Categoriearchief: vriendschap

hartzeer

Wat een tref dat ik dit voorjaar het boek Hotel Hartzeer kocht op Koningsdag. Voor een paar euro schafte ik het aan op de kindervrijmarkt, bij een monter ogende vader die het boek kennelijk niet meer nodig had. Alsof ik toen al aanvoelde hoe goed ik het werkje van Susan Smit en Marion Pauw een paar maanden later kon gebruiken. Dit boek heeft me er echt doorheengesleurd toen het liefdesverdrietmonster me onlangs weer eens stevig in zijn greep hield. Een volledige samenvatting van Hotel Hartzeer ga ik je niet geven. Wel zet ik op een rij waar ík het meest aan had.

1.Neem je gevoel serieus. Liefdesverdriet is échte, lichamelijke pijn.

De liefde is verslavend. Liefde is gerelateerd aan het beloningscentrum van je brein. Valt de liefde plotseling weg, dan krijg je afkickverschijnselen. Je wordt letterlijk ziek van het gemis van je geliefde. Het pijnsysteem in je hersenen wordt niet alleen geprikkeld door lichamelijke pijn, maar ook door sociale en emotionele pijn. Liefdesverdriet trekt in je brein dezelfde sporen als griep en depressie. Je kunt proberen je omgeving te laten geloven dat het ‘beter is zo’ en dat je ‘er alweer overheen bent’, maar je lichaam liegt niet. Het lichaam bibbert, heeft geen eetlust, voelt zich hondsberoerd. Het heeft tijd nodig om te herstellen van deze klap.

2. Stop met zoeken naar verklaringen en ‘nuttige’ informatie. 

Na de breuk heb je alle tijd van de wereld om op je gemak te analyseren waardoor het is misgegaan. Voorheen bracht je vele avonden met je geliefde door. Die avonden zit je nu alleen op de bank, of huilend met je vrienden in de kroeg. De vrijgekomen tijd kun je benutten met het zoeken naar ‘closure’, zoals Smit & Pauw dat noemen. Je bedenkt allerlei verklaringen voor zijn / haar en jouw gedrag. Je zoekt in oude app-conversaties en weegt de woorden die je keer op keer overleest op een goudschaaltje. En je bedenkt scenario’s: ‘Als ik dit had gedaan, dan …’ ‘Toen hij dat zei, had ik beter …’ Doe dit niet, adviseert Hotel Hartzeer. Het heeft geen enkele zin. De enige ‘closure’ vind je bij jezelf. Onderzoek wat jóuw aandeel was in het ontstaan van de relatiebreuk. Hem / haar kun je niet veranderen. De nieuwe situatie (Het is uit. Je relatie is over. Je bent single.) evenmin.

3. Ruim ‘oude pijn’ op.

Bij liefdesverdriet komt gegarandeerd andere pijn naar boven. Sterker nog, die ‘oude pijn’ kan zelfs de dieper liggende oorzaak zijn van de relatiebreuk. Het is goed om hiermee aan de slag te gaan, stellen Smit & Pauw. Ze hebben het bijvoorbeeld over de hooggespannen verwachtingen die je kunt hebben van een partner. Dat hij of zij je gelukkig zal maken bijvoorbeeld. En dat je hem / haar nodig hebt. (Meer hierover lees je in het zeer interessante boek van Jan Geurtz, Verslaafd aan liefde). Hechtingsstijlen spelen een belangrijke rol bij partnerkeus: de manier waarop je als kind een band met je ouders creëerde, herhaal je als volwassene in de liefde. Deze stijlen vertalen Smit & Pauw in het gedrag van honden en katten. De hond staat voor verlatingsangst: hij vindt het baasje geweldig, ook al wordt hij verwaarloosd. Hij blijft trouw, ook al krijgt hij 24 uur geen voer. Het principe van de hond is: ‘ik doe alles voor je, zolang je maar van me houdt.’ De kat staat voor bindingsangst. Katten zijn niet van plan om te werken voor de liefde. Ze hebben een afwachtende houding en vermaken zich opperbest in hun eentje. Het principe van de kat is: ‘als jij alles voor me doet, wil ik misschien wel van je houden.’

4. Stap niet onmiddellijk in een nieuwe relatie.

De verleiding is groot om direct na de breuk op zoek te gaan naar een vervangende verkering. Dat is troostrijk, dempt je verdriet en geeft een boost aan je mogelijk geschonden ego. Doe dit niet, adviseren de dames van Hotel Hartzeer. Zoek eerst uit hoe het komt dat je relatie is uitgegaan. En wat jouw aandeel daarin was. Zo verklein je de kans dat je weer met eenzelfde type man of vrouw in zee gaat, met wie het uiteindelijk óók niet blijkt te werken. Troost zoeken bij een minnaar is wél toegestaan. Uitzinnige seks helpt, of het nou gaat om een one night stand of een vaste minnaar / friend with benefits. Maar kijk uit voor het ‘jonge eendjessyndroom’:  een eend die uit het ei komt, beschouwt het eerste levende wezen dat hij tegenkomt als zijn moeder. Heb je net seks gehad, dan kun je de eerste de beste man of vrouw die jou bemint gaan beschouwen als een partner. Pauw & Smit geven de sympathieke tip om er een tijdje twéé minnaars op na te houden om dit jonge-eendjessyndroom te voorkomen.

5. Mijd ‘vrienden’ die parasiteren op jouw verdriet.

Het hardst heb ik gelachen om het hoofdstuk over reacties van de omgeving op jouw liefdesverdriet. Hilarisch is de omschrijving van verschillende typen vrienden. Vampirella bijvoorbeeld: ‘Sinds jij een gebroken hart hebt, zit zij op de eerste rij.’ De predator, de platonische vriend: ‘Hij veegt je tranen weg, hij haalt Ben & Jerry’s, hij wiegt je in slaap … en ineens word je wakker met zijn erectie in je rug.’ Of de roofkip, die de ex van haar vriendin ‘per ongeluk’ tegenkomt als het uit is, samen met hem koffie drinkt waarbij ze ‘zijn kant van het verhaal’ aanhoort en daarna vaker met hem afspreekt ‘omdat ze zo fijn kunnen praten.’ ‘En toen overkwam het hen gewoon.’

