Categoriearchief: actualiteit

alternatieve feiten

Rode hond, kinkhoest, mazelen, difterie – tegen al deze ziekten werden zoon en dochter jaren geleden ingeënt. Het consultatiebureau vertelde me dat de prikken nodig waren. Ik twijfelde geen seconde aan dit advies. Waarom zou ik? Mede-moeders wezen me echter op de stichting Krities Prikken. Wist ik wel wat de gevolgen konden zijn van zo’n inenting?  En wie zei me dat het toegediende goedje wel echt het juiste serum zou zijn? Nee, hun kinders werden niet aan de consultatiebureauprikzucht overgeleverd. Trouwens, waren de voedingsrichtlijnen wel in de haak?

Noem me naïef, maar ik volgde probleemloos het Rijksvaccinatieprogramma. Ook vertrouw ik blindelings op de deskundigheid van de loodgieter, de boekhouder, de kapper en de buschauffeur. Toen ik studeerde ging ik ervan uit dat de colleges van mijn docenten op wetenschappelijke feiten waren gebaseerd. En als ik mijn krant lees, twijfel ik er niet aan dat de juiste bronnen zijn geraadpleegd en dat er hoor en wederhoor is toegepast. Misschien is dit een oliedomme grondhouding. Maar ik vind het een zegen dat ik niet voortdurend hoef na te denken of het wel klopt wat ik lees, eet, hoor en zie. Stel je voor dat ik de hele dag alles zou moeten wantrouwen: is de melk die ik in mijn winkelmandje stop niet vergiftigd? Krijg ik geen nepgeld terug van de caissière? Ik ben er dankbaar voor dat ik in een land woon waar ik dit vertrouwen kán hebben. Ik ben blij met de journalistiek, de rechtspraak en de wetenschap: zij zorgen ervoor dat ik in discussie kan op basis van kennis van zaken. Dat ik me niet hoef te bedienen van onderbuikgevoelens. Dat ik mijn meningen op feiten kan baseren en dat ik, als ik ergens iets van wil of moet vinden, de juiste afweging kan maken.

Want kritisch ben ik zeker. Ik heb zo mijn meningen. Je mening geven is echter iets anders dan lukraak iets schreeuwen omdat je zo graag je eigen stemgeluid hoort. Ik schrik van uitspraken als ‘een feit is ook maar een mening‘. En van de makkelijke manier waarop iets wat niet in je straatje past, aan de kant wordt geschoven. Een vrouwenmars waar miljoenen vrouwen wereldwijd aan deelnamen? Meneer Trump besteedde er geen aandacht aan. En dat er aanzienlijk minder aanwezigen waren bij zijn inhuldiging dan tijdens die van Obama, werd afgedaan als manipulatie van de pers. Er was sprake van ‘alternatieve feiten’. Waar kennis voorheen macht was, wordt expertise nu als onzin afgedaan. Deskundigen zijn ‘elitair’.

Ik wil de nuance terug. Een discussie gebaseerd op argumenten. Een debat waarin mensen elkaar in hun waarde laten. En dus pleit ik ervoor om de verongelijkte toon in (Twitter-)discussies om te buigen naar het kritisch bevragen van jezelf. Als je rept van ‘steeds hogere kosten’ of ‘steeds minder mensen’, om welke hoeveelheden gaat het dan precies? Heb je dat uitgezocht? Welk boek heb je gelezen, welk onderzoek heb je gedaan voordat je je mening uitbraakte? Durf te lezen. Durf te luisteren. Geef je mening als het moet, vertrouw op feiten als het kan. Zo breng je nuance aan in het debat. En nuanceringen, daar kom je verder mee dan met alternatieve feiten.*

*NB: dit is geen feit, maar een mening.

 

 

 

overstappen

Lang geleden had het woord ‘overstappen’ één heldere, eenvoudige betekenis. Je had het dan over die zenuwslopende toestand waarbij je je na het verlaten van je trein langs dichte mensenmassa’s op de roltrap naar boven wurmde en koortsachtig dwars door de kluwen reizigers in de stationshal rende, om vervolgens struikelend een trap af te dalen naar het perron dat in het Spoorboekje stond aangegeven. Nipt op tijd zeeg je neer in het boemeltje richting Winterswijk: het overstappen was gelukt.

