Categoriearchief: liefde

de beste negen van 2017

De #bestnine2017? Voor iemand die dagelijks tientallen foto’s maakt is het een hele opgave om negen favorieten te kiezen. Ik koos dan ook niet per se de ‘beste’ foto’s uit. Wel zie je hier de plaatjes die het verhaal vertellen van negen bijzondere momenten uit het afgelopen jaar.

Allereerst een foto uit de viering in de Utrechtse Janskerk op 29 januari. Ik ben op dat moment net gedoopt en daarmee toegetreden tot de rooms-katholieke kerk. Mijn vrienden en peter en meter, Hans en Elise, hebben me het witte doopkleed omgedaan. Een steeds sterker wordende wens van jaren ging in vervulling. De doop is een keuze die met het verstand niet is uit te leggen. En dat doe ik dan ook niet. Het is een mysterie. Net zo min als ik kan uitleggen wat Maria met me doet. Ik brand een kaarsje voor haar bij hoogte- en dieptepunten in mijn leven. Dit jaar ging ik maar liefst vier keer naar de fantastische Mariatentoonstelling over ‘de meest afgebeelde vrouw op aarde’ in het Catharijneconvent (foto 2).

In 2017 was ‘man/vrouw’ regelmatig onderwerp van gesprek tussen mij en de mensen om me heen. Bijvoorbeeld door de Sire-campagne over jongens en meisjes en de #metoo-discussie. Tegelijkertijd werd voor de eerste keer een gaypride in mijn stadje gehouden. Het was groots om daarbij aanwezig te zijn, ik heb tientallen foto’s gemaakt van de prachtige boten met dito mensen erop. Ontroerend en indrukwekkend. In die week hielp ik ook mee met de voorbereiding van Roze Zondag in de Janskerk. Tijdens de viering hingen we een reusachtige regenboogvlag in de kerk.

De zonnebrillenfoto van mijn lief en mij is gemaakt op Lesbos. Wat was dat een heerlijke week. Zon, zee, lezen, Ouzo en Metaxa, zingende krekels, lange zwoele avonden – ik had er maanden willen blijven. Maar ach, ook in Utrecht was genoeg te doen tijdens de zomervakantie. De foto van de Parade is voor mij een herinnering  aan de vele festivals die ik afgelopen jaar bezocht. Zoals het nieuwe Bucketlistfestival, het Bevrijdingsfestival, proeftuin Rotsoord, Lepeltje Lepeltje en vorige week nog kerstfestival Knus. Over de ‘festivalisering’ las ik zorgelijke artikelen in de krant. De grens aan het aantal evenementen in de Randstad zou zijn bereikt. Maar ik begrijp de aantrekkingskracht van het festival maar al te goed. In je eigen stad, op fietsafstand, bevind je je even in een andere wereld met muziek, theater en culinaire genoegens. Je komt bekenden tegen, doet nieuwe ervaringen op en hebt plezier. Ook als het regent: zie hier mijn festivallaarsjes die ik al jaren in de berging heb staan.

Voor het eerst in drie jaar heb ik kunstenfestival Watou weer bezocht. Jarenlang reden ex 2 en ik elke zomer een weekeind naar dit Belgische dorp, waar op verschillende locaties kunst en poëzie is te zien en te beluisteren. Ik had de afgelopen jaren geen zin om de herinneringen ter plaatse op te rakelen, maar dit jaar ben ik weer gegaan. ‘Over alleenigheid en ondraaglijke eenzaamheid’ was het thema – in m’n eentje had ik het niet getrokken, maar ik was er samen met dochter en dat was een goeie zet! Een paar dagen later stond ik met exgenoot op Schiphol om onze zoon op te halen, die samen met een vriend een maand door Azië had gereisd. Zo mooi om al die verhalen te horen, zo’n trots gevoel dat die jongens het met z’n tweeën hebben gered.

De foto van de fiets is gemaakt bij de werkplaats van Verhipmijnfiets. Mijn fiets-van-de-zaak was dringend aan een opknapbeurt toe. Ik zou ‘m drie weken kwijt zijn, maar dit werden bijna drie maanden. Wat een zegen om haar weer terug te hebben – het frisgele rijwiel is een ankerpunt in de stad. Zeker als ik wat later op de avond de kroeg verlaat.

Foto negen is een afbeelding van iMovies op mijn Macbook. Dit najaar heb ik een training gedaan bij de Videovakvrouw. Filmpjes maken stond al lang op mijn verlanglijst, maar het kwam er steeds niet van. Dankzij de Videotiendaagse kreeg ik de smaak te pakken. Inmiddels kan ik filmen, monteren en muziek onder mijn filmpje plakken. Een eerste videoreeks, met blogtips, is in de maak.

