteltje naar de kraan, vult het, loopt terug naar de tent, steekt de gasbrander aan en wacht een half uur tot de ketel stoom afblaast. Vervolgens giet je het hete water door een koffiefilter. En zo duren alle handelingen veel langer dan thuis. Het gevolg: je leeft meer met aandacht. Of je wilt of niet. En dus maak je als vanzelf je hoofd leeg. Ook de rest van de Keiland-activiteiten zorgt ervoor dat je nauwelijks bezig bent met de besognes van alledag. Je hebt er eenvoudigweg geen tijd voor. En dat was goed.

Keiland kent een vrij strak programma. ‘s Ochtends en ‘s avonds is er een viering met (Iona– en  Taizé-)liedjes en gebed, ‘s ochtends zijn er workshops en aan het eind van de dag is er een gezamenlijk moment om thee te drinken. ‘Móet je daar dan heen?’ appten vrienden verbijsterd. Nee, ik moest niet naar de ‘kerktent’. Maar ik deed het, twee keer daags. En het was heerlijk. Liedjes zingen, stil zijn, dansen – het vaste patroon van bezinningsmomenten zorgt voor een gevoel van kalmte en, ja, zelfs geluk. Ik ben tijdens Keiland verschillende malen uit m’n comfortzone gekropen, vooral tijdens de workshop ‘Dansen met vuur’ van Joyce Schoon. Voor iemand die gewend is met woorden te werken en meestal in haar hoofd te verblijven een openbaring: ik merkte dat ik echt héél boos werd, dat de wede rechtstreeks binnenkwam en er ook weer uitging. Later in de workshop speelden we een spannend spel van aantrekken en afstoten. Heel bijzonder.

Keiland was een goeie mix van ontspanning en inspanning. En o, wat klopt het cliché: als je thuiskomt ben je zó blij met de weelde van een lekker bed, een douche waar je langer dan 5 minuten onder mag staan en een Nespressoapparaat dat in no time koffie voor je maakt. Nu, bijna een week na terugkomst, heb ik dat gevoel nog steeds. Kamperen wordt nooit mijn hobby, maar voor Keiland maak ik een uitzondering.

maria

Herfst 2002. Een paar dagen in Parijs. Ik loop de Notre Dame binnen, waar juist een koor staat te zingen. Ik schuif één van de bankjes in, snuif de geur van wierook op en luister naar de muziek. Het is een turbulente tijd: ik ben net gescheiden en krijg over een paar weken de sleutel van mijn nieuwe huis. Daar zal ik samen met mijn kinderen, dan twee en vier, gaan wonen. Hoe zal dat gaan? Zal ik het redden, als alleenstaande moeder? Zoals wel vaker in die weken slaat de schrik me om het hart. Terwijl ik in de prachtige kerk naar het koor zit te luisteren, denk ik aan mijn zoon en dochter die straks uit hun vertrouwde omgeving worden weggerukt. Wat had ik het graag anders voor ze gewild. Ik voel me verdrietig en machteloos.

Ik rommel in mijn tas, op zoek naar een tissue. Als ik met betraande ogen weer opkijk, krijg ik Maria in het vizier. Schuin boven me hangt een beeld van haar. Ze kijkt me recht in de ogen. Haar zoon, met fier opgericht hoofd, houdt ze stevig in haar linkerarm. Je ziet dat het jochie het redt omdat hij zich door zijn moeder gedragen weet. Maria blijft me aankijken: zelfverzekerd, maar beslist niet arrogant. Mild, krachtig en liefdevol tegelijk. Ik ben perplex. Op dat moment weet ik het zeker: Olga, jij gaat het redden. Die kindjes en jij, het komt helemaal goed.

Sinds die zonnige oktoberdag in 2002 is het ‘aan’ tussen Maria en mij. Voor die tijd kende ik haar niet. Pas op mijn 34e heb ik haar voor het eerst ontmoet. En ze blijft bijzonder. Voor mij staat Maria symbool voor de kracht van de liefde. Maria is sterk op een subtiele manier. Ze is geen heldin, heeft geen Pippi-Langkouskrachten. Haar kracht zit ‘m in de mildheid, het doorzettingsvermogen en het vertrouwen in de toekomst.