Tot slot: het boek wordt, tamelijk uitgenast, gesponsord door een chocolademaker. En eerlijk is eerlijk, chocolade helpt. Net als lieve vrienden, hardlopen en de Treurige Liedjes-lijst op Spotify. Ach, en voor je het weet is het weer lente.

De tekening op het krantenknipsel dat al jaren op mijn prikbord hangt is van Peter van Straaten

 

bye bye facebook

het moment suprême: ik klik op ‘verwijder account’

Een maand geleden deed ik het: ik verwijderde mijn Facebookaccount. En dat was best even slikken. Ik deed het niet omdat ik het zo dolgraag wilde. Ik deed het omdat ik me realiseerde dat het goed voor me was. De verleiding was groot om mijn account binnen twee weken weer terug te plaatsen (Facebook biedt  spijtoptanten deze mogelijkheid), maar die kans heb ik voorbij laten gaan. Acht jaar foto’s, filmpjes en correspondentie heb ik gewist. En dat was moeilijk. Zeker voor een fervent gebruiker als ik. Toch heb ik nog steeds geen spijt.

Het besluit om te stoppen nam ik op zondagavond 8 april, toen ik mijn tv aanzette en de aftiteling zag van Zondag met Lubach.  A brand new day van Diana Ross knalde mijn kamer in. Daar stond Arjan Lubach, dansend temidden van tientallen blauwe ballonnen, terwijl de hashtag #byebyefacebook voorbijkwam op het scherm. Al snel begreep ik dat Lubach een Facebookevent had aangemaakt voor woensdagavond 11 april – een event om van Facebook af te gaan. Voor mij was dat een kippenvelmoment: jaaaa, dacht ik, ik doe mee, wég met Facebook!

Dat besluit kwam niet uit de lucht vallen. Al maanden had ik mijn twijfels. Ik installeerde de Demetricator in de hoop dat Facebook daarmee minder aantrekkelijk voor me zou worden. Een soort nicotinepleister, maar dan tegen een ander type verslaving. In de Vastentijd haalde ik de app met de blauwe F van mijn telefoon en plaatste ik veertig dagen geen Facebookpost. Dat hielp allemaal wel een beetje, maar niet genoeg. Na de veertigdagentijd bezocht ik de site nog steeds meerdere malen per dag.

Is het dan zo erg om vaak je Facebook te checken?, vraag je je misschien af. Ja. Ik vond dat erg. Ik baalde ervan dat ik geen weerstand kon bieden tegen de verleidingen van de site. En daar had ik de jaren daarvoor veel minder last van. Toen ik met Facebook begon, in 2010, vond ik het fantastisch. Er ging een wereld voor me open. Dankzij Facebook vond ik kennissen van vroeger terug, het contact met verre familieleden werd intensiever. Facebook verving het vertrouwde adressenboekje, Facebookvrienden worden was genoeg. Ik sloot me aan bij groepen, ik voerde gesprekken en discussies. En natuurlijk plaatste ik foto’s. Van verjaardagen, van vakanties. Facebook werd een soort fotoalbum en dagboek ineen. Het werd een sport om in te checken op bijeenkomsten: bij elke borrel, elk feest, elke ondernemersbijeenkomst en elk theaterbezoek plaatsten mijn vrienden en ik foto’s, waarbij we elkaar tagden. Dit gaf de mogelijkheid om de voorpret en de napret te delen. Daarnaast is Facebook een handige zoekmachine: tijdens een gesprek in de kroeg kun je op ieder moment informatie vinden over de personen waar je het over hebt. Véél informatie ook – het is verbazingwekkend wat mensen allemaal openlijk delen op de site.

Natuurlijk heeft Facebook ons ook veel gebracht. Het is mooi dat je mensen via het platform makkelijk kunt mobiliseren en op een laagdrempelige manier aandacht kunt vragen voor misstanden in de samenleving. Er zijn besloten groepen waar lotgenoten van over de hele wereld hun lief en leed met elkaar kunnen delen. Het is makkelijk en het is gratis. Enerzijds is het een fantastische uitvinding. Anderzijds is het een enorme aandachttrekker.

Steeds vaker ondervond ik de donkere kanten van het smoelenboek. De bemoeienis met mijn leven bijvoorbeeld, via commentaren onder mijn foto’s en ongegeneerde vragen IRL. De deeldwang: ook al heb je geen zin om meteen in te checken als je ergens een zaal betreedt, gek genoeg voelt het bijna als een verplichting. Natuurlijk hóefde ik niet een paar keer per week een update te plaatsen. Maar het vlees is zwak. Ik geef eerlijk toe dat ik weerloos ben tegen de druk van Facebook. Toen ik erachter kwam dat Facebook mensen inhuurt om ons continu prikkels te geven, zodat we echt verslaafd raken aan het medium, verbaasde dat me niets. Steeds vaker greep ik mijn telefoon, ook tijdens mijn werk, om ‘even’ mijn Facebook te checken. Ik plaatste hier een like, voerde daar een gesprekje, plaatste een grappige foto van de kat. En voor ik het wist was ik twintig minuten verder. Ik voelde me dan slecht en had een opgeblazen gevoel, alsof ik veel te veel gegeten had.

In het artikel‘Wat je terugkrijgt als je van Facebook gaat’ (de Correspondent) beschrijft Bregje Hofstede het zo: ‘Telkens wordt mijn aandacht gekoloniseerd door kleine rode bolletjes, pings, meldingen – of simpelweg de wetenschap dat die er zouden kunnen zijn, als ik nu even op het knopje druk.’ Facebook vraagt zoveel aandacht dat het leidt tot een ernstig gebrek aan concentratie. ‘Mijn angst is, dat zelf over je aandacht kunnen beschikken steeds meer een voorrecht wordt – en dus dat concentratie een uitzonderlijk talent wordt,’ schrijft Bregje. Ik vind het zó herkenbaar. Daarnaast sleurt Facebook je weg bij dat wat er om je heen gebeurt. De site krijgt het voor elkaar dat je de overbelichte verjaardagskiekjes van een verre achterneef belangrijker vindt dan de persoon die naast je zit. Je scrolt langs flauwe conversaties en bekijkt grappige filmpjes, terwijl je intussen een gesprek zou kunnen voeren met een mens van vlees en bloed. Facebook is een ‘aandachtshacker’. En dan heb ik het nog niet eens over de informatiebubbel en de verspreiding van nepnieuws, die volgens sommigen een bedreiging vormt voor de democratie.

