solitude

Op zaterdagavond alleen thuis zijn vind ik altijd nét even wat ingewikkelder dan op andere avonden. Heel gek, want in mijn drukke leven is het een verademing om eens een avond in m’n eentje met de krant of een boek op de bank te zitten. Zo vaak gebeurt dat niet. Muziekje erbij, kaarsje aan, een pot thee op tafel – heerlijk. Doordeweeks, zittend op diezelfde bank, wil ik de laptop er nog wel eens bij pakken om een klus af te maken. Maar in het weekeind is me-time ook echt tijd voor mezelf. En dat is fijn.

Toch ben ik me  juist op zaterdagavond meer bewust van mijn alleenstaande moeder-status dan doordeweeks. Alsof ik me ervoor moet schamen dat ik op dé uitgaansavond van de week uitsluitend gezelschap van de katten heb. Toen ik net alleen woonde, ruim drie jaar geleden alweer, zou ik op een avond als deze beslist mijn telefoon gepakt hebben om iemand te zoeken met wie ik de stad in kon gaan. Nu blijf ik rustig zitten op die bank. Ik ben zelfs blij dat ik geen stelletjes-etentje heb, of tot diep in de nacht moet dansen. Alleen zijn met mezelf: ik leer het steeds meer te waarderen.

Alleen zijn heeft vaak een negatieve klank: alsof je pas compleet bent in gezelschap van anderen. Maar alleen zijn is niet positief of negatief: het is een neutrale situatie. In het artikel ‘Breng meer tijd door met jezelf’ (Filosofie Magazine februari 2018) zet filosoof Lars Svendsen eenzaamheid tegenover de Engelse term ‘solitude’: positieve afzondering. Solitude – ik vind het een prachtig woord. Svendsen ontkent de aanname dat het aantal eenzame mensen toeneemt. Er is geen toename van eenzaamheid, er is alleen meer aandacht voor, stelt hij. Het probleem is niet dat we vaak alleen zijn – we zouden juist vaker tijd met onszelf moeten doorbrengen. We proppen onze agenda’s veel te vol met allerlei sociale activiteiten. ‘In eenzaamheid ben je alleen met jezelf, terwijl je in solitude samen met jezelf bent. Je ervaart de afwezigheid van anderen dan niet als een gebrek, maar juist als een mogelijkheid om te genieten van je eigen aanwezigheid,’ zegt Svendsen in het artikel.

Tijd om te mijmeren, om je gedachten te ordenen, om gewoon even te lummelen – we gunnen het onszelf steeds minder. Zijn we alleen, dan pakken we meteen onze telefoon om te gaan appen of op Facebook te kijken. Alsof het gezelschap van jezelf niet voldoende is. Alsof je altijd een ander nodig hebt om jezelf compleet te kunnen voelen.

Eenzaamheid is een verlangen naar verbinding met anderen dat niet vervuld wordt, zegt de filosoof. En daar zit ‘m volgens mij de crux. In een relatie, vriendschap of gezelschap kun je je eenzaam voelen omdat je niet in contact staat met de ander of de anderen. In je eentje thuis op de bank hoef je je helemaal niet eenzaam te voelen, omdat je in contact bent met jezelf. ‘Als je alleen zijn niet prettig vindt, zegt dat iets over de relatie die je met jezelf hebt,’ zegt Svendsen. ‘Het betekent niet dat je die tijd voor jezelf niet nodig hebt.’

Ik schenk mezelf nog maar eens een kop thee in, hier naast de katten op de bank. Maar mórgenavond zit ik gezellig weer in de kroeg.

je fouten vieren op het faalfestival

‘Geluk is een keuze.’ ‘Success doesn’t come to you, you go to it.’ Dagelijks wordt het ons ingepeperd: denk groot! Word beter, verdien meer! Maar de realiteit is dat we fouten maken. En dat we keer op keer pech hebben in het leven. Wat is het dan een verademing als er een Faalfestival wordt georganiseerd! Je begrijpt dat  ik er dolgraag bij was, afgelopen zaterdagavond in Tivoli Vredenburg.

Tijdens het Faalfestival, een initiatief van Remko van der Drift, komt een bonte schakering van teleurstellingen voorbij. Er zijn lezingen over falen in de liefde, in de opvoeding, in de wetenschap en falen in de maatschappij. Er is een ‘zwelgplek voor mensen in mineur’. Bezoekers kunnen hier hun narigheid op een briefje zetten en ruilen met iemand anders op het festival. En er is een ‘Pop-Up-museum van gefaalde voorwerpen’. Zoals een onderkintrainer die niet tot het gewenste resultaat leidde. Of een typemachine, aangeschaft in de kringloopwinkel. Het leek de nieuwe eigenares een romantisch idee om er oldskool gedichten mee te typen. Maar helaas. Bij thuiskomst bleek de machine geen qwertytoetsen te hebben: na het openen van het typemachinekoffertje verscheen het Cyrillische alfabet.

Dan is het tijd voor de sprekers. Allereerst beluisteren we het indrukwekkende verhaal van ‘troeteldakloze’ Wim Eickholt. De Utrechter verliest zijn baan, zijn vrouw en zijn huis en komt in het Snurkhuis terecht: ‘ik ontmens daar elke dag een beetje meer.’ Het lukt hem om via een afkickkliniek en een kamer in het Leger des Heils weer in een eigen woning terecht te komen. Na Eickholt stapt Sofie van den Enk op het podium, die hilarisch herkenbaar vertelt over falen in de opvoeding. Bijvoorbeeld over de wanhopige pogingen om de niet-aflatende stroom opdrachten van de basisschool uit te voeren, zoals het vervaardigen van een fleurig én verantwoord paasontbijt voor een klasgenootje.

