Tagarchief: geluk

je fouten vieren op het faalfestival

‘Geluk is een keuze.’ ‘Success doesn’t come to you, you go to it.’ Dagelijks wordt het ons ingepeperd: denk groot! Word beter, verdien meer! Maar de realiteit is dat we fouten maken. En dat we keer op keer pech hebben in het leven. Wat is het dan een verademing als er een Faalfestival wordt georganiseerd! Je begrijpt dat  ik er dolgraag bij was, afgelopen zaterdagavond in Tivoli Vredenburg.

Tijdens het Faalfestival, een initiatief van Remko van der Drift, komt een bonte schakering van teleurstellingen voorbij. Er zijn lezingen over falen in de liefde, in de opvoeding, in de wetenschap en falen in de maatschappij. Er is een ‘zwelgplek voor mensen in mineur’. Bezoekers kunnen hier hun narigheid op een briefje zetten en ruilen met iemand anders op het festival. En er is een ‘Pop-Up-museum van gefaalde voorwerpen’. Zoals een onderkintrainer die niet tot het gewenste resultaat leidde. Of een typemachine, aangeschaft in de kringloopwinkel. Het leek de nieuwe eigenares een romantisch idee om er oldskool gedichten mee te typen. Maar helaas. Bij thuiskomst bleek de machine geen qwertytoetsen te hebben: na het openen van het typemachinekoffertje verscheen het Cyrillische alfabet.

Dan is het tijd voor de sprekers. Allereerst beluisteren we het indrukwekkende verhaal van ‘troeteldakloze’ Wim Eickholt. De Utrechter verliest zijn baan, zijn vrouw en zijn huis en komt in het Snurkhuis terecht: ‘ik ontmens daar elke dag een beetje meer.’ Het lukt hem om via een afkickkliniek en een kamer in het Leger des Heils weer in een eigen woning terecht te komen. Na Eickholt stapt Sofie van den Enk op het podium, die hilarisch herkenbaar vertelt over falen in de opvoeding. Bijvoorbeeld over de wanhopige pogingen om de niet-aflatende stroom opdrachten van de basisschool uit te voeren, zoals het vervaardigen van een fleurig én verantwoord paasontbijt voor een klasgenootje.

‘Falen is big business,’ stelt filosoof  Stine Jensen daarna. Kijk maar naar alle ‘faalbladen’ in het tijdschriftenschap, met artikel over loslaten en de kracht van kwetsbaar zijn. Stine vertelt over het Deense toprestaurant Noma, waar mensen maandenlang op de wachtlijst staan voor een etentje. De prestatiedruk is daar zo hoog, dat de eigenaar eens per week een faaldag heeft ingesteld, waarop het personeel naar hartelust mag experimenteren. Prachtig is ook het ‘cv of failures‘ dat Stine laat zien: het curriculum vitae van Johannes Haushofer somt van alles op wat hij niet heeft gehaald, niet heeft afgerond en wat niet is gepubliceerd. Het is sterk en dapper om voor je fouten uit te komen, stelt Jensen.

Veel lezingen gaan over de kracht van falen: je leert van je fouten, en zit je in een beroerde situatie, dan kom je er vaak gelouterd uit. Maar hoe zit dat bij Diederik Stapel, de man die in 2011 werd ontslagen bij de Universiteit Tilburg omdat hij onderzoeksresultaten verzon? Voor een muisstille, nokvolle zaal vertelt Stapel hoe het kon gebeuren dat hij langzaam maar zeker steeds meer wetenschappelijke feiten bij elkaar fantaseerde: ‘De wereld die ik zag was niet zo ordelijk en esthetisch als ik wilde.’ Hij wist heel goed dat hij fout zat: ‘Daarom werkte ik zo hard, om te compenseren. Ik denk dat je fouten kunt maken als je onthecht. Ik sloot daar mijn ogen voor.’ Het verhaal is indrukwekkend omdat het zo pijnlijk is – hier is geen sprake van loutering, van ‘eind goed, al goed’. Hier staat een man die nooit meer aan het werk komt, die anderen pijn heeft gedaan – een fraudeur. Organisator Remko van der Drift kreeg voorafgaand aan het festival vragen over de komst van Diederik Stapel. In Trouw zegt hij: ‘Mensen vinden blijkbaar dat er een bepaalde grens is aan de fouten die je mag maken. Ik persoonlijk vind het juist ongelooflijk dapper dat hij hier zijn verhaal doet.’ Soms helpen fouten je juist níet verder en is het een kwestie van accepteren dat je hebt gefaald.