Er zijn honderden foto’s die ik níet laat zien. Foto’s van feestjes: vrienden die 50 werden, het 12,5-jarig bestaan van mijn bedrijf,  twee 25-jarige huwelijksfeesten. Foto’s van exposities in het prachtige Voorlinden, het Groninger Museum, de Fundatie, Boymans van Beuningen, het Kröller-Müller … Ik was bij concerten, had borrels van mijn werk, vierde feestjes in huiselijke kring … en altijd heb ik de camera paraat. Ik ben een toerist. Een verslaggever.

Maar niet álles hoeft vereeuwigd te worden. Uit de reeks niet-gemaakte foto’s zou je de ‘worst nine’ van 2017 kunnen selecteren. Want de tranen, het verlangen, de eenzaamheid, de boosheid, de schaamte en de dood waren er ook. En waren deze ervaringen slecht? Nee, ze waren minstens zo waardevol. Samen met de ‘best nine’ vormen ze de herinnering aan een mooi jaar waarin ik heb liefgehad en geworsteld, ben gegroeid en heb geleerd.

 

 

 

 

 

de zegeningen van de saaiheid

Nieuw is spannend. Oud is saai. En dus vind ik het elke zomer nodig twee of drie nieuwe jurken te kopen – alsof dat jurkje met aardbeienprint nou zo wezenlijk anders is dan het exemplaar met kersenprint. Wéér bekijk ik dromerig verschillende websites met vakantiebestemmingen. Opnieuw maak ik allerlei plannen. Plannen maken is leuk. Dromen is fijn. Van het onbekende gaat een magische aantrekkingskracht uit. Nadenken over een innovatie, over een nieuw bedrijf of nieuwe dienst … wat fantastisch is die brainstormfase. Fonkelende ogen, woorden die over elkaar heen buitelen, slordige aantekeningen met een veelbelovende inhoud. Idem in de liefde. Die eerste date, de eerste zoen,  de gedichten, de rozen, de witte wijn, de vioolmuziek. Nieuw is verdovend. Nieuw is mooi.

Maar de glans gaat eraf. Onherroepelijk. In het aardbeienjurkje zit een haal van de kat. Tegen de verse gesausde muren in mijn woning zijn muggen doodgeslagen. Het huis moet iedere week gedweild. Het innovatieve bedrijf en de geïmplementeerde cultuuromslag zijn op een dag niet meer zo vernieuwend – beheer en onderhoud zijn minstens zo belangrijk. En ook liefde en vriendschap vragen om onderhoud. Nieuwsgierigheid maakt plaats voor weten. De spannende verscheidenheid wordt ingeruild voor onbegrip. Daar komt bij dat ‘nieuw’ heus niet altijd leuk is. Je wordt er soms zo hyper van. Oud mag saai zijn, maar het geeft ook rust. Hoe fijn is het om elke avond weer m’n eigen vertrouwde huis binnen te stappen. Met dezelfde lieve huisgenoten. Om al jarenlang hetzelfde leuke werk te doen. En dezelfde vertrouwde vrienden om me heen te hebben.

Ik kan wel eens afgunstig luisteren naar vrouwen die zuchten dat hun man alwéér niet gestofzuigd heeft. Of met vochtige ogen kijken naar stellen die ik jaar in, jaar uit in met dezelfde caravan achter de auto dezelfde straat uit zie rijden – om naar telkens weer hetzelfde land op vakantie te gaan. Met hetzelfde beddengoed dat geurt naar het vertrouwde waspoedermerk. En met dezelfde gehaakte toiletrolhouder op de hoedenplank. Mijn leven is aangenaam afwisselend, maar we vergeten nog wel eens de diepere betekenis van sleur. Daarom draai ik nu, op deze heel gewone tweede pinksterdag, één van mijn lievelingsliedjes van Claudia de Breij: sleur met jou. Voor mezelf, maar ook als opstekertje voor de langdurig samenwonende setjes om me heen die vinden dat hun relatie saai en sleets is. Count your blessings. 

 

mislukt

‘Wat is uw grootste mislukking?’ is de vraag van de week in het zaterdagse katern Tijd van Trouw. Mijn antwoord heb ik gisteren al aan de krant verzonden. Maar omdat je van Trouw slechts 120 woorden mag gebruiken, borduur ik hier nog even voort op het onderwerp. Mijn blogs mogen gelukkig zo lang worden als ik zelf wil. Ik zal me inhouden, maar over het onderwerp ‘falen’ kan ik eindeloos doorschrijven. Het imperfecte, het onaffe, de mislukking (wat is dat eigenlijk?) – ik kan me er veel meer mee identificeren dan met het succesverhaal. Met mensen die altijd lachend door het leven lijken te gaan. Die ongegeneerd opscheppen over hun perfecte kinderen, die mooi en intelligent zijn én in het begenadigdenklasje van de hockey zitten (dat klasje heeft een naam, maar die vergeet ik altijd). Mensen die natuurlijk nog steeds gelukkig samen zijn met hun jeugdliefde. Die drie keer per jaar met vakantie gaan. Die nooit geconfronteerd lijken te worden met ziekte of dood. Die leuke banen hebben en wooncarrière maken. Ze zijn inmiddels toe aan een twee-onder-één-kap, mijn generatiegenoten.