‘Falen is big business,’ stelt filosoof  Stine Jensen daarna. Kijk maar naar alle ‘faalbladen’ in het tijdschriftenschap, met artikel over loslaten en de kracht van kwetsbaar zijn. Stine vertelt over het Deense toprestaurant Noma, waar mensen maandenlang op de wachtlijst staan voor een etentje. De prestatiedruk is daar zo hoog, dat de eigenaar eens per week een faaldag heeft ingesteld, waarop het personeel naar hartelust mag experimenteren. Prachtig is ook het ‘cv of failures‘ dat Stine laat zien: het curriculum vitae van Johannes Haushofer somt van alles op wat hij niet heeft gehaald, niet heeft afgerond en wat niet is gepubliceerd. Het is sterk en dapper om voor je fouten uit te komen, stelt Jensen.

Veel lezingen gaan over de kracht van falen: je leert van je fouten, en zit je in een beroerde situatie, dan kom je er vaak gelouterd uit. Maar hoe zit dat bij Diederik Stapel, de man die in 2011 werd ontslagen bij de Universiteit Tilburg omdat hij onderzoeksresultaten verzon? Voor een muisstille, nokvolle zaal vertelt Stapel hoe het kon gebeuren dat hij langzaam maar zeker steeds meer wetenschappelijke feiten bij elkaar fantaseerde: ‘De wereld die ik zag was niet zo ordelijk en esthetisch als ik wilde.’ Hij wist heel goed dat hij fout zat: ‘Daarom werkte ik zo hard, om te compenseren. Ik denk dat je fouten kunt maken als je onthecht. Ik sloot daar mijn ogen voor.’ Het verhaal is indrukwekkend omdat het zo pijnlijk is – hier is geen sprake van loutering, van ‘eind goed, al goed’. Hier staat een man die nooit meer aan het werk komt, die anderen pijn heeft gedaan – een fraudeur. Organisator Remko van der Drift kreeg voorafgaand aan het festival vragen over de komst van Diederik Stapel. In Trouw zegt hij: ‘Mensen vinden blijkbaar dat er een bepaalde grens is aan de fouten die je mag maken. Ik persoonlijk vind het juist ongelooflijk dapper dat hij hier zijn verhaal doet.’ Soms helpen fouten je juist níet verder en is het een kwestie van accepteren dat je hebt gefaald.

De laatste spreker die wij beluisteren is columniste Elfie Tromp, met een heerlijk verhaal over haar relaties die steeds weer mislukken. Hoewel … kan een relatie wel mislukken? ‘Mijn leven is een komen en gaan van toekomsten,’ zegt Elfie. ‘Regelmatig zit ik bij een nieuwe man in een nieuwe huiskamer op een nieuwe bank, met de brokstukken van de vorige relatie nog op mijn netvlies.’ De ene relatie volgt de andere op, maar is er dan sprake van falen in de liefde? Verliefde mensen valt niks kwalijk te nemen, vindt Elfie. ‘De verliefde geest is niet coherent, maar laveert tussen brokstukken.’

Ruil je Rampspoed: vanaf 21 maart kunnen we bij de VPRO verder met het uitwisselen van onze ongelukservaringen. Meer hierover lees je op VPRO Zwelgplek.

 

 

 

 

 

Facebook en de macht van het getal

‘Je vriend Daniel bezoekt een evenement bij jou in de buurt.’ ‘Casper heeft een bericht van Marjanne leuk gevonden.’
Zodra ik ’s ochtends mijn Facebook-app open, word ik bedolven onder dit soort berichten. Ik word meteen aan het werk gezet: bekijk dit grappige filmpje, feliciteer de nicht van je ex, bedenk of je mee wilt naar dat culinaire festival … en of ik wil of niet, ik kijk. Ik klik. En ik lees. Facebook heeft me in zijn macht.

Is dat erg? Niet altijd. Want die verslavende werking heb ik zelf in de hand. Ik beschouw Facebook als een dagboek annex fotoalbum: ben ik op een evenement, in de bioscoop of aan het strand, dan plaats ik een foto. En natuurlijk is het leuk als mensen op die foto reageren. Ik geef toe dat ik vaak een update plaats op vrolijke momenten – ik ben niet ongevoelig voor Facebookhappiness. Maar ook mijn mindere momenten deel ik zo nu en dan. En ik heb regelmatig goede discussies op Facebook. Soms zijn er dagen dat Facebook me er echt even doorheen sleept.

Toch baal ik steeds vaker van de macht die Facebook over me heeft. Ook al plaats ik dagenlang geen bericht, de app weet me continu te verleiden om terug te keren. Om er vervolgens veel langer rond te blijven dwalen dan me lief is. Want: ‘even kijken wat die-en-die vriend op Prikbord Lunetten heeft geplaatst’. En: ‘wat is dat voor evenement?’ En dan zijn er nog de samenzweerderige meldingen over herinneringen die ik volgens Facebook ‘vast wel leuk vind om te zien’. Bijvoorbeeld de sleuteloverdracht van een vorige woning met een vorige man. Of de intieme details die ik gepresenteerd krijg uit het leven van vage kennissen. Ik wil het niet zien, ik wil het niet weten. Maar ik lees toch. Steeds weer wordt mijn nieuwsgierigheid gewekt.

