Categoriearchief: vriendschap

fuck it!

Ik heb het niet gelezen. Ik heb het niet eens in huis. Toch houdt het boek met de vrolijkstemmende titel ‘Fuck it!’ van John Parkin me al ruim een week in de greep. Vriendin M. attendeerde me erop, vorige week zondag. ‘Het lijkt me onnodig om het te lezen, als je de achterflap bestudeert weet je genoeg,’ meende M. En inderdaad: ons gesprek en het lezen van een artikel over Fuck it! was voldoende om me te overtuigen van deze bevrijdende methodiek. Het is een uitkomst, vooral voor mensen die niet perfect zijn (zoals ik). Mensen die twijfelen bijvoorbeeld. Die geen keiharde doelen hebben in hun leven. Mensen die ruiterlijk toegeven dat ze dingen niet kunnen. Die niet daadkrachtig halve marathons lopen en voortdurend op hun gewicht letten. Én voor mensen die altijd trouwhartig ‘dat doe ik wel even!’ roepen als er vrijwilligers worden gevraagd. Voor al die mensen is Fuck it! geschreven.

Hoe werkt het? Heel simpel: zeg vaker ‘Fuck it!’ tegen dingen die je niet wilt of kunt. Een avondje pizza halen omdat je geen tijd had om boodschappen te doen? Het stofzuigen overslaan omdat je zo heerlijk met een boek op de bank zit? Een inkomend telefoontje van die vriendin die altijd zo lang van stof is door de voicemail laten beantwoorden? Voel je niet schuldig. Voel je niet slecht. Fuck it! Wil je altijd aardig gevonden worden? Dat is onmogelijk! Voel je je rot omdat mensen leugens over je vertellen? Laat ze – zij worden er vást heel gelukkig van!

Dankbaar zijn is een belangrijk onderdeel van de Fuck it-methodiek. Juist als je tevreden bent met wat je hebt, leer je ‘Fuck it!’ te zeggen tegen alles wat je van slag maakt en wat tot geklaag leidt, stelt Parkin. Ook al is je leven een puinhoop, er is genoeg om dankbaar voor te zijn.

Betekent ‘Fuck it!’ denken dan ‘onverschillig zijn’? Nee! Je zegt het F-woord niet omdat het je allemaal niets kan schelen. Je zegt het juist omdat je je te druk maakt om dingen. Omdat je je verantwoordelijk voelt en je altijd van je beste kant wilt laten zien. Of omdat je vindt dat je moet voldoen aan criteria die anderen je opleggen. Fuck it! is dus geen YOLO: het is mild zijn voor jezelf. Niet teveel moeten. Je minder gelegen laten liggen aan de mening en de indianenverhalen van anderen. Wie van zichzelf houdt, zegt ‘Fuck it!’. De afgelopen week werd ík er in elk geval al heel blij van.

een knusse kerst

‘Merry Fucking Christmas. From me to your fucking perfect family.’ Dat staat op één van de kerstkaarten van de Britse (what’s in a name) Bridget, een single vrouw die al jaren hilarische kerstkaarten maakt. Het zijn ansichten die de draak steken met de zoetsappige portretten van blije gezinnetjes, liefst in een besneeuwd landschap, uiteraard mét olijk scheefstaande kerstmuts op het hoofd.  Met treffende tafereeltjes geeft Bridget weer hoe het voelt als je níet als vanzelfsprekend deel uitmaakt van een stel of een gezin tijdens de feestdagen. Want juist tijdens dat soort dagen ligt de nadruk enorm op het samenzijn.

foto: Imgur/Willymac

We zien het voortdurend in de winkels, de tv-reclames en in de folders terug: Kerst is knus. Mijn ervaring is echter vooral: Kerst is gedoe. En echt niet alleen omdat ik geen man naast me aan de gourmettafel heb zitten. Ook tijdens de twaalf jaar dat ik stiefmoeder was in een samengesteld gezin was het elk jaar weer een pittige uitdaging. Je wilt voldoen aan verwachtingen, je balanceert tussen verschillende belangen, je veinst harmonie en gezelligheid terwijl je diep in je hart denkt ‘zat ik maar lekker in mijn spijkerbroek met een zak chips op de bank’.