De laatste spreker die wij beluisteren is columniste Elfie Tromp, met een heerlijk verhaal over haar relaties die steeds weer mislukken. Hoewel … kan een relatie wel mislukken? ‘Mijn leven is een komen en gaan van toekomsten,’ zegt Elfie. ‘Regelmatig zit ik bij een nieuwe man in een nieuwe huiskamer op een nieuwe bank, met de brokstukken van de vorige relatie nog op mijn netvlies.’ De ene relatie volgt de andere op, maar is er dan sprake van falen in de liefde? Verliefde mensen valt niks kwalijk te nemen, vindt Elfie. ‘De verliefde geest is niet coherent, maar laveert tussen brokstukken.’

Ruil je Rampspoed: vanaf 21 maart kunnen we bij de VPRO verder met het uitwisselen van onze ongelukservaringen. Meer hierover lees je op VPRO Zwelgplek.

 

 

 

 

 

mislukt

‘Wat is uw grootste mislukking?’ is de vraag van de week in het zaterdagse katern Tijd van Trouw. Mijn antwoord heb ik gisteren al aan de krant verzonden. Maar omdat je van Trouw slechts 120 woorden mag gebruiken, borduur ik hier nog even voort op het onderwerp. Mijn blogs mogen gelukkig zo lang worden als ik zelf wil. Ik zal me inhouden, maar over het onderwerp ‘falen’ kan ik eindeloos doorschrijven. Het imperfecte, het onaffe, de mislukking (wat is dat eigenlijk?) – ik kan me er veel meer mee identificeren dan met het succesverhaal. Met mensen die altijd lachend door het leven lijken te gaan. Die ongegeneerd opscheppen over hun perfecte kinderen, die mooi en intelligent zijn én in het begenadigdenklasje van de hockey zitten (dat klasje heeft een naam, maar die vergeet ik altijd). Mensen die natuurlijk nog steeds gelukkig samen zijn met hun jeugdliefde. Die drie keer per jaar met vakantie gaan. Die nooit geconfronteerd lijken te worden met ziekte of dood. Die leuke banen hebben en wooncarrière maken. Ze zijn inmiddels toe aan een twee-onder-één-kap, mijn generatiegenoten.

Ik realiseer me dat deze opsomming naar kinnesinne kan rieken. Maar zo is het niet bedoeld. Ik gun het ze, echt. Maar ik voel me veel meer verwant met hen die het ogenschijnlijk stukken minder voor elkaar hebben. Met mensen die de mislukking kennen.

Bestaat dat eigenlijk wel, ‘mislukt’? In mijn leven zijn diverse zaken anders verlopen dan ik van te voren had bedacht. Lang geleden trouwde ik – dat huwelijk is al jaren voorbij. En ook de relatie die daarop volgde is, zoals dat genoemd wordt, ‘mislukt’. Maar wat is dat, een mislukte relatie? Wanneer is een relatie gelukt? Als je bij elkaar blijft? Als je samen oud wordt? Volgens mij kunnen vriendschappen of (liefdes)relaties helemaal niet lukken of mislukken. ‘Lukken’ betekent dat je succesvol je doel hebt bereikt.

Voor je rijbewijs kun je slagen. Je kunt je opleiding succesvol afronden. Een offerte uitbrengen en de klus krijgen. Je kunt een ingewikkeld Jamie Oliver-recept uitproberen, twee uur in de keuken staan en uiteindelijk een gerecht serveren dat er precies zo uitziet als op het plaatje. In al die gevallen kun je spreken van ‘gelukt’. Een relatie echter blijft altijd hard werken. Het is nooit klaar. Tenzij je elkaar niet meer gelukkig maakt. De relatiebreuk betekent in dat geval een nieuw begin. Je gunt elkaar een nieuwe start. En dat noem ik bepaald geen mislukking.

