Maandelijks archief: mei 2017

ode aan de moeder

In zijn fenomenale liedje Moederdag (beluister het liedje hier) bezingt Hans Dorrestijn hoe het gelukzalige Moederdagtafereeltje dat ons in de reclame wordt voorgespiegeld, meestal in werkelijkheid verloopt. ‘Moeder, twee helften van een plaat, want hij brak, ’t was een plaat van James Last.
Trouwens, Dirk-Jan had, voor ‘ie ‘m brak, uw naam d’r al ingekrast. 
Moeder, wij houden zo veel van u, u huilt nu zelfs van gelukWij kinderen zijn een zaligheid, ook al maken we nog zoveel stuk.’ De kinderen doen hun best, maar de thee is slap en de dure cadeaus zijn gesneuveld. Ja, kinderen zijn af en toe klunzen. Maar vaders en moeders ook. We doen maar wat. Op hoop van zegen.

Op deze Moederdag breng ik een ode aan alle ploeter- en loedermoeders, stief- en goed-genoegmoeders, Tijgermoeders, alleenstaande moeders en al die moeders die ik in deze opsomming vergeten ben. Natuurlijk vaders, ook jullie doen ertoe. Maar nu gaat het even over de vrouw die ons het leven schonk. De moeder, geliefd en gehaat. Soms is ze raadgever, dan weer fungeert ze als boksbal. Soms is ze je vertrouwensvrouw, dan weer verzwijg je haar maanden- of jarenlang dat wat je ten diepste bezighoudt. Je kunt haar van alles verwijten. Maar als je zelf moeder wordt, begrijp je dat ook zíj maar wat deed. Want dat doen alle moeders. Je overlegt met de vader van je kinderen, je doet dingen die je in je eigen jeugd hebt meegekregen – of juist niet. Je praat met andere ouders, leest opvoedrubrieken, raadpleegt misschien zelfs een psych. Maar uiteindelijk doe je toch dat wat jou het beste lijkt.

tekening: Peter van Straaten
Ik ben vooral een goed-genoegmoeder (je leest er meer over in een column die ik rond 2010 voor Stichting Stiefmoeders schreef). Waarom? Omdat deze levenshouding een weldaad is voor jezelf en voor je kinderen. Niemand is perfect: mijn kinderen niet, hun vader niet, en ik al helemaal niet. Vanzelfsprekend hebben exgenoot en ik de kinderen alles gegeven wat nodig was. We hebben ze manieren bijgebracht, we hebben ze begeleid bij hun schoolkeuze, we hebben ze gestimuleerd bij het uitoefenen van hun hobby’s. Maar ‘alles eruithalen wat erin zit’? Dat is niet aan mij besteed. Kinderen zijn geen project. Lukt iets niet, dan houdt het op. Daarnaast: je kunt kinderen niet overal tegen beschermen. In mijn beleving is het juist goed om ze niet overal bij te begeleiden. Teveel verwennen en koesteren maakt zelfs ongelukkig, las ik in een artikel over de ‘Pampergeneratie‘.

De goed-genoegmoeder huldigt het principe van ‘liefdevolle verwaarlozing’. Zielsveel houden van je kind, maar het juist daarom gunnen om zo snel mogelijk zelfstandig te worden. Loslaten, in hun belang en je eigen belang. Interesse tonen waar het moet, je afzijdig houden waar het kan. Toen de kinders klein waren bracht ik wekelijks uren door in de diverse speeltuinen van Utrecht-Oost. Geen ingewikkelde, geldverslindende uitstapjes naar sensationele pretparken – nee, zij vermaakten zich in de speeltoestellen, terwijl ik de krant las en gesprekken voerde met andere bankzittende ouders. De kinderen blij, ik blij. Toen ze ouder werden mochten ze al vrij snel zelfstandig op de fiets naar vriendjes. En nu ze volwassen en bijna-volwassen zijn, leven ze steeds meer hun eigen leven. Vriendin B. benoemde de rol van de pubermoeder heel fraai: ‘Je moet beschikbaar zijn.’ En zo is het. In ons driepersoonsgezin bespreken we de plannen: zij spreken met hun vrienden af, ik met de mijne. En tussendoor ben ik beschikbaar voor vragen. Hetgeen niet wegneemt dat er geregeld opvoedkundige gesprekjes plaatsvinden aan tafel of ’s avonds op de bank. Sturing blijft nodig. Intussen zien de kinderen dat hun moeder het naar haar zin heeft in het leven. En dat lijkt me een van de beste lessen die je je kinderen mee kunt geven.