Van vrienden hoor ik de laatste dagen klaaglitanieën aan over ingewikkelde familietoestanden. Ik hoor ‘Pfff, wat zie ik op tegen de feestdagen’ of ‘Ik boycot het kerstfeest’. Zover wil ik niet gaan. Begrijp me goed: ik houd van gezelligheid en van samenzijn. Ik vind de nachtmis prachtig en ja, er staat hier elk jaar een vers geurende kerstboom in huis. Ik ben dol op lekker eten en mooie kleren. Maar het verplichte geluk dat aan feesten als Kerst schijnt te kleven, daar heb ik niets mee. Wat is het een zegen dat ik dit jaar geen verplichtingen heb. Ik kies zelf de mensen uit met wie ik de 25e en 26e december doorbreng. Geen voetangels en klemmen. Geen gestress met roosters en agenda’s. Merry f*cking X-mas! Eh, ik bedoel … zalig kerstfeest – misschien wel heerlijk helemaal alleen!

de eeuwige single

Een doorsnee vrijdagmiddag. Met vriend R. drink ik een biertje in de stad. Het gesprek gaat over relaties. Hij en ik, allebei solo, weten heel goed wat we níet willen. Logisch: in een nieuwe situatie zet je je onwillekeurig tegen de oude af. Je zoekt iets wat je miste bij je ex. We bezigen daadkrachtige, stoere taal. Van ‘nooit meer samenwonen!’ tot ‘ach, hoe belangrijk is seks nu eigenlijk?’

Onze stellingnames gaan verder dan het omschrijven van de ideale partner. Ook de vorm van de relatie is een issue. Want kijk om je heen: na een scheiding hebben veel mensen in no time een nieuw liefje. En dan kiezen ze als vanzelfsprekend voor het vertrouwde, vaste patroon. Wéér wordt een partner voorgesteld aan vrienden en familie, wéér wordt van de kinderen verwacht dat ze zich aanpassen aan de vriend of vriendin van pa of ma, wéér vier je samen Kerst en zit je naast je partner in de kring op verjaardagsfeestjes.

Alles precies zoals het was – alleen met een ander personage. Wil ik dat? Néé! Maar wat dan wel? Eeuwig single blijven? In De Corrrespondent las ik een voorpublicatie van Het monogame drama van Simone van Saarloos. De filosofe pleit voor single-zijn als vaststaande relatiestatus. ‘In onze cultuur is monogamie nog altijd het ideaal. Het single-zijn wordt altijd als een tussenfase gepresenteerd, nooit als doorlopende oefening of levenskunst,’ schrijft Van Saarloos.

Herkenbaar. Schrijf je je in op een datingsite, dan kies je natuurlijk voor de betaaloptie ‘drie maanden’ – want een jaarabonnement impliceert dat je er weinig fiducie in hebt ooit van je singlestatus af te raken. Stelletjes zijn de standaard in onze maatschappij. Als single krijg je onwillekeurig het gevoel incompleet te zijn.  Van Saarloos schrijft hierover: ‘Waarom zou slechts één levenspartner genoeg zijn om je compleet te maken?’ Zij pleit niet zozeer voor single zijn in de zin van ‘geen liefdesrelatie hebben’ – ze is een voorstander van meerdere relaties tegelijkertijd.

Voor mij zit ‘m hier de crux. Ik zie single-zijn inderdaad als levenskunst. Ik vind mezelf verre van zielig en zoek geen partner om me compleet te maken. Het solobestaan betekent voor mij echter niet ‘erop los leven’. Een relatie met Jan, Piet én Klaas – da’s mij te ingewikkeld. Eén lief is genoeg. Steun ervaren, je geliefd en begeerd voelen, weten dat iemand op aarde regelmatig aan je denkt – hoe fijn is dat! Daarbij draait het om de juiste balans tussen afstand en nabijheid. Niet samenzijn omdat het hoort – maar omdat je het wílt. Elkaar vrij laten. Geen jaloerse toestanden. Elkaar alle geluk van de wereld gunnen, ook als dat betekent dat de ander een keuze maakt waar jij weinig begrip voor op kunt brengen.

Niet de helft van een stel, maar ook geen eeuwige single. Is daar misschien een woord voor?

loslaten

‘Als je alles loslaatlos - Ingmar Heytze, heb je twee handen vrij om de toekomst te grijpen.’ Ware woorden van trendwatcher Adjiedj Bakas in een interview in Trouw, eerder dit jaar. Loslaten is kiezen voor bevrijding. Is stoppen met twijfelen. De angst voorbij.Maar hoe doe je dat, loslaten? Het lijkt zo simpel. Je hebt een besluit genomen, je weet precies waarom je dat hebt gedaan – en dooorrrr! Helaas is dat doorgaan makkelijker gezegd dan gedaan. Vasthouden aan het vertrouwde is comfortabel. Het geeft een gevoel van veiligheid. Zelfs nadat de knoop is doorgehakt, kan je zo nu en dan een gevoel van twijfel bekruipen: heb ik het wel goed gedaan?