Succesverhalen maken mensen moedeloos. Als ik tien minuten naar gebluf geluisterd heb, raak ik verveeld. Ik prijs me gelukkig met mensen om me heen die hun flaters ruimhartig met me delen. Ik doe dat ook met hen. Mijn twijfels, mijn angsten, mijn onzekerheden, ja, zelfs mijn mislukkingen.

Het Trouw-artikel noemt boektitels die je leren om je mislukkingen om te buigen naar succeservaringen. Klinkt goed, maar ik betwijfel of je wel altijd van je fouten leert. En ach, is dat zo erg? Falen levert je in elk geval verhalen op. Sterke verhalen wellicht. Maar ook kwetsbare verhalen. En die zet je niet zo snel in de krant.

…en dat was 2015

Gelukkig ontvang ik nog steeds veel kerstkaarten. Ik houd van handgeschreven post. Dit jaar staan er opvallend veel warme, persoonlijke teksten op de kaarten. Teksten die me doen beseffen wat een bijzonder jaar het was. Aan de hand van drie steekwoorden blik ik op 2015 terug.

Kracht  Dit jaar werd heel veel anders. Het gezin van zes personen viel uit elkaar. Na elf jaar samenleven gingen mijn kinderen en ik met z’n drieën verder op een nieuw adres. En dat viel niet altijd mee, die eerste maanden van 2015. Of het nou ging om een lekke band, haperende apparatuur of mijn boekhouding – keer op keer herhaalde ik de woorden: ‘Ik weet niet hoe dat werkt, want dat deed híj altijd.’ Maar tegelijkertijd ontdekte ik mijn eigen kracht. Ik leerde boren, fietskettingen omleggen, rookmelders vervangen. Spinnen en door de katten uiteengereten muizenlichaampjes ruimde ik koelbloedig op. Een paar keer per week sleurde ik loodzware boodschappentassen de woning in. En waar de kracht ontbrak, schakelde ik anderen in. De kinderen bijvoorbeeld. Wat een kanjers zijn het. Samen hebben we het maar mooi gered dit jaar. Zoon ploetert op mijn Excelsheets en brengt vuilniszakken naar de afvalbak. Dochter grijpt in als de rommel in huis te groot wordt. Mijn ouders en vrienden staan regelmatig voor me klaar. En grote dank gaat uit naar mijn boekhouder. Als ik weer eens radeloos naar de getallen in mijn boekhoudprogramma staarde en in verwijfeling met mijn hoofd op het tafelblad bonkte omdat ik mijn bedrijfsadministratie niet meer zag zitten, pakte ik de telefoon en was tien minuten later weer gerustgesteld.

IMG_0564Ontmoetingen Wat heb ik veel nieuwe mensen leren kennen dit jaar!  Op feesten. In de kroeg. Op Keiland. In mijn wijk. Via internet. Het mooie van het single-bestaan is dat je niet altijd op tijd thuis hoeft te zijn. Dat je spontaan kunt besluiten te blijven. Of juist ‘s avonds na tienen nog de deur uit kunt gaan. Ik heb een netwerk opgebouwd van mensen die samen eten, naar festivals gaan, soep voor elkaar koken. Mensen die me mijn nieuwe wijk leerden kennen. Met wie ik bijzondere dingen ondernam. Tegelijkertijd waren er de vrienden van vóór 2015. Met enkelen van hen is de band versterkt. Zij voelen als familieleden. Ik ben zó blij dat ik ze heb!

Traagheid Ik leerde nog iets speciaals dit jaar: ik mag de tijd nemen voor dingen. Met dank aan mijn haptonoom, die me bij elk consult liet zien dat kleine stapjes heel goed werken. Ik was jarenlang gewend snel beslissingen te nemen, ook al voelde het soms tegennatuurlijk. Nu denk ik vaak: dat komt morgen wel. Of: misschien doe ik het gewoon niét. Ook ben ik trots als er weer een stap in de goede richting is gezet. Vooral als het gaat om dingen waar ik een hekel aan heb. Ik heb het toch maar mooi gefikst, dat huishouden in mijn eentje. In mijn eigen tempo. En op mijn eigen manier.

