Categoriearchief: feminisme & man/vrouw-kwesties

slimme winkels gaan genderneutraal

‘Mooi shirt hè Maarten!’ ‘Heel leuk mama, maar ik neem ‘m niet, want dit shirt is voor meisjes.’ Bij de HEMA zijn dit soort discussies binnenkort verleden tijd. De winkelketen maakte gisteren bekend dat de aanduiding ‘jongen / meisje’ van kinderkleding wordt verwijderd. Een fantastische stap. Weg met de betutteling! Als klant ben ik op zoek naar iets wat ik mooi vind; niet naar iets wat volgens de winkel voor mij en mijn seksegenoten is bedoeld. De HEMA kiest voor een afdeling met kinderkleding. Geen hoekje meer voor jongens of voor meisjes. De kleding wordt genderneutraal verpakt. En dat leidt niet tot eenvormigheid, maar juist tot meer vrijheid. De vrijheid om te dragen waar je je prettig in voelt.

Kiezen voor genderneutraal is kiezen voor diversiteit. Een meisje kan bij de HEMA nog steeds jurkjes kopen. Maar als ze liever donkergrijs ondergoed heeft in plaats van paars gebloemde broekjes, dan kan dat ook. Zonder dat ze hoeft te denken: ‘Als de kassajuffrouw maar niet ziet dat ik jongensonderbroeken koop.’ Ik vind het goed van de HEMA dat ze haar nek durft uit te steken en ga ervan uit dat meer kledingwinkels zullen volgen. Vooral nu blijkt dat het bevestigen van stereotiepe rolpatronen gezondheidsschade kan veroorzaken. Wetenschappers in the Journal of Adolescent Health hebben onderzocht dat denken in vaste rolpatronen negatieve effecten heeft op de gezondheid van jongens en meisjes gedurende hun verdere leven. Daarom is het belangrijk dat ouders hun kinderen binnen minder traditionele rolpatronen opvoeden, zeggen de onderzoekers.

We verlaten de HEMA en lopen de speelgoedwinkel binnen. Hier wordt pas echt in stereotiepen gedacht. Voetballen, Playmobiel, technisch Lego: we vinden het allemaal langs de blauwe wand, met daarbij nadrukkelijk de aanduiding ‘jongens’. In de schappen tegen de roze wand liggen de Barbies, poppen en prinsessenjurken. Overzichtelijk, zou je denken. Maar nee, door deze indeling van de winkel worden kinderen en hun ouders gemanipuleerd. Want een jongen die met Barbies wil spelen, kijkt wel link uit zich in de roze hoek te begeven. Volgens de winkel hoort hij daar immers niet. En doet hij het toch, dan wordt hij meewarig aangekeken of bespot. Zo werkt de speelgoedwinkel op slinkse wijze vaste rolpatronen in de hand. Winkelmanagers, doe er iets aan! Waarom het speelgoed niet aanbieden in categorieën: spelletjes, Lego, poppen, enzovoort. Een kind kan dan kiezen wat bij hem of haar past.

Genderneutraal wil niet zeggen dat we hetzelfde moeten zijn. Integendeel: het stimuleert dat we onze verschillen vieren. Niet per se verschillen in sekse, maar verschillen in voorkeuren, smaak en stijl. Want ieder mens is anders en heeft behoefte aan maatwerk. Een slimme, bijdetijdse retailondernemer speelt in op deze diversiteit.

Overigens was HEMA Holten haar tijd ver vooruit. In het najaar van 2014 maakte ik deze foto in genoemd filiaal. We zullen het nooit te weten komen, maar wellicht bracht de filiaalmanager van HEMA Holten met dit fraaie staaltje genderverwarring het balletje aan het rollen 😉

laat mannen mannen zijn

De ophef rondom de SIRE-campagne ‘laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn’ is alweer enige tijd geluwd. (Ik schreef er deze zomer een blog over.) Toch bleef de campagne me bezighouden. Het werd dus tijd om Waar is mijn speer ter hand te nemen, een boek over de rol van de man in de 21e eeuw. Het is geschreven door de Britse journalist en documentairemaker Tim Samuels.