Wat mij helpt bij het loslaten, is in beweging komen. Het gedicht ‘Los’ van Ingmar Heytze, dat bij Orloff aan de Kade hangt, trof me dan ook vanaf het eerste moment dat ik het las. ‘Dans en je weet dat je bestaat. Niets meer vast en alles los.’ Dansen, fietsen, hardlopen. Met je hoofd in de wind, met de blik vooruit, gericht op de toekomst: het helpt. Wat ook helpt: de Facebookmeldingen ‘Op deze dag’ stopzetten. Gék werd ik ervan, de sentimentele berichten die me vertelden dat ik ‘vandaag drie jaar geleden’ een huis had gekocht samen met m’n ex. Of die de vakantiekiekjes van verleden jaar lieten zien om zout in de wond te strooien. Stop! Ik hoef dit niet te zien, Facebook!

Vrienden helpen ook. Afgelopen week lukte het me even niet om te dansen. Dan is het fijn dat ik m’n hoofd tegen een virtuele schouder kan leggen tijdens een lange treinreis en via What’s App een knuffel én een paar linkjes naar strijdliederen ontvang. Geen sentimentele deuntjes, maar voorwaarts, mars! De rest van de reis zat ik met een grote glimlach op mijn gezicht.

Tenslotte helpt het me om markeringen aan te brengen. Om momenten te creëren. Zo heb ik vorige week, op de dag dat ex en ik één jaar uit elkaar waren, een ring gekocht. Ringen, die kréég ik altijd. Van een man. Nu kocht ik een prachtige ring voor mezelf. In een nieuwe kleur. En met een nieuwe vorm. De ring herinnert me aan een turbulent maar mooi jaar. Een jaar waarin ik sterker werd. Los van het verleden ben ik nog niet. Dat heeft iets meer tijd nodig. Maar er is volop beweging. Ik dans de sterren en de maan. Ik dans tot ik de weg weer weet.

niet betreden

niet betreden, pas ingezaaid‘Meid, waar begin je aan!’ ‘Ik zou áltijd kiezen voor …’ ‘Je moet écht eens praten met …’ Wie haar leven opnieuw vorm gaat geven, krijgt een stortvloed aan ongevraagde adviezen over zich heen. Over de inrichting van haar nieuwe woning bijvoorbeeld. Over de combi werk-huishouden, de opvoeding en de administratie. Of over haar liefdesleven.

Nu kun je als single best wat goede raad gebruiken op z’n tijd. In een gelukkige relatie fungeert je partner doorgaans als vaste adviseur. Zijn er problemen of twijfel je ergens over, dan helpt de man of vrouw thuis op de bank je uit de brand. Bij grote levensvragen raadpleeg je naast je partner nog wel eens je ouders of vrienden. Maar gaat het om acute nood, zoals de keuze voor een bloemetjes- of stippenjurk of een ruzie op het werk, dan is het reuze handig om een echtgenoot  als praatpaal te hebben. Voor singles ligt dit anders. Zij hebben een consortium aan adviseurs om zich heen. Ik prijs me gelukkig met een paar dierbare vrienden die me (té) goed kennen en me met raad en daad terzijde staan. De stelregel daarbij is echter: géén ‘als ik jou was …’ of waslijsten met praktische tips. Gewoon luisteren, en pas in actie komen op verzoek. Lang niet iedereen kan dat.

Het is als met het pas ingezaaide graszaad langs de spoorlijn: je moet er niet op gaan stampen. En verschijnen de eerste groene puntjes boven de grond, dan is het onnodig eraan te trekken. Het groeit vanzelf. Wat water, een paar warme zonnestralen en geïnteresseerd langs de zijlijn toekijken: dat is genoeg.

keiland 2015

Ik heb er gezongen, gedanst, gekibbeld, gepraat en gehuild. Ik heb er heerlijk in de zon gezeten en chagrijnig door modderplassen gebaggerd. Ik heb er gewerkt en vakantie gevierd. Het was vermoeiend en rustgevend tegelijk. Afgelopen weekeind keerde ik terug van een weekje Keiland op Terschelling.

