Maandelijks archief: maart 2018

solitude

Op zaterdagavond alleen thuis zijn vind ik altijd nét even wat ingewikkelder dan op andere avonden. Heel gek, want in mijn drukke leven is het een verademing om eens een avond in m’n eentje met de krant of een boek op de bank te zitten. Zo vaak gebeurt dat niet. Muziekje erbij, kaarsje aan, een pot thee op tafel – heerlijk. Doordeweeks, zittend op diezelfde bank, wil ik de laptop er nog wel eens bij pakken om een klus af te maken. Maar in het weekeind is me-time ook echt tijd voor mezelf. En dat is fijn.

Toch ben ik me  juist op zaterdagavond meer bewust van mijn alleenstaande moeder-status dan doordeweeks. Alsof ik me ervoor moet schamen dat ik op dé uitgaansavond van de week uitsluitend gezelschap van de katten heb. Toen ik net alleen woonde, ruim drie jaar geleden alweer, zou ik op een avond als deze beslist mijn telefoon gepakt hebben om iemand te zoeken met wie ik de stad in kon gaan. Nu blijf ik rustig zitten op die bank. Ik ben zelfs blij dat ik geen stelletjes-etentje heb, of tot diep in de nacht moet dansen. Alleen zijn met mezelf: ik leer het steeds meer te waarderen.

Alleen zijn heeft vaak een negatieve klank: alsof je pas compleet bent in gezelschap van anderen. Maar alleen zijn is niet positief of negatief: het is een neutrale situatie. In het artikel ‘Breng meer tijd door met jezelf’ (Filosofie Magazine februari 2018) zet filosoof Lars Svendsen eenzaamheid tegenover de Engelse term ‘solitude’: positieve afzondering. Solitude – ik vind het een prachtig woord. Svendsen ontkent de aanname dat het aantal eenzame mensen toeneemt. Er is geen toename van eenzaamheid, er is alleen meer aandacht voor, stelt hij. Het probleem is niet dat we vaak alleen zijn – we zouden juist vaker tijd met onszelf moeten doorbrengen. We proppen onze agenda’s veel te vol met allerlei sociale activiteiten. ‘In eenzaamheid ben je alleen met jezelf, terwijl je in solitude samen met jezelf bent. Je ervaart de afwezigheid van anderen dan niet als een gebrek, maar juist als een mogelijkheid om te genieten van je eigen aanwezigheid,’ zegt Svendsen in het artikel.

Tijd om te mijmeren, om je gedachten te ordenen, om gewoon even te lummelen – we gunnen het onszelf steeds minder. Zijn we alleen, dan pakken we meteen onze telefoon om te gaan appen of op Facebook te kijken. Alsof het gezelschap van jezelf niet voldoende is. Alsof je altijd een ander nodig hebt om jezelf compleet te kunnen voelen.

Eenzaamheid is een verlangen naar verbinding met anderen dat niet vervuld wordt, zegt de filosoof. En daar zit ‘m volgens mij de crux. In een relatie, vriendschap of gezelschap kun je je eenzaam voelen omdat je niet in contact staat met de ander of de anderen. In je eentje thuis op de bank hoef je je helemaal niet eenzaam te voelen, omdat je in contact bent met jezelf. ‘Als je alleen zijn niet prettig vindt, zegt dat iets over de relatie die je met jezelf hebt,’ zegt Svendsen. ‘Het betekent niet dat je die tijd voor jezelf niet nodig hebt.’

Ik schenk mezelf nog maar eens een kop thee in, hier naast de katten op de bank. Maar mórgenavond zit ik gezellig weer in de kroeg.

je fouten vieren op het faalfestival

‘Geluk is een keuze.’ ‘Success doesn’t come to you, you go to it.’ Dagelijks wordt het ons ingepeperd: denk groot! Word beter, verdien meer! Maar de realiteit is dat we fouten maken. En dat we keer op keer pech hebben in het leven. Wat is het dan een verademing als er een Faalfestival wordt georganiseerd! Je begrijpt dat  ik er dolgraag bij was, afgelopen zaterdagavond in Tivoli Vredenburg.

