Tagarchief: relatiebreuk

mislukt

‘Wat is uw grootste mislukking?’ is de vraag van de week in het zaterdagse katern Tijd van Trouw. Mijn antwoord heb ik gisteren al aan de krant verzonden. Maar omdat je van Trouw slechts 120 woorden mag gebruiken, borduur ik hier nog even voort op het onderwerp. Mijn blogs mogen gelukkig zo lang worden als ik zelf wil. Ik zal me inhouden, maar over het onderwerp ‘falen’ kan ik eindeloos doorschrijven. Het imperfecte, het onaffe, de mislukking (wat is dat eigenlijk?) – ik kan me er veel meer mee identificeren dan met het succesverhaal. Met mensen die altijd lachend door het leven lijken te gaan. Die ongegeneerd opscheppen over hun perfecte kinderen, die mooi en intelligent zijn én in het begenadigdenklasje van de hockey zitten (dat klasje heeft een naam, maar die vergeet ik altijd). Mensen die natuurlijk nog steeds gelukkig samen zijn met hun jeugdliefde. Die drie keer per jaar met vakantie gaan. Die nooit geconfronteerd lijken te worden met ziekte of dood. Die leuke banen hebben en wooncarrière maken. Ze zijn inmiddels toe aan een twee-onder-één-kap, mijn generatiegenoten.

Ik realiseer me dat deze opsomming naar kinnesinne kan rieken. Maar zo is het niet bedoeld. Ik gun het ze, echt. Maar ik voel me veel meer verwant met hen die het ogenschijnlijk stukken minder voor elkaar hebben. Met mensen die de mislukking kennen.

Bestaat dat eigenlijk wel, ‘mislukt’? In mijn leven zijn diverse zaken anders verlopen dan ik van te voren had bedacht. Lang geleden trouwde ik – dat huwelijk is al jaren voorbij. En ook de relatie die daarop volgde is, zoals dat genoemd wordt, ‘mislukt’. Maar wat is dat, een mislukte relatie? Wanneer is een relatie gelukt? Als je bij elkaar blijft? Als je samen oud wordt? Volgens mij kunnen vriendschappen of (liefdes)relaties helemaal niet lukken of mislukken. ‘Lukken’ betekent dat je succesvol je doel hebt bereikt.

Voor je rijbewijs kun je slagen. Je kunt je opleiding succesvol afronden. Een offerte uitbrengen en de klus krijgen. Je kunt een ingewikkeld Jamie Oliver-recept uitproberen, twee uur in de keuken staan en uiteindelijk een gerecht serveren dat er precies zo uitziet als op het plaatje. In al die gevallen kun je spreken van ‘gelukt’. Een relatie echter blijft altijd hard werken. Het is nooit klaar. Tenzij je elkaar niet meer gelukkig maakt. De relatiebreuk betekent in dat geval een nieuw begin. Je gunt elkaar een nieuwe start. En dat noem ik bepaald geen mislukking.

Succesverhalen maken mensen moedeloos. Als ik tien minuten naar gebluf geluisterd heb, raak ik verveeld. Ik prijs me gelukkig met mensen om me heen die hun flaters ruimhartig met me delen. Ik doe dat ook met hen. Mijn twijfels, mijn angsten, mijn onzekerheden, ja, zelfs mijn mislukkingen.

Het Trouw-artikel noemt boektitels die je leren om je mislukkingen om te buigen naar succeservaringen. Klinkt goed, maar ik betwijfel of je wel altijd van je fouten leert. En ach, is dat zo erg? Falen levert je in elk geval verhalen op. Sterke verhalen wellicht. Maar ook kwetsbare verhalen. En die zet je niet zo snel in de krant.

I will survive

Ruim twintig jaar van m’n leven heb ik samengewoond. Nu woon ik alweer maanden zonder partner. En dat heeft grote voordelen. Zelf je huis en je leven inrichten, geen gezeur aan je hoofd in de trant van ‘wat ben je stil, waar denk je aan?’. Maar soms heb ik het even hélemaal gehad. Op die momenten, ik geef het eerlijk toe, vind ik het geluk van anderen onuitstaanbaar. Ik heb dan best met mezelf te doen. Hoe trek je jezelf vervolgens weer uit de put? Vijf survivaltips.