En dus verwijderde ik mijn account, precies om 20.00 uur op die elfde april. Ik vond het idee van het Facebookevent briljant. Jarenlang checkte ik elke week wel in op een of ander event. Dit werd mijn laatste. Het voelde echt niet fijn, de eerste dagen na mijn vertrek. Alsof ik was verhuisd uit mijn vertrouwde dorp. Ik had en heb nog steeds ontwenningsverschijnselen. Maar ik zet door.

Op Twitter en Instagram ben ik nog wel actief. Want ik blijf een social media-fan. Ik merk echter dat die platforms veel minder verslavend zijn dan Facebook. Twitter is voor mij vooral een handig communicatiemiddel. En Instagram is mijn fotodagboek. Ik plaats een bericht en ben er daarna weer weg. Beide zou ik niet willen missen. Maar Facebook kan best zonder mij. Ik was het bijna verleerd om minstens een uur lang aandachtig te lezen: tijdens een Facebookbezoek spring je immers van de hak op de tak. Maar nu lees ik eindelijk weer eens boeken, ’s avonds op de bank. Ik kan het iedereen aanraden.

solitude

Op zaterdagavond alleen thuis zijn vind ik altijd nét even wat ingewikkelder dan op andere avonden. Heel gek, want in mijn drukke leven is het een verademing om eens een avond in m’n eentje met de krant of een boek op de bank te zitten. Zo vaak gebeurt dat niet. Muziekje erbij, kaarsje aan, een pot thee op tafel – heerlijk. Doordeweeks, zittend op diezelfde bank, wil ik de laptop er nog wel eens bij pakken om een klus af te maken. Maar in het weekeind is me-time ook echt tijd voor mezelf. En dat is fijn.

Toch ben ik me  juist op zaterdagavond meer bewust van mijn alleenstaande moeder-status dan doordeweeks. Alsof ik me ervoor moet schamen dat ik op dé uitgaansavond van de week uitsluitend gezelschap van de katten heb. Toen ik net alleen woonde, ruim drie jaar geleden alweer, zou ik op een avond als deze beslist mijn telefoon gepakt hebben om iemand te zoeken met wie ik de stad in kon gaan. Nu blijf ik rustig zitten op die bank. Ik ben zelfs blij dat ik geen stelletjes-etentje heb, of tot diep in de nacht moet dansen. Alleen zijn met mezelf: ik leer het steeds meer te waarderen.

Alleen zijn heeft vaak een negatieve klank: alsof je pas compleet bent in gezelschap van anderen. Maar alleen zijn is niet positief of negatief: het is een neutrale situatie. In het artikel ‘Breng meer tijd door met jezelf’ (Filosofie Magazine februari 2018) zet filosoof Lars Svendsen eenzaamheid tegenover de Engelse term ‘solitude’: positieve afzondering. Solitude – ik vind het een prachtig woord. Svendsen ontkent de aanname dat het aantal eenzame mensen toeneemt. Er is geen toename van eenzaamheid, er is alleen meer aandacht voor, stelt hij. Het probleem is niet dat we vaak alleen zijn – we zouden juist vaker tijd met onszelf moeten doorbrengen. We proppen onze agenda’s veel te vol met allerlei sociale activiteiten. ‘In eenzaamheid ben je alleen met jezelf, terwijl je in solitude samen met jezelf bent. Je ervaart de afwezigheid van anderen dan niet als een gebrek, maar juist als een mogelijkheid om te genieten van je eigen aanwezigheid,’ zegt Svendsen in het artikel.

Tijd om te mijmeren, om je gedachten te ordenen, om gewoon even te lummelen – we gunnen het onszelf steeds minder. Zijn we alleen, dan pakken we meteen onze telefoon om te gaan appen of op Facebook te kijken. Alsof het gezelschap van jezelf niet voldoende is. Alsof je altijd een ander nodig hebt om jezelf compleet te kunnen voelen.

Eenzaamheid is een verlangen naar verbinding met anderen dat niet vervuld wordt, zegt de filosoof. En daar zit ‘m volgens mij de crux. In een relatie, vriendschap of gezelschap kun je je eenzaam voelen omdat je niet in contact staat met de ander of de anderen. In je eentje thuis op de bank hoef je je helemaal niet eenzaam te voelen, omdat je in contact bent met jezelf. ‘Als je alleen zijn niet prettig vindt, zegt dat iets over de relatie die je met jezelf hebt,’ zegt Svendsen. ‘Het betekent niet dat je die tijd voor jezelf niet nodig hebt.’

Ik schenk mezelf nog maar eens een kop thee in, hier naast de katten op de bank. Maar mórgenavond zit ik gezellig weer in de kroeg.

zwarte hond

Anthony is een stuiterbal. Een poëet. En een levensgenieter. Tijdens piekmomenten lacht het leven hem toe. Maar hij krijgt ook regelmatig the Big Black Dog op bezoek. En die jaag je niet zomaar even weg. 

Blue Monday is de dag waarop veel mensen zich treurig en neerslachtig voelen. Dat is tenminste de uitkomst van een formule die is bedacht door de Britse psycholoog Cliff Arnall. De feestdagen zijn voorbij, de goede voornemens blijken toch niet vol te houden en de grijze winterdagen strekken zich eindeloos voor ons uit. Maar mensen als mijn wijkgenootje en vriend Anthony voelen zich veel vaker down en neerslachtig. Ongeacht de dag van de week of de maand van het jaar. Anthony’s ups en downs zijn niet zomaar pieken en dalen: hij heeft een manisch-depressieve stoornis. Zit hij in een manie, dan begint het stuiteren. Je vindt hem dan achter zijn schrijfboekje terug bij een van zijn favoriete hangouts in de Utrechtse binnenstad, door Anthony de Zen-zone genoemd. Daar drinkt hij koffie of een biertje, schrijft teksten of spreekt met vrienden af. Met mij bijvoorbeeld. Ik houd van deze momenten: de hak-op-de-takconversaties waarbij ik probeer het lijntje vast te houden, de spontante gesprekken met passanten, de wandelingetjes langs de Oudegracht. Van Anthony leerde ik échte filterkoffie drinken – als koffiesnob haalt hij zijn neus op voor de Starbucks-achtigen.