Ik realiseer me dat deze opsomming naar kinnesinne kan rieken. Maar zo is het niet bedoeld. Ik gun het ze, echt. Maar ik voel me veel meer verwant met hen die het ogenschijnlijk stukken minder voor elkaar hebben. Met mensen die de mislukking kennen.

Bestaat dat eigenlijk wel, ‘mislukt’? In mijn leven zijn diverse zaken anders verlopen dan ik van te voren had bedacht. Lang geleden trouwde ik – dat huwelijk is al jaren voorbij. En ook de relatie die daarop volgde is, zoals dat genoemd wordt, ‘mislukt’. Maar wat is dat, een mislukte relatie? Wanneer is een relatie gelukt? Als je bij elkaar blijft? Als je samen oud wordt? Volgens mij kunnen vriendschappen of (liefdes)relaties helemaal niet lukken of mislukken. ‘Lukken’ betekent dat je succesvol je doel hebt bereikt.

Voor je rijbewijs kun je slagen. Je kunt je opleiding succesvol afronden. Een offerte uitbrengen en de klus krijgen. Je kunt een ingewikkeld Jamie Oliver-recept uitproberen, twee uur in de keuken staan en uiteindelijk een gerecht serveren dat er precies zo uitziet als op het plaatje. In al die gevallen kun je spreken van ‘gelukt’. Een relatie echter blijft altijd hard werken. Het is nooit klaar. Tenzij je elkaar niet meer gelukkig maakt. De relatiebreuk betekent in dat geval een nieuw begin. Je gunt elkaar een nieuwe start. En dat noem ik bepaald geen mislukking.

Succesverhalen maken mensen moedeloos. Als ik tien minuten naar gebluf geluisterd heb, raak ik verveeld. Ik prijs me gelukkig met mensen om me heen die hun flaters ruimhartig met me delen. Ik doe dat ook met hen. Mijn twijfels, mijn angsten, mijn onzekerheden, ja, zelfs mijn mislukkingen.

Het Trouw-artikel noemt boektitels die je leren om je mislukkingen om te buigen naar succeservaringen. Klinkt goed, maar ik betwijfel of je wel altijd van je fouten leert. En ach, is dat zo erg? Falen levert je in elk geval verhalen op. Sterke verhalen wellicht. Maar ook kwetsbare verhalen. En die zet je niet zo snel in de krant.

2016 in vier woorden

Geloof, hoop, liefde en tijd. Dat zijn voor mij de sleutelwoorden voor 2016. Ik gebruik ze als kapstok bij mijn terugblik op het jaar. En dan begin ik met het lastigste woord: tijd. Of liever gezegd – het gebrek eraan.

Ik geloof dat het niet voor niets was dat ik mijn horloge afgelopen zomer verloor. Een paar uur later vond ik het kapotgetrapt terug op de stoep van een winkel. Dit horloge, dat ik kreeg van mijn moeder, is me zeer dierbaar. Mijn moeder kreeg het van mijn vader op hun verlovingsdag. Omdat mama het klokje te los om haar pols vond zitten, gaf ze het op mijn achttiende aan mij. Sindsdien heb ik het altijd gedragen. Het was dus een schok om het kwijt te zijn. Gelukkig vond ik een uitstekende horlogemaker die het klokje heeft gerepareerd. Maar dat betekende wel dat ik een maand lang niet kon zien hoe laat het was. En dat maakte me ervan bewust wat voor issue tijd voor me is. Op tijd zijn, afspraken nakomen, van de ene bespreking naar de andere vliegen – zo ziet mijn werkweek er meestal uit. Ik kom altijd nét tijd tekort. Omdat er zoveel leuke opdrachten zijn. Omdat ik met zoveel leuke mensen wil afspreken. Omdat ik ook tijd wil maken voor vrijwilligerswerk. Al jaren worstel ik met een overvolle agenda. Al jaren weet ik, voel ik, dat het anders moet. Dit jaar kreeg ik verschillende signalen dat het de hoogste tijd wordt dit probleem echt serieus te nemen. Het kapotte horloge zei me: ‘Hoe lekker zou het zijn om af en toe tijdloos te leven? Gewoon te kunnen lummelen, de boel de boel te laten?’ Tijdens tekstschrijverscongres Tekstnetwerken kreeg ik nog zo’n signaal. Schrijver Marcel van Driel zei in zijn presentatie ‘Zeg vaker NEE’: ‘Elke dag krijg je 86.400 seconden. Daarmee kun je doen wat je wilt. Aan het eind van de dag zijn ze op.’ Marcel koos ervoor om iedere dag maar vier uur te werken. Hoe doet hij dat toch, dacht ik jaloers. Maar het bleef bij denken. Totdat ik dit najaar, wekenlang meer dan fulltime werkend aan een grote klus, dacht: ‘NU ga ik er werk van maken. Ik wil echt meer tijd voor mijn kinderen, mijn lief, mijn vrienden en familie. En eh …. ook meer tijd voor mezelf.’ Want vooral mezelf loop ik met deze levenshouding voorbij. En met mezelf moet ik het toch maar zien uit te houden. Uiteindelijk ben ik de enige die mij altijd vergezelt bij het overstappen van de drempel naar het nieuwe jaar. Het thema ‘beter omgaan met je tijd’ staat nu hoog op de (jaja, daar is -ie weer) agenda. Ik heb allerlei processen in gang gezet. Daarover meer in mijn nieuwjaarsblog. 