 

  1. Maak een Spotifylijst met stoere liedjes aan. Liedjes die je laten voelen: het gaat je lukken. Op mijn lijst staat natuurlijk I will survive van Gloria Gaynor. En Ramses Shaffy’s We zullen doorgaan.
  2. Verwijt jezelf niets. Gebeurd is gebeurd, je doet er niets meer aan. Kijk vooruit, niet achterom.Loesje
  3. Dans. Lach. Ga naar de sauna of de kapper. Desnoods naar de nagelsalon. Met andere woorden: verwen jezelf.
  4. Drink wijn met vrienden. Drink geen wijn in je eentje. Dat leidt tot niets.
  5. Kies eens voor de huiskamer in plaats van de kroeg. Trek je onesie aan, nestel je met een pot thee op de bank en lees. De krant, een roman of een dichtbundel. En dat mag bést iets vrolijkers zijn dan, pak ‘m beet, Geduldig Lijden van Lévi Weemoedt. Ook non-fictie is een aanrader. Zo stap je in een andere wereld of kom je op nieuwe ideeën.

Kortom: schud de sores van je af, kom in actie, maak plannen voor de toekomst. Alles komt goed. Alleen niet meteen vandaag.

een ode aan mijn ex

Wat een prachtige Ode aan de ex schreef David van Reybrouck in De Correspondent. Samen met zijn voormalige vriendin sprak Van Reybrouck ‘na drie maanden stilte’ af in een Brussels café. Hij kijkt naar haar als ze een drankje gaat bestellen aan de bar: ‘Ik moet mijn best doen om haar schoonheid niet te zien. Het lukt me niet. Dan maar kwelling.’ Het ontroert me hoe liefdevol hij schrijft over zijn ex. Na drie maanden! Jaloersmakend vind ik het. Maar waarom? Vind ik dat ik dat óók moet kunnen, zo’n ode schrijven aan mijn ex?

‘Misschien zijn oud-geliefden wel de meeste duurzame relaties in een mensenleven,’ schrijft Van Reybrouck. ‘Maar waarom moet dat zo vaak ondraaglijk zijn? Zo verbitterd blijven? Verdriet dat zich vermomt als hardheid. Verlies dat zich uitdrukt in nijd. Doodzonde.’ O, wat ben ik het met Reybrouck eens. Wat zou het mooi zijn als je na het verbreken van je relatie in alle redelijkheid naar elkaar kon kijken. Als het lukte om de terugblik op de mooie momenten te laten prevaleren boven de pijnlijke herinneringen aan de ruzies en de breuk. Wat zou je bewonderd worden door vrienden en familie. Wat zou je trots zijn op jezelf. Redelijk en mild zijn: dat moet toch kunnen?

Zeker, het kan. In 2013 werden ex 1 en ik geïnterviewd voor de serie Exgenoten van NRC Lux. Het werd een mooi artikel waarin onze beide verhalen over de scheiding en onze huidige vriendschap staan opgetekend. ‘Fijn dat jullie willen meewerken. Het is niet makkelijk om interviewkandidaten te vinden,’ zei journaliste Brigit Kooijman me voorafgaand aan ons gesprek. En dat kan ik me zó goed voorstellen. Want eigenlijk is het een wonder als je in staat bent om zo liefdevol over elkaar te spreken na een relatiebreuk. Dat kan bepaald niet altijd. Althans, niet meteen (het interview voor NRC vond plaats elf jaar na het verbreken van mijn huwelijk). In de begintijd staan pijn en verdriet de mildheid nog akelig in de weg. Als je op dat moment de pen pakt voor een lofzang, wordt het enkel een opsomming van bitterheden.

Ga ik het doen? Ik sluit niets uit. Het lijkt me wel mooi zelfs, zo’n Nahuwelijk-achtig verhaal. Louterend. Een soort bloemlezing. Misschien schrijf ik ‘m op een dag, mijn Ode aan de ex. Maar misschien lukt het nooit. En dat is helemaal niet erg.

de liefde als hoogste goed

Tussen oorlog van met z’n tweeën en ontberingen van alleen zijn moet de volmaakte omgang liggen’, dichtte Elly de Waard in haar debuutbundel Afstand. Een stelling die menig (echt)paar zal onderschrijven. Het is ook mijn persoonlijke ervaring. Als samen zijn niet meer werkt, voelt alleen zijn als een bevrijding. Maar géén partner hebben is af en toe verdomde eenzaam.