Tijdens zijn piekmomenten haalt hij uit het leven wat erin zit. Dag en nacht. Totdat na een paar weken de duisternis van de depressie aanbreekt. Dan sluit hij zijn notitieboekje, staakt de bezoekjes aan de horeca en is somber en afwezig. Ik heb geen idee hoe dit voelt. Ik kan het hooguit vermoeden. Als vrienden proberen we er in zo’n periode wel voor hem te zijn, maar het contact is moeizaam. Via de app en Facebookposts zien we ongeveer hoe hij eraan toe is. Na een paar weken trekt de mist weer op. Een bi-polair zit gevangen in een eeuwige cadans.

Een paar weken terug, rond de kerst, had Anthony de Zwarte Hond weer op bezoek. Maar op Nieuwjaarsdag laat hij me weten dat hij de ongewenste gast gaat verjagen. Of ik met hem mee wil naar het Beatrixpark. Dat wil ik wel. Anthony loopt voor me uit met een grote tak in zijn hand. We lopen totdat we een groot veld bereiken waar honden heerlijk uitgelaten kunnen rennen. En dan gooit hij de tak op. Met een grote boog zwiert –ie door de lucht. Daarna ploft de tak, licht stuiterend, neer in het gras. We blijven kijken. En er gebeurt niets. De tak komt niet van z’n plek. Geen hond komt ‘m terugbrengen. De Big Black Dog is verdwenen.

Dit jaar verschijnt de eerste poëziebundel van Anthony, alias De Opendoelman. Meer nieuws hierover lees je op de Opendoelman-Facebookpagina

 

de beste negen van 2017

De #bestnine2017? Voor iemand die dagelijks tientallen foto’s maakt is het een hele opgave om negen favorieten te kiezen. Ik koos dan ook niet per se de ‘beste’ foto’s uit. Wel zie je hier de plaatjes die het verhaal vertellen van negen bijzondere momenten uit het afgelopen jaar.

Allereerst een foto uit de viering in de Utrechtse Janskerk op 29 januari. Ik ben op dat moment net gedoopt en daarmee toegetreden tot de rooms-katholieke kerk. Mijn vrienden en peter en meter, Hans en Elise, hebben me het witte doopkleed omgedaan. Een steeds sterker wordende wens van jaren ging in vervulling. De doop is een keuze die met het verstand niet is uit te leggen. En dat doe ik dan ook niet. Het is een mysterie. Net zo min als ik kan uitleggen wat Maria met me doet. Ik brand een kaarsje voor haar bij hoogte- en dieptepunten in mijn leven. Dit jaar ging ik maar liefst vier keer naar de fantastische Mariatentoonstelling over ‘de meest afgebeelde vrouw op aarde’ in het Catharijneconvent (foto 2).

In 2017 was ‘man/vrouw’ regelmatig onderwerp van gesprek tussen mij en de mensen om me heen. Bijvoorbeeld door de Sire-campagne over jongens en meisjes en de #metoo-discussie. Tegelijkertijd werd voor de eerste keer een gaypride in mijn stadje gehouden. Het was groots om daarbij aanwezig te zijn, ik heb tientallen foto’s gemaakt van de prachtige boten met dito mensen erop. Ontroerend en indrukwekkend. In die week hielp ik ook mee met de voorbereiding van Roze Zondag in de Janskerk. Tijdens de viering hingen we een reusachtige regenboogvlag in de kerk.

De zonnebrillenfoto van mijn lief en mij is gemaakt op Lesbos. Wat was dat een heerlijke week. Zon, zee, lezen, Ouzo en Metaxa, zingende krekels, lange zwoele avonden – ik had er maanden willen blijven. Maar ach, ook in Utrecht was genoeg te doen tijdens de zomervakantie. De foto van de Parade is voor mij een herinnering  aan de vele festivals die ik afgelopen jaar bezocht. Zoals het nieuwe Bucketlistfestival, het Bevrijdingsfestival, proeftuin Rotsoord, Lepeltje Lepeltje en vorige week nog kerstfestival Knus. Over de ‘festivalisering’ las ik zorgelijke artikelen in de krant. De grens aan het aantal evenementen in de Randstad zou zijn bereikt. Maar ik begrijp de aantrekkingskracht van het festival maar al te goed. In je eigen stad, op fietsafstand, bevind je je even in een andere wereld met muziek, theater en culinaire genoegens. Je komt bekenden tegen, doet nieuwe ervaringen op en hebt plezier. Ook als het regent: zie hier mijn festivallaarsjes die ik al jaren in de berging heb staan.

Voor het eerst in drie jaar heb ik kunstenfestival Watou weer bezocht. Jarenlang reden ex 2 en ik elke zomer een weekeind naar dit Belgische dorp, waar op verschillende locaties kunst en poëzie is te zien en te beluisteren. Ik had de afgelopen jaren geen zin om de herinneringen ter plaatse op te rakelen, maar dit jaar ben ik weer gegaan. ‘Over alleenigheid en ondraaglijke eenzaamheid’ was het thema – in m’n eentje had ik het niet getrokken, maar ik was er samen met dochter en dat was een goeie zet! Een paar dagen later stond ik met exgenoot op Schiphol om onze zoon op te halen, die samen met een vriend een maand door Azië had gereisd. Zo mooi om al die verhalen te horen, zo’n trots gevoel dat die jongens het met z’n tweeën hebben gered.

De foto van de fiets is gemaakt bij de werkplaats van Verhipmijnfiets. Mijn fiets-van-de-zaak was dringend aan een opknapbeurt toe. Ik zou ‘m drie weken kwijt zijn, maar dit werden bijna drie maanden. Wat een zegen om haar weer terug te hebben – het frisgele rijwiel is een ankerpunt in de stad. Zeker als ik wat later op de avond de kroeg verlaat.

Foto negen is een afbeelding van iMovies op mijn Macbook. Dit najaar heb ik een training gedaan bij de Videovakvrouw. Filmpjes maken stond al lang op mijn verlanglijst, maar het kwam er steeds niet van. Dankzij de Videotiendaagse kreeg ik de smaak te pakken. Inmiddels kan ik filmen, monteren en muziek onder mijn filmpje plakken. Een eerste videoreeks, met blogtips, is in de maak.