De tijd even stil laten staan: daar heb je hulp bij nodig. En dat brengt me op sleutelwoord 2 van 2016: geloof. Religie is relatief nieuw in mijn leven. Ik ga regelmatig naar de kerk, doe al een paar jaar mee aan de veertigdagentijd en de Paaswake in de EUG. Wat religie precies voor me betekent is lastig in woorden uit te leggen. Tijdens een viering gaat het voor mij over het onalledaagse – met woorden, maar vooral in geuren, licht, klanken: het zintuigelijke. Ik word even stil, word boven mezelf uitgetild. In het afgelopen jaar heb ik veel gesprekken gehad over religie omdat ik rooms-katholiek wil worden. En dus was geloven een belangrijk thema in 2016.

Waarom het thema ‘hoop’? De gebeurtenissen in de wereld stemden ons regelmatig somber, het afgelopen jaar. Aanslagen, oorlogsgeweld, Trump als nieuwe president –  het zijn weinig hoopgevende ontwikkelingen. Het zou makkelijk zijn om hierdoor cynisch en verzuurd te raken. Maar dat wil ik niet. Ik klamp me, naïef misschien, vast aan de  hoop en het vertrouwen. De mensen die na een aanslag samenkomen om bloemen neer te leggen en kaarsen te branden. Die weigeren de kerstmarkt of de bioscoop te mijden omdat er wellicht een volgende aanslag kan volgen. Hoe negatief het er ook uitziet in de wereld, ik blijf vertrouwen. Omdat ik ook de hoopvolle tekenen zie in mijn eigen omgeving. De lokale initiatieven voor duurzaamheid en ‘samen delen’ bijvoorbeeld. Het Broodfonds waarbij ik me heb aangesloten, waarin mensen elkaar kennen en hun zorgen delen met elkaar. Ook denk ik met dankbaarheid terug aan de oplossing van een klein persoonlijk drama dat ik een paar maanden geleden meemaakte, namelijk het weer live zetten van mijn kwijtgeraakte blogsite. Ik wil blijven geloven in het goede in de mens.

Het mooiste woord heb ik voor het laatst bewaard: de liefde. Want die was er volop in 2016. Ik ben dankbaar voor de mooie ontmoetingen en de lieve mensen om me heen. We begonnen het jaar in mijn woonkamer met vrienden die elkaar goed en minder goed kenden. We stelden elkaar rake vragen en gaven elkaar de ruimte voor onze verhalen. Het was een fantastische avond. En vele mooie avonden zouden volgen. Urenlange gesprekken voerde ik met vrienden, thuis, op terrassen en in de kroeg (en is het sluitingstijd, dan is er gelukkig nog Kafé België 😉 ). In één van die Utrechtse kroegen ontmoette ik een mooie man. We werden verliefd. En zijn dat nog steeds.

Liefde en trots voelde ik deze zomer toen mijn zoon bij UniC zijn vwo-diploma ondertekende. Een mijlpaal! Dochter maakte alweer de overstap naar de vijfde. Ook bijzonder: voor het eerst in 12 jaar ging ik met exgenoot en onze kinders op zomervakantie. En we vierden het vijftigjarig huwelijksfeest van mijn ouders. Een zonnige, feestelijke dag. Maar soms gaat liefde voorbij. Omdat je het wilt of omdat het niet anders kan. Ik nam afscheid van een paar maatjes die me geen energie meer gaven, van een kortstondige liefde, en helaas ook van vriend Ruud, die veel te jong overleed dit jaar. Mijn oom Ton is afgelopen jaar na een lang ziekbed gestorven. En dan was er de onverwachte, zelfgekozen dood van filmclubmaatje Johan. Ik denk met weemoed aan deze mannen terug.