Mannelijkheid wordt vaak geassocieerd met brute kracht, agressie en gevoelloosheid. ‘Echte mannen huilen niet.’ Maar wat we uit het oog zijn verloren, schrijft Samuels, is ‘de inherente, duurzame kracht van mannelijkheid – en hoe die kan worden aangewend als een positieve kracht’. In het boek gaat hij op zoek naar moderne manieren van mannelijkheid. Want mannen moeten weer man zijn, stelt hij. Maar hoe dan? Ik zet de belangrijkste lessen van Tim Samuels voor je op een rij.

  1. Kom in beweging, adviseert Samuels. Letterlijk. De oerman was een jager. Hij liep de hele dag buiten, trok met een speer de natuur in. De adrenaline gierde door zijn lichaam. De man anno 2017 heeft geen speer, maar een smartphone in zijn hand. Hij zit de hele dag binnen achter een toetsenbord. Waar moet hij zijn adrenalinekick vandaan halen? Sommige mannen zoeken hun heil in snelheidsovertredingen, drankmisbruik of voetbalvandalisme, stelt Samuels. Op die manier voelt de man nog iets van dat avontuur in zijn lichaam. Die vitale kracht van de jager kunt je echter ook op andere manieren de ruimte geven. Door je af te beulen in de sportschool. Door de Haka te dansen. Of door hout te hakken voor de open haard. Niet voor niets zijn mannen die buiten werken, bijvoorbeeld in de bouw, gelukkiger dan kantoorklerken.
  2. Markeer de overgang van jongen naar man. Dit kan met een initiatieritueel. Zo’n ritueel is in veel culturen gebruikelijk (geweest). Het is een belangrijk onderdeel in de ontwikkeling van een jongen. Door een ritueel wordt benadrukt wat de verantwoordelijkheid is van een man.  Bij gebrek aan een overgangsritueel bewijzen jongens hun mannelijkheid door het plegen van een misdrijf of andere stoerdoenerij. In Australië en de VS wordt het overgangsritueel vooral ingezet binnen de hulpverlening, voor jongens uit risicogroepen. Dit gebeurt onder het motto ‘je kunt beter kinderen sterk maken dan gebroken volwassenen repareren.’ Maar waarom laten we niet alle jongens zo’n ritueel ondergaan, vraagt Samuels zich af. In een initiatierite van een paar dagen leren jongens wat er hoort bij het leven van een volwassen man, onder meer door verhalen aan te horen van oudere mannen.
  3. Wees realistisch over relaties. Als het gaat om de liefde, onderscheidt Samuels vier typen mannen: van de romanticus in wiens hoofd het niet opkomt om naar anderen m/v te kijken tot en met de seriële vreemdganger. De meest voorkomende man is het type ‘wel kijken, niet aankomen’; een gewone vent die van zijn partner houdt, maar wel houdt van veilig flirten omdat dit hem het gevoel geeft dat hij nog een beetje meetelt. De man is van nature niet gemaakt om monogaam te zijn: hij heeft ‘apenballen’. In de natuur zegt de balomvang iets over seksueel gedrag. De gibbon is een monogame aap, hij heeft kleine testikels. De mensentestikels zijn groter dan die van de gibbon, maar kleiner dan die van de chimpansee die veel verschillende partners heeft. En dus vecht de man ‘tegen zijn biologische software om te kunnen voldoen aan de eisen van het kerngezin’. Vreemdgaan is voor hem een rebelse daad, vergelijkbaar met ruzie zoeken of een misdaad plegen. Een man gaat vreemd omdat hij zich slecht voelt over zichzelf. Een vrouw gaat vreemd omdat ze vindt dat de relatie slecht is. Als zij vreemdgaat staat ze al met een been buiten de relatie, als hij vreemdgaat is dat geen teken dat er iets mis is in de relatie. Samuels citeert een relatietherapeut, die zegt: ‘Het is een groot experiment om twee fundamentele menselijke behoeften, namelijk de behoefte aan veiligheid en de behoefte aan avontuur, in één relatie samen proberen te brengen.’ Wees daarom realistisch over je relatie: verwacht niet alles van je vrouw of man; breng regelmatig tijd door met andere mensen dan enkel en alleen je partner.
  4. Zorg je dat je geestelijk gezond blijft. Veel mannen lijden aan depressies. Ze zijn gewend hun gevoelens op te kroppen en stoere praat te bezigen, ook al voelen ze zich nog zo rot. Doe dit niet, zegt Samuels. Praat over je gevoelens. En zorg dat je niet al teveel stress hebt. Doe aan yoga, of mediteer.
  5. Zoek andere mannen op en doe dingen samen met hen. Bier drinken of darten zijn voor de hand liggende opties, maar zoek liever naar activiteiten waar je je energie in kwijt kunt. Zoals rugby, boksen of een bootcamptraining. Niet alleen om de vitale kracht van de jager te voelen (zie punt 1) – maar ook omdat het goed is om met mannen onder elkaar te zijn. Sommige mannen zitten volledig bij hun vrouw onder de plak. Avond aan avond brengen ze naast haar door, thuis op de bank voor de tv. Een slechte zaak, zegt Samuels. Mannen kunnen onder elkaar heel flauw zijn, hun energie en humor zijn anders dan die van vrouwen. En dat hebben mannen nodig. ‘Het leven lijkt minder zwaar als je bij je vrienden bent’, aldus Samuels.