Er kan nog veel anders en beter. Maar dat komt. In 2016 en daarna.

loslaten

‘Als je alles loslaatlos - Ingmar Heytze, heb je twee handen vrij om de toekomst te grijpen.’ Ware woorden van trendwatcher Adjiedj Bakas in een interview in Trouw, eerder dit jaar. Loslaten is kiezen voor bevrijding. Is stoppen met twijfelen. De angst voorbij.Maar hoe doe je dat, loslaten? Het lijkt zo simpel. Je hebt een besluit genomen, je weet precies waarom je dat hebt gedaan – en dooorrrr! Helaas is dat doorgaan makkelijker gezegd dan gedaan. Vasthouden aan het vertrouwde is comfortabel. Het geeft een gevoel van veiligheid. Zelfs nadat de knoop is doorgehakt, kan je zo nu en dan een gevoel van twijfel bekruipen: heb ik het wel goed gedaan?

Wat mij helpt bij het loslaten, is in beweging komen. Het gedicht ‘Los’ van Ingmar Heytze, dat bij Orloff aan de Kade hangt, trof me dan ook vanaf het eerste moment dat ik het las. ‘Dans en je weet dat je bestaat. Niets meer vast en alles los.’ Dansen, fietsen, hardlopen. Met je hoofd in de wind, met de blik vooruit, gericht op de toekomst: het helpt. Wat ook helpt: de Facebookmeldingen ‘Op deze dag’ stopzetten. Gék werd ik ervan, de sentimentele berichten die me vertelden dat ik ‘vandaag drie jaar geleden’ een huis had gekocht samen met m’n ex. Of die de vakantiekiekjes van verleden jaar lieten zien om zout in de wond te strooien. Stop! Ik hoef dit niet te zien, Facebook!

Vrienden helpen ook. Afgelopen week lukte het me even niet om te dansen. Dan is het fijn dat ik m’n hoofd tegen een virtuele schouder kan leggen tijdens een lange treinreis en via What’s App een knuffel én een paar linkjes naar strijdliederen ontvang. Geen sentimentele deuntjes, maar voorwaarts, mars! De rest van de reis zat ik met een grote glimlach op mijn gezicht.

Tenslotte helpt het me om markeringen aan te brengen. Om momenten te creëren. Zo heb ik vorige week, op de dag dat ex en ik één jaar uit elkaar waren, een ring gekocht. Ringen, die kréég ik altijd. Van een man. Nu kocht ik een prachtige ring voor mezelf. In een nieuwe kleur. En met een nieuwe vorm. De ring herinnert me aan een turbulent maar mooi jaar. Een jaar waarin ik sterker werd. Los van het verleden ben ik nog niet. Dat heeft iets meer tijd nodig. Maar er is volop beweging. Ik dans de sterren en de maan. Ik dans tot ik de weg weer weet.

chaos

In huis …

Een huis is om in te leven. En dat mag je zien, vind ik. Ik krijg buikpijn van woningen waar het kraakhelder schoon en akelig netjes opgeruimd is. Dat geeft me het gevoel dat ik me in een toonzaal op het Meubelplein bevind. Ik word er nerveus van; ben doodsbang dat ik mijn koffiekopje omstoot. Of dat ik met mijn hak een put sla in het blinkend gewreven parket. In mijn huis kun je zien dat er geleefd wordt. Het is geen rommel, maar er liggen wel stapels kranten. Er staan foto’s in de vensterbank. Er liggen boeken. En er dwarrelen plukken kattenhaar. Van dochter mag het wel iets opgeruimder, en daar doe ik mijn best voor. Maar ik voel me er fijn bij. Het draait om de mensen, niet om de spullen.