Er zijn honderden foto’s die ik níet laat zien. Foto’s van feestjes: vrienden die 50 werden, het 12,5-jarig bestaan van mijn bedrijf,  twee 25-jarige huwelijksfeesten. Foto’s van exposities in het prachtige Voorlinden, het Groninger Museum, de Fundatie, Boymans van Beuningen, het Kröller-Müller … Ik was bij concerten, had borrels van mijn werk, vierde feestjes in huiselijke kring … en altijd heb ik de camera paraat. Ik ben een toerist. Een verslaggever.

Maar niet álles hoeft vereeuwigd te worden. Uit de reeks niet-gemaakte foto’s zou je de ‘worst nine’ van 2017 kunnen selecteren. Want de tranen, het verlangen, de eenzaamheid, de boosheid, de schaamte en de dood waren er ook. En waren deze ervaringen slecht? Nee, ze waren minstens zo waardevol. Samen met de ‘best nine’ vormen ze de herinnering aan een mooi jaar waarin ik heb liefgehad en geworsteld, ben gegroeid en heb geleerd.

 

 

 

 

 

de latte-factor

‘Wat is jouw latte-factor?’, stond vorige week op de scheurkalender die aan mijn wc-deur hangt. De latte-factor? Nooit van gehoord. Ik las de uitleg op de achterkant van het kalenderblad. Aha: de latte-factor is de optelsom van kleine bedragen die je uitgeeft. Denk aan koffie, een broodje, een glas wijn op een terras. ‘Door je bewust te worden van je kleine uitgaven kun je op de lange termijn flink wat geld besparen,’ tipt de Psychologiekalender. Als ik meer informatie zoek over dit boekhoudkundige bedenksel, kom ik op de website van het Nibud uit. Lees meer over de Latte-factor in dit artikel van het Nibud

Tuurlijk, de financieel deskundigen hebben gelijk. Als je geen broodjes, bier en bitterballen buitenshuis consumeert, houd je maandelijks geld over. In mijn geval zal dat een leuk bedragje zijn. Maar o, wat ademt de latte-factor een benepenheid uit! Hollandse zuinigheid ten top. Want die kop koffie of lunch buiten de deur is toch véél meer dan enkel een kostenpost?

Mijn opa Leever was kind aan huis bij de horeca. Tot hij trouwde, zo rond zijn 35e, at hij dagelijks de warme maaltijd bij zijn Amsterdamse stamkroeg de Poort van Cleve (het bestaat nog altijd). Heerlijk toch? Net als hij mag ik me graag onder de mensen begeven. En dan ga ik niet op een droogje zitten. Ik denk er niet eens bij na: ga ik de deur uit, dan drink ik koffie op de plek waar het me uitkomt. Ik ben niet rijk, ben beslist geen big spender, maar latte-uitgaven zijn me meer waard dan nieuwe schoenen of een verre reis. Het uitzicht vanaf een terras op het Wed, de Mariaplaats of de Oosterkade. Het geroezemoes en gelach om je heen. De onverwachte ontmoetingen en inspirerende ingevingen. Het geluid van rinkelende fietsbellen, het lentebriesje op je huid tijdens een goed gesprek. Dit alles zou ik voor geen goud willen missen. Bijpraten met vrienden doe ik dan ook meestal in de stad. Ook zakelijk spreek ik regelmatig af in een restaurant of op een flexwerkplek. En ja, dan betaal je voor je cappuccino’s. De lunch, de borrel – inderdaad, je krijgt er een rekening voor. Maar dat is toch logisch? Dienstverlening kost nou eenmaal geld. Je krijgt er toch ook iets voor terug?

Ik voel er weinig voor om thuis op de bank triomfantelijk te gaan berekenen hoeveel geld ik bespaar als ik niet meer de stad inga. Voor mij symboliseert de latte levensvreugde, vriendschap en sociale contacten. En dat zijn factoren waarop ik liever niet bezuinig.

 

de zegeningen van de saaiheid

Nieuw is spannend. Oud is saai. En dus vind ik het elke zomer nodig twee of drie nieuwe jurken te kopen – alsof dat jurkje met aardbeienprint nou zo wezenlijk anders is dan het exemplaar met kersenprint. Wéér bekijk ik dromerig verschillende websites met vakantiebestemmingen. Opnieuw maak ik allerlei plannen. Plannen maken is leuk. Dromen is fijn. Van het onbekende gaat een magische aantrekkingskracht uit. Nadenken over een innovatie, over een nieuw bedrijf of nieuwe dienst … wat fantastisch is die brainstormfase. Fonkelende ogen, woorden die over elkaar heen buitelen, slordige aantekeningen met een veelbelovende inhoud. Idem in de liefde. Die eerste date, de eerste zoen,  de gedichten, de rozen, de witte wijn, de vioolmuziek. Nieuw is verdovend. Nieuw is mooi.

Maar de glans gaat eraf. Onherroepelijk. In het aardbeienjurkje zit een haal van de kat. Tegen de verse gesausde muren in mijn woning zijn muggen doodgeslagen. Het huis moet iedere week gedweild. Het innovatieve bedrijf en de geïmplementeerde cultuuromslag zijn op een dag niet meer zo vernieuwend – beheer en onderhoud zijn minstens zo belangrijk. En ook liefde en vriendschap vragen om onderhoud. Nieuwsgierigheid maakt plaats voor weten. De spannende verscheidenheid wordt ingeruild voor onbegrip. Daar komt bij dat ‘nieuw’ heus niet altijd leuk is. Je wordt er soms zo hyper van. Oud mag saai zijn, maar het geeft ook rust. Hoe fijn is het om elke avond weer m’n eigen vertrouwde huis binnen te stappen. Met dezelfde lieve huisgenoten. Om al jarenlang hetzelfde leuke werk te doen. En dezelfde vertrouwde vrienden om me heen te hebben.

