Maandelijks archief: augustus 2015

geluk is ook niet alles

‘Gelukkig zijn is een keuze’. Wekenlang lag een Filosofie Magazine met deze aanmatigende covertekst bij mij in de vensterbank, juist in een tijd waarin ik me ellendig voelde. ‘Eigen schuld,’ leek de tekst te willen zeggen. ‘Als je je best maar doet kun ook jíj gelukkig zijn.’

Het genoemde citaat komt uit een interview met filosofe Miriam van Reijen. In Filosofie Magazine van mei 2014 vertelt ze over de Stoïcijnse levenskunst, die kan zorgen voor een ‘verandering van een lijder in een leider.’ Het is zeker een interessante theorie, maar ik geloof niet dat geluk altijd een keuze is. Iemand die psychisch ziek is bijvoorbeeld, kiest er niet voor om depressief te zijn. Al wíl hij gelukkig zijn, hij is er simpelweg niet toe in staat. En ook als je door een nare episode van je leven gaat, kun je het niet opbrengen om daadkrachtig te kíezen voor geluk.

Trouwens: is gelukkig zijn verplicht? In deze tijd van Facebookhappiness  ga je bijna aan jezelf twijfelen als je met je Spotify-Treurige Liedjeslijst wenend op de bank zit terwijl je timeline volloopt met kiekjes van vakantie- en weekeindgeluk. Sterker nog: een overkill aan geluksmomenten van Facebookvrienden kan leiden tot depressieve klachten, blijkt uit onderzoek van de University of Missouri-Columbia.

Ik voel me veel meer aangetroplaadpuntokken tot de visie van psychiater Dirk de Wachter. ‘De jacht op geluk is een existentiële vergissing,’ stelt hij. Omdat je al die ogenschijnlijk gelukkige mensen om je heen ziet, voel je de druk om zelf óók genot en ‘kicks’ na te jagen. Maar juist die jacht op genot zorgt er volgens Dirk de Wachter voor dat het geluk buiten beeld valt. ‘Het leven is niet altijd een feest’, zegt hij. ‘Wie dat durft toe te geven heeft een stapje voor. Geluk zit hem in het ervaren van kleine dingen. In het content zijn met de “gewonigheid” van het leven.’ Hè, dat klinkt geruststellend. Ik hoef niet geforceerd te kiezen voor geluk. Het ‘oplaadpunt’ van de Geluksprofessor, een tijdje geleden op Culturele Zondag, liep ik dan ook achteloos voorbij. Laat mij zo nu en dan maar somberen. Want geluk is ook niet alles.

een ode aan mijn ex

Wat een prachtige Ode aan de ex schreef David van Reybrouck in De Correspondent. Samen met zijn voormalige vriendin sprak Van Reybrouck ‘na drie maanden stilte’ af in een Brussels café. Hij kijkt naar haar als ze een drankje gaat bestellen aan de bar: ‘Ik moet mijn best doen om haar schoonheid niet te zien. Het lukt me niet. Dan maar kwelling.’ Het ontroert me hoe liefdevol hij schrijft over zijn ex. Na drie maanden! Jaloersmakend vind ik het. Maar waarom? Vind ik dat ik dat óók moet kunnen, zo’n ode schrijven aan mijn ex?

‘Misschien zijn oud-geliefden wel de meeste duurzame relaties in een mensenleven,’ schrijft Van Reybrouck. ‘Maar waarom moet dat zo vaak ondraaglijk zijn? Zo verbitterd blijven? Verdriet dat zich vermomt als hardheid. Verlies dat zich uitdrukt in nijd. Doodzonde.’ O, wat ben ik het met Reybrouck eens. Wat zou het mooi zijn als je na het verbreken van je relatie in alle redelijkheid naar elkaar kon kijken. Als het lukte om de terugblik op de mooie momenten te laten prevaleren boven de pijnlijke herinneringen aan de ruzies en de breuk. Wat zou je bewonderd worden door vrienden en familie. Wat zou je trots zijn op jezelf. Redelijk en mild zijn: dat moet toch kunnen?

Zeker, het kan. In 2013 werden ex 1 en ik geïnterviewd voor de serie Exgenoten van NRC Lux. Het werd een mooi artikel waarin onze beide verhalen over de scheiding en onze huidige vriendschap staan opgetekend. ‘Fijn dat jullie willen meewerken. Het is niet makkelijk om interviewkandidaten te vinden,’ zei journaliste Brigit Kooijman me voorafgaand aan ons gesprek. En dat kan ik me zó goed voorstellen. Want eigenlijk is het een wonder als je in staat bent om zo liefdevol over elkaar te spreken na een relatiebreuk. Dat kan bepaald niet altijd. Althans, niet meteen (het interview voor NRC vond plaats elf jaar na het verbreken van mijn huwelijk). In de begintijd staan pijn en verdriet de mildheid nog akelig in de weg. Als je op dat moment de pen pakt voor een lofzang, wordt het enkel een opsomming van bitterheden.