Sinds de privatisering van de nutsbedrijven en de opheffing van het ziekenfonds heeft ‘overstappen’ een andere lading gekregen. Het is een woord dat vooral opduikt in de drukke decembermaand, een maand waarin je met de tong op de schoenen je werk aan het afronden bent en tegelijkertijd probeert alle feestelijkheden in te plannen, daarbij rekening houdend met agenda’s van familieleden, exen en nieuwe geliefden. Net als je voorzichtig durft te denken dat alles onder controle is, gaat de bel. Twee frisgekapte, in sportieve jacks gestoken studenten staan voor de deur en stellen brutaalweg de vraag: ‘Bij welke energieleverancier bent u aangesloten?’ Als ik, totaal overrompeld, deze privacygevoelige informatie aan de twintigers geef, schudden ze meewarig het hoofd: weet ik wel dat ik bij Frisse Westenwind punt nl vele malen voordeliger uit ben? Ik krijg het dringende advies om over te stappen, nu meteen, in mijn eigen deuropening – doe ik dat niet, dan laat ik vele euro’s voordeel én een gratis tablet liggen! De studenten zijn niet de enigen die deze weken bij me aankloppen. Via de mail en telefonisch ben ik door diverse zorgverzekeraars benaderd met het verzoek om te kiezen voor lagere ziektekosten, kortere wachtlijsten en een veel completer pakket. Stap over, mevrouw Leever! NU!

Maar ik begin er niet aan. Overstappen is gedoe. En gedoe, daar zit ik niet op te wachten. Begrijp me goed: ik ben altijd te porren voor iets nieuws. Experimenteel theater, een pas geopend eetcafé, een onbekend festival – doorgaans sta ik vooraan. Maar gaat het om leveranciers, dan ben ik oerconservatief. Bellen doe ik sinds mensenheugenis via ons voormalige staatstelefoniebedrijf. Gas, licht, water, internet, verzekeringen – in een grijs verleden zette ik mijn handtekening onder een contract, en daar blijft het bij. Wat kunnen mij die paar euro’s meer of minder schelen. Wat ik hier bespaar, geef ik daar weer uit. Ik betaal elke maand voor iets wat moet werken. En het werkt, dus blijf ik zitten waar ik zit. Waarom zou ik me al die onnodige administratieve rompslomp op de hals halen? In dit leven vol twijfels en onzekerheden vind ik het van een heerlijke vastberadenheid getuigen om te weigeren gebruik te maken van de zegeningen van de marktwerking. Nee hoor, bedankt. Ik stap niet over! 

 

blogbesognes

bloggenJaaa, mijn blog is weer online! Na maandenlange online-offlineperikelen in het voorjaar verdween mijn site afgelopen zomer plotseling in een zwart gat. De details zal ik je besparen, maar het kostte me heel wat mails en telefoontjes vanaf mijn vakantieadres in Frankrijk en andere ellende om in elk geval mijn twee domeinnamen weer terug te krijgen. Dit lukte me met dank aan de alleraardigste mensen van punt nl-waakhond SIDN. Vervolgens heb ik een nieuwe site voor de schone schrijfster laten maken. Ik had me er al treurend bij neergelegd dat ik al mijn privéblogs kwijt was, tot ik afgelopen weekend een telefoontje kreeg van één van mijn Lunettenmaatjes, Jos Geluk. Op wonderbaarlijke wijze wist Jos met een geheimzinnige tijdmachine mijn blogs van maart 2015 tot en met maart 2016 terug te krijgen. Zie hier het resultaat: ik kan weer bloggen. Dank je wel Jos!

Excuses aan mijn trouwe blogabonnees die gisteren een mailbombardement van oude blogs over zich heengestort kregen. Dat komt omdat alles opnieuw online moest worden gezet. De komende tijd krijg je gewoon af en toe weer eens een beschaafd blogje opgestuurd. Of net even iets minder beschaafd. Alleen al het feit dat ik me weer gevraagd en ongevraagd in dingen & zaken kan mengen maakt me erg blij. Ik was niet weg; maar toch voelt het een beetje als thuiskomen.

zelf doen (1)

Eens per maand laat mijn cv-ketel het afweten. Meestal helpt het dan om de reset-knop in te drukken. Werkt dit niet, dan bel ik de woningcorporatie. Vervolgens verschijnt er een alleraardigst heerschap bij mij thuis die de boel weer aan de praat krijgt. O, huren is zo ideaal. Maar vandaag gaat het anders. De juffrouw van de woningcorporatie is onverbiddelijk: ze verbindt me niet door met het installatiebedrijf. ‘De ketel moet bijgevuld worden,’ legt ze uit. ‘Dit is een taak voor de huurder. De monteur komt niet bij u langs.’ Behulpzaam verwijst ze me naar een instructievideo op de website. Daar sta ik dan, bibberend op de koude keukenvloer.