Ik kan wel eens afgunstig luisteren naar vrouwen die zuchten dat hun man alwéér niet gestofzuigd heeft. Of met vochtige ogen kijken naar stellen die ik jaar in, jaar uit in met dezelfde caravan achter de auto dezelfde straat uit zie rijden – om naar telkens weer hetzelfde land op vakantie te gaan. Met hetzelfde beddengoed dat geurt naar het vertrouwde waspoedermerk. En met dezelfde gehaakte toiletrolhouder op de hoedenplank. Mijn leven is aangenaam afwisselend, maar we vergeten nog wel eens de diepere betekenis van sleur. Daarom draai ik nu, op deze heel gewone tweede pinksterdag, één van mijn lievelingsliedjes van Claudia de Breij: sleur met jou. Voor mezelf, maar ook als opstekertje voor de langdurig samenwonende setjes om me heen die vinden dat hun relatie saai en sleets is. Count your blessings. 

 

mislukt

‘Wat is uw grootste mislukking?’ is de vraag van de week in het zaterdagse katern Tijd van Trouw. Mijn antwoord heb ik gisteren al aan de krant verzonden. Maar omdat je van Trouw slechts 120 woorden mag gebruiken, borduur ik hier nog even voort op het onderwerp. Mijn blogs mogen gelukkig zo lang worden als ik zelf wil. Ik zal me inhouden, maar over het onderwerp ‘falen’ kan ik eindeloos doorschrijven. Het imperfecte, het onaffe, de mislukking (wat is dat eigenlijk?) – ik kan me er veel meer mee identificeren dan met het succesverhaal. Met mensen die altijd lachend door het leven lijken te gaan. Die ongegeneerd opscheppen over hun perfecte kinderen, die mooi en intelligent zijn én in het begenadigdenklasje van de hockey zitten (dat klasje heeft een naam, maar die vergeet ik altijd). Mensen die natuurlijk nog steeds gelukkig samen zijn met hun jeugdliefde. Die drie keer per jaar met vakantie gaan. Die nooit geconfronteerd lijken te worden met ziekte of dood. Die leuke banen hebben en wooncarrière maken. Ze zijn inmiddels toe aan een twee-onder-één-kap, mijn generatiegenoten.

Ik realiseer me dat deze opsomming naar kinnesinne kan rieken. Maar zo is het niet bedoeld. Ik gun het ze, echt. Maar ik voel me veel meer verwant met hen die het ogenschijnlijk stukken minder voor elkaar hebben. Met mensen die de mislukking kennen.

Bestaat dat eigenlijk wel, ‘mislukt’? In mijn leven zijn diverse zaken anders verlopen dan ik van te voren had bedacht. Lang geleden trouwde ik – dat huwelijk is al jaren voorbij. En ook de relatie die daarop volgde is, zoals dat genoemd wordt, ‘mislukt’. Maar wat is dat, een mislukte relatie? Wanneer is een relatie gelukt? Als je bij elkaar blijft? Als je samen oud wordt? Volgens mij kunnen vriendschappen of (liefdes)relaties helemaal niet lukken of mislukken. ‘Lukken’ betekent dat je succesvol je doel hebt bereikt.

Voor je rijbewijs kun je slagen. Je kunt je opleiding succesvol afronden. Een offerte uitbrengen en de klus krijgen. Je kunt een ingewikkeld Jamie Oliver-recept uitproberen, twee uur in de keuken staan en uiteindelijk een gerecht serveren dat er precies zo uitziet als op het plaatje. In al die gevallen kun je spreken van ‘gelukt’. Een relatie echter blijft altijd hard werken. Het is nooit klaar. Tenzij je elkaar niet meer gelukkig maakt. De relatiebreuk betekent in dat geval een nieuw begin. Je gunt elkaar een nieuwe start. En dat noem ik bepaald geen mislukking.

Succesverhalen maken mensen moedeloos. Als ik tien minuten naar gebluf geluisterd heb, raak ik verveeld. Ik prijs me gelukkig met mensen om me heen die hun flaters ruimhartig met me delen. Ik doe dat ook met hen. Mijn twijfels, mijn angsten, mijn onzekerheden, ja, zelfs mijn mislukkingen.

Het Trouw-artikel noemt boektitels die je leren om je mislukkingen om te buigen naar succeservaringen. Klinkt goed, maar ik betwijfel of je wel altijd van je fouten leert. En ach, is dat zo erg? Falen levert je in elk geval verhalen op. Sterke verhalen wellicht. Maar ook kwetsbare verhalen. En die zet je niet zo snel in de krant.

2016 in vier woorden

Geloof, hoop, liefde en tijd. Dat zijn voor mij de sleutelwoorden voor 2016. Ik gebruik ze als kapstok bij mijn terugblik op het jaar. En dan begin ik met het lastigste woord: tijd. Of liever gezegd – het gebrek eraan.

Ik geloof dat het niet voor niets was dat ik mijn horloge afgelopen zomer verloor. Een paar uur later vond ik het kapotgetrapt terug op de stoep van een winkel. Dit horloge, dat ik kreeg van mijn moeder, is me zeer dierbaar. Mijn moeder kreeg het van mijn vader op hun verlovingsdag. Omdat mama het klokje te los om haar pols vond zitten, gaf ze het op mijn achttiende aan mij. Sindsdien heb ik het altijd gedragen. Het was dus een schok om het kwijt te zijn. Gelukkig vond ik een uitstekende horlogemaker die het klokje heeft gerepareerd. Maar dat betekende wel dat ik een maand lang niet kon zien hoe laat het was. En dat maakte me ervan bewust wat voor issue tijd voor me is. Op tijd zijn, afspraken nakomen, van de ene bespreking naar de andere vliegen – zo ziet mijn werkweek er meestal uit. Ik kom altijd nét tijd tekort. Omdat er zoveel leuke opdrachten zijn. Omdat ik met zoveel leuke mensen wil afspreken. Omdat ik ook tijd wil maken voor vrijwilligerswerk. Al jaren worstel ik met een overvolle agenda. Al jaren weet ik, voel ik, dat het anders moet. Dit jaar kreeg ik verschillende signalen dat het de hoogste tijd wordt dit probleem echt serieus te nemen. Het kapotte horloge zei me: ‘Hoe lekker zou het zijn om af en toe tijdloos te leven? Gewoon te kunnen lummelen, de boel de boel te laten?’ Tijdens tekstschrijverscongres Tekstnetwerken kreeg ik nog zo’n signaal. Schrijver Marcel van Driel zei in zijn presentatie ‘Zeg vaker NEE’: ‘Elke dag krijg je 86.400 seconden. Daarmee kun je doen wat je wilt. Aan het eind van de dag zijn ze op.’ Marcel koos ervoor om iedere dag maar vier uur te werken. Hoe doet hij dat toch, dacht ik jaloers. Maar het bleef bij denken. Totdat ik dit najaar, wekenlang meer dan fulltime werkend aan een grote klus, dacht: ‘NU ga ik er werk van maken. Ik wil echt meer tijd voor mijn kinderen, mijn lief, mijn vrienden en familie. En eh …. ook meer tijd voor mezelf.’ Want vooral mezelf loop ik met deze levenshouding voorbij. En met mezelf moet ik het toch maar zien uit te houden. Uiteindelijk ben ik de enige die mij altijd vergezelt bij het overstappen van de drempel naar het nieuwe jaar. Het thema ‘beter omgaan met je tijd’ staat nu hoog op de (jaja, daar is -ie weer) agenda. Ik heb allerlei processen in gang gezet. Daarover meer in mijn nieuwjaarsblog. 