Liefde ervaar ik ook bij het bezoeken van inspirerende bijeenkomsten, festivals, theaters, musea en filmhuizen. Liefde voor de schoonheid van het leven. Ik bezocht Nijklaester aan het begin van de vastentijd, vierde voor het eerst van mijn leven carnaval (in Oeteldonk). Ik was ook dit jaar weer vele avonden te vinden op de Parade, liep op rode regenlaarsjes door de blubber bij culinair festival Lepeltje Lepeltje, ging naar de boekpresentatie van Mooi niet Alleen, een boek over het solobestaan. Ik bezocht voor het eerst De Beschaving en was daar maar liefst zes uur offline, ging naar de Nacht van de Poëzie, bezocht de spectaculaire uitvoering van Don Giovanni in de Werkspoorkathedraal en het indrukwekkende La Musica 2 van Theater Utrecht, zag prachtige films als Down to Earth en In Pursuit of Silence. En dan was er nog zoveel meer.

Zóveel meer. Wat een zegen dat er een nieuw jaar voor me ligt. 365 dagen die bestaan uit elk 86.400 seconden. Ik ga er zorgvuldig gebruik van maken.

 

het romantisch misverstand

‘Wat heb je in anderen lief? Je eigen verwachtingen’, schrijft Nietzsche. En dat is misschien wel de beste omschrijving van romantiseren, stelt Jan Drost in zijn boek Het romantisch misverstand: iemand overstelpen met onze verwachtingen, dromen en idealen en díe vervolgens liefhebben.

De titel van Drosts boek lijkt cynisch. Maar  dat is Het romantisch misverstand zeker niet. Het is een goed doorwrocht pleidooi voor ‘anders denken over liefde’. Met behulp van filosofen als Schopenhauer, Stendhal en Plato laat Drost zien hoe allerlei ideeën over liefde en romantiek in ons hoofd terecht zijn gekomen en onze relaties beïnvloeden. Ideeën als ‘ware liefde is voor eeuwig’ bijvoorbeeld. Komt er na een tijdje een einde aan je relatie, dan is de relatie volgens het romantisch ideaal ‘mislukt’. Nog zo’n ideaalbeeld is ‘er moet meteen een klik zijn, anders klopt het niet.’ Of ‘liefde blijft altijd hetzelfde’.
In elf hoofdstukken ontkracht Jan Drost dit soort idealen. Thema’s die hij bespreekt zijn onder meer ‘dromen van eenheid’, ‘seks en liefde’, ‘je bent van mij’ en ‘de onvoorstelbare ander’. Het is onmogelijk om het boek in een paar honderd woorden samen te vatten. Wel zet ik de belangrijkste conclusies die ik er voor mezelf uithaalde op een rij:

Geef elkaar de ruimte; je bent niet elkaars bezit. Jaloezie is de dreiging van bezitsverlies, schrijft Drost. Dit maakt dat liefde hebzucht wordt. Maar: door bezit te nemen van de ander, wordt die ander minder aantrekkelijk. We worden iets nieuws snel zat omdat het niet nieuw meer is. Zorg dus dat je autonoom blijft, je eigen weg blijft gaan, jezelf blijft ontwikkelen. En stimuleer vooral die ontwikkeling van de ander. Geef elkaar de ruimte en de vrijheid. Omdat dit betekent dat je elkaar werkelijk liefhebt. En omdat het ertoe leidt dat je steeds nieuw blijft voor elkaar. Bovendien, en hier citeert Drost Nietzsche: gun anderen ook het geluk van het gezelschap van jouw geliefde. ‘Merkt u op (als je je geliefde weghoudt bij anderen, OL) dat dit niets anders betekent dan anderen uitsluiten van een kostbaar goed, van geluk en genot, dat u (….) als een draak zijn gouden schat bewaken wil, als de “veroveraar” en uitbuiter.’

Laat de ander zichzelf zijn en probeer hem / haar niet te veranderen. Zolang romantiek zegt adembenemend te zijn, krijgt liefde geen lucht. In dit verband neemt Drost het woord ‘moord’ in de mond. ‘Er bestaat zoiets als wat ik een kleine moord zou willen noemen: het doden van de andersheid van een ander mens. Een voorbeeld van een kleine moord is het verbod. (…) Sommige verboden en geboden worden met de beste bedoelingen opgelegd en het kan ook om de bestwil van de ander gaan, maar het valt niet uit te vlakken dat het neerkomt op een nauwelijks te rechtvaardigen geweldsdaad.’ Elkaar de ruimte geven is hier opnieuw het credo: ‘Het is dus niet alleen liefste, wie ben je? maar ook liefste, wie laat je me zijn?’