Ik weet: ik hóef niet te kijken. Maar ik ben zwak. En miljoenen Facebookgebruikers met mij. Op uitgekiende wijze weet het team van Mark Z. ons keer op keer weer in het drijfzand van andermans en lief en leed te laten wegzakken, ons berovend van onze kostbare tijd. Het zit ‘m vooral in de macht van het getal: dat rode rondje met het getal ’15’ erin geeft ons een kick.  Veel ‘vrienden’ hebben laat ons voelen: ‘ik hoor erbij, ik ben geliefd’.

Ik weet ook: ik kan mijn profiel met enkele muisklikken verwijderen. En misschien doe ik dat ook wel een keer. Maar er is een middenweg. Begin deze week heb ik de Demetricator van kunstenaar Ben Grosser op mijn laptop geïnstalleerd. Dit is een plugin die alle getallen uit Facebook weghaalt. Bij mij geen hysterisch rood bolletje meer: ik heb geen idee hoeveel likes er onder mijn berichten staan. Ik word niet meer geattendeerd op kennissen die hun regenlaarzen te koop hebben gezet. En ook weet ik niet wanneer iemand iets gepost heeft: in plaats van ‘tien minuten geleden’ staat er ‘recently’ onder een bericht. Juist van die getallen gaat een verslavende werking uit, redeneert Grosser namelijk. Als je een nieuwe profielfoto hebt geplaatst, kom je ieder kwartier naar Facebook terug om te kijken hoeveel likes de foto heeft. En staan er nul reacties onder een post, dan durf je minder snel een like te geven dan wanneer tientallen mensen je voorgingen.

De Demetricator maakt korte metten met de slinks zuigende moerasmethodiek. Het maakt Facebook in elk geval al stukken minder aantrekkelijk. De volgende stap is misschien een detox in de vastentijd, die op 14 februari begint. Lijkt me een bevrijding. In plaats van oppervlakkig van het ene naar het andere bericht te hoppen, lekker de tijd nemen voor een ondoorgrondelijk boek. Met héél veel pagina’s.

Wil je de Demetricator ook installeren? Lees hier de instructie

zwarte hond

Anthony is een stuiterbal. Een poëet. En een levensgenieter. Tijdens piekmomenten lacht het leven hem toe. Maar hij krijgt ook regelmatig the Big Black Dog op bezoek. En die jaag je niet zomaar even weg. 

Blue Monday is de dag waarop veel mensen zich treurig en neerslachtig voelen. Dat is tenminste de uitkomst van een formule die is bedacht door de Britse psycholoog Cliff Arnall. De feestdagen zijn voorbij, de goede voornemens blijken toch niet vol te houden en de grijze winterdagen strekken zich eindeloos voor ons uit. Maar mensen als mijn wijkgenootje en vriend Anthony voelen zich veel vaker down en neerslachtig. Ongeacht de dag van de week of de maand van het jaar. Anthony’s ups en downs zijn niet zomaar pieken en dalen: hij heeft een manisch-depressieve stoornis. Zit hij in een manie, dan begint het stuiteren. Je vindt hem dan achter zijn schrijfboekje terug bij een van zijn favoriete hangouts in de Utrechtse binnenstad, door Anthony de Zen-zone genoemd. Daar drinkt hij koffie of een biertje, schrijft teksten of spreekt met vrienden af. Met mij bijvoorbeeld. Ik houd van deze momenten: de hak-op-de-takconversaties waarbij ik probeer het lijntje vast te houden, de spontante gesprekken met passanten, de wandelingetjes langs de Oudegracht. Van Anthony leerde ik échte filterkoffie drinken – als koffiesnob haalt hij zijn neus op voor de Starbucks-achtigen.

Tijdens zijn piekmomenten haalt hij uit het leven wat erin zit. Dag en nacht. Totdat na een paar weken de duisternis van de depressie aanbreekt. Dan sluit hij zijn notitieboekje, staakt de bezoekjes aan de horeca en is somber en afwezig. Ik heb geen idee hoe dit voelt. Ik kan het hooguit vermoeden. Als vrienden proberen we er in zo’n periode wel voor hem te zijn, maar het contact is moeizaam. Via de app en Facebookposts zien we ongeveer hoe hij eraan toe is. Na een paar weken trekt de mist weer op. Een bi-polair zit gevangen in een eeuwige cadans.

Een paar weken terug, rond de kerst, had Anthony de Zwarte Hond weer op bezoek. Maar op Nieuwjaarsdag laat hij me weten dat hij de ongewenste gast gaat verjagen. Of ik met hem mee wil naar het Beatrixpark. Dat wil ik wel. Anthony loopt voor me uit met een grote tak in zijn hand. We lopen totdat we een groot veld bereiken waar honden heerlijk uitgelaten kunnen rennen. En dan gooit hij de tak op. Met een grote boog zwiert –ie door de lucht. Daarna ploft de tak, licht stuiterend, neer in het gras. We blijven kijken. En er gebeurt niets. De tak komt niet van z’n plek. Geen hond komt ‘m terugbrengen. De Big Black Dog is verdwenen.