Tijdens het Faalfestival, een initiatief van Remko van der Drift, komt een bonte schakering van teleurstellingen voorbij. Er zijn lezingen over falen in de liefde, in de opvoeding, in de wetenschap en falen in de maatschappij. Er is een ‘zwelgplek voor mensen in mineur’. Bezoekers kunnen hier hun narigheid op een briefje zetten en ruilen met iemand anders op het festival. En er is een ‘Pop-Up-museum van gefaalde voorwerpen’. Zoals een onderkintrainer die niet tot het gewenste resultaat leidde. Of een typemachine, aangeschaft in de kringloopwinkel. Het leek de nieuwe eigenares een romantisch idee om er oldskool gedichten mee te typen. Maar helaas. Bij thuiskomst bleek de machine geen qwertytoetsen te hebben: na het openen van het typemachinekoffertje verscheen het Cyrillische alfabet.

Dan is het tijd voor de sprekers. Allereerst beluisteren we het indrukwekkende verhaal van ‘troeteldakloze’ Wim Eickholt. De Utrechter verliest zijn baan, zijn vrouw en zijn huis en komt in het Snurkhuis terecht: ‘ik ontmens daar elke dag een beetje meer.’ Het lukt hem om via een afkickkliniek en een kamer in het Leger des Heils weer in een eigen woning terecht te komen. Na Eickholt stapt Sofie van den Enk op het podium, die hilarisch herkenbaar vertelt over falen in de opvoeding. Bijvoorbeeld over de wanhopige pogingen om de niet-aflatende stroom opdrachten van de basisschool uit te voeren, zoals het vervaardigen van een fleurig én verantwoord paasontbijt voor een klasgenootje.

‘Falen is big business,’ stelt filosoof  Stine Jensen daarna. Kijk maar naar alle ‘faalbladen’ in het tijdschriftenschap, met artikel over loslaten en de kracht van kwetsbaar zijn. Stine vertelt over het Deense toprestaurant Noma, waar mensen maandenlang op de wachtlijst staan voor een etentje. De prestatiedruk is daar zo hoog, dat de eigenaar eens per week een faaldag heeft ingesteld, waarop het personeel naar hartelust mag experimenteren. Prachtig is ook het ‘cv of failures‘ dat Stine laat zien: het curriculum vitae van Johannes Haushofer somt van alles op wat hij niet heeft gehaald, niet heeft afgerond en wat niet is gepubliceerd. Het is sterk en dapper om voor je fouten uit te komen, stelt Jensen.

Veel lezingen gaan over de kracht van falen: je leert van je fouten, en zit je in een beroerde situatie, dan kom je er vaak gelouterd uit. Maar hoe zit dat bij Diederik Stapel, de man die in 2011 werd ontslagen bij de Universiteit Tilburg omdat hij onderzoeksresultaten verzon? Voor een muisstille, nokvolle zaal vertelt Stapel hoe het kon gebeuren dat hij langzaam maar zeker steeds meer wetenschappelijke feiten bij elkaar fantaseerde: ‘De wereld die ik zag was niet zo ordelijk en esthetisch als ik wilde.’ Hij wist heel goed dat hij fout zat: ‘Daarom werkte ik zo hard, om te compenseren. Ik denk dat je fouten kunt maken als je onthecht. Ik sloot daar mijn ogen voor.’ Het verhaal is indrukwekkend omdat het zo pijnlijk is – hier is geen sprake van loutering, van ‘eind goed, al goed’. Hier staat een man die nooit meer aan het werk komt, die anderen pijn heeft gedaan – een fraudeur. Organisator Remko van der Drift kreeg voorafgaand aan het festival vragen over de komst van Diederik Stapel. In Trouw zegt hij: ‘Mensen vinden blijkbaar dat er een bepaalde grens is aan de fouten die je mag maken. Ik persoonlijk vind het juist ongelooflijk dapper dat hij hier zijn verhaal doet.’ Soms helpen fouten je juist níet verder en is het een kwestie van accepteren dat je hebt gefaald.

De laatste spreker die wij beluisteren is columniste Elfie Tromp, met een heerlijk verhaal over haar relaties die steeds weer mislukken. Hoewel … kan een relatie wel mislukken? ‘Mijn leven is een komen en gaan van toekomsten,’ zegt Elfie. ‘Regelmatig zit ik bij een nieuwe man in een nieuwe huiskamer op een nieuwe bank, met de brokstukken van de vorige relatie nog op mijn netvlies.’ De ene relatie volgt de andere op, maar is er dan sprake van falen in de liefde? Verliefde mensen valt niks kwalijk te nemen, vindt Elfie. ‘De verliefde geest is niet coherent, maar laveert tussen brokstukken.’

Ruil je Rampspoed: vanaf 21 maart kunnen we bij de VPRO verder met het uitwisselen van onze ongelukservaringen. Meer hierover lees je op VPRO Zwelgplek.