Wees geen tegenstanders, maar kies samen voor een ‘hoger doel’. De neiging om de ander te willen veranderen kan uitmonden in een continue strijd. Laat je dit verlangen los, dan sta je niet meer tegenover elkaar, maar naast elkaar. Je kunt dan kiezen voor een focuspunt waar je samen naar kijkt: iets wat je samen wilt bereiken. Jan Drost haalt hier Nietzsche aan, die zegt: ‘Als het hebzuchtige verlangen naar elkaar geweken is voor een nieuwe begeerte en hebzucht, een gemeenschappelijk ideaal van twee personen dat boven hen verheven is, dan ontstaat een soort voortzetting van de liefde met de naam “vriendschap”.’ Ontnuchterend woord misschien voor een relatie. Maar een innige vriendschap kan van net zo grote, wellicht zelfs grotere waarde zijn dan een liefdesrelatie. En je geliefde kán tegelijkertijd je allerbeste maatje zijn.

Streef niet naar eenheid. Eenheid is een romantisch ideaal. Drost: ‘Zie je jou en je geliefde als een tweeheid, dan hoef je je in één klap over veel dingen geen zorgen meer te maken. Dan is het besef van wederzijdse onoverbrugbaarheid geen mislukking meer, maar het fundament waarop liefde de mogelijkheid van bestaan heeft.’

Stop met een relatie als het niet meer werkt. Liefde is niet per se voor altijd, zegt Drost. ‘Liefde die onaangetast blijft door de tijd, terwijl het beter zou zijn wanneer zij voorbijging. Dat is gesloten liefde. De tijd kan er niet bij, waardoor die niet de ruimte krijgt om te stromen en door te gaan.’ En is de relatie voorbij, neem dan de tijd om je wonden te likken: ‘Pas als je weet wat je verliest, als je werkelijk onder ogen durft te zien hoe heftig die liefde was en dat die er nu niet meer is, dan pas kun je afscheid nemen.’ Realiseer je ook dat ‘tijdloze liefde’ niet bestaat: ook al ben je wél heel lang samen, we zijn allemaal sterfelijk. ‘Liefhebben moet samengaan met het accepteren van onze eigen eindigheid en die van de ander.’

Het romantisch misverstand lees je niet in één adem uit; ik had het toch wel een paar weken op m’n nachtkastje liggen. Maar het is een absolute aanrader. Mijn eigen romantische denkbeelden had ik een paar jaar geleden al bijgesteld. Dit boek echter gaf me meer inzicht in het ontstaan van de cliché-beelden over liefde en uitgebreide argumenten voor een meer nuchtere kijk op liefde en relaties.
Lees ook dit interview met Jan Drost in de Volkskrant

 

zelf doen (2): dating

Het solobestaan heeft vele pluspunten. Vooral het alleen wonen bevalt me uitstekend. Dat wil echter niet zeggen dat ik geen behoefte heb aan een leuke man aan m’n zij. Maar ja, hoe vind je hem, die leuke man? Ik benijd de mensen die koeltjes zeggen ‘Een spontane ontmoeting, of anders niet’. Ik vraag me zelfs af of het geen grootspraak is: ze zijn vást stiekem aan het Tinderen. En wat is er mis mee om het lot enigszins te sturen? Als je de veertig gepasseerd bent is het niet vanzelfsprekend dat die leuke meneer of mevrouw met wie je aan de praat raakt, óók op zoek is naar een liefje. Sterker nog, ik ontmoet regelmatig mannen die in de eerste vijf minuten van een gesprek dreigend de woorden ‘mijn vrouw’ laten vallen. Met andere woorden: ‘kom niet te dichtbij.’ Kroeg of dansvloer zijn zeker goede visvijvers. Een prima plan om de smachtende medemens daar een handje te helpen. Zo zag ik in café Kalff dit mooie bierviltje dat je heimelijk in iemands tas of jaszak kunt laten glijden.