Er staat nog zoveel meer in het boek. Over de relatie tussen cornflakes en masturberen. Over de serieuze gevaren van extreme pornofilms. Over de kunst van het het versieren. En over het grote belang van goed vaderschap. Waar is mijn speer is een eye-opener voor mannen én vrouwen. Vooral omdat het boek laat zien wat die mannelijke kracht voor mooie dingen voor de wereld kan betekenen.

 

kind (m/v)

Op de basisschool had dochter een vriendje dat dol was op onze verkleedkist. Met drie meiden en één jongen in huis waren de prinsessenjurken oververtegenwoordigd in genoemde kist. En daar was het de jongen, laten we hem Jeffrey noemen, precies om te doen. Als hij bij dochter kwam spelen, trippelde hij de hele middag in zachtroze gewaden door het huis. Hij drapeerde goudglanzende sjaals om zijn schouders en koos er zorgvuldig bijpassende sieraden bij. Jeffrey’s ouders echter waren bepaald niet gecharmeerd van de verkleedpartijen. Als het jochie werd opgehaald na de speelafspraak en het kind in de hal verscheen met zilverglitterende engelenvleugels op zijn rug, verzuchtte vader geïrriteerd: ‘Loop je weer in meidenkleren!’ Waarop Jeffrey schuldbewust de vleugels van zich afwierp en met een beteuterde blik in z’n ogen met z’n vader ons huis verliet. Arme jongen.

Aan Jeffrey moest ik denken toen de SIRE-campagne ‘Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn’ deze week van start ging. SIRE komt in het campagnefilmpje met een ‘onverwoestbare broek’ op de proppen, die jongens kunnen dragen tijdens het buiten spelen. Jongens willen, aldus SIRE, in hun spel risico’s nemen en ontdekken. Ze willen dóen. En daar is, horen we in het filmpje, de laatste jaren minder aandacht voor. ‘Jongens moeten stil zijn en luisteren’. Bovendien hebben ze te weinig mannelijke rolmodellen: er staan steeds meer vrouwen voor de klas.