Dit keer moet ik genoegen nemen met een virtuele man. Opgewekt vertelt de online monteur me hoe ik dit varkentje dien te wassen. In vijf eenvoudige stappen op weg naar een verwarmde woning. Zo’n ketel bijvullen is kinderspel! IJverig ga ik aan de slag. Helaas ziet de situatie er in mijn huis nogal anders uit dan op de video. Bij mij geen kraan naast de ketel: ik moet de slang aansluiten op de radiator in de badkamer. En als ik dat na drie telefoontjes met de woningcorporatie voor elkaar heb, neemt de druk op ketel met geen millibar toe. Zelf doen lukt me niet.

Steeds vaker moeten we doe-het-zelven. En dat maakt het leven minder leuk. Ik mis de mensen. Bij de bibliotheek bijvoorbeeld. Vroeger maakte ik een praatje bij het inleveren van mijn boeken: ‘Wist u dat het laatste hoofdstuk eruit is gescheurd?’ Tegenwoordig leg ik mijn boeken stuk voor stuk op een traag wiebelende lopende band. Een lopende band overigens die regelmatig hapert, zodat er tóch nog een mens bij moet komen. Ook in telefoongesprekken met bedrijven mis ik het contact: ‘Heeft u een vraag over een betaling, kies 1. Heeft u een vraag over uw abonnement, kies 2.’ Hoopvol wacht ik tot ik éindelijk een echte mevrouw te spreken krijg. Intussen lispelt het bandje op verwijtende toon: ‘Wist u dat  al deze informatie óók te vinden is op onze website, www.eenverzekeringafsluitendoejegemakkelijkzelf.nl?’ Met andere woorden: dom wicht, kon je dit nou echt niet zélf?

Die doe-het-zelfcultuur: ik ben er klaar mee. Instructievideo’s en robots zijn vast efficiënt en goedkoop, maar ze geven je geen goed gevoel. Daar komt nog bij dat ik sommige dingen misschien zelf kán, maar gewoon niet wíl. Als ik erg mijn best doe kan ik ongetwijfeld zelf mijn btw-aangifte doen. Of een visitekaartje ontwerpen. Of nieuwe updates op mijn MacBook installeren. Maar ik vind het heerlijk dat anderen dit voor me regelen. Ik hoef niet overal goed in te zijn. En er is al meer dan genoeg wat ik zelf moet doen.

Mijn huis is weer warm trouwens. Dank voor je hulp, buurman Bob!

zelf doen (2) verschijnt binnenkort en gaat over ‘helemaal zelf een partner zoeken’ 

vaarwel thyrax duotab

De keuken schrobben en de vloeren dweilen: je doet het wekelijks, maar het valt niemand op. Pas als je een maand niet dweilt krijg je commentaar: ‘Wat een bende in de keuken! En wat kleeft die vloer!’ Zo werkt het ook met het schildkliermedicijn Thyrax. Je neemt het dagelijks in, zodat je lichaam probleemloos functioneert. Maar slik je het stofje een maand of langer niet, dan zijn de rapen gaar. In stilte doet het zijn goede werk.

Na de geboorte van dochter kreeg ik vermoeidheidsklachten die voort bleken te komen uit een te traag werkende schildklier. Een blauw pilletje bood uitkomst: Thyrax duotab. Ik slik het al bijna zestien jaar. Je komt er nooit meer vanaf. Stop je met innemen, dan leidt dat tot een langzame dood.