Een jaar geleden riep ik nog stoer ‘dating is niet aan mij besteed’. Maar stiekem keek ik wel eens in de krant. Want heus, contactadvertenties bestaan nog. De keus is bedroevend; wekelijks melden zich hooguit twee 75-plussers onder de rubriek ‘man zoekt vrouw’. Op dezelfde pagina adverteren de relatiebemiddelingsbureaus. Als ik kies voor hun diensten komt er een dame bij me thuis die ‘op discrete wijze mijn wensen in kaart brengt’ en dan persoonlijk voor me op zoek gaat ‘naar een geschikte levenspartner’. Wat een service! Maar zou er nog een markt zijn voor dit soort bureaus? Zoeken solo’s niet liever zélf? Ik denk het wel. De datingapp is hot.
Maar welke app kies je dan? Ik heb er drie getest (zuiver uit journalistieke belangstelling, zoals jullie zullen begrijpen). Allereerst Tinder, de bekendste en meest gebruikte. De app wordt wel geringschattend een ‘vleeskeuring’ genoemd. En eigenlijk is het dat ook. Uiteráárd kijk je eerst naar de foto’s. Is de man niet aantrekkelijk, is de foto onscherp? Of staat hij patserig naast zijn veel te dure auto of met een enorme karper in zijn armen te poseren? Dan swipe je zo’n man opzij en zie je hem nooit meer terug. Iemands uiterlijk geeft direct een indruk. Je kunt het een vleeskeuring noemen. Maar laten we eerlijk zijn – ook op het terras of in de kroeg kijk je naar iemands gezicht, uitstraling en lichaam. Op Pepper idem dito: je kijkt eerst of je iemand er leuk uit vindt zien. Voordeel van Pepper is het ‘moodboard’ dat je maakt, een collage van foto’s uit je leven. Zo scan je snel iemands hobby’s en voorkeuren. Ook hier natuurlijk vele opschepperige plaatjes. Maar als je  er doorheen kunt prikken, leidt dat tot leuke gesprekken. Want zowel bij Tinder als bij Pepper is dat stap 2: is er een ‘match’, dan opent zich het chatvenster en kun je met elkaar in gesprek. Zo heb je al gauw in de gaten of iemand humor heeft, origineel uit de hoek kan komen en niet onmiddellijk over seks begint. En, heel belangrijk, geen tientallen stijl- en spellingfouten maakt. Een behoorlijke afknapper. Ook Happn heb ik geprobeerd. Nog meer dan Tinder is dit een locatiegebaseerde app: je ziet welke mannen op welk moment van de dag jouw pad hebben gekruist. Dankzij Happn weet ik precies welke single buschauffeurs door mijn wijk rijden. Happn staat garant voor snelle actie – liep iemand vijf minuten geleden langs jouw terras, dan kun je hem mákkelijk nog even op de schouder tikken.

Natuurlijk zijn al die apps bedoeld als opstapje naar Echt Contact. Ook over dat proces kan ik een aardig blogje schrijven. Wat is de beste kroeg voor een date, waar praat je over tijdens dat eerste afspraakje (en vooral: waar heb je het NIET over – een man die tijdens date 1 over zijn exen en de hoogte van de alimentatie begint, prijst zichzelf direct uit de markt), ga je wel of niet met hem mee naar huis? Misschien komen die verhalen ooit nog eens. Maar nu even niet. De datingapps staan op non-actief.

 

Over online dating maakte vpro’s tegenlicht de interessante documentaire Tinder Love.

een ode aan mijn ex

Wat een prachtige Ode aan de ex schreef David van Reybrouck in De Correspondent. Samen met zijn voormalige vriendin sprak Van Reybrouck ‘na drie maanden stilte’ af in een Brussels café. Hij kijkt naar haar als ze een drankje gaat bestellen aan de bar: ‘Ik moet mijn best doen om haar schoonheid niet te zien. Het lukt me niet. Dan maar kwelling.’ Het ontroert me hoe liefdevol hij schrijft over zijn ex. Na drie maanden! Jaloersmakend vind ik het. Maar waarom? Vind ik dat ik dat óók moet kunnen, zo’n ode schrijven aan mijn ex?

‘Misschien zijn oud-geliefden wel de meeste duurzame relaties in een mensenleven,’ schrijft Van Reybrouck. ‘Maar waarom moet dat zo vaak ondraaglijk zijn? Zo verbitterd blijven? Verdriet dat zich vermomt als hardheid. Verlies dat zich uitdrukt in nijd. Doodzonde.’ O, wat ben ik het met Reybrouck eens. Wat zou het mooi zijn als je na het verbreken van je relatie in alle redelijkheid naar elkaar kon kijken. Als het lukte om de terugblik op de mooie momenten te laten prevaleren boven de pijnlijke herinneringen aan de ruzies en de breuk. Wat zou je bewonderd worden door vrienden en familie. Wat zou je trots zijn op jezelf. Redelijk en mild zijn: dat moet toch kunnen?