Dit voorjaar werd me gevraagd twee schrijfworkshops op Keiland te komen geven. Ik was meteen enthousiast. Wel moest ik even slikken toen ik begreep dat één van de K’s van Keiland staat voor ‘kamperen’. Ik had 30 jaar niet gekampeerd – en zodra ik op de camping van Staatsbosbeheer was gearriveerd, wist ik weer waarom. De eerste dagen gierde de wind om onze tent. Felle regenbuien kletterden op het tentdoek. Zelfs met kleren aan kreeg ik het niet warm in mijn slaapzak. Het was geen pretje om ‘s nachts onder een paraplu naar het wc-hokje te moeten lopen. Maar gaandeweg wende het. Zeker toen de zon ging schijnen. Het campingleven werd zelfs leuk. Je maakt makkelijk contact met de mensen om je heen. Dankzij de regen veranderde één van de workshoptenten ‘s avonds en ‘s nachts in een kroeg. De eerste avond zat ik hier nog uitsluitend met m’n GBF (die eveneens op Keiland was om workshops te geven) een wijntje te drinken, maar aan het eind van de week zat de tent elke avond stampvol. Nooit lag ik voor 01.00 uur in mijn slaapzak.

Kamperen leert je nederig en eenvoudig te leven. Koffie zetten is geen kwestie van een druk op de knop: nee, je loopt met een keteltje naar de kraan, vult het, loopt terug naar de tent, steekt de gasbrander aan en wacht een half uur tot de ketel stoom afblaast. Vervolgens giet je het hete water door een koffiefilter. En zo duren alle handelingen veel langer dan thuis. Het gevolg: je leeft meer met aandacht. Of je wilt of niet. En dus maak je als vanzelf je hoofd leeg. Ook de rest van de Keiland-activiteiten zorgt ervoor dat je nauwelijks bezig bent met de besognes van alledag. Je hebt er eenvoudigweg geen tijd voor. En dat was goed.

Keiland kent een vrij strak programma. ‘s Ochtends en ‘s avonds is er een viering met (Iona– en  Taizé-)liedjes en gebed, ‘s ochtends zijn er workshops en aan het eind van de dag is er een gezamenlijk moment om thee te drinken. ‘Móet je daar dan heen?’ appten vrienden verbijsterd. Nee, ik moest niet naar de ‘kerktent’. Maar ik deed het, twee keer daags. En het was heerlijk. Liedjes zingen, stil zijn, dansen – het vaste patroon van bezinningsmomenten zorgt voor een gevoel van kalmte en, ja, zelfs geluk. Ik ben tijdens Keiland verschillende malen uit m’n comfortzone gekropen, vooral tijdens de workshop ‘Dansen met vuur’ van Joyce Schoon. Voor iemand die gewend is met woorden te werken en meestal in haar hoofd te verblijven een openbaring: ik merkte dat ik echt héél boos werd, dat de wede rechtstreeks binnenkwam en er ook weer uitging. Later in de workshop speelden we een spannend spel van aantrekken en afstoten. Heel bijzonder.

Keiland was een goeie mix van ontspanning en inspanning. En o, wat klopt het cliché: als je thuiskomt ben je zó blij met de weelde van een lekker bed, een douche waar je langer dan 5 minuten onder mag staan en een Nespressoapparaat dat in no time koffie voor je maakt. Nu, bijna een week na terugkomst, heb ik dat gevoel nog steeds. Kamperen wordt nooit mijn hobby, maar voor Keiland maak ik een uitzondering.

happy single

Vorige week, na het vDexbob over single zijnerschijnen van mijn blog een cursus alleen zijn, twitterde @dexbob: ‘Wat doe je er moeilijk over. Vanaf dag 1 vond ik het top. Het totale wegvallen van overleg en verantwoordelijkheid – love it.’ Wat volgde was een gesprek over de pluspunten van het single-bestaan. En je hebt groot gelijk Bob: die leuke kanten zijn er genoeg. Tijd om ze eens op een rijtje te zetten.

Geen verantwoording af hoeven leggen over je daden, je aankopen, je keuzes: da’s het eerste voordeel. Heerlijk is dat. Een rode muur in de huiskamer omdat ík dat mooi vind. Om 23.00 uur nog even de stad ingaan omdat ík daar zin in heb. ‘Op het laatste moment besluiten niet te gaan koken, maar een roombroodje te eten,’ twittert @dexbob. Ja, dát.