… in mijn werk …

Mijn werk lijkt chaotisch omdat geen dag hetzelfde is. Soms geef ik een training en ben ik de hele dag van huis. Soms heb ik een interview en zit ik een uur later achter de laptop om er een artikel van te maken. En dan weer schrijf ik een offerte, heb ik redactie-overleg of een afspraak met een klant. Dit is echter een prettige chaos. Ik houd nauwgezet mijn agenda bij omdat ik anders door de bomen het bos niet meer zie. Mijn iPhone-agenda en to-do-list leiden me door de dagen.

Ik geef toe dat de stapel naast mijn laptop nogal slordig is. Aantekeningen, visitekaartjes en vaktijdschriften liggen door elkaar. Maar postbakjes zijn niet aan mij besteed. Natuurlijk weet ik dat het netter kan. Professional Organizers zouden me best iets kunnen bijbrengen. Collega en vriendin Martine Vecht zette zelfs een school voor deze beroepsgroep op, de School voor Organizing. Maar ik durf Martine gerust thuis te ontvangen. In mijn chaos valt goed te leven.

… in mijn hoofd

Orde in de chaos geeft rust in je hoofd, zeggen coaches en andere verstandige mensen. En dat is waar. Althans, tot op zekere hoogte. Want soms is chaos nodig. Het inspireert. Van de hak op de tak springend kom je op nieuwe gedachten en ideeën. Ideeën die ik niet had gekregen als ik keurig mijn lijstjes had afgewerkt. Een mooi voorbeeld van een inspirerende chaos vind ik het prikbord op mijn wc. Het bord hangt vol kaartjes van festivals, ansichtkaarten en krantenknipsels. Het ziet er slordig uit, maar de herinneringen die de stukjes papier bij me oproepen maken me blij. Chaos is emotie. Niet altijd fijn, maar een leven zónder kan ik me niet voorstellen.

Vanochtend las ik de blog van Ruud Ketelaar over chaos. Ruuds verhaal maakt onderdeel uit van een blogrol via Kommaarop, een initiatief van Tessa Wiegerinck en Agnes Swart.  De vragen van deze keer waren:  ben jij bang voor chaos of zoek je ‘t juist op? En: hoeveel chaos kan jij als zelfstandig ondernemer hebben? Voor mij de aanleiding tot het schrijven van deze blog. 

geluk is ook niet alles

‘Gelukkig zijn is een keuze’. Wekenlang lag een Filosofie Magazine met deze aanmatigende covertekst bij mij in de vensterbank, juist in een tijd waarin ik me ellendig voelde. ‘Eigen schuld,’ leek de tekst te willen zeggen. ‘Als je je best maar doet kun ook jíj gelukkig zijn.’

Het genoemde citaat komt uit een interview met filosofe Miriam van Reijen. In Filosofie Magazine van mei 2014 vertelt ze over de Stoïcijnse levenskunst, die kan zorgen voor een ‘verandering van een lijder in een leider.’ Het is zeker een interessante theorie, maar ik geloof niet dat geluk altijd een keuze is. Iemand die psychisch ziek is bijvoorbeeld, kiest er niet voor om depressief te zijn. Al wíl hij gelukkig zijn, hij is er simpelweg niet toe in staat. En ook als je door een nare episode van je leven gaat, kun je het niet opbrengen om daadkrachtig te kíezen voor geluk.

Trouwens: is gelukkig zijn verplicht? In deze tijd van Facebookhappiness  ga je bijna aan jezelf twijfelen als je met je Spotify-Treurige Liedjeslijst wenend op de bank zit terwijl je timeline volloopt met kiekjes van vakantie- en weekeindgeluk. Sterker nog: een overkill aan geluksmomenten van Facebookvrienden kan leiden tot depressieve klachten, blijkt uit onderzoek van de University of Missouri-Columbia.