Ga ik het doen? Ik sluit niets uit. Het lijkt me wel mooi zelfs, zo’n Nahuwelijk-achtig verhaal. Louterend. Een soort bloemlezing. Misschien schrijf ik ‘m op een dag, mijn Ode aan de ex. Maar misschien lukt het nooit. En dat is helemaal niet erg.

keiland 2015

Ik heb er gezongen, gedanst, gekibbeld, gepraat en gehuild. Ik heb er heerlijk in de zon gezeten en chagrijnig door modderplassen gebaggerd. Ik heb er gewerkt en vakantie gevierd. Het was vermoeiend en rustgevend tegelijk. Afgelopen weekeind keerde ik terug van een weekje Keiland op Terschelling.

Dit voorjaar werd me gevraagd twee schrijfworkshops op Keiland te komen geven. Ik was meteen enthousiast. Wel moest ik even slikken toen ik begreep dat één van de K’s van Keiland staat voor ‘kamperen’. Ik had 30 jaar niet gekampeerd – en zodra ik op de camping van Staatsbosbeheer was gearriveerd, wist ik weer waarom. De eerste dagen gierde de wind om onze tent. Felle regenbuien kletterden op het tentdoek. Zelfs met kleren aan kreeg ik het niet warm in mijn slaapzak. Het was geen pretje om ‘s nachts onder een paraplu naar het wc-hokje te moeten lopen. Maar gaandeweg wende het. Zeker toen de zon ging schijnen. Het campingleven werd zelfs leuk. Je maakt makkelijk contact met de mensen om je heen. Dankzij de regen veranderde één van de workshoptenten ‘s avonds en ‘s nachts in een kroeg. De eerste avond zat ik hier nog uitsluitend met m’n GBF (die eveneens op Keiland was om workshops te geven) een wijntje te drinken, maar aan het eind van de week zat de tent elke avond stampvol. Nooit lag ik voor 01.00 uur in mijn slaapzak.

Kamperen leert je nederig en eenvoudig te leven. Koffie zetten is geen kwestie van een druk op de knop: nee, je loopt met een keteltje naar de kraan, vult het, loopt terug naar de tent, steekt de gasbrander aan en wacht een half uur tot de ketel stoom afblaast. Vervolgens giet je het hete water door een koffiefilter. En zo duren alle handelingen veel langer dan thuis. Het gevolg: je leeft meer met aandacht. Of je wilt of niet. En dus maak je als vanzelf je hoofd leeg. Ook de rest van de Keiland-activiteiten zorgt ervoor dat je nauwelijks bezig bent met de besognes van alledag. Je hebt er eenvoudigweg geen tijd voor. En dat was goed.

Keiland kent een vrij strak programma. ‘s Ochtends en ‘s avonds is er een viering met (Iona– en  Taizé-)liedjes en gebed, ‘s ochtends zijn er workshops en aan het eind van de dag is er een gezamenlijk moment om thee te drinken. ‘Móet je daar dan heen?’ appten vrienden verbijsterd. Nee, ik moest niet naar de ‘kerktent’. Maar ik deed het, twee keer daags. En het was heerlijk. Liedjes zingen, stil zijn, dansen – het vaste patroon van bezinningsmomenten zorgt voor een gevoel van kalmte en, ja, zelfs geluk. Ik ben tijdens Keiland verschillende malen uit m’n comfortzone gekropen, vooral tijdens de workshop ‘Dansen met vuur’ van Joyce Schoon. Voor iemand die gewend is met woorden te werken en meestal in haar hoofd te verblijven een openbaring: ik merkte dat ik echt héél boos werd, dat de wede rechtstreeks binnenkwam en er ook weer uitging. Later in de workshop speelden we een spannend spel van aantrekken en afstoten. Heel bijzonder.

Keiland was een goeie mix van ontspanning en inspanning. En o, wat klopt het cliché: als je thuiskomt ben je zó blij met de weelde van een lekker bed, een douche waar je langer dan 5 minuten onder mag staan en een Nespressoapparaat dat in no time koffie voor je maakt. Nu, bijna een week na terugkomst, heb ik dat gevoel nog steeds. Kamperen wordt nooit mijn hobby, maar voor Keiland maak ik een uitzondering.