Tagarchief: Tim Samuels

laat mannen mannen zijn

De ophef rondom de SIRE-campagne ‘laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn’ is alweer enige tijd geluwd. (Ik schreef er deze zomer een blog over.) Toch bleef de campagne me bezighouden. Het werd dus tijd om Waar is mijn speer ter hand te nemen, een boek over de rol van de man in de 21e eeuw. Het is geschreven door de Britse journalist en documentairemaker Tim Samuels.

Mannelijkheid wordt vaak geassocieerd met brute kracht, agressie en gevoelloosheid. ‘Echte mannen huilen niet.’ Maar wat we uit het oog zijn verloren, schrijft Samuels, is ‘de inherente, duurzame kracht van mannelijkheid – en hoe die kan worden aangewend als een positieve kracht’. In het boek gaat hij op zoek naar moderne manieren van mannelijkheid. Want mannen moeten weer man zijn, stelt hij. Maar hoe dan? Ik zet de belangrijkste lessen van Tim Samuels voor je op een rij.

  1. Kom in beweging, adviseert Samuels. Letterlijk. De oerman was een jager. Hij liep de hele dag buiten, trok met een speer de natuur in. De adrenaline gierde door zijn lichaam. De man anno 2017 heeft geen speer, maar een smartphone in zijn hand. Hij zit de hele dag binnen achter een toetsenbord. Waar moet hij zijn adrenalinekick vandaan halen? Sommige mannen zoeken hun heil in snelheidsovertredingen, drankmisbruik of voetbalvandalisme, stelt Samuels. Op die manier voelt de man nog iets van dat avontuur in zijn lichaam. Die vitale kracht van de jager kunt je echter ook op andere manieren de ruimte geven. Door je af te beulen in de sportschool. Door de Haka te dansen. Of door hout te hakken voor de open haard. Niet voor niets zijn mannen die buiten werken, bijvoorbeeld in de bouw, gelukkiger dan kantoorklerken.
  2. Markeer de overgang van jongen naar man. Dit kan met een initiatieritueel. Zo’n ritueel is in veel culturen gebruikelijk (geweest). Het is een belangrijk onderdeel in de ontwikkeling van een jongen. Door een ritueel wordt benadrukt wat de verantwoordelijkheid is van een man.  Bij gebrek aan een overgangsritueel bewijzen jongens hun mannelijkheid door het plegen van een misdrijf of andere stoerdoenerij. In Australië en de VS wordt het overgangsritueel vooral ingezet binnen de hulpverlening, voor jongens uit risicogroepen. Dit gebeurt onder het motto ‘je kunt beter kinderen sterk maken dan gebroken volwassenen repareren.’ Maar waarom laten we niet alle jongens zo’n ritueel ondergaan, vraagt Samuels zich af. In een initiatierite van een paar dagen leren jongens wat er hoort bij het leven van een volwassen man, onder meer door verhalen aan te horen van oudere mannen.
  3. Wees realistisch over relaties. Als het gaat om de liefde, onderscheidt Samuels vier typen mannen: van de romanticus in wiens hoofd het niet opkomt om naar anderen m/v te kijken tot en met de seriële vreemdganger. De meest voorkomende man is het type ‘wel kijken, niet aankomen’; een gewone vent die van zijn partner houdt, maar wel houdt van veilig flirten omdat dit hem het gevoel geeft dat hij nog een beetje meetelt. De man is van nature niet gemaakt om monogaam te zijn: hij heeft ‘apenballen’. In de natuur zegt de balomvang iets over seksueel gedrag. De gibbon is een monogame aap, hij heeft kleine testikels. De mensentestikels zijn groter dan die van de gibbon, maar kleiner dan die van de chimpansee die veel verschillende partners heeft. En dus vecht de man ‘tegen zijn biologische software om te kunnen voldoen aan de eisen van het kerngezin’. Vreemdgaan is voor hem een rebelse daad, vergelijkbaar met ruzie zoeken of een misdaad plegen. Een man gaat vreemd omdat hij zich slecht voelt over zichzelf. Een vrouw gaat vreemd omdat ze vindt dat de relatie slecht is. Als zij vreemdgaat staat ze al met een been buiten de relatie, als hij vreemdgaat is dat geen teken dat er iets mis is in de relatie. Samuels citeert een relatietherapeut, die zegt: ‘Het is een groot experiment om twee fundamentele menselijke behoeften, namelijk de behoefte aan veiligheid en de behoefte aan avontuur, in één relatie samen proberen te brengen.’ Wees daarom realistisch over je relatie: verwacht niet alles van je vrouw of man; breng regelmatig tijd door met andere mensen dan enkel en alleen je partner.
  4. Zorg je dat je geestelijk gezond blijft. Veel mannen lijden aan depressies. Ze zijn gewend hun gevoelens op te kroppen en stoere praat te bezigen, ook al voelen ze zich nog zo rot. Doe dit niet, zegt Samuels. Praat over je gevoelens. En zorg dat je niet al teveel stress hebt. Doe aan yoga, of mediteer.
  5. Zoek andere mannen op en doe dingen samen met hen. Bier drinken of darten zijn voor de hand liggende opties, maar zoek liever naar activiteiten waar je je energie in kwijt kunt. Zoals rugby, boksen of een bootcamptraining. Niet alleen om de vitale kracht van de jager te voelen (zie punt 1) – maar ook omdat het goed is om met mannen onder elkaar te zijn. Sommige mannen zitten volledig bij hun vrouw onder de plak. Avond aan avond brengen ze naast haar door, thuis op de bank voor de tv. Een slechte zaak, zegt Samuels. Mannen kunnen onder elkaar heel flauw zijn, hun energie en humor zijn anders dan die van vrouwen. En dat hebben mannen nodig. ‘Het leven lijkt minder zwaar als je bij je vrienden bent’, aldus Samuels.

Er staat nog zoveel meer in het boek. Over de relatie tussen cornflakes en masturberen. Over de serieuze gevaren van extreme pornofilms. Over de kunst van het het versieren. En over het grote belang van goed vaderschap. Waar is mijn speer is een eye-opener voor mannen én vrouwen. Vooral omdat het boek laat zien wat die mannelijke kracht voor mooie dingen voor de wereld kan betekenen.