Jezelf opnieuw uitvinden vind ik een tweede pluspunt. Mijn partners hebben me gevormd de afgelopen jaren. Ik heb veel van ze geleerd. En dat is mooi. Maar wat is nou echt van mezelf? Welk deel van mijn persoonlijkheid heb ik laten ondersneeuwen, in welke opzichten heb ik me aangepast? Alle tijd om daarover na te denken, te lezen, te praten. Een poosje geleden was ik op de housewarming van een vriend van me; eveneens vorig jaar gescheiden. Zijn zus hield een speech waarin ze zei: ‘Na al die jaren zie ik mijn echte broer terug. Je laat nu weer zien wie je werkelijk bent.’

Je eigen tempo bepalen is een voordeel dat hier vanzelf uit voortvloeit. In mijn geval betekent dat: rustig de tijd nemen om te verwerken wat er is gebeurd. Al een half jaar aankijken tegen een ontbrekende plint van mijn Lundia-stelling en er lachend mijn schouders over ophalen, omdat het me werkelijk niet deert. En me realiseren: ik heb jarenlang gehold, maar rustig aan doen past meer bij mij.

Stilte en rust: deze noemt mijn allerbeste maatje regelmatig als ik hem weer eens vraag wat er nou zo leuk is aan alleen wonen. ‘Mijn eigen gang kunnen gaan, niemand die op me let, urenlang lummelen en mijmeren.’ Ik vind dit een lastige; heb graag mensen om me heen. Nog steeds moet ik eraan wennen dat ik niet meteen mijn verhaal kwijt kan. Terwijl dezelfde vriend zegt: ‘En als je dat verhaal dan niet deelt, maar het gewoon voor jezelf houdt – wat gebeurt er dan?’ Nou, volgens mij gebeurt er dan niets. Of juist heel veel. Ik zal het eens gaan proberen.

Je zou bijna denken dat de happy single bestaat. En daarbij denk ik niet zozeer aan het glamorous beeld dat series als Sex and the City schetsen: shoppen met vriendinnen, ieder weekeind weer een andere mooie man aan de haak slaan en fijne feesten met veel prosecco (hoewel dit soort zaken het leven zéker aangenamer maken). Nee, mijn geluk zit ‘m in de aanvaarding van het leven zoals het nu is.

Nog andere pluspunten van het vrijgezellenbestaan? Ik hoor ze graag! 

op het Wed, 01.20 uur

Mijn fiets is van hOrloff. 01.20 uuret slot. De nachtelijke tocht van Wed naar huis kan beginnen. Gewoontegetrouw laat ik mijn ogen langs de gevels van de kroegen naar boven glijden. Nog één blik op de Dom, dan ga ik er echt vandoor. Ik zie de sfeervol verlichte toren en kijk naar de klok. Ook dat beeld van de wijzerplaat is zo vertrouwd. Het is tien voor half twee. Vaste prik. Zomer of winter, doordeweeks of in het weekeind: zit ik met mijn allerbeste maatje in de stad, dan lukt het nooit om tijdig af te blazen. Het is geen bewuste keuze. Het gaat vanzelf.

Dat je zit te praten in een overvol café en dat het steeds rustiger wordt om je heen. Dat de jongen van de bediening nog best een drankje in wil schenken, maar er fijntjes bij vermeldt: ‘Dit is de laatste ronde.’ Dat je de geur ruikt van natte vaatdoekjes en vanuit je ooghoeken ziet dat de terrasstoelen en -tafels worden opgestapeld. En dat dan de onvermijdelijke bon op tafel wordt gelegd en je met zachte dwang gemaand wordt af te rekenen. Dat je naar de bar loopt om te pinnen en dan pas ziet dat het uitgestorven is om je heen. Dat je, terwijl je je jas aantrekt, merkt dat het personeel zich inhoudt om niet metéén dat laatste tafeltje dat nog bezet was eindelijk te kunnen leegruimen. En dat je weet: het is een kwartier na sluitingstijd, maar wat waren ze weer coulant. We mochten nog éven blijven zitten met dat laatste bodempje wijn in het glas.

Het is 01.25 uur en ik fiets de Oudegracht over, richting huis. En ik besef wat ware vriendschap is. Nimmer uitgepraat te raken. Keer op keer weer tijd te maken om elkaar te treffen onder de schaduw van de Dom. Ik bid dat het moment dat ik al om 22.30 uur mijn sleutel in het fietsslot steek daar op het Wed, nooit aan zal breken.