De SIRE-campagne maakt me kwaad. In de eerste plaats omdat het lijkt alsof vrouwen de boosdoeners zijn in dit verhaal. Natuurlijk, er staan meer vrouwen dan mannen voor de klas. (Het CBS meldt dat het aandeel vrouwen dat les geeft in het basisonderwijs sinds 2005 is gestegen van 82 naar 87 procent in 2015.) Een gelijke man/vrouw-verdeling zou het meest ideaal zijn. Echter: ‘de feminisering van het onderwijs’ klinkt alsof het iets vreselijks is. ‘Alsof het een aandoening is waartegen je moet worden ingeënt. Dat je bij de dokter komt en zegt “o dokter, ik heb de laatste tijd weer zoveel last van feminisering”’, stelt Japke-d Bouma in haar column in NRC Is er nou te veel of te weinig feminisering? Eeuwenlang stonden er uitsluitend mannen voor de klas. De laatste veertig jaar wordt dit eindelijk gelijkgetrokken en neemt het aantal vrouwen in het onderwijs toe. Zoek voor de aardigheid eens via Google afbeeldingen naar ‘schoolklas jaren 50′. Je ziet dan al aardig wat vrouwen voor de klas. Toen ik trouwens de schoolfoto’s uit die tijd bekeek, dacht ik nog iets anders: juist de jaren 50 en 60 was dé tijd waarin het ‘stil zijn en luisteren’ hoogtij vierde. Onze ouders en grootouders en ook mijn generatie moesten echt wel stil zitten op school. Zes uur lang, iedere dag. En al die jaren gingen veel jongens na schooltijd buiten spelen, in bomen klimmen, fikkie stoken en vielen ze een gat in hun broek.

De campagne slaat de plank mis omdat het volgens mij om twee heel andere dingen gaat. Ten eerste zijn ouders banger geworden. Kinderen mogen aan geen enkel risico meer worden blootgesteld. Voor een deel terecht: het verkeer is drukker dan dertig jaar geleden. Ook zijn er steeds minder ruige terreintjes waar kinderen kunnen spelen met takken, stenen en modder. Bijna niets wordt meer aan het toeval overgelaten, kinderen worden met de auto gebracht en gehaald naar vioolles / hockey / peuteryoga / enzovoort. Hebben we twijfels over een opvoedvraagstuk, dan bespreken we dit niet met onze vrienden, maar met de orthopedagoog. Al deze overbezorgdheid leidt ertoe dat kinderen tere poppetjes worden. ‘Onuitstaanbare prinsjes en prinsesjes’ noemt een van mijn favoriete schrijvers Mirjam Schöttelndreier hen in Monsters van kinderen, draken van ouders. Deze prinselijke kinderen mógen niet buiten het hek spelen, want anders worden ze vies, komen ze enge mannen tegen, breken ze hun been of gaan ze doktertje spelen. Liever hebben ouders controle over ze, bijvoorbeeld in de speeltuin voor het huis, of worden ze achter tv of iPad geplaatst, want dat is veilig en lekker rustig. Ik denk dat die ouderlijke overbezorgdheid een van de oorzaken is dat kinderen minder vaak ‘kapotte broeken’ hebben.

Dit is een plaatje uit de gids van Top Toy, een Zweedse speelgoedfabrikant die speelgoed op genderneutrale wijze aanbiedt.

De allerbelangrijkste misser uit de campagne vind ik echter deze: het filmpje gaat helemaal niet over jongens. Het filmpje gaat over kinderen. Jongens én meisjes leren door te ontdekken en grenzen op te zoeken. Voor kinderen (m/v) is het spannend en leuk om in bomen te klimmen, scheikundige proefjes te doen, verschillende kleuren nagellak uit te proberen, met Barbies, autootjes en Lego te spelen. Veel jongens vinden het fijn om te klimmen, klauteren en schreeuwen. Veel meisjes vinden dat ook. Daarnaast zijn er jongens én meisjes die liever lezen, een kleurplaat kleuren of make-up op doen. Ouders die meteen ‘neeee, dat is voor jongens!’ schreeuwen, remmen de ontwikkeling van hun kind. Waarom moet een speelgoedwinkel streng worden gescheiden in een roze en een blauw segment? Waarom mogen meisjes geen korte haren en kunnen jongens geen rokje aan? Wat zou het mooi zijn als we bij de geboorte van een kind niet roepen ‘het is een meisje’, maar ‘hoera, er is een mens geboren!’

Kortom: laat kinderen zelf uitproberen wat bij ze past. En stimuleer ze bij het doen van deze ontdekkingen. Geef ze geen onverwoestbare broek, maar een onverwoestbaar gevoel van eigenheid en zelfvertrouwen.