Ploeter-, loeder-, bonus- of wat-dan-ook-moeder, misschien word je vandaag in het zonnetje gezet. Misschien ook niet. Maakt niet uit: je mag er zijn! Laat de boel de boel, verwen jezelf met een goed boek, een dagje sauna of een wijntje met vrienden. En realiseer je: het kan altijd beter, maar je bent goed genoeg.

 

 

 

 

 

theezakjeswijsheden

‘Today is the first day of the rest of your life.’ ‘Alles is mogelijk, als je maar durft’. Sinds het bestaan van Facebook en Instagram worden we dagelijks met inspirerende citaten om de oren geslagen. In het pre-Hyvestijdperk liep je hooguit in oma’s seniorenflat een paar spreuken tegen het lijf. In sierlijke letters stonden ze op een tegeltje geschilderd: ‘oost west, thuis best’. Of ‘zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten’. Niets tegenin te brengen toch?  Toen in de jaren 90 de meditatiecursus zijn intrede deed, kwam de spirituele spreuk ons leven binnen. In bladen als Happinez stonden ze afgedrukt, bij foto’s van een stapel stenen langs een stromend beekje. Ze werden als extraatje meegeleverd op ansichtkaarten, die mijn vriendinnen en ik elkaar op verjaardagen stuurden. Met zo’n quote toonde je aan dat je een Diepe Denker was. Zo’n kaart was het bewijs van creativiteit, goede smaak en originaliteit.

Sinds de quotes op Facebook en Instagram worden verspreid, krijgen ze een pusherig karakter. ‘Je ziet direct waar we de zelfverbeteringsfocus hebben liggen,’ schreef Jacq. Veldman in een Volkskrantartikel van afgelopen zaterdag, De ondraaglijke lichtheid van de inspirerende spreuk. ‘Voornamelijk bij het idee dat je je hele leven zelf in de hand hebt.’ Veldman noemt de spreuken ‘dwangmatig positief ingestoken zelfhulpboeken in het klein’. Maar erger nog dan de spreuken op zichzelf, meent ze, ‘zijn de mensen die ze te pas en te onpas in je gezicht gooien – en daarna wijsneuzig om zich heen kijken. (…) Met het delen van de semi-diepzinnige wijsheid wordt degene die hem deelt zélf een beetje onderdeel van die wijsheid.’

Toch vind ik het delen van deze quotes op social media nog tot daar aan toe. Wijsneuzerige Facebookvrienden of twitterende coaches  kun je immers ontvrienden. Veel erger is het, dat de spiritualiteit nu zelfs de keuken binnendringt. Het is ons anno 2017 niet meer gegund argeloos een kopje thee te zetten. Een jaar of drie geleden verschenen voor het eerst theezakjes met dwingende connotaties als ‘tea for two’ of ‘even een momentje voor jezelf’ op het label. ‘Dat maak ik zelf nog wel uit,’ dacht ik woest bij het openscheuren van zo’n zakje. Op dat moment kon ik echter niet bevroeden hoe het er heden ten dage voorstaat in theezakjesland. Geen enkel zichzelf respecterend merk heeft nog een simpel papieren label aan het zakje hangen. Iedere ochtend en middag word ik getergd met wijsheden als ‘happiness lies not in the pleasure, but the joy’. Was je al niet chagrijnig, dan zakte je humeur tot een dieptepunt, omdat het theezakje je er fijntjes op wijst dat je je eigen geluk volledig zelf in de hand hebt.

Maar het aller-, allerergst vind ik nog wel de vragen die me dagelijks brutaalweg gesteld worden door een bekend theemerk dat begint met een P. Ik ben tegenwoordig al op mijn hoede bij het openen van de voorraadbus: met dichtgeknepen ogen pak ik een zakje eruit en hang dit in het kokende water. Maar helaas, tussen mijn wimpers door komt dan toch die onvermijdelijke vraag op me af. ‘Wat is je droombaan?’ ‘Als jij een glazen bol had, wat zou je daar dan graag in willen zien?’ Of, het wordt steeds gekker: ‘Wat is iets wat nog niemand van je weet?’ Theemakers, houd hiermee op! Een vriend die met oprechte interesse een vraag stelt en daarna luistert en doorvraagt totdat ik ben uitgepraat: er is niets mooiers dan dat. Maar jij bént mijn vriend niet, theefabrikant. Je merknaam en de theesoort noemen, dat is genoeg. Laat mij weer gedachteloos een pot thee zetten asjeblieft. Wijsheden verkondigen en de vragen des levens beantwoorden doe ik graag op het moment dat het míj uitkomt!