Tagarchief: Jan Drost

het romantisch misverstand

‘Wat heb je in anderen lief? Je eigen verwachtingen’, schrijft Nietzsche. En dat is misschien wel de beste omschrijving van romantiseren, stelt Jan Drost in zijn boek Het romantisch misverstand: iemand overstelpen met onze verwachtingen, dromen en idealen en díe vervolgens liefhebben.

De titel van Drosts boek lijkt cynisch. Maar  dat is Het romantisch misverstand zeker niet. Het is een goed doorwrocht pleidooi voor ‘anders denken over liefde’. Met behulp van filosofen als Schopenhauer, Stendhal en Plato laat Drost zien hoe allerlei ideeën over liefde en romantiek in ons hoofd terecht zijn gekomen en onze relaties beïnvloeden. Ideeën als ‘ware liefde is voor eeuwig’ bijvoorbeeld. Komt er na een tijdje een einde aan je relatie, dan is de relatie volgens het romantisch ideaal ‘mislukt’. Nog zo’n ideaalbeeld is ‘er moet meteen een klik zijn, anders klopt het niet.’ Of ‘liefde blijft altijd hetzelfde’.
In elf hoofdstukken ontkracht Jan Drost dit soort idealen. Thema’s die hij bespreekt zijn onder meer ‘dromen van eenheid’, ‘seks en liefde’, ‘je bent van mij’ en ‘de onvoorstelbare ander’. Het is onmogelijk om het boek in een paar honderd woorden samen te vatten. Wel zet ik de belangrijkste conclusies die ik er voor mezelf uithaalde op een rij:

Geef elkaar de ruimte; je bent niet elkaars bezit. Jaloezie is de dreiging van bezitsverlies, schrijft Drost. Dit maakt dat liefde hebzucht wordt. Maar: door bezit te nemen van de ander, wordt die ander minder aantrekkelijk. We worden iets nieuws snel zat omdat het niet nieuw meer is. Zorg dus dat je autonoom blijft, je eigen weg blijft gaan, jezelf blijft ontwikkelen. En stimuleer vooral die ontwikkeling van de ander. Geef elkaar de ruimte en de vrijheid. Omdat dit betekent dat je elkaar werkelijk liefhebt. En omdat het ertoe leidt dat je steeds nieuw blijft voor elkaar. Bovendien, en hier citeert Drost Nietzsche: gun anderen ook het geluk van het gezelschap van jouw geliefde. ‘Merkt u op (als je je geliefde weghoudt bij anderen, OL) dat dit niets anders betekent dan anderen uitsluiten van een kostbaar goed, van geluk en genot, dat u (….) als een draak zijn gouden schat bewaken wil, als de “veroveraar” en uitbuiter.’

Laat de ander zichzelf zijn en probeer hem / haar niet te veranderen. Zolang romantiek zegt adembenemend te zijn, krijgt liefde geen lucht. In dit verband neemt Drost het woord ‘moord’ in de mond. ‘Er bestaat zoiets als wat ik een kleine moord zou willen noemen: het doden van de andersheid van een ander mens. Een voorbeeld van een kleine moord is het verbod. (…) Sommige verboden en geboden worden met de beste bedoelingen opgelegd en het kan ook om de bestwil van de ander gaan, maar het valt niet uit te vlakken dat het neerkomt op een nauwelijks te rechtvaardigen geweldsdaad.’ Elkaar de ruimte geven is hier opnieuw het credo: ‘Het is dus niet alleen liefste, wie ben je? maar ook liefste, wie laat je me zijn?’

Wees geen tegenstanders, maar kies samen voor een ‘hoger doel’. De neiging om de ander te willen veranderen kan uitmonden in een continue strijd. Laat je dit verlangen los, dan sta je niet meer tegenover elkaar, maar naast elkaar. Je kunt dan kiezen voor een focuspunt waar je samen naar kijkt: iets wat je samen wilt bereiken. Jan Drost haalt hier Nietzsche aan, die zegt: ‘Als het hebzuchtige verlangen naar elkaar geweken is voor een nieuwe begeerte en hebzucht, een gemeenschappelijk ideaal van twee personen dat boven hen verheven is, dan ontstaat een soort voortzetting van de liefde met de naam “vriendschap”.’ Ontnuchterend woord misschien voor een relatie. Maar een innige vriendschap kan van net zo grote, wellicht zelfs grotere waarde zijn dan een liefdesrelatie. En je geliefde kán tegelijkertijd je allerbeste maatje zijn.

Streef niet naar eenheid. Eenheid is een romantisch ideaal. Drost: ‘Zie je jou en je geliefde als een tweeheid, dan hoef je je in één klap over veel dingen geen zorgen meer te maken. Dan is het besef van wederzijdse onoverbrugbaarheid geen mislukking meer, maar het fundament waarop liefde de mogelijkheid van bestaan heeft.’

Stop met een relatie als het niet meer werkt. Liefde is niet per se voor altijd, zegt Drost. ‘Liefde die onaangetast blijft door de tijd, terwijl het beter zou zijn wanneer zij voorbijging. Dat is gesloten liefde. De tijd kan er niet bij, waardoor die niet de ruimte krijgt om te stromen en door te gaan.’ En is de relatie voorbij, neem dan de tijd om je wonden te likken: ‘Pas als je weet wat je verliest, als je werkelijk onder ogen durft te zien hoe heftig die liefde was en dat die er nu niet meer is, dan pas kun je afscheid nemen.’ Realiseer je ook dat ‘tijdloze liefde’ niet bestaat: ook al ben je wél heel lang samen, we zijn allemaal sterfelijk. ‘Liefhebben moet samengaan met het accepteren van onze eigen eindigheid en die van de ander.’

Het romantisch misverstand lees je niet in één adem uit; ik had het toch wel een paar weken op m’n nachtkastje liggen. Maar het is een absolute aanrader. Mijn eigen romantische denkbeelden had ik een paar jaar geleden al bijgesteld. Dit boek echter gaf me meer inzicht in het ontstaan van de cliché-beelden over liefde en uitgebreide argumenten voor een meer nuchtere kijk op liefde en relaties.
Lees ook dit interview met Jan Drost in de Volkskrant