Categoriearchief: gedoe

de latte-factor

‘Wat is jouw latte-factor?’, stond vorige week op de scheurkalender die aan mijn wc-deur hangt. De latte-factor? Nooit van gehoord. Ik las de uitleg op de achterkant van het kalenderblad. Aha: de latte-factor is de optelsom van kleine bedragen die je uitgeeft. Denk aan koffie, een broodje, een glas wijn op een terras. ‘Door je bewust te worden van je kleine uitgaven kun je op de lange termijn flink wat geld besparen,’ tipt de Psychologiekalender. Als ik meer informatie zoek over dit boekhoudkundige bedenksel, kom ik op de website van het Nibud uit. Lees meer over de Latte-factor in dit artikel van het Nibud

Tuurlijk, de financieel deskundigen hebben gelijk. Als je geen broodjes, bier en bitterballen buitenshuis consumeert, houd je maandelijks geld over. In mijn geval zal dat een leuk bedragje zijn. Maar o, wat ademt de latte-factor een benepenheid uit! Hollandse zuinigheid ten top. Want die kop koffie of lunch buiten de deur is toch véél meer dan enkel een kostenpost?

Mijn opa Leever was kind aan huis bij de horeca. Tot hij trouwde, zo rond zijn 35e, at hij dagelijks de warme maaltijd bij zijn Amsterdamse stamkroeg de Poort van Cleve (het bestaat nog altijd). Heerlijk toch? Net als hij mag ik me graag onder de mensen begeven. En dan ga ik niet op een droogje zitten. Ik denk er niet eens bij na: ga ik de deur uit, dan drink ik koffie op de plek waar het me uitkomt. Ik ben niet rijk, ben beslist geen big spender, maar latte-uitgaven zijn me meer waard dan nieuwe schoenen of een verre reis. Het uitzicht vanaf een terras op het Wed, de Mariaplaats of de Oosterkade. Het geroezemoes en gelach om je heen. De onverwachte ontmoetingen en inspirerende ingevingen. Het geluid van rinkelende fietsbellen, het lentebriesje op je huid tijdens een goed gesprek. Dit alles zou ik voor geen goud willen missen. Bijpraten met vrienden doe ik dan ook meestal in de stad. Ook zakelijk spreek ik regelmatig af in een restaurant of op een flexwerkplek. En ja, dan betaal je voor je cappuccino’s. De lunch, de borrel – inderdaad, je krijgt er een rekening voor. Maar dat is toch logisch? Dienstverlening kost nou eenmaal geld. Je krijgt er toch ook iets voor terug?

Ik voel er weinig voor om thuis op de bank triomfantelijk te gaan berekenen hoeveel geld ik bespaar als ik niet meer de stad inga. Voor mij symboliseert de latte levensvreugde, vriendschap en sociale contacten. En dat zijn factoren waarop ik liever niet bezuinig.

 

mislukt

‘Wat is uw grootste mislukking?’ is de vraag van de week in het zaterdagse katern Tijd van Trouw. Mijn antwoord heb ik gisteren al aan de krant verzonden. Maar omdat je van Trouw slechts 120 woorden mag gebruiken, borduur ik hier nog even voort op het onderwerp. Mijn blogs mogen gelukkig zo lang worden als ik zelf wil. Ik zal me inhouden, maar over het onderwerp ‘falen’ kan ik eindeloos doorschrijven. Het imperfecte, het onaffe, de mislukking (wat is dat eigenlijk?) – ik kan me er veel meer mee identificeren dan met het succesverhaal. Met mensen die altijd lachend door het leven lijken te gaan. Die ongegeneerd opscheppen over hun perfecte kinderen, die mooi en intelligent zijn én in het begenadigdenklasje van de hockey zitten (dat klasje heeft een naam, maar die vergeet ik altijd). Mensen die natuurlijk nog steeds gelukkig samen zijn met hun jeugdliefde. Die drie keer per jaar met vakantie gaan. Die nooit geconfronteerd lijken te worden met ziekte of dood. Die leuke banen hebben en wooncarrière maken. Ze zijn inmiddels toe aan een twee-onder-één-kap, mijn generatiegenoten.

Ik realiseer me dat deze opsomming naar kinnesinne kan rieken. Maar zo is het niet bedoeld. Ik gun het ze, echt. Maar ik voel me veel meer verwant met hen die het ogenschijnlijk stukken minder voor elkaar hebben. Met mensen die de mislukking kennen.

Bestaat dat eigenlijk wel, ‘mislukt’? In mijn leven zijn diverse zaken anders verlopen dan ik van te voren had bedacht. Lang geleden trouwde ik – dat huwelijk is al jaren voorbij. En ook de relatie die daarop volgde is, zoals dat genoemd wordt, ‘mislukt’. Maar wat is dat, een mislukte relatie? Wanneer is een relatie gelukt? Als je bij elkaar blijft? Als je samen oud wordt? Volgens mij kunnen vriendschappen of (liefdes)relaties helemaal niet lukken of mislukken. ‘Lukken’ betekent dat je succesvol je doel hebt bereikt.