De Franse filosoof Ruwen Ogien is er stellig over: ‘Romantische liefde duurt niet eeuwig. Hooguit drie jaar. Niemand is onvervangbaar, ook jouw eeuwige liefde niet.’ Ogien schreef er een boek over, Philosopher ou faire l’amour. In een uitstekend interview in Vrij Nederland (dank voor het delen, Marjan!) zegt Ogien: ‘De romantische liefde was vooral een literaire werkelijkheid. Alleen is het vandaag de norm geworden in ons dagelijks bestaan: een man en een vrouw, trouw aan elkaar en voor eeuwig verbonden.’ Ogien gelooft er niet in: ‘Die lofzang op de liefde is een soort spreekbuis geworden van een nieuw conservatief gedachtegoed (…). De liefde als hoogste goed is een rechtvaardiging om elke innovatie tegen te houden als het gaat om het huwelijk, seksualiteit en voortplanting.’ Het homohuwelijk bijvoorbeeld, waar in Frankrijk zeer heftig tegen geageerd werd. Of de opvatting ‘seks zonder liefde is slecht’. Ogien: ‘Er is geen empirisch bewijs voor de stelling dat seks per definitie beter is mét liefde. Er zijn zelfs redenen om te denken dat liefde juist een obstakel is voor bevredigende seks.’

Moeten we hierdoor bitter worden? Ik vind van niet. Ogien schetst eerder een realistisch dan een cynisch beeld. Ook ik merk ik dat ik véél kritischer ben geworden over het idee liefde is for always. Vanaf mijn 20e heb ik non-stop een man aan mijn zij gehad – het is voor het eerst dat ik maandenlang single ben. Ik ontdek nu dat ik het prima naar m’n zin kan hebben in m’n eentje. En dat alleen zijn helemaal zo deerniswekkend niet is. Ogien concludeert in het interview in Vrij Nederland: ‘Liefde is niet onbelangrijk, maar ook niet het belangrijkste in ons bestaan. Persoonlijk zou ik eerder de liefde opgeven dan de vrijheid.’ Aanvullend zou ik willen stellen: liefde is wel degelijk belangrijk, maar het komt op allerlei manieren naar je toe. Ook zónder exclusieve partner-voor-het-leven.

doorgeknipt

Het ergste leed lijkt betaalpasjesvoorbij. De lange weg die leidde tot het besluit om uit elkaar te gaan. De breuk en de ingewikkelde weken daarna. Het klussen en verhuizen tijdens de donkere wintermaanden. De halvering van het gezin. De eerste maanden met z’n drieën in het nieuwe huis. Het wennen aan het single-bestaan.

Veel van dat alles is achter de rug. Het gaat eigenlijk best weer aardig. M’n draai gevonden in de andere buurt. Blij met mijn kinderen en de lieve vrienden om me heen. Leuke nieuwe ontmoetingen. De eerste zonnestralen op mijn fleurige balkon. Fijne feestjes. De btw-aangifte van Q1 gedaan. Eindelijk weer eens een paar jurkjes gekocht. Ja, er zijn dagen dat ik hardop durf te denken: alles komt goed.

Maar dan ineens tóch weer een onverwachte dip. Juist op een moment dat ik het helemaal niet verwacht. Op een zonnige middag stap ik de bank binnen, samen met mijn opgewekt fluitende ex. De afwikkeling van onze gezamenlijke administratie nadert haar eind: we gaan de en/of-rekening opdoeken. Ik dacht dat dit een fluitje van een cent zou zijn, maar nee. Het blijkt een flink karwei. Er wordt koffie ingeschonken, op het beeldscherm flitsen de diverse rekeningen voorbij. Tientallen vragen dienen beantwoord te worden.

Weldra ligt de kraakhelderwitte balie vol met paspoorten, bankpassen en een schaar. Want bij het opheffen van de en/of-rekening moeten pasjes worden doorgeknipt. Of één van ons dat wil doen, vraagt de bankmevrouw. Ex heeft geen interesse. Maar ik voel dat ik dit zelf moet doen. De bankmevrouw reikt me de schaar aan, die ik geconcentreerd in het oranje plastic zet. Een forse knip: de pas is in tweeën. Ook de andere pas knip ik door. Mijn en/of-pas. De pas waarmee ik wekelijks in de deuropening stond, omdat Albert weer stapels kratten vol boodschappen kwam bezorgen voor ons grote gezin. De pas van de rekening waarmee we onze hypotheek betaalden. De gezamenlijke vakanties. De uitjes met de kinderen. Knip. Doormidden. Het ene moment een pas die deuren voor je opent. Het volgende moment twee waardeloze stukjes plastic. Ik word er zó verdrietig van. De bankmevrouw ziet het. ‘Hoe lang waren jullie samen?’ vraagt ze. ‘Twaalf jaar,’ antwoord ik met trillende stem. ‘Dat is een hele tijd,’ zegt ze warm.