Ik sta er nooit bij stil dat ik een schildklierafwijking heb. Waarom zou ik ook. Thyrax duotab, eerst in een knus glazen potje met schroefdop en tegenwoordig in doordrukstrip, ligt al jaren op mijn nachtkastje. Zodra de wekker gaat neem ik mijn medicatie. Eens in het jaar laat ik mijn bloedspiegel controleren. En that’s it. Niets aan de hand. Twee weken geleden echter stond er in de krant dat de pillenvoorraad op is. Fabrikant Aspen verhuist de fabriek naar Duitsland en de productie van Thyrax komt ‘door een fout in de planning’ een half jaar stil te liggen. Hoe is het mogelijk! Vanaf februari is mijn medicatie niet meer bij de apotheek verkrijgbaar. Er zijn wel andere middelen met de werkzame stof levothyroxine in de handel, maar de overstap schijnt bij een derde van de patiënten tot problemen te leiden. Bijna alle patiënten met deze aandoening gebruiken Thyrax duotab en de dosering luistert heel nauw. Ben je verkeerd ingesteld, dan kan dit leiden tot hartkloppingen, vermoeidheid, concentratieproblemen, depressies en andere narigheid.

Ook voor apothekers en de Schildklier Organisatie Nederland kwam het bericht van het medicijntekort onverwacht. Hoe kan het dat een producent mensen die afhankelijk zijn van medicatie zo dupeert? Patiënten moeten nu massaal naar de huisarts om over te stappen op andere medicijnen. Op eigen kosten mogen we onze bloedspiegel laten controleren. Ik ben een nuchter type; maar dit maakt me kwaad. Het gaat hier om een medicijn dat van levensbelang is voor zo’n 350.000 mensen in Nederland. Ik ben dan ook zeer benieuwd naar de uitkomst van het overleg in de Tweede Kamer vanavond over‘Medicijntekorten in het algemeen en het tekort aan Thyrax in het bijzonder’. Want dat de productiestop van zo’n belangrijk medicijn louter een ‘planningsfout’ is, maak je mij en mijn mede-Thyraxgebruikers niet wijs.

filosofie van de goede voornemens

Goede voornemens? Leuk idee, maar maak ze vooral met een ‘lange-termijnbril’ op, stelt de organisatie van het Filosofisch Café in het Utrechtse café Hofman. Ik was er gisteravond bij een lezing van Marcus Düwell, hoogleraar ethiek aan de Universiteit Utrecht.

Ik maak al jaren geen goede voornemens meer. Toekomstplannen genoeg, maar ik koppel ze liever niet aan een datum. Wel ben ik het jaar fris begonnen met een nieuwjaarsduik in de Noordzee – een geweldige ervaring! Met vriendin M.,  m’n dochter en honderden anderen renden we massaal het koude water in. Voor mij was het een markering. De afsluiting van een periode, de start van een nieuwe fase in m’n leven. Die nieuwe fase zie ik als een overzichtelijk tijdperk. Marcus Düwell kijkt liever wat verder vooruit. Op z’n minst tot 2116. ‘Ons handelen vindt plaats in de horizon van verwachting, van dingen die we hopen en vrezen,’ zegt hij tijdens het Filosofisch Café. ‘We handelen in de context van de moraal: “is dit handelen oké, had ik niet beter iets anders kunnen doen?”‘ Düwell werpt de vraag op of we ons verantwoordelijk moeten voelen voor de levensmogelijkheid van toekomstige generaties. ‘Waarom zouden we duurzaam moeten leven? Is dat geen rare betutteling? Je kunt alleen verantwoordelijk zijn voor iets waar je invloed op hebt.’

De politiek kijkt veel te weinig naar de verre toekomst, stelt Düwell. Had ze dat wel gedaan, dan had de vluchtelingencrisis wellicht voorkomen kunnen worden. En ook als je kijkt naar ons klimaat is een lange-termijnvisie noodzakelijk. ‘Bij het nadenken over de toekomst moet de moraal een centrale rol spelen. Filosofen hebben grote verhalen ontwikkeld over het doel van de geschiedenis en de hoop op een goede toekomst. Bijvoorbeeld het idee dat technologische vooruitgang tot een betere wereld leidt. Die verhalen zijn nu niet meer zo populair. Maar we beïnvloeden de toekomst nu meer dan ooit, ook al zien veel auteurs uit de 20e eeuw de mens als een min of meer mislukt project. Voor mij heeft de positie van de toekomst te maken met hoop. Als we de liberale maatschappij serieus nemen, moeten we het politieke proces veranderen. De politiek heeft daarom instrumenten nodig om de lange-termijnvisie te waarborgen.’