Dit jaar verschijnt de eerste poëziebundel van Anthony, alias De Opendoelman. Meer nieuws hierover lees je op de Opendoelman-Facebookpagina

 

de beste negen van 2017

De #bestnine2017? Voor iemand die dagelijks tientallen foto’s maakt is het een hele opgave om negen favorieten te kiezen. Ik koos dan ook niet per se de ‘beste’ foto’s uit. Wel zie je hier de plaatjes die het verhaal vertellen van negen bijzondere momenten uit het afgelopen jaar.

Allereerst een foto uit de viering in de Utrechtse Janskerk op 29 januari. Ik ben op dat moment net gedoopt en daarmee toegetreden tot de rooms-katholieke kerk. Mijn vrienden en peter en meter, Hans en Elise, hebben me het witte doopkleed omgedaan. Een steeds sterker wordende wens van jaren ging in vervulling. De doop is een keuze die met het verstand niet is uit te leggen. En dat doe ik dan ook niet. Het is een mysterie. Net zo min als ik kan uitleggen wat Maria met me doet. Ik brand een kaarsje voor haar bij hoogte- en dieptepunten in mijn leven. Dit jaar ging ik maar liefst vier keer naar de fantastische Mariatentoonstelling over ‘de meest afgebeelde vrouw op aarde’ in het Catharijneconvent (foto 2).

In 2017 was ‘man/vrouw’ regelmatig onderwerp van gesprek tussen mij en de mensen om me heen. Bijvoorbeeld door de Sire-campagne over jongens en meisjes en de #metoo-discussie. Tegelijkertijd werd voor de eerste keer een gaypride in mijn stadje gehouden. Het was groots om daarbij aanwezig te zijn, ik heb tientallen foto’s gemaakt van de prachtige boten met dito mensen erop. Ontroerend en indrukwekkend. In die week hielp ik ook mee met de voorbereiding van Roze Zondag in de Janskerk. Tijdens de viering hingen we een reusachtige regenboogvlag in de kerk.

De zonnebrillenfoto van mijn lief en mij is gemaakt op Lesbos. Wat was dat een heerlijke week. Zon, zee, lezen, Ouzo en Metaxa, zingende krekels, lange zwoele avonden – ik had er maanden willen blijven. Maar ach, ook in Utrecht was genoeg te doen tijdens de zomervakantie. De foto van de Parade is voor mij een herinnering  aan de vele festivals die ik afgelopen jaar bezocht. Zoals het nieuwe Bucketlistfestival, het Bevrijdingsfestival, proeftuin Rotsoord, Lepeltje Lepeltje en vorige week nog kerstfestival Knus. Over de ‘festivalisering’ las ik zorgelijke artikelen in de krant. De grens aan het aantal evenementen in de Randstad zou zijn bereikt. Maar ik begrijp de aantrekkingskracht van het festival maar al te goed. In je eigen stad, op fietsafstand, bevind je je even in een andere wereld met muziek, theater en culinaire genoegens. Je komt bekenden tegen, doet nieuwe ervaringen op en hebt plezier. Ook als het regent: zie hier mijn festivallaarsjes die ik al jaren in de berging heb staan.

Voor het eerst in drie jaar heb ik kunstenfestival Watou weer bezocht. Jarenlang reden ex 2 en ik elke zomer een weekeind naar dit Belgische dorp, waar op verschillende locaties kunst en poëzie is te zien en te beluisteren. Ik had de afgelopen jaren geen zin om de herinneringen ter plaatse op te rakelen, maar dit jaar ben ik weer gegaan. ‘Over alleenigheid en ondraaglijke eenzaamheid’ was het thema – in m’n eentje had ik het niet getrokken, maar ik was er samen met dochter en dat was een goeie zet! Een paar dagen later stond ik met exgenoot op Schiphol om onze zoon op te halen, die samen met een vriend een maand door Azië had gereisd. Zo mooi om al die verhalen te horen, zo’n trots gevoel dat die jongens het met z’n tweeën hebben gered.

De foto van de fiets is gemaakt bij de werkplaats van Verhipmijnfiets. Mijn fiets-van-de-zaak was dringend aan een opknapbeurt toe. Ik zou ‘m drie weken kwijt zijn, maar dit werden bijna drie maanden. Wat een zegen om haar weer terug te hebben – het frisgele rijwiel is een ankerpunt in de stad. Zeker als ik wat later op de avond de kroeg verlaat.

Foto negen is een afbeelding van iMovies op mijn Macbook. Dit najaar heb ik een training gedaan bij de Videovakvrouw. Filmpjes maken stond al lang op mijn verlanglijst, maar het kwam er steeds niet van. Dankzij de Videotiendaagse kreeg ik de smaak te pakken. Inmiddels kan ik filmen, monteren en muziek onder mijn filmpje plakken. Een eerste videoreeks, met blogtips, is in de maak.

Er zijn honderden foto’s die ik níet laat zien. Foto’s van feestjes: vrienden die 50 werden, het 12,5-jarig bestaan van mijn bedrijf,  twee 25-jarige huwelijksfeesten. Foto’s van exposities in het prachtige Voorlinden, het Groninger Museum, de Fundatie, Boymans van Beuningen, het Kröller-Müller … Ik was bij concerten, had borrels van mijn werk, vierde feestjes in huiselijke kring … en altijd heb ik de camera paraat. Ik ben een toerist. Een verslaggever.