Met rode ogen verlaat ik het bankkantoor. Zonnebril op m’n neus om mijn tranen te verbergen. We fietsen een klein stukje samen op. Daarna slaat hij de hoek om, op weg naar zijn volgende bestemming. Ik ga rechtdoor. Almaar rechtdoor. De laatste banden zijn doorgeknipt.

alweer?

Scheiden - Peter van StraatenWat een briljánte tekening is dit van Peter van Straaten. Heerlijk, die relativering. Natuurlijk, een scheiding is moeilijk – zeker als je er middenin zit. Maar je overleeft het. En juist als je voor de tweede keer opbreekt na een langdurige relatie, dan weet je dat je het uiteindelijk gaat redden. Omdat je het die eerste keer óók hebt gered.

Hoe anders keek ik hier vroeger tegenaan. Uit mijn jeugd herinner ik me wat voor schok het teweegbracht als iemand uit onze kennissenkring ging scheiden. Er hing een waas van geheimzinnigheid omheen. Er werd gemompeld en gefluisterd. Wat er precies loos was, daar kwam ik niet achter. Maar ik wist wel dat het goed mis was, een relatiebreuk. Laat staan als mensen twéé keer gingen scheiden. ‘Dat wordt zijn derde huwelijk,’ hoorde ik eens met onverholen afgrijzen op een verjaardagsfeest. Ik kon me volledig in dat afgrijzen vinden. In gedachten trok ik mijn wenkbrauwen op als ik zoiets hoorde – hoe was het mógelijk? Trouwen, dat deed je maar één keer, en dat was for always! Mensen die meerdere keren gingen scheiden – dat gaf me familie Flodder-associaties. Dat mensen zoiets niet konden opbrengen, trouw tot aan de dood! Zoiets zou míj niet overkomen.

Nu weet ik: een relatie is alleen lang houdbaar als je er allebei voldoende energie uit haalt. Als je in staat bent elkaar vrolijker, mooier en groter te maken. Merk je dat dit niet meer lukt, dan is het beter er een punt achter te zetten – hoe verdrietig en hoe zwaar dat besluit ook is. Je wordt er niet gelukkiger van om bij elkaar te blijven enkel omdat het handig of verstandig is. Het leven is te kort om elkaars ontwikkeling in de weg te staan. Elke scheiding is een nieuw begin.

sleur

Iemand om aan te vertellen wat niet van belang is‘Verschoon jij de kattenbakken even?’ ‘Ach, kun jij dat overhemd voor me strijken?’ ‘Wat hebben we nodig bij de Jumbo?’ Die korte gesprekjes. De vaste taakverdeling. Het is een sleur. Maar je mist het als je ineens geen partner meer hebt. Dat maatje met wie je je dagelijkse besognes deelt. Die je als je thuiskomt uit je werk vraagt ‘Hoe was je dag?’ Die je schouders masseert omdat je weer veel te lang krampachtig achter de laptop tegen een deadline aan hebt zitten werken. Die de rotklussen van je overneemt. Die in oktober al de zomervakantie naar Zuid-Frankrijk boekt. Het cliché is waar: je weet pas wat je had op het moment dat je het kwijt bent. Geen partner hebben voelt soms verdomde eenzaam.

In deze tweede alinea verwacht je nu de catharsis. Een opsomming van de enórme voordelen van het singlebestaan. Maar daarvoor is het te vroeg. Zover ben ik nog niet. Toch geef ik toe: het leven als solo brengt mooie dingen. Meer tijd voor de kinderen bijvoorbeeld. Autonomie. Inniger vriendschappen. Je eigen kleur, inrichting en muziek. En ruimte voor spontane acties. Als ik vriendinnen hoor over de echtelijke twisten die zij tijdens de paasdagen hadden, denk ik: hmmm, ik vond het wel relaxed dat ik bij het ontbijt in m’n eentje op een cracker met jam kon knagen. Een koffietje, de krant erbij. Terwijl zij handenwringend bij hun schoonouders op de bank zaten, dronk ik met m’n GBF een koel wit wijntje op een terras. En aan het eind van de dag had ik een hilarische appconversatie met een vriendin die drie dates tegelijk heeft.