Wat me vooral bijblijft uit de lezing is Düwells uitspraak: ‘Wij kunnen beslissen ons iets aan te trekken van toekomstige generaties.’ Die keuze hebben we. We kunnen kiezen voor de hoop. En dat is meer dan een goed voornemen.

Hier vind je meer info over het programma van Studium Generale, waaronder het Filosofisch Café

…en dat was 2015

Gelukkig ontvang ik nog steeds veel kerstkaarten. Ik houd van handgeschreven post. Dit jaar staan er opvallend veel warme, persoonlijke teksten op de kaarten. Teksten die me doen beseffen wat een bijzonder jaar het was. Aan de hand van drie steekwoorden blik ik op 2015 terug.

Kracht  Dit jaar werd heel veel anders. Het gezin van zes personen viel uit elkaar. Na elf jaar samenleven gingen mijn kinderen en ik met z’n drieën verder op een nieuw adres. En dat viel niet altijd mee, die eerste maanden van 2015. Of het nou ging om een lekke band, haperende apparatuur of mijn boekhouding – keer op keer herhaalde ik de woorden: ‘Ik weet niet hoe dat werkt, want dat deed híj altijd.’ Maar tegelijkertijd ontdekte ik mijn eigen kracht. Ik leerde boren, fietskettingen omleggen, rookmelders vervangen. Spinnen en door de katten uiteengereten muizenlichaampjes ruimde ik koelbloedig op. Een paar keer per week sleurde ik loodzware boodschappentassen de woning in. En waar de kracht ontbrak, schakelde ik anderen in. De kinderen bijvoorbeeld. Wat een kanjers zijn het. Samen hebben we het maar mooi gered dit jaar. Zoon ploetert op mijn Excelsheets en brengt vuilniszakken naar de afvalbak. Dochter grijpt in als de rommel in huis te groot wordt. Mijn ouders en vrienden staan regelmatig voor me klaar. En grote dank gaat uit naar mijn boekhouder. Als ik weer eens radeloos naar de getallen in mijn boekhoudprogramma staarde en in verwijfeling met mijn hoofd op het tafelblad bonkte omdat ik mijn bedrijfsadministratie niet meer zag zitten, pakte ik de telefoon en was tien minuten later weer gerustgesteld.

IMG_0564Ontmoetingen Wat heb ik veel nieuwe mensen leren kennen dit jaar!  Op feesten. In de kroeg. Op Keiland. In mijn wijk. Via internet. Het mooie van het single-bestaan is dat je niet altijd op tijd thuis hoeft te zijn. Dat je spontaan kunt besluiten te blijven. Of juist ‘s avonds na tienen nog de deur uit kunt gaan. Ik heb een netwerk opgebouwd van mensen die samen eten, naar festivals gaan, soep voor elkaar koken. Mensen die me mijn nieuwe wijk leerden kennen. Met wie ik bijzondere dingen ondernam. Tegelijkertijd waren er de vrienden van vóór 2015. Met enkelen van hen is de band versterkt. Zij voelen als familieleden. Ik ben zó blij dat ik ze heb!

Traagheid Ik leerde nog iets speciaals dit jaar: ik mag de tijd nemen voor dingen. Met dank aan mijn haptonoom, die me bij elk consult liet zien dat kleine stapjes heel goed werken. Ik was jarenlang gewend snel beslissingen te nemen, ook al voelde het soms tegennatuurlijk. Nu denk ik vaak: dat komt morgen wel. Of: misschien doe ik het gewoon niét. Ook ben ik trots als er weer een stap in de goede richting is gezet. Vooral als het gaat om dingen waar ik een hekel aan heb. Ik heb het toch maar mooi gefikst, dat huishouden in mijn eentje. In mijn eigen tempo. En op mijn eigen manier.

Er kan nog veel anders en beter. Maar dat komt. In 2016 en daarna.

weerloos

Onschuldige mensen waren het, die vrijdagavond omkwamen in Parijs. Jongeren op een terras. Concertgangers. Mensen die genoten van het weekeind dat net begonnen was. ‘We zijn weerloos,’ kopt één van de krantenartikelen vandaag over de aanslagen. Een Parijzenaar zegt in het artikel: ‘Elke willekeurige burger is nu het slachtoffer. We zijn bang.’

