Tagarchief: Dirk de Wachter

lijdenstijd

Gekleurde chocolade-eitjes, Paas-VIP-party’s bij de lingeriewinkel en huppende paashazen op het meubelplein: ik heb niet zoveel met de ‘Vrolijk Pasen!’-cultuur. Maar de weken vóór Pasen vind ik een van de mooiste perioden van het jaar (het festivalseizoen, dat daarna aanbreekt, mag er natuurlijk ook zijn). Ik heb veel meer affiniteit met het lijden dan met die opgeklopte vrolijkheid. En dat komt niet omdat ik een zwartgallige somberaar ben. Integendeel, ik vind het heerlijk om in goed gezelschap te genieten van de fijne dingen die het leven biedt (zoals eerdergenoemde festivals). Maar juist omdát je beseft of zelfs accepteert dat het leven ook lijden is, komt er meer waardering voor de mooie, soms heel kleine dingen.

Ik houd van de weken voor Pasen. Twee weken geleden luisterde ik ademloos naar de Matthäus Passion. Ik had het stuk nog nooit live gehoord, het was een fantastische belevenis. De afgelopen dagen was ik in de Janskerk voor de viering van Palmzondag, Witte Donderdag en Goede Vrijdag. In feite is het lijdensverhaal een theaterstuk in vijf delen, eindigend op paaszondag. Het verhaal van het lijden en sterven van Christus: ik heb het al zo vaak beluisterd, maar elke keer hoor ik weer wat nieuws. Het staat symbool voor de hoop. Er is lijden, er is afzien, maar daarna wordt het beter. Het hoeft niet per se goed te komen, het wordt anders: maar altijd gloort er licht aan de horizon. ‘Het kruis als symbool van lijden en dood zal verlossing brengen,’ schrijft filosoof Piet Winkelaar erover in Trouw (14 april 2017). ‘Het passieverhaal staat in onze cultuur symbool voor hoe mensen met hun lijden kunnen omgaan.’ Winkelaar meldt overigens, volkomen terecht, dat niet alleen dit verhaal ons wijst op de realiteit van lijden en dood. Ook Boeddha, Lao Tse, Socrates en vele anderen doen dit.

In dezelfde krant staat een interview met mijn lievelingspsychiater Dirk De Wachter, die stelt dat het eigenlijk elke dag een beetje Goede Vrijdag zou moeten zijn. ‘We lijken het lijden verleerd,‘ zegt hij. ‘De westerse samenleving creëert de illusie dat er geen lijden is. Ik noem dat de leukigheidscultuur. Je ziet het op Facebook, al die feestjes, de pretparkerigheid. Ik heb niets tegen mensen die zich amuseren, maar ik merk dat we het onvermijdelijke lijden ontkennen.’ De Wachter constateert dat er wel meer aandacht komt voor het lijden in het geseculariseerde Nederland: ‘Alsof er een barst zit in de leukigheidscultuur, dat het even oké is om naar Bach te luisteren.’ Die ene dag per jaar, Goede Vrijdag, is echter te weinig om bezig te zijn met lijden, vindt De Wachter. Er moet meer aandacht komen voor het lijden.

Maar hoe dan? Is het een idee om massaal ons verdriet op Facebook uit te storten? Ik vind van niet. Natuurlijk is het mooi als mensen op sociale media niet alleen de blije, maar ook de nare dingen van het leven  delen. Daarmee toon je je kwetsbaarheid. Maar je kunt ook koketteren met je ellende. Dat zie je bijvoorbeeld bij emo-tv: het verdriet van mensen wordt hier ingezet als vermaak. Zoals bij het jaarlijkse kijkcijferkanon The Passion. Het is te prijzen dat het paasverhaal door dit tv-programma bij een breed publiek bekend wordt. Maar wat heb ik altijd te doen met de mensen die, lopend naast het helverlichte witte kruis, huilend hun kommer en kwel met miljoenen sensatiebeluste kijkers delen. Voor dat moment lucht het misschien op, maar voor de lange termijn lijkt het me toch fijner als je je leed op een andere manier een plaats kunt geven. Net als De Wachter pleit ik ervoor om juist in de intimiteit van huiskamer of kroeg meer voor de dag te komen met onze eenzaamheid, ons verdriet en onze schaamte. Dit te delen met familie, geliefden of vrienden leidt heus niet meteen tot een oplossing. Maar wel tot herkenning en verlichting. Een lichtpuntje aan het eind van de lijdenstijd.

 

 

 

 

geluk is ook niet alles

‘Gelukkig zijn is een keuze’. Wekenlang lag een Filosofie Magazine met deze aanmatigende covertekst bij mij in de vensterbank, juist in een tijd waarin ik me ellendig voelde. ‘Eigen schuld,’ leek de tekst te willen zeggen. ‘Als je je best maar doet kun ook jíj gelukkig zijn.’

Het genoemde citaat komt uit een interview met filosofe Miriam van Reijen. In Filosofie Magazine van mei 2014 vertelt ze over de Stoïcijnse levenskunst, die kan zorgen voor een ‘verandering van een lijder in een leider.’ Het is zeker een interessante theorie, maar ik geloof niet dat geluk altijd een keuze is. Iemand die psychisch ziek is bijvoorbeeld, kiest er niet voor om depressief te zijn. Al wíl hij gelukkig zijn, hij is er simpelweg niet toe in staat. En ook als je door een nare episode van je leven gaat, kun je het niet opbrengen om daadkrachtig te kíezen voor geluk.

Trouwens: is gelukkig zijn verplicht? In deze tijd van Facebookhappiness  ga je bijna aan jezelf twijfelen als je met je Spotify-Treurige Liedjeslijst wenend op de bank zit terwijl je timeline volloopt met kiekjes van vakantie- en weekeindgeluk. Sterker nog: een overkill aan geluksmomenten van Facebookvrienden kan leiden tot depressieve klachten, blijkt uit onderzoek van de University of Missouri-Columbia.

Ik voel me veel meer aangetroplaadpuntokken tot de visie van psychiater Dirk de Wachter. ‘De jacht op geluk is een existentiële vergissing,’ stelt hij. Omdat je al die ogenschijnlijk gelukkige mensen om je heen ziet, voel je de druk om zelf óók genot en ‘kicks’ na te jagen. Maar juist die jacht op genot zorgt er volgens Dirk de Wachter voor dat het geluk buiten beeld valt. ‘Het leven is niet altijd een feest’, zegt hij. ‘Wie dat durft toe te geven heeft een stapje voor. Geluk zit hem in het ervaren van kleine dingen. In het content zijn met de “gewonigheid” van het leven.’ Hè, dat klinkt geruststellend. Ik hoef niet geforceerd te kiezen voor geluk. Het ‘oplaadpunt’ van de Geluksprofessor, een tijdje geleden op Culturele Zondag, liep ik dan ook achteloos voorbij. Laat mij zo nu en dan maar somberen. Want geluk is ook niet alles.