Maar niet álles hoeft vereeuwigd te worden. Uit de reeks niet-gemaakte foto’s zou je de ‘worst nine’ van 2017 kunnen selecteren. Want de tranen, het verlangen, de eenzaamheid, de boosheid, de schaamte en de dood waren er ook. En waren deze ervaringen slecht? Nee, ze waren minstens zo waardevol. Samen met de ‘best nine’ vormen ze de herinnering aan een mooi jaar waarin ik heb liefgehad en geworsteld, ben gegroeid en heb geleerd.

 

 

 

 

 

mijn auto = jouw auto

Sinds twee maanden staat er een leaseauto van SnappCar op mijn naam. Een auto om te delen. Waarom koos ik voor zo’n deelauto? En hoe werkt dat precies? Ik leg het je graag uit!

Als je zelf geen auto hebt, maar je wilt er wel af en toe één gebruiken, dan kun je terecht bij bedrijven als SnappCar en Greenwheels. Beide stimuleren ze het delen van auto’s, met dit verschil:

  • Greenwheels heeft eigen auto’s, die je vooral in steden veel ziet staan. Heb je een abonnement, dan kun je heel eenvoudig een Greenwheels-auto huren voor een paar uurtjes of een hele dag. Na gebruik zet je de auto weer terug op de vaste parkeerplaats, het geld wordt van je rekening afgeschreven en klaar ben je.  Ik maakte jarenlang gebruik van Greenwheels. Lees hier meer over mijn ervaringen met Greenwheels
  • Bij SnappCar draait het om het delen van auto’s van particulieren. Je zet je eigen auto op de SnappCar-site en regelt zelf de verhuur. Sinds een tijdje rijden er echter ook SnappCar-autootjes rond: Fiats 500 in wit, zwart of grijs. SnappCar verhuurt deze auto’s niet zelf, maar heeft dit uitbesteed aan mensen als ik, die zo’n Fiatje leasen. Woon je in Lunetten en wil je de SnappCar-Fiat huren, dan kom je dus bij mij terecht. Ik gebruik de auto zelf, het leasecontract staat op mijn naam. Voorwaarde bij de lease was, dat de auto minstens twee dagen per maand door buurtbewoners wordt gehuurd.

Zo werkt het: 

  • Via de website of de app van SnappCar zoek je naar een auto bij jou in de buurt. Je kijkt op de kalender of je de auto kunt huren op de datum die jij in gedachten had.
  • Is de auto beschikbaar, dan reserveer je de auto.
  • Op de dag van de reservering bel je aan bij de verhuurder, je loopt samen naar de auto en vult via de app een paar gegevens in. Bijvoorbeeld de kilometerstand en de hoeveelheid benzine in de tank.
  • Aan het eind van de rit doorloop je het proces opnieuw. Het betalen gaat rechtstreeks via SnappCar, daar heb je geen omkijken naar.

Ik ben blij met LunaCar, de naam die ik mijn deelauto heb gegeven. Het geeft mij net iets meer vrijheid dan de Greenwheels. En tegelijkertijd is het een goed gevoel om de auto te delen. Ik heb ‘m zelf maar weinig nodig. Op deze manier help ik mee het autobezit terug te dringen en de CO2-uitstoot te verminderen. Daarnaast is het gezellig: ik leer steeds meer buurtbewoners kennen. Ik heb nog geen vaste medegebruikers, daarvoor heb ik de auto te kort. Maar ik heb al wel fantasieën over een LunaCar-buurtbarbecue met de meest trouwe fans uit de wijk. Ik mik op lente 2018.

Meer informatie of meteen reserveren: kijk op mijn SnappCar-pagina!

 

 

 

slimme winkels gaan genderneutraal

‘Mooi shirt hè Maarten!’ ‘Heel leuk mama, maar ik neem ‘m niet, want dit shirt is voor meisjes.’ Bij de HEMA zijn dit soort discussies binnenkort verleden tijd. De winkelketen maakte gisteren bekend dat de aanduiding ‘jongen / meisje’ van kinderkleding wordt verwijderd. Een fantastische stap. Weg met de betutteling! Als klant ben ik op zoek naar iets wat ik mooi vind; niet naar iets wat volgens de winkel voor mij en mijn seksegenoten is bedoeld. De HEMA kiest voor een afdeling met kinderkleding. Geen hoekje meer voor jongens of voor meisjes. De kleding wordt genderneutraal verpakt. En dat leidt niet tot eenvormigheid, maar juist tot meer vrijheid. De vrijheid om te dragen waar je je prettig in voelt.

Kiezen voor genderneutraal is kiezen voor diversiteit. Een meisje kan bij de HEMA nog steeds jurkjes kopen. Maar als ze liever donkergrijs ondergoed heeft in plaats van paars gebloemde broekjes, dan kan dat ook. Zonder dat ze hoeft te denken: ‘Als de kassajuffrouw maar niet ziet dat ik jongensonderbroeken koop.’ Ik vind het goed van de HEMA dat ze haar nek durft uit te steken en ga ervan uit dat meer kledingwinkels zullen volgen. Vooral nu blijkt dat het bevestigen van stereotiepe rolpatronen gezondheidsschade kan veroorzaken. Wetenschappers in the Journal of Adolescent Health hebben onderzocht dat denken in vaste rolpatronen negatieve effecten heeft op de gezondheid van jongens en meisjes gedurende hun verdere leven. Daarom is het belangrijk dat ouders hun kinderen binnen minder traditionele rolpatronen opvoeden, zeggen de onderzoekers.