Ik voel me veel meer aangetroplaadpuntokken tot de visie van psychiater Dirk de Wachter. ‘De jacht op geluk is een existentiële vergissing,’ stelt hij. Omdat je al die ogenschijnlijk gelukkige mensen om je heen ziet, voel je de druk om zelf óók genot en ‘kicks’ na te jagen. Maar juist die jacht op genot zorgt er volgens Dirk de Wachter voor dat het geluk buiten beeld valt. ‘Het leven is niet altijd een feest’, zegt hij. ‘Wie dat durft toe te geven heeft een stapje voor. Geluk zit hem in het ervaren van kleine dingen. In het content zijn met de “gewonigheid” van het leven.’ Hè, dat klinkt geruststellend. Ik hoef niet geforceerd te kiezen voor geluk. Het ‘oplaadpunt’ van de Geluksprofessor, een tijdje geleden op Culturele Zondag, liep ik dan ook achteloos voorbij. Laat mij zo nu en dan maar somberen. Want geluk is ook niet alles.

happy single

Vorige week, na het vDexbob over single zijnerschijnen van mijn blog een cursus alleen zijn, twitterde @dexbob: ‘Wat doe je er moeilijk over. Vanaf dag 1 vond ik het top. Het totale wegvallen van overleg en verantwoordelijkheid – love it.’ Wat volgde was een gesprek over de pluspunten van het single-bestaan. En je hebt groot gelijk Bob: die leuke kanten zijn er genoeg. Tijd om ze eens op een rijtje te zetten.

Geen verantwoording af hoeven leggen over je daden, je aankopen, je keuzes: da’s het eerste voordeel. Heerlijk is dat. Een rode muur in de huiskamer omdat ík dat mooi vind. Om 23.00 uur nog even de stad ingaan omdat ík daar zin in heb. ‘Op het laatste moment besluiten niet te gaan koken, maar een roombroodje te eten,’ twittert @dexbob. Ja, dát.

Jezelf opnieuw uitvinden vind ik een tweede pluspunt. Mijn partners hebben me gevormd de afgelopen jaren. Ik heb veel van ze geleerd. En dat is mooi. Maar wat is nou echt van mezelf? Welk deel van mijn persoonlijkheid heb ik laten ondersneeuwen, in welke opzichten heb ik me aangepast? Alle tijd om daarover na te denken, te lezen, te praten. Een poosje geleden was ik op de housewarming van een vriend van me; eveneens vorig jaar gescheiden. Zijn zus hield een speech waarin ze zei: ‘Na al die jaren zie ik mijn echte broer terug. Je laat nu weer zien wie je werkelijk bent.’

Je eigen tempo bepalen is een voordeel dat hier vanzelf uit voortvloeit. In mijn geval betekent dat: rustig de tijd nemen om te verwerken wat er is gebeurd. Al een half jaar aankijken tegen een ontbrekende plint van mijn Lundia-stelling en er lachend mijn schouders over ophalen, omdat het me werkelijk niet deert. En me realiseren: ik heb jarenlang gehold, maar rustig aan doen past meer bij mij.

Stilte en rust: deze noemt mijn allerbeste maatje regelmatig als ik hem weer eens vraag wat er nou zo leuk is aan alleen wonen. ‘Mijn eigen gang kunnen gaan, niemand die op me let, urenlang lummelen en mijmeren.’ Ik vind dit een lastige; heb graag mensen om me heen. Nog steeds moet ik eraan wennen dat ik niet meteen mijn verhaal kwijt kan. Terwijl dezelfde vriend zegt: ‘En als je dat verhaal dan niet deelt, maar het gewoon voor jezelf houdt – wat gebeurt er dan?’ Nou, volgens mij gebeurt er dan niets. Of juist heel veel. Ik zal het eens gaan proberen.

Je zou bijna denken dat de happy single bestaat. En daarbij denk ik niet zozeer aan het glamorous beeld dat series als Sex and the City schetsen: shoppen met vriendinnen, ieder weekeind weer een andere mooie man aan de haak slaan en fijne feesten met veel prosecco (hoewel dit soort zaken het leven zéker aangenamer maken). Nee, mijn geluk zit ‘m in de aanvaarding van het leven zoals het nu is.

Nog andere pluspunten van het vrijgezellenbestaan? Ik hoor ze graag! 