Maria is overal. Ik beschouw haar als een goede vriendin, een soort familielid. Ben ik in een andere stad of in het buitenland, dan zoek ik haar altijd even op. In elke katholieke kerk, groot of klein, sober of overdadig, is ze te vinden. Ze is de meest kleurrijke persoon. Ik brand altijd een kaarsjMaria café Belgiëe bij haar. En als het even kan, neem ik een kaars uit de kerk mee naar huis. Vanuit heel Europa heb ik kaarsen met Maria’s beeltenis erop in mijn huiskamer staan.

En weet je wat ik zo heerlijk vind? Dat we Maria ook in de kroeg tegenkomen. In Utrecht bijvoorbeeld staat ze bij Olivier en Kafé België. Maria begrijpt maar al te goed dat moeders het best gedijen als ze regelmatig even tijd maken voor zichzelf. Ze is een mens tussen de mensen. Juist daarom voel ik me zo vertrouwd bij haar.

 

 

Maria Sterre ter Zee (Maastricht)
Maria Sterre ter Zee (Maastricht)
Rome
Op straat in Rome

de liefde als hoogste goed

Tussen oorlog van met z’n tweeën en ontberingen van alleen zijn moet de volmaakte omgang liggen’, dichtte Elly de Waard in haar debuutbundel Afstand. Een stelling die menig (echt)paar zal onderschrijven. Het is ook mijn persoonlijke ervaring. Als samen zijn niet meer werkt, voelt alleen zijn als een bevrijding. Maar géén partner hebben is af en toe verdomde eenzaam.

De Franse filosoof Ruwen Ogien is er stellig over: ‘Romantische liefde duurt niet eeuwig. Hooguit drie jaar. Niemand is onvervangbaar, ook jouw eeuwige liefde niet.’ Ogien schreef er een boek over, Philosopher ou faire l’amour. In een uitstekend interview in Vrij Nederland (dank voor het delen, Marjan!) zegt Ogien: ‘De romantische liefde was vooral een literaire werkelijkheid. Alleen is het vandaag de norm geworden in ons dagelijks bestaan: een man en een vrouw, trouw aan elkaar en voor eeuwig verbonden.’ Ogien gelooft er niet in: ‘Die lofzang op de liefde is een soort spreekbuis geworden van een nieuw conservatief gedachtegoed (…). De liefde als hoogste goed is een rechtvaardiging om elke innovatie tegen te houden als het gaat om het huwelijk, seksualiteit en voortplanting.’ Het homohuwelijk bijvoorbeeld, waar in Frankrijk zeer heftig tegen geageerd werd. Of de opvatting ‘seks zonder liefde is slecht’. Ogien: ‘Er is geen empirisch bewijs voor de stelling dat seks per definitie beter is mét liefde. Er zijn zelfs redenen om te denken dat liefde juist een obstakel is voor bevredigende seks.’

Moeten we hierdoor bitter worden? Ik vind van niet. Ogien schetst eerder een realistisch dan een cynisch beeld. Ook ik merk ik dat ik véél kritischer ben geworden over het idee liefde is for always. Vanaf mijn 20e heb ik non-stop een man aan mijn zij gehad – het is voor het eerst dat ik maandenlang single ben. Ik ontdek nu dat ik het prima naar m’n zin kan hebben in m’n eentje. En dat alleen zijn helemaal zo deerniswekkend niet is. Ogien concludeert in het interview in Vrij Nederland: ‘Liefde is niet onbelangrijk, maar ook niet het belangrijkste in ons bestaan. Persoonlijk zou ik eerder de liefde opgeven dan de vrijheid.’ Aanvullend zou ik willen stellen: liefde is wel degelijk belangrijk, maar het komt op allerlei manieren naar je toe. Ook zónder exclusieve partner-voor-het-leven.

Pasen: ruim 24 uur in de kerk

‘Wij zijn bang voor lege ruimten. Maar de lege ruimte heelt ons.’ Dat zei Leo Fijen tijdens een lezing over stilte, afgelopen weekeind in de Janskerk in Utrecht. Ik ben best bang voor leegte en stilte. Toch bracht ik dit paasweekeind urenlang in stilte door. 