We verlaten de HEMA en lopen de speelgoedwinkel binnen. Hier wordt pas echt in stereotiepen gedacht. Voetballen, Playmobiel, technisch Lego: we vinden het allemaal langs de blauwe wand, met daarbij nadrukkelijk de aanduiding ‘jongens’. In de schappen tegen de roze wand liggen de Barbies, poppen en prinsessenjurken. Overzichtelijk, zou je denken. Maar nee, door deze indeling van de winkel worden kinderen en hun ouders gemanipuleerd. Want een jongen die met Barbies wil spelen, kijkt wel link uit zich in de roze hoek te begeven. Volgens de winkel hoort hij daar immers niet. En doet hij het toch, dan wordt hij meewarig aangekeken of bespot. Zo werkt de speelgoedwinkel op slinkse wijze vaste rolpatronen in de hand. Winkelmanagers, doe er iets aan! Waarom het speelgoed niet aanbieden in categorieën: spelletjes, Lego, poppen, enzovoort. Een kind kan dan kiezen wat bij hem of haar past.

Genderneutraal wil niet zeggen dat we hetzelfde moeten zijn. Integendeel: het stimuleert dat we onze verschillen vieren. Niet per se verschillen in sekse, maar verschillen in voorkeuren, smaak en stijl. Want ieder mens is anders en heeft behoefte aan maatwerk. Een slimme, bijdetijdse retailondernemer speelt in op deze diversiteit.

Overigens was HEMA Holten haar tijd ver vooruit. In het najaar van 2014 maakte ik deze foto in genoemd filiaal. We zullen het nooit te weten komen, maar wellicht bracht de filiaalmanager van HEMA Holten met dit fraaie staaltje genderverwarring het balletje aan het rollen 😉

laat mannen mannen zijn

De ophef rondom de SIRE-campagne ‘laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn’ is alweer enige tijd geluwd. (Ik schreef er deze zomer een blog over.) Toch bleef de campagne me bezighouden. Het werd dus tijd om Waar is mijn speer ter hand te nemen, een boek over de rol van de man in de 21e eeuw. Het is geschreven door de Britse journalist en documentairemaker Tim Samuels.

Mannelijkheid wordt vaak geassocieerd met brute kracht, agressie en gevoelloosheid. ‘Echte mannen huilen niet.’ Maar wat we uit het oog zijn verloren, schrijft Samuels, is ‘de inherente, duurzame kracht van mannelijkheid – en hoe die kan worden aangewend als een positieve kracht’. In het boek gaat hij op zoek naar moderne manieren van mannelijkheid. Want mannen moeten weer man zijn, stelt hij. Maar hoe dan? Ik zet de belangrijkste lessen van Tim Samuels voor je op een rij.

  1. Kom in beweging, adviseert Samuels. Letterlijk. De oerman was een jager. Hij liep de hele dag buiten, trok met een speer de natuur in. De adrenaline gierde door zijn lichaam. De man anno 2017 heeft geen speer, maar een smartphone in zijn hand. Hij zit de hele dag binnen achter een toetsenbord. Waar moet hij zijn adrenalinekick vandaan halen? Sommige mannen zoeken hun heil in snelheidsovertredingen, drankmisbruik of voetbalvandalisme, stelt Samuels. Op die manier voelt de man nog iets van dat avontuur in zijn lichaam. Die vitale kracht van de jager kunt je echter ook op andere manieren de ruimte geven. Door je af te beulen in de sportschool. Door de Haka te dansen. Of door hout te hakken voor de open haard. Niet voor niets zijn mannen die buiten werken, bijvoorbeeld in de bouw, gelukkiger dan kantoorklerken.
  2. Markeer de overgang van jongen naar man. Dit kan met een initiatieritueel. Zo’n ritueel is in veel culturen gebruikelijk (geweest). Het is een belangrijk onderdeel in de ontwikkeling van een jongen. Door een ritueel wordt benadrukt wat de verantwoordelijkheid is van een man.  Bij gebrek aan een overgangsritueel bewijzen jongens hun mannelijkheid door het plegen van een misdrijf of andere stoerdoenerij. In Australië en de VS wordt het overgangsritueel vooral ingezet binnen de hulpverlening, voor jongens uit risicogroepen. Dit gebeurt onder het motto ‘je kunt beter kinderen sterk maken dan gebroken volwassenen repareren.’ Maar waarom laten we niet alle jongens zo’n ritueel ondergaan, vraagt Samuels zich af. In een initiatierite van een paar dagen leren jongens wat er hoort bij het leven van een volwassen man, onder meer door verhalen aan te horen van oudere mannen.
  3. Wees realistisch over relaties. Als het gaat om de liefde, onderscheidt Samuels vier typen mannen: van de romanticus in wiens hoofd het niet opkomt om naar anderen m/v te kijken tot en met de seriële vreemdganger. De meest voorkomende man is het type ‘wel kijken, niet aankomen’; een gewone vent die van zijn partner houdt, maar wel houdt van veilig flirten omdat dit hem het gevoel geeft dat hij nog een beetje meetelt. De man is van nature niet gemaakt om monogaam te zijn: hij heeft ‘apenballen’. In de natuur zegt de balomvang iets over seksueel gedrag. De gibbon is een monogame aap, hij heeft kleine testikels. De mensentestikels zijn groter dan die van de gibbon, maar kleiner dan die van de chimpansee die veel verschillende partners heeft. En dus vecht de man ‘tegen zijn biologische software om te kunnen voldoen aan de eisen van het kerngezin’. Vreemdgaan is voor hem een rebelse daad, vergelijkbaar met ruzie zoeken of een misdaad plegen. Een man gaat vreemd omdat hij zich slecht voelt over zichzelf. Een vrouw gaat vreemd omdat ze vindt dat de relatie slecht is. Als zij vreemdgaat staat ze al met een been buiten de relatie, als hij vreemdgaat is dat geen teken dat er iets mis is in de relatie. Samuels citeert een relatietherapeut, die zegt: ‘Het is een groot experiment om twee fundamentele menselijke behoeften, namelijk de behoefte aan veiligheid en de behoefte aan avontuur, in één relatie samen proberen te brengen.’ Wees daarom realistisch over je relatie: verwacht niet alles van je vrouw of man; breng regelmatig tijd door met andere mensen dan enkel en alleen je partner.
  4. Zorg je dat je geestelijk gezond blijft. Veel mannen lijden aan depressies. Ze zijn gewend hun gevoelens op te kroppen en stoere praat te bezigen, ook al voelen ze zich nog zo rot. Doe dit niet, zegt Samuels. Praat over je gevoelens. En zorg dat je niet al teveel stress hebt. Doe aan yoga, of mediteer.
  5. Zoek andere mannen op en doe dingen samen met hen. Bier drinken of darten zijn voor de hand liggende opties, maar zoek liever naar activiteiten waar je je energie in kwijt kunt. Zoals rugby, boksen of een bootcamptraining. Niet alleen om de vitale kracht van de jager te voelen (zie punt 1) – maar ook omdat het goed is om met mannen onder elkaar te zijn. Sommige mannen zitten volledig bij hun vrouw onder de plak. Avond aan avond brengen ze naast haar door, thuis op de bank voor de tv. Een slechte zaak, zegt Samuels. Mannen kunnen onder elkaar heel flauw zijn, hun energie en humor zijn anders dan die van vrouwen. En dat hebben mannen nodig. ‘Het leven lijkt minder zwaar als je bij je vrienden bent’, aldus Samuels.