Ik kies nu zélf de mensen uit die me vragen ‘Hoe was je dag?’ Natuurlijk, het is minder comfortabel dan de partner die altijd voor je klaarstaat. Maar sleur in mijn leven – nee, dat is me momenteel volkomen vreemd.

‘Iemand om aan te vertellen wat niet van belang is’ – Judith Herzberg

kapot

Bam. Een gebroken vaas. Pats. De oven op de keukenvloer aan gruzelementen. Tik, tik, tik: tientallen kraaltjes van mijn armband stuiteren in het rond. OMG, mijn bedrijfswebsite gehackt. En wat is het plotseling koud in huis … aha, een kapotte verwarmingspomp! Pfff, wat gaat er veel stuk sinds de verhuizing. Waarom toch? Is er niet genoeg aan diggelen gegaan het afgelopen jaar? Moet alles eerst tot op de grond worden afgebroken voordat er licht aan de horizon mag schijnen?

Echt – ik kan best veel verdragen. Een overhaaste verhuizing bijvoorbeeld. Zo’n gebeurtenis staat in de top 5 van meest stressvolle gebeurtenissen in iemands leven. Volgens mij komt het na de echtscheiding. Een verhuizing als gevólg van een relatiecrash kan dan ook bijna niet anders dan tot overspannenheid  leiden. Toch heb ik het klussen & verhuizen goed doorstaan. Eigenlijk mag het een wonder heten dat ik nog steeds heel aardig functioneer. Ik haal mijn dagelijkse deadlines, scheur stoïcijns blauwe enveloppen open en vul de monden van mijn kinderen. Weliswaar niet met biodynamische macrobiotische producten, maar heus, er staat élke dag een verantwoorde maaltijd op tafel. Op z’n mínst een Pizza Verdura.

Ik weet wat Claudia de Breij erover zingt: alles wat het doet kan kapot. Maar al die scherven, ik houd er niet van. Voor mij mag alles nu wel weer heel. Weet je wat? Ik ga er wat aan doen.

verhuizen

Een openingsborrel, launchparty of ondernemersbijeenkomst – als je me uitnodigt, ben ik erbij. Ik laat het zelden afweten. Maar in december en januari trok ik het niet. Op die ene borrel na dan, de dag voordat ik de sleutel van mijn nieuwe woning kreeg. Ik weet niet eens waarom ik ben gegaan – de macht der gewoonte zeker. Uitgeblust stond ik met een glas in m’n hand, daar in dat restaurantje aan de Lange Nieuwstraat. Wat er loos was, vroeg een oplettende medebezoeker. ‘Ik ga verhuizen,’ meldde ik mat. ‘Verhuizen?’ reageerde hij enthousiast. ‘Groter, mooier, dichter bij het centrum?’ Ik moest hem teleurstellen. Van mij geen succesverhaal. De stap naar groter, mooier, duurder had ik drie jaar eerder al gezet. Toen verkochten we onze flat en betrokken de ideale eengezinswoning voor onze patchworkfamily.

Maar ja. Hoe fijn zo’n nieuw, groot huis ook is, in welke kleuren je de muren ook schildert – als je niet happy bent, werkt het niet. We gingen uit elkaar. En vervolgens daalde ik een paar treetjes op de wooncarrièreladder. Ik ging weer huren. De hele kerstvakantie stonden mijn vrienden, kinderen, exen en ik met emmers verf op ladders te balanceren, er werden vloeren gelegd, gaten geboord, ramen gezeemd, verhuisdozen gepakt. Het was een slopende tijd, maar ik ben er weer. Met dank aan vele vrienden was de verhuizing in een halve dag gepiept. Het scheelde weinig of we kregen de verhuisbus niet mee van het verhuurbedrijf. De verhuislift kantelde omdat uitgerekend díe dag windkracht 10 opstak. En de piano moest met vereende krachten door het halletje van mijn flat worden geperst. Toch is het allemaal maar mooi gelukt. Ruim twee maanden na de zóveelste verhuizing in mijn leven ben ik eindelijk weer een klein beetje geland. Tijd voor iets nieuws. Zoals een eigen blog, iets wat ik al jaren van plan ben. Minstens tien drafts zitten in mijn hoofd. Nu nog op het scherm. Ik ga vannacht nog even door!