Facebook in tijden van crisis

In tijden van crisis is Facebook een slangenkuil. Met kiekjes van happy families onder de kerstboom, blije stelletjes op Valentijnsdag en exen die ogenschijnlijk nog nooit zó gelukkig zijn geweest. Het is de dorpspomp in het kwadraat. Ontvriend worden, reacties met een dubbele bodem, reacties die uitblijven: als je tóch al wenend op de bank zit, is dit alles niet bevorderlijk voor je welzijn. Anderzijds is het Smoelenboek soms ook heel opbeurend. Er zijn momenten dat de Facebookfamily me er echt doorheen sleept.

Facebook wéét ook zoveel. Bij mijn ‘relatiestatus’ (wie kende dit woord vóór Facebook bestond?) vulde ik jaren geleden braaf in ‘heeft een samenlevingscontract’. Alsof ik me bij het loket van Burgerzaken bevond. Na de zomer besloot ik deze informatie te verwijderen. Ik had kunnen kiezen voor ‘het is ingewikkeld’ en een paar weken later voor het ietwat sneue ‘vrijgezel’. Maar, dacht ik: dat gaat geen mens wat aan. En dus heb ik tot op de dag van vandaag niets in het betreffende hokje ingevuld. Dat laat Facebook echter niet op zich zitten. Er moet iets aan de hand zijn, wordt er op het hoofdkantoor geconstateerd. Met als gevolg dat ik geen advertenties meer ontvang voor gezinsvakanties naar Center Parks, maar het advies om lekker tot rust te komen tijdens een yogatripje naar Bali. Ikrelatieconsulent worden krijg ‘leuke mannen uit de regio’ voorgeschoteld door Lexa en Zook. En hypotheekadviezen, terwijl ik goddank alweer vele maanden huur. De  mooiste in de reeks doelgroepadvertenties vond ik wel de voorgestelde pagina ‘consulent worden bij Mens & Relatie’. Hè ja, Facebook, na al het geploeter in mijn eigen relatie lijkt het me héérlijk om me nu eens te verdiepen in andermans echtscheidingsleed – bedankt voor de tip!

Tegelijkertijd weet Facebook heel veel dingen níet. En laten we dat vooral zo houden. Lang leve de vriendschappen IRL!

sleur

Iemand om aan te vertellen wat niet van belang is‘Verschoon jij de kattenbakken even?’ ‘Ach, kun jij dat overhemd voor me strijken?’ ‘Wat hebben we nodig bij de Jumbo?’ Die korte gesprekjes. De vaste taakverdeling. Het is een sleur. Maar je mist het als je ineens geen partner meer hebt. Dat maatje met wie je je dagelijkse besognes deelt. Die je als je thuiskomt uit je werk vraagt ‘Hoe was je dag?’ Die je schouders masseert omdat je weer veel te lang krampachtig achter de laptop tegen een deadline aan hebt zitten werken. Die de rotklussen van je overneemt. Die in oktober al de zomervakantie naar Zuid-Frankrijk boekt. Het cliché is waar: je weet pas wat je had op het moment dat je het kwijt bent. Geen partner hebben voelt soms verdomde eenzaam.

In deze tweede alinea verwacht je nu de catharsis. Een opsomming van de enórme voordelen van het singlebestaan. Maar daarvoor is het te vroeg. Zover ben ik nog niet. Toch geef ik toe: het leven als solo brengt mooie dingen. Meer tijd voor de kinderen bijvoorbeeld. Autonomie. Inniger vriendschappen. Je eigen kleur, inrichting en muziek. En ruimte voor spontane acties. Als ik vriendinnen hoor over de echtelijke twisten die zij tijdens de paasdagen hadden, denk ik: hmmm, ik vond het wel relaxed dat ik bij het ontbijt in m’n eentje op een cracker met jam kon knagen. Een koffietje, de krant erbij. Terwijl zij handenwringend bij hun schoonouders op de bank zaten, dronk ik met m’n GBF een koel wit wijntje op een terras. En aan het eind van de dag had ik een hilarische appconversatie met een vriendin die drie dates tegelijk heeft.

Ik kies nu zélf de mensen uit die me vragen ‘Hoe was je dag?’ Natuurlijk, het is minder comfortabel dan de partner die altijd voor je klaarstaat. Maar sleur in mijn leven – nee, dat is me momenteel volkomen vreemd.

‘Iemand om aan te vertellen wat niet van belang is’ – Judith Herzberg