Waardevolle mensenlevens zijn bruut beëindigd. Het is niet te bevatten. De woorden ‘oorlog’ en ‘wraak’ zijn overal te horen en te lezen. De angst is voelbaar. Maar wat kunnen wij, gewone mensen, doen? ‘De wapens van de vrede voldoen niet meer,’ lees ik in de krant. Er kunnen nog veel meer erge dingen gebeuren. En dat geloof ik meteen. De behoefte aan een liefdevol tegengeluid is echter groot, merk ik om me heen. Mensen in Parijs komen ondanks het samenscholingsverbod bij elkaar om kaarsen te branden en bloemen neer te leggen. Op Facebook verschijnen vredesboodschappen. We houden een minuut stilte. De Domtoren in Utrecht is in de kleuren van de Franse vlag verlicht.

Tegelijkertijd gaat het leven door. Terwijl de aanslagen plaatsvonden, zat ook ik in een café
van het leven te genieten – net als die mensen in Parijs. Mijn zoon werd achttien dit weekeind. Mijn moeder moest naar het ziekenhuis. Gewone dingen uit een mensenleven, die je doen beseffen hoe kwetsbaar je bent. Ik brand deze week elke dag een kaarsje. Voor al die mensenlevens die verloren zijn gegaan. Maar ook om vertrouwen te blijven houden in het goede en waardevolle in de mens. Hoe naïef het misschien ook mag zijn in deze tijd. Alles van waarde is weerloos.

deeldwang

Liken en sharen: de trouwe Facebookgebruiker doet het dagelijks. Het lijkt zo’n onschuldige bezigheid, maar achter het al dan niet plaatsen van het duimpje gaat een hele wereld schuil. Jaloezie, dweepzucht, boosheid, verliefdheid, angst  – ik noem maar enkele emoties die een rol spelen bij het toejuichen dan wel negeren van de boodschap van onze ‘vrienden’.

Nog interessanter wordt het als je kijkt naar ons share-gedrag. ‘Like, share en win!’ is hiervan het bekendste voorbeeld. Als jij op je timeline laat zien dat je die steigerhouten tuinbank of dat knusse bungalowpark leuk vindt, maak je misschien kans op die bank of een weekeindje weg. Je maakt reclame uit pure hebzucht. Een nobeler voorbeeld van delen is de zoekactie naar een vermist kind of gestolen fiets, of de oproep om vluchtelingen, het milieu of een ander Goed Doel te helpen. Best handig hoe makkelijk dit via Facebook gaat (hoewel Twitter in dit geval véle malen effectiever is). Het sharen van dit soort oproepen gaat weliswaar gepaard met een zekere zelfgenoegzaamheid (‘kijk mij eens goed doen!’), maar ach, het doel heiligt de middelen. Op het randje vind ik het kuddedierengedrag bij belangrijk wereldnieuws. Het tooltje waarmee je je profielfoto van een regenboog kon voorzien bijvoorbeeld, bij de legalisering van het homohuwelijk in de VS in juni 2015. Natuurlijk, ook mij stonden de tranen in de ogen bij het horen van dit mooie nieuws. Maar moet ik mijn blijdschap tonen met een regenboogfoto? Anders gezegd: moet ik bang zijn dat mijn vrienden denken dat ik tégen het homohuwelijk ben als ik mijn gewone profielfoto laat staan?

In dit soort gevallen wordt Facebook gebruikt als moreel kompas. Nou vind ik het regenboogprofiel nog een mild voorbeeld hiervan. En, het moet gezegd, het is best indrukwekkend dat van de 1,4 miljard (!) Facebookgebruikers 26 miljoen mensen tijdelijk kozen voor een regenboogvlag in hun profiel.

Woestmakend zijn pas de dwingende oproepen als ‘laat zien dat je van je kind houdt’ en ‘als ik nog 30 minuten te leven heb, zou jij dan naar het ziekenhuis komen om mij een laatste keer te zien?’ Met daarbij de dreigende connotatie ‘velen zullen dit niet delen … zo zie je maar wie je echte vrienden zijn!’ Met dit soort betweterige boodschappen leggen mensen elkaar langs een meetlat van fatsoen. Kom op zeg, mag ik asjeblieft zélf bepalen wanneer ik mijn kinderen zeg dat ik van ze houd? Dit is geen sharen, dit is deeldwang. En ik ben ertegen. Jij ook? Houd dat dan gerust voor jezelf. Je hóeft het niet te delen.