Aanvullend: op 1 augustus las ik deze reactie op de campagne in Trouw, geschreven door Jens van Trigt en Hanneke Velten. Zeer mee eens: Sire-campagne doet jongens tekort en moedigt stereotiep gedrag aan 

Feminisme? Nergens voor nodig

Is feminisme nog nodig? Nee, vinden mijn kinderen, wanneer ik de kwestie aan tafel bespreek. Mannen en vrouwen zijn verschillend en dat is prima, stellen ze. En ze hebben toch gelijke rechten? Dus feminisme – da’s compleet achterhaald.

Enerzijds hartverwarmend dat ze deze mening zijn toegedaan. Het betekent dat er goed werk is verricht de afgelopen decennia. Kennelijk zijn er m/v-rolmodellen genoeg, is het volstrekt logisch voor ze dat ze kunnen studeren wat ze willen en voelen meisjes zich niet achtergesteld bij jongens. Anderzijds vind ik het jammer dat het ‘F-woord’ zo beladen is bij de volgende generatie. Volgens mij komt het F-boek, een bundel artikelen over de stand van zaken in het hedendaagse feminisme, dan ook precies op tijd.

Op vrijdag 8 mei bezoek ik een thema-avond over feminisme van nu bij mijn favoriete boekhandel, Savannah Bay. Anja Meulenbelt en Renée Römkens vertellen er over het ontstaan van hetF-boek bij Savannah Bay F-boek. Daarnaast horen we enkele persoonlijke verhalen van jonge vrouwen die een bijdrage leverden aan het boek. Zoals Lauren Smits, mede-oprichter van Doetank PEER. Ze vertelt dat zij bij een studentenvereniging zit die liftwedstrijden organiseerde. Stelregel was dat een jongen en een meisje samen mochten liften. Twee jongens mochten dat ook. Maar twee meisjes niet. Dat zou te gevaarlijk zijn. Dit maakte Lauren boos: nog steeds wordt meisjes en vrouwen geleerd dat zíj uit moeten kijken, terwijl de oorzaak voor verkrachting niet ligt bij hen, maar bij de verkrachters – over het algemeen mannen.

Marloes Meuzelaar is een van de andere spreeksters. ‘Wat ben je? Homo, bi, single, feminist? Mensen hebben behoefte aan overzicht, aan hokjes waarin ze alles en iedereen kunnen indelen,’ zegt Marloes. Omdat ze dit hokjesdenken zat was, is ze mede-initiatiefnemer van Queer Amsterdam. Dit is een pilot voor een tv-serie waarbij alle personages zich identificeren als queer. Ze vertelt over haar eigen twijfels: is ze wel een goede feminist? En nu haar partner man is geworden, is ze eigenlijk geen lesbiënne meer, maar hetero. Of toch niet? Toen ze hierover in discussie ging met een klas vol pubers, zei één van haar leerlingen treffend: ‘Liefde kent geen hokjes.’ Ook feminisme past niet in een hokje, betoogt Marloes: het is een begrip dat telkens in beweging is, je moet het aanpassen aan de situatie, de tijd en het individu.

Veel meer onderwerpen passeren de revue. Zoals feministische sletten, rolmodellen, feminisme & religie en de strijd binnen de vrouwenbeweging zelf. In deze tijd is er bijvoorbeeld veel minder aandacht voor zwarte en migrantenvrouwen dan twintig jaar geleden. Kortom: er zijn thema’s genoeg. Want feminisme is veelkleurig en divers. Zo divers, dat veel onderwerpen niet in het F-boek konden worden opgenomen. Anja Meulenbelt zei tegen mensen die hierover hun beklag deden: ‘Je hebt gelijk. Lang niet alles staat erin. Doe er wat mee.’ Geen allerhartelijkst antwoord wellicht. Maar al die aardigheid, wat kopen we ervoor, merkt iemand in de zaal op: ‘Zolang vrouwen vinden dat ze aardig gevonden moeten worden, is feminisme nodig.’ En die kan ik in m’n zak steken.

 Meer over het F-boek van Atria / Spectrum Op de site van Atria staan meer blogs over het F-boek en m/v-zaken.