Er staat nog zoveel meer in het boek. Over de relatie tussen cornflakes en masturberen. Over de serieuze gevaren van extreme pornofilms. Over de kunst van het het versieren. En over het grote belang van goed vaderschap. Waar is mijn speer is een eye-opener voor mannen én vrouwen. Vooral omdat het boek laat zien wat die mannelijke kracht voor mooie dingen voor de wereld kan betekenen.

 

twaalfenhalf jaar ondernemer

LinkedIn hielp me eraan herinneren deze zomer: in juli bestond mijn bedrijf de schone schrijfster 12,5 jaar. Een moment om te vieren! Hoe spannend ik het ook vond om voor mezelf te beginnen in 2005, nu moet ik er niet meer aan denken om een dienstverband te hebben. Ik houd van de puurheid van het ondernemerschap: je spant je in en het levert je iets op. Een klus, geld, een goed contact, een mooie ervaring … Werk je niet, dan verdien je geen geld. Zo eenvoudig is het.

Ondernemen is ook vrijheid: ik werk wanneer het mij uitkomt. Meestal gewoon vijf dagen per week van 9 tot 5. Maar toch: als ik eerder wil stoppen omdat ik op een terras wil zitten, dan kan dat. Wil ik een dagje naar de sauna doordeweeks, dan kan dat ook. En kies ik ervoor om op zondagmiddag een offerte te maken, dan is dat prima. Daarnaast houd ik van de creativiteit: nieuwe plannen maken, samenwerken met mensen die ik zelf uitkies, werken op de plek die ik wil.

Voor mijn 12,5-jarig jubileum vroeg ik de Utrechtse tekenaar Argibald een kaart te ontwerpen voor mijn klanten. Ik ben blij met het resultaat! Mijn klanten kregen het kaartje toegestuurd, samen met een mapje met vijf ansichtkaarten – eveneens van Argibald. Zo stimuleer ik het ambacht dat we bijna verleerd zijn: schrijven met de pen. Geen snelle mail of app-bericht, maar echte, fysieke, trage post. Omdat het goed is om af en toe even stil te staan.

Benieuwd naar mijn ondernemersverhaal? Een terugblik op 12,5 jaar de schone schrijfster lees je hier!

 

 

kind (m/v)

Op de basisschool had dochter een vriendje dat dol was op onze verkleedkist. Met drie meiden en één jongen in huis waren de prinsessenjurken oververtegenwoordigd in genoemde kist. En daar was het de jongen, laten we hem Jeffrey noemen, precies om te doen. Als hij bij dochter kwam spelen, trippelde hij de hele middag in zachtroze gewaden door het huis. Hij drapeerde goudglanzende sjaals om zijn schouders en koos er zorgvuldig bijpassende sieraden bij. Jeffrey’s ouders echter waren bepaald niet gecharmeerd van de verkleedpartijen. Als het jochie werd opgehaald na de speelafspraak en het kind in de hal verscheen met zilverglitterende engelenvleugels op zijn rug, verzuchtte vader geïrriteerd: ‘Loop je weer in meidenkleren!’ Waarop Jeffrey schuldbewust de vleugels van zich afwierp en met een beteuterde blik in z’n ogen met z’n vader ons huis verliet. Arme jongen.