Voor je rijbewijs kun je slagen. Je kunt je opleiding succesvol afronden. Een offerte uitbrengen en de klus krijgen. Je kunt een ingewikkeld Jamie Oliver-recept uitproberen, twee uur in de keuken staan en uiteindelijk een gerecht serveren dat er precies zo uitziet als op het plaatje. In al die gevallen kun je spreken van ‘gelukt’. Een relatie echter blijft altijd hard werken. Het is nooit klaar. Tenzij je elkaar niet meer gelukkig maakt. De relatiebreuk betekent in dat geval een nieuw begin. Je gunt elkaar een nieuwe start. En dat noem ik bepaald geen mislukking.

Succesverhalen maken mensen moedeloos. Als ik tien minuten naar gebluf geluisterd heb, raak ik verveeld. Ik prijs me gelukkig met mensen om me heen die hun flaters ruimhartig met me delen. Ik doe dat ook met hen. Mijn twijfels, mijn angsten, mijn onzekerheden, ja, zelfs mijn mislukkingen.

Het Trouw-artikel noemt boektitels die je leren om je mislukkingen om te buigen naar succeservaringen. Klinkt goed, maar ik betwijfel of je wel altijd van je fouten leert. En ach, is dat zo erg? Falen levert je in elk geval verhalen op. Sterke verhalen wellicht. Maar ook kwetsbare verhalen. En die zet je niet zo snel in de krant.

overstappen

Lang geleden had het woord ‘overstappen’ één heldere, eenvoudige betekenis. Je had het dan over die zenuwslopende toestand waarbij je je na het verlaten van je trein langs dichte mensenmassa’s op de roltrap naar boven wurmde en koortsachtig dwars door de kluwen reizigers in de stationshal rende, om vervolgens struikelend een trap af te dalen naar het perron dat in het Spoorboekje stond aangegeven. Nipt op tijd zeeg je neer in het boemeltje richting Winterswijk: het overstappen was gelukt.

Sinds de privatisering van de nutsbedrijven en de opheffing van het ziekenfonds heeft ‘overstappen’ een andere lading gekregen. Het is een woord dat vooral opduikt in de drukke decembermaand, een maand waarin je met de tong op de schoenen je werk aan het afronden bent en tegelijkertijd probeert alle feestelijkheden in te plannen, daarbij rekening houdend met agenda’s van familieleden, exen en nieuwe geliefden. Net als je voorzichtig durft te denken dat alles onder controle is, gaat de bel. Twee frisgekapte, in sportieve jacks gestoken studenten staan voor de deur en stellen brutaalweg de vraag: ‘Bij welke energieleverancier bent u aangesloten?’ Als ik, totaal overrompeld, deze privacygevoelige informatie aan de twintigers geef, schudden ze meewarig het hoofd: weet ik wel dat ik bij Frisse Westenwind punt nl vele malen voordeliger uit ben? Ik krijg het dringende advies om over te stappen, nu meteen, in mijn eigen deuropening – doe ik dat niet, dan laat ik vele euro’s voordeel én een gratis tablet liggen! De studenten zijn niet de enigen die deze weken bij me aankloppen. Via de mail en telefonisch ben ik door diverse zorgverzekeraars benaderd met het verzoek om te kiezen voor lagere ziektekosten, kortere wachtlijsten en een veel completer pakket. Stap over, mevrouw Leever! NU!

Maar ik begin er niet aan. Overstappen is gedoe. En gedoe, daar zit ik niet op te wachten. Begrijp me goed: ik ben altijd te porren voor iets nieuws. Experimenteel theater, een pas geopend eetcafé, een onbekend festival – doorgaans sta ik vooraan. Maar gaat het om leveranciers, dan ben ik oerconservatief. Bellen doe ik sinds mensenheugenis via ons voormalige staatstelefoniebedrijf. Gas, licht, water, internet, verzekeringen – in een grijs verleden zette ik mijn handtekening onder een contract, en daar blijft het bij. Wat kunnen mij die paar euro’s meer of minder schelen. Wat ik hier bespaar, geef ik daar weer uit. Ik betaal elke maand voor iets wat moet werken. En het werkt, dus blijf ik zitten waar ik zit. Waarom zou ik me al die onnodige administratieve rompslomp op de hals halen? In dit leven vol twijfels en onzekerheden vind ik het van een heerlijke vastberadenheid getuigen om te weigeren gebruik te maken van de zegeningen van de marktwerking. Nee hoor, bedankt. Ik stap niet over!