Zeker, het kan. In 2013 werden ex 1 en ik geïnterviewd voor de serie Exgenoten van NRC Lux. Het werd een mooi artikel waarin onze beide verhalen over de scheiding en onze huidige vriendschap staan opgetekend. ‘Fijn dat jullie willen meewerken. Het is niet makkelijk om interviewkandidaten te vinden,’ zei journaliste Brigit Kooijman me voorafgaand aan ons gesprek. En dat kan ik me zó goed voorstellen. Want eigenlijk is het een wonder als je in staat bent om zo liefdevol over elkaar te spreken na een relatiebreuk. Dat kan bepaald niet altijd. Althans, niet meteen (het interview voor NRC vond plaats elf jaar na het verbreken van mijn huwelijk). In de begintijd staan pijn en verdriet de mildheid nog akelig in de weg. Als je op dat moment de pen pakt voor een lofzang, wordt het enkel een opsomming van bitterheden.

Ga ik het doen? Ik sluit niets uit. Het lijkt me wel mooi zelfs, zo’n Nahuwelijk-achtig verhaal. Louterend. Een soort bloemlezing. Misschien schrijf ik ‘m op een dag, mijn Ode aan de ex. Maar misschien lukt het nooit. En dat is helemaal niet erg.

cursus alleen zijn

Alleen wonen – hoe weet je of je het kunt? In de maanden voorafgaand aan mijn verhuizing deed ik regelmatig research bij mijn single vrienden. Ruimhartig zetten ze tijdens vele terrasbezoeken de voor- en nadelen voor me op een rij (dát leerde ik meteen al: singles nemen de tijd voor je. En ze hoeven niet drie weken van tevoren hun agenda te trekken, maar springen na één appje op de fiets om met je af te spreken). Ik wist in theorie wat ik verwachten kon. Maar pas toen ik op eigen benen stond, wist ik hoe het werkelijk was. Een workshop ‘hoe red ik mezelf in mijn eentje’ was in die dagen meer dan welkom geweest.

Vorige week ontdekte ik dat er zo’n cursus bestaat. Maartje Duin maakte de vierdelige radioserie Een cursus alleen zijn. Een aanrader voor elke single! ‘Ik bepaal zelf wanneer ik iets afspreek en met wie,’ zegt een man in het deel over vrijetijdsbesteding. ‘Ik leef van uur tot uur.’ Een vrouw vertelt hoe heerlijk het is om alleen naar het theater te gaan. En, zegt ze: ‘Als je in je eentje gaat, is de kans op een kaartje ook groter.’ Wel constateert ze dat mensen die alleen leven, veel meer moeite moeten doen om te ontspannen. Omdat je alles zelf moet doen, gun je jezelf nooit eens rust.

Herkenbaar vond ik het deel over moeilijke momenten. De momenten dat je in je eentje thuiskomt bijvoorbeeld, en met niemand je verhaal kunt delen. Dat er geen partner is die kritisch meedenkt of vanzelfsprekend met je meegaat naar een feest. Of die de simpele ditjes en datjes met je bespreekt. Een vrouw vertelt dat ze eens meereed met een bevriend stel. Ze zat achterin de auto en hoorde het setje praten. ‘Ze overlegden met elkaar over het eten en besloten dat ze spruitjes zouden koken. Daarna hadden ze het over een tv-programma dat ze gingen kijken. Ik voelde me zó alleen. De tranen liepen over m’n wangen.’ ‘Ik zou zomaar dood kunnen gaan en dan zou  ik hier maar liggen in dat ongeordende huis. Het zou dagen duren voordat iemand me zou missen,’ vertelt een man.

Het laatste deel gaat over daten en de liefde. ‘Als je een hele tijd alleen bent, sta je op de seksuele spaarstand,’ vertelt een vrouw. Of juist niet: dan heb je een lijstje bedpartners die op afroep beschikbaar zijn. ‘Een soort wederzijdse prostitutie eigenlijk, waar geen geld aan te pas komt.’ Het voorbereiden op een date is vaak al leuk genoeg, hoor ik: ‘Ik lak mijn nagels, ga in bad, smeer me in met bodylotion. Ik sta uren voor de spiegel, doe lekker een muziekje aan. Het maakt dat ik me prettig en gelukkig voel. Soms zeg ik die date vervolgens gewoon af.’

De interviews in de cursus werken louterend: in een wereld vol met stelletjes is het fijn om verhalen van andere singles te horen. Daarnaast zijn er de tips. Veelal voor de hand liggend, maar er zit zeker een opstekertje tussen zo nu en dan. Bijvoorbeeld: ‘Als je je ellendig voelt, pak dan de telefoon en bel een vriendin. Zeg haar dat je verdrietig bent en dat je bij haar spruitjes wilt komen eten.’ En ook dit advies is te mooi om jullie te onthouden: ‘Ben je down, pak dan een documentairebox van de Beatles. Ga zéker geen films over de liefde kijken.’

Beluister hier de cursus alleen zijn