Aan Jeffrey moest ik denken toen de SIRE-campagne ‘Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn’ deze week van start ging. SIRE komt in het campagnefilmpje met een ‘onverwoestbare broek’ op de proppen, die jongens kunnen dragen tijdens het buiten spelen. Jongens willen, aldus SIRE, in hun spel risico’s nemen en ontdekken. Ze willen dóen. En daar is, horen we in het filmpje, de laatste jaren minder aandacht voor. ‘Jongens moeten stil zijn en luisteren’. Bovendien hebben ze te weinig mannelijke rolmodellen: er staan steeds meer vrouwen voor de klas.

De SIRE-campagne maakt me kwaad. In de eerste plaats omdat het lijkt alsof vrouwen de boosdoeners zijn in dit verhaal. Natuurlijk, er staan meer vrouwen dan mannen voor de klas. (Het CBS meldt dat het aandeel vrouwen dat les geeft in het basisonderwijs sinds 2005 is gestegen van 82 naar 87 procent in 2015.) Een gelijke man/vrouw-verdeling zou het meest ideaal zijn. Echter: ‘de feminisering van het onderwijs’ klinkt alsof het iets vreselijks is. ‘Alsof het een aandoening is waartegen je moet worden ingeënt. Dat je bij de dokter komt en zegt “o dokter, ik heb de laatste tijd weer zoveel last van feminisering”’, stelt Japke-d Bouma in haar column in NRC Is er nou te veel of te weinig feminisering? Eeuwenlang stonden er uitsluitend mannen voor de klas. De laatste veertig jaar wordt dit eindelijk gelijkgetrokken en neemt het aantal vrouwen in het onderwijs toe. Zoek voor de aardigheid eens via Google afbeeldingen naar ‘schoolklas jaren 50′. Je ziet dan al aardig wat vrouwen voor de klas. Toen ik trouwens de schoolfoto’s uit die tijd bekeek, dacht ik nog iets anders: juist de jaren 50 en 60 was dé tijd waarin het ‘stil zijn en luisteren’ hoogtij vierde. Onze ouders en grootouders en ook mijn generatie moesten echt wel stil zitten op school. Zes uur lang, iedere dag. En al die jaren gingen veel jongens na schooltijd buiten spelen, in bomen klimmen, fikkie stoken en vielen ze een gat in hun broek.

De campagne slaat de plank mis omdat het volgens mij om twee heel andere dingen gaat. Ten eerste zijn ouders banger geworden. Kinderen mogen aan geen enkel risico meer worden blootgesteld. Voor een deel terecht: het verkeer is drukker dan dertig jaar geleden. Ook zijn er steeds minder ruige terreintjes waar kinderen kunnen spelen met takken, stenen en modder. Bijna niets wordt meer aan het toeval overgelaten, kinderen worden met de auto gebracht en gehaald naar vioolles / hockey / peuteryoga / enzovoort. Hebben we twijfels over een opvoedvraagstuk, dan bespreken we dit niet met onze vrienden, maar met de orthopedagoog. Al deze overbezorgdheid leidt ertoe dat kinderen tere poppetjes worden. ‘Onuitstaanbare prinsjes en prinsesjes’ noemt een van mijn favoriete schrijvers Mirjam Schöttelndreier hen in Monsters van kinderen, draken van ouders. Deze prinselijke kinderen mógen niet buiten het hek spelen, want anders worden ze vies, komen ze enge mannen tegen, breken ze hun been of gaan ze doktertje spelen. Liever hebben ouders controle over ze, bijvoorbeeld in de speeltuin voor het huis, of worden ze achter tv of iPad geplaatst, want dat is veilig en lekker rustig. Ik denk dat die ouderlijke overbezorgdheid een van de oorzaken is dat kinderen minder vaak ‘kapotte broeken’ hebben.

Dit is een plaatje uit de gids van Top Toy, een Zweedse speelgoedfabrikant die speelgoed op genderneutrale wijze aanbiedt.

De allerbelangrijkste misser uit de campagne vind ik echter deze: het filmpje gaat helemaal niet over jongens. Het filmpje gaat over kinderen. Jongens én meisjes leren door te ontdekken en grenzen op te zoeken. Voor kinderen (m/v) is het spannend en leuk om in bomen te klimmen, scheikundige proefjes te doen, verschillende kleuren nagellak uit te proberen, met Barbies, autootjes en Lego te spelen. Veel jongens vinden het fijn om te klimmen, klauteren en schreeuwen. Veel meisjes vinden dat ook. Daarnaast zijn er jongens én meisjes die liever lezen, een kleurplaat kleuren of make-up op doen. Ouders die meteen ‘neeee, dat is voor jongens!’ schreeuwen, remmen de ontwikkeling van hun kind. Waarom moet een speelgoedwinkel streng worden gescheiden in een roze en een blauw segment? Waarom mogen meisjes geen korte haren en kunnen jongens geen rokje aan? Wat zou het mooi zijn als we bij de geboorte van een kind niet roepen ‘het is een meisje’, maar ‘hoera, er is een mens geboren!’

Kortom: laat kinderen zelf uitproberen wat bij ze past. En stimuleer ze bij het doen van deze ontdekkingen. Geef ze geen onverwoestbare broek, maar een onverwoestbaar gevoel van eigenheid en zelfvertrouwen.

Aanvullend: op 1 augustus las ik deze reactie op de campagne in Trouw, geschreven door Jens van Trigt en Hanneke Velten. Zeer mee eens: Sire-campagne doet jongens tekort en moedigt stereotiep gedrag aan