Facebook in tijden van crisis

In tijden van crisis is Facebook een slangenkuil. Met kiekjes van happy families onder de kerstboom, blije stelletjes op Valentijnsdag en exen die ogenschijnlijk nog nooit zó gelukkig zijn geweest. Het is de dorpspomp in het kwadraat. Ontvriend worden, reacties met een dubbele bodem, reacties die uitblijven: als je tóch al wenend op de bank zit, is dit alles niet bevorderlijk voor je welzijn. Anderzijds is het Smoelenboek soms ook heel opbeurend. Er zijn momenten dat de Facebookfamily me er echt doorheen sleept.

Facebook wéét ook zoveel. Bij mijn ‘relatiestatus’ (wie kende dit woord vóór Facebook bestond?) vulde ik jaren geleden braaf in ‘heeft een samenlevingscontract’. Alsof ik me bij het loket van Burgerzaken bevond. Na de zomer besloot ik deze informatie te verwijderen. Ik had kunnen kiezen voor ‘het is ingewikkeld’ en een paar weken later voor het ietwat sneue ‘vrijgezel’. Maar, dacht ik: dat gaat geen mens wat aan. En dus heb ik tot op de dag van vandaag niets in het betreffende hokje ingevuld. Dat laat Facebook echter niet op zich zitten. Er moet iets aan de hand zijn, wordt er op het hoofdkantoor geconstateerd. Met als gevolg dat ik geen advertenties meer ontvang voor gezinsvakanties naar Center Parks, maar het advies om lekker tot rust te komen tijdens een yogatripje naar Bali. Ikrelatieconsulent worden krijg ‘leuke mannen uit de regio’ voorgeschoteld door Lexa en Zook. En hypotheekadviezen, terwijl ik goddank alweer vele maanden huur. De  mooiste in de reeks doelgroepadvertenties vond ik wel de voorgestelde pagina ‘consulent worden bij Mens & Relatie’. Hè ja, Facebook, na al het geploeter in mijn eigen relatie lijkt het me héérlijk om me nu eens te verdiepen in andermans echtscheidingsleed – bedankt voor de tip!

Tegelijkertijd weet Facebook heel veel dingen níet. En laten we dat vooral zo houden. Lang leve de vriendschappen IRL!

alles komt goed

Het is zo’n dag waarop je uren tekort komt. Mijn to-do-lijst is eindeloos: interviews uitwerken, die training voorbereiden, tientallen afspraken maken voor dat nieuwe magazine, dringend boodschappen doen want íeder schap en élke la in de koelkast is leeg. Maar tegelijkertijd word ik sharp om 9.00 uur op de koffiemeetup verwacht om de spreker aan te kondigen, blijkt de zon uitbundig te schijnen en kom ik op de ondernemersbijeenkomst allerlei mensen tegen die ik al tijden niet gesproken heb. Dus tja, toch nog één koffietje op dat aanlokkelijke terras in hartje stad. En dan een paar uur achter de laptop, héél hard werken om die deadlines te halen en vervolgens weer op de fiets naar de andere kant van Utrecht voor een interview.

Het is zo’n dag waarop je om 18.00 uur berustend denkt: ik kan nu proberen nóg harder te hollen, maar een dag heeft slechts 24 uur. En dus red ik het niet. Wat maakt het ook uit? Weet je wat, ik ga op een bankje zitten om van de zon te genieten. Nee, ik check geen mails. En ik luister niet mijn voicemail af. Mijn phone blijft in mijn tas. Ik geniet van het moment. Het is goed zoals het is.

En dat je dan op je dooie gemakje naar de stad fietst voor een eetafspraak, op de Mariaplaats je fiets aan een lantaarnpaal bindt en bij het oversteken van de straat ineens getroffen wordt door drie manshoge, metersbrede zeildoeken, badend in het zonlicht, met daarop in drie woorden die ene belofte. De ultieme troost. Deadlines, de boekhouding, in m’n upje het huishouden draaiende houden – het valt niet altijd mee, maar ik weet het zeker: ALLES KOMT GOED!

Op de zeildoeken las ik dat deze tekst , en andere teksten op andere locaties in de stad, een initiatief zijn van Voor de Aardigheid