PS En dan zwijg ik nog over de stijl-, spel- en grammaticafouten en de erbarmelijke illustraties in dit soort oproepen. Maar kennelijk weerhoudt dat de gemiddelde Facebookgebruiker niet van gul en ruimhartig liken & sharen ? 

wij waren erbij!

Wat een feest was het, de Grand Départ in Utrecht! Sportevenementen doen me normaalgesproken niets. Tijdens de EK’s en WK’s voetbal, als bijna heel Nederland in oranje gehuld aan de buis gekluisterd zit, spreek ik met andere voetbalhaters af om samen ergens géén tv te kijken. Ook met de Tour de France had ik totaal geen affiniteit. Totdat ik Cor Jansen een paar maanden geleden vol vuur hoorde spreken over de betekenis van de Tour voor onze stad. Mijn nieuwsgierigheid werd gewekt.

De week voor het weekeind van 4 en 5 juli zinderde de stad van verwachting. De straten keurig geveegd, drommen toeristen, gele kraampjes met toerkoortsparafernalia. De Grand Départ was het gesprek van de dag. Vooral de vermeende onbereikbaarheid van het stadscentrum bleek een issue. ‘Kom ik mijn straat wel uit?’ ‘Fietsen én fietsklemmen in de straat worden verwijderd – wat nu?’ Voor mij begon het feest met een bezoekje aan Park Lepelenburg, op 2 juli. Een vriend meldde naar de presentatie van het Tourpeloton te gaan kijken. Ik ging mee. Het was geweldig! Geen idee wie er voorbijfietsten, maar we bléven juichen. Op weg naar huis herhaalde ik het wel zes keer: ‘Wíj waren erbij!’

Zaterdag gingen de kinders en ik op de fiets naar de Oosterkade. Dat viel nog niet mee. De Albatrosstraat, ons oversteekpunt, was afgezet. Maar vriendelijke Tourmakers wezen ons de weg. Die middag stonden we in de schroeiende hitte in de bocht bij het Ledig Erf. Ik stond helemaal vooraan en blééf maar juichen. Ja, het was 34 graden. Ja, voor de tv had ik het vast allemaal véél beter kunnen zien. Maar het draait om de belevenis: hier wilde je gewoon bij zijn! De mensen om me heen wisten precies wanneer een fietsende man eenTourfeest 4 juli Nederlander was. Ik niet. Maar wat boeide het. Ook wie er gewonnen heeft weet ik niet. Wel weet ik dat het ‘s avonds op het Domplein érg gezellig was. In de stad waren ruim 20 ‘venues’ ingericht met muziek, vlaggetjes en bier. Onder de magnifiek verlichte Dom trof ik verschillende vrienden. Wat een sfeer! Wat een saamhorigheid!

Ook zondag was ik weer op het Domplein te vinden om op een groot scherm de finish te kijken. Eerder die middag had ik de fietsende mannen bekeken op de Waterlinieweg. Het was echt een kippenvelmoment, die massa fietsers als één blok voorbij te zien flitsen. En dan te bedenken dat ze ook onder de Dom zijn doorgereden! En over de Stadhuisbrug! Met het team vanUtrecht Netwerk appten we regelmatig over onze verschillende standplaatsen, zodat we foto’s en filmpjes vanuit de hele stad op Twitter en Facebook konden plaatsen. Alles verliep vlekkeloos, het was een enórme logistieke en organisatorische operatie. Petje af! Ik was onder de indruk toen ik zondagavond op het Domplein de mannen van firma Agterberg zag langsrijden om al die 13.000 dranghekken weer te verwijderen. Wat een geoliede machine!

dranghekken verwijderen Domplein 5 juli

Ik weet het: ik zou allerlei kritische kanttekeningen kunnen plaatsen bij dit evenement. Over de torenhoge kosten en de nutteloosheid van zo’n fietswedstrijdje. Maar ach,  het gemopper over de Grand Départ heeft onze stadsbrompot Maarten van Rossem al voor z’n rekening genomen. Ik kan er niets aan doen: ik blijf enthousiast. Ons kleine stadje heeft het maar mooi gefikst. Hulde aan Utrecht! Hulde! Hulde!