De tijd even stil laten staan: daar heb je hulp bij nodig. En dat brengt me op sleutelwoord 2 van 2016: geloof. Religie is relatief nieuw in mijn leven. Ik ga regelmatig naar de kerk, doe al een paar jaar mee aan de veertigdagentijd en de Paaswake in de EUG. Wat religie precies voor me betekent is lastig in woorden uit te leggen. Tijdens een viering gaat het voor mij over het onalledaagse – met woorden, maar vooral in geuren, licht, klanken: het zintuigelijke. Ik word even stil, word boven mezelf uitgetild. In het afgelopen jaar heb ik veel gesprekken gehad over religie omdat ik rooms-katholiek wil worden. En dus was geloven een belangrijk thema in 2016.

Waarom het thema ‘hoop’? De gebeurtenissen in de wereld stemden ons regelmatig somber, het afgelopen jaar. Aanslagen, oorlogsgeweld, Trump als nieuwe president –  het zijn weinig hoopgevende ontwikkelingen. Het zou makkelijk zijn om hierdoor cynisch en verzuurd te raken. Maar dat wil ik niet. Ik klamp me, naïef misschien, vast aan de  hoop en het vertrouwen. De mensen die na een aanslag samenkomen om bloemen neer te leggen en kaarsen te branden. Die weigeren de kerstmarkt of de bioscoop te mijden omdat er wellicht een volgende aanslag kan volgen. Hoe negatief het er ook uitziet in de wereld, ik blijf vertrouwen. Omdat ik ook de hoopvolle tekenen zie in mijn eigen omgeving. De lokale initiatieven voor duurzaamheid en ‘samen delen’ bijvoorbeeld. Het Broodfonds waarbij ik me heb aangesloten, waarin mensen elkaar kennen en hun zorgen delen met elkaar. Ook denk ik met dankbaarheid terug aan de oplossing van een klein persoonlijk drama dat ik een paar maanden geleden meemaakte, namelijk het weer live zetten van mijn kwijtgeraakte blogsite. Ik wil blijven geloven in het goede in de mens.

Het mooiste woord heb ik voor het laatst bewaard: de liefde. Want die was er volop in 2016. Ik ben dankbaar voor de mooie ontmoetingen en de lieve mensen om me heen. We begonnen het jaar in mijn woonkamer met vrienden die elkaar goed en minder goed kenden. We stelden elkaar rake vragen en gaven elkaar de ruimte voor onze verhalen. Het was een fantastische avond. En vele mooie avonden zouden volgen. Urenlange gesprekken voerde ik met vrienden, thuis, op terrassen en in de kroeg (en is het sluitingstijd, dan is er gelukkig nog Kafé België 😉 ). In één van die Utrechtse kroegen ontmoette ik een mooie man. We werden verliefd. En zijn dat nog steeds.

Liefde en trots voelde ik deze zomer toen mijn zoon bij UniC zijn vwo-diploma ondertekende. Een mijlpaal! Dochter maakte alweer de overstap naar de vijfde. Ook bijzonder: voor het eerst in 12 jaar ging ik met exgenoot en onze kinders op zomervakantie. En we vierden het vijftigjarig huwelijksfeest van mijn ouders. Een zonnige, feestelijke dag. Maar soms gaat liefde voorbij. Omdat je het wilt of omdat het niet anders kan. Ik nam afscheid van een paar maatjes die me geen energie meer gaven, van een kortstondige liefde, en helaas ook van vriend Ruud, die veel te jong overleed dit jaar. Mijn oom Ton is afgelopen jaar na een lang ziekbed gestorven. En dan was er de onverwachte, zelfgekozen dood van filmclubmaatje Johan. Ik denk met weemoed aan deze mannen terug.

Liefde ervaar ik ook bij het bezoeken van inspirerende bijeenkomsten, festivals, theaters, musea en filmhuizen. Liefde voor de schoonheid van het leven. Ik bezocht Nijklaester aan het begin van de vastentijd, vierde voor het eerst van mijn leven carnaval (in Oeteldonk). Ik was ook dit jaar weer vele avonden te vinden op de Parade, liep op rode regenlaarsjes door de blubber bij culinair festival Lepeltje Lepeltje, ging naar de boekpresentatie van Mooi niet Alleen, een boek over het solobestaan. Ik bezocht voor het eerst De Beschaving en was daar maar liefst zes uur offline, ging naar de Nacht van de Poëzie, bezocht de spectaculaire uitvoering van Don Giovanni in de Werkspoorkathedraal en het indrukwekkende La Musica 2 van Theater Utrecht, zag prachtige films als Down to Earth en In Pursuit of Silence. En dan was er nog zoveel meer.

Zóveel meer. Wat een zegen dat er een nieuw jaar voor me ligt. 365 dagen die bestaan uit elk 86.400 seconden. Ik ga er zorgvuldig gebruik van maken.

 

afscheid Ruud, 20 april 2016

Afscheidsspeech die ik voorlas namens de twittervrienden van Ruud Ketelaar tijdens de uitvaartdienst op 20 april 2016 in Den en Rust.