Waarom deed ik dat, zul je je afvragen. Er was immers genoeg te doen in de stad. Het Tweetaktfestival op de Neude, een kussengevecht op het Domplein, dansfeest 80’s Verantwoord in Tivoli Vredenburg: meestal laat ik, sociaal dier en festivalganger, dit soort happenings niet aan mijn neus voorbijgaan. Maar dit weekeind deed ik mee aan de Paaswake van de EUG.  Vrijdagavond, een deel van de nacht en zaterdag van 10.00 tot 00.00 uur was ik in de kerk. Op zoek naar stilte en verdieping.

Wat gebeurt er tijdens zo’n paaswake? Het zijn de laatste loodjes van de vastentijd. Na zeven weken minderen, bijvoorbeeld met alcohol, zoetigheid en vlees, zijn er nog een paar dagen van bezinning voordat het Pasen is. Voorafgaand aan de wake is er een viering voor Goede Vrijdag. In een theater-achtige setting wordt het sterven van Jezus herdacht. Niet vanuit een gemakkelijke stoel, maar het is letterlijk afzien: gedurende een uur verplaatsen we ons door de lege kerk, waar telkens, staand bij een boomstronk met een brandende kaars erop, een gedeelte van het verhaal wordt verteld. Lopen we weg bij de boomstronk, dan blaast iemand de kaars uit.

steenmeditatie
steenmeditatie (foto: Marian Geurtsen)

Na de viering wordt het stil in de kerk. Het waken begint. Op allerlei plekken in de kerk zijn hoekjes ingericht om te mijmeren, te schrijven, te schilderen of te mediteren. Je kunt een kaarsje branden bij het grote houten kruis dat in het hoogkoor staat. Of brieven schrijven voor Amnesty, meeschilderen aan een groot schilderij, een gebed of gedachte noteren en aan een boomstamkruis prikken. Ook is er een paar keer, overdag en ‘s nachts, een muzikale meditatie met klankschalen. Bij mij hakt vooral de ‘steen-meditatie’ erin: ‘Schrijf op een steen wat je hebt verloren en leg de steen in het water. Het water kan je verlies laten vervloeien of verzachten.’ Drie stenen laat ik in het water vallen. En dat doet pijn.

Elk heel uur tijdens de paaswake is er een liturgisch moment: dan zitten we een minuut of tien bij elkaar om luisteren naar een tekst en een paar liederen te zingen. Bijvoorbeeld het Taizé-lied Dans nos obscurités, ‘ontsteek in onze duisternis een licht dat nooit meer dooft’. Zittend op een kussentje in het hoogkoor is alleen dat al een bijzondere ervaring: iedereen loopt in en uit gedurende de dag, soms zijn er zestig mensen in de kerk, dan weer twaalf – maar elk heel uur ontmoet je elkaar daar.

Een groepje diehards waakt de hele nacht door. Ik ga een paar uurtjes naar huis om te slapen. Ik hoor de volgende ochtend hoe prachtig het ochtendlicht was om een uur of 6. Zaterdag kom ik binnen als de lezing van Leo Fijen bijna begint. Het is een ode aan de stilte. Leo vertelt dat hij sinds tien jaar zijn dag begint met een uur stilte. Hij gaat dan niet zitten mediteren, zegt hij: hij doucht, pakt de vaatwasser uit en doet alles met aandacht, in een stil huis. Want stilte geeft vrijheid in het leven, stelt Leo. ‘Alles begint in de stilte. Alleen zo kom je in de ruimte van je hart. Door stil te zijn besef ik dat ik niet het centrum van de wereld ben. Zo ontstaat er ruimte voor de ander. Wij zijn bang voor lege ruimten, maar de lege ruimte heelt ons. Stilte is levensnoodzakelijk.’

Om 21.00 uur is de paaswake voorbij. Het paasvuur wordt ontstoken, buiten op het Janskerkhof. Tot 00.00 uur is er een paasnachtviering en dan is het Pasen, het feest van het nieuwe begin. Bij volle maan fiets ik naar huis. Ik ga heerlijk slapen en neem zondag en maandag de tijd om te relaxen. En nee, ik ga vooral níet naar de meubelboulevard.

Over vasten schreef ik een boek, samen met Idelette Otten. Het boek verscheen dit voorjaar.Meer lezen over Vasten, de kunst van geven en loslaten en over mijn motieven om te vasten