Ruud was een man met een mening. En die verkondigde hij luid en duidelijk. Het zal jullie vast niet ontgaan zijn bijvoorbeeld dat Ruud tegen het referendum was. Wat vond hij dat een schertsvertoning en een geldverspilling. En dus bombardeerde Ruud ons, precies twee weken geleden, de hele dag door onvermoeibaar met ‘Stem niet, vecht zelf!’-tweets. Deze actie typeerde Ruud. Zijn visie gaf hij offline, maar vooral via zijn blogs en via Twitter. Ik sta hier namens de twittervrienden van Ruud. Met hulp van heel veel tweeps, de afgelopen dagen, maakte ik een korte schets van Ruuds leven op twitter. Ik vertel jullie hierover aan de hand van een paar steekwoorden.

#blogpraat Ruud was 1 van de bezoekers van #blogpraat op maandagavond. Zo leerde ik hem kennen. Vaak kwam hij alleen maar even langs om sarrend te melden dat het onderwerp hem niet interesseerde. Schrijven voor de lezer? Daar deed hij niet aan, Ruud blogde enkel en alleen voor zichzelf. Hij had een broertje dood aan SEO-tips of tips voor commerciële blogs. En dat mochten we weten ook.

93.650 tweets produceerde Ruud sinds november 2009 – dat zijn er gemiddeld 40 per dag.

#dwdd Ruuds allereerste tweet is een verrassend zinnetje: ‘Zo, even tijd voor dwdd’. Op volstrekt neutrale toon. Dat werd later wel anders, want Ruud haatte De Wereld Draait Door. De laatdunkende tweets over #dwdd zijn bijna niet te tellen. Arme Matthijs. Hetzelfde gold voor programma’s als PAUW of Boer Zoekt Vrouw. Hij filterde de hashtag #bzv zodat hij ervan verschoond bleef, maar glipte er zo nu en dan toch een tweet tussendoor, dan was het gegrom niet van de lucht. Ook zijn afkeer van Facebook of het Nederlandstalige lied stak hij niet onder stoelen of banken.

Stil van Als het ging om politieke issues als de vluchtelingencrisis ging Ruud regelmatig de discussie aan. Dit resulteerde een paar keer in nare haattweets waarbij hij zelfs bedreigd werd. Ruud laste enkele keren een twitterpauze in, onder meer als gevolg van deze hatelijkheden. ‘Stil van’, stond er afgelopen najaar zes weken lang als laatste tweet bovenaan zijn timeline. Hij speelde met de gedachte om met twitter te stoppen. Maar dat lukte hem niet. Daarvoor hield hij teveel van ons.

Tweepcare Twitter betekende voor Ruud: contact. Vanuit huis. Of tijdens een van de opnames in ziekenhuis of revalidatiecentrum. Natuurlijk waren er dan zijn kritische tweets over de belabberde communicatie met artsen en verpleegkundigen – de webcareteams van de diverse instellingen krópen voor hem. Maar vooral ging Ruud door met grappen maken en virtuele knuffels uitdelen. Tweepcare: daar was Ruud goed in. Als het met iemand klikte dook hij al snel onder. Ik durf te wedden dat Ruuds twitteraccount minstens zoveel DM’s als tweets bevat.

Want Ruud was een brombeer – maar wel een hele lieve. Zelf heb ik dat ervaren na mijn verhuizing naar Lunetten, waardoor we wijkgenoten en offline vrienden werden. Ruud vertelde me over de vele innige vriendschappen die hij dankzij Twitter had. Over vriendinnen die hij dagelijks sprak via DM of What’s App. Over de verhuizing naar zijn nieuwe appartement eind 2014 – hulp voor het klussen en verhuizen had hij vanuit het revalidatiecentrum geregeld via Twitter. Ruud was soms verbaasd over al die hulp. Maar we deden het graag. Ruud was bepaald geen klagerige patiënt. ‘Humor en zelfspot zijn levensvoorwaardelijk,’ twitterde hij eens. Juist vanwege zijn sprankeling en levenslust hielden we ervan om bij hem te zijn. Ruud was de verpersoonlijking van online vriendschap en liefde.

Kunst kopen Voor zijn nieuwe huis kocht Ruud schilderijen van Marloes van Zoelen. Hij leerde haar via Twitter kennen. Over ‘Gescheurd Hart,’ het schilderij dat bij Ruud in de kamer hangt en ook staat afgebeeld op zijn rouwkaart, zei hij tegen Marloes: ‘Ik laat steeds tranen. Het ontroert zo. Ik moet het steeds aanraken, het is zooooo mooi.’

#Fritsdinsdag Veel mensen hadden een hekel aan de geheimzinnige Frits. Een verduidelijkende blog over de beste man bracht weinig soelaas. Over Frits twitterde iemand na Ruuds overlijden: ‘Frits mist Ruud en kijkt stuurs voor zich uit. ‪#Ruudwas zijn kameraad door dik en dun. Nooit meer ‪#Fritsdinsdag

Tweetups De blogpraat-meetup, de twitterlunch en andere tweetups bezocht Ruud met plezier. Eén van jullie schreef me over een tweetup in Almere: “Ik erger mij altijd aan mensen die zeggen dat ze komen en dan op het laatste moment afzeggen. Voor de tweetup die ik organiseerde kwamen wat afzeggingen, waaronder van Ruud. Hij ging het niet redden. Een halfuurtje later echter stond hij voor mij. ‘Maar je zou toch niet komen’, zei ik verbaasd. Ruud lachte hard en vond het mooi dat hij me te pakken had gehad. ‘Natuurlijk kom ik’, grijnsde hij. ‘Ik verveelde me alleen in de trein hier naartoe’.”

#ruudwas En toen, vorige week zondag, verscheen Ruuds laatste tweet. Twee dagen later bleek dat hij was overleden. Het kwam hard aan. Hoe hard, kwam naar voren toen zoon Jim de hashtag #ruudwas introduceerde. De herinneringen buitelden over elkaar heen en Ruud was zelfs enige tijd trending topic. Met een brok in mijn keel lees ik de tweets nog eens over. Ik pik er twee bijzondere uit:

#Ruudwas een rots in de branding van de twittertijdlijn. Fel en onvermoeibaar in zijn principes, warm en mild in zijn twittervriendschap.’

#Ruudwas een man die iedereen het gevoel kon geven bijzonder te zijn.  Hij wist helaas alleen niet hoe bijzonder hij zelf was.’

Lieve Ruud, het doet pijn om jou te moeten missen.