Maandelijks archief: juli 2015

fietsend naar amsterdam

Zojuist teruggekeerd van mijn eersteUtrecht - Amsterdam single parents-trip: op fietsvakantie naar Amsterdam. Een hele belevenis! Als hardwerkende goed-genoegmoeder liet ik het qua voorbereidingen enigszins afweten. Tot de dag voor vertrek zat ik nog achter mijn laptop, en echt niet om de kortste route of de leukste dagtripjes uit te zoeken. Nee, er moesten deadlines worden gehaald, om nog maar te zwijgen van de btw-aangifte. En dus fietsten we dinsdag voornamelijk op gevoel van Utrecht richting Noord-Holland. De route kon niet moeilijk zijn, had ik bedacht: van dorp naar dorp langs Vecht en Amstel, en dan nog even van de Bijlmer naar ons AirBnB-adresje in de Pijp. Tot Loenen ging het prima; daarna moest ik toch de hulp van omstanders en Google Maps inroepen. Terecht mopperde dochter dat ik één en ander wel wat degelijker had kunnen voorbereiden. Om dit te onderstrepen zoefde op dat moment een echtpaar met onberispelijk fietsequipment voorbij, bestaande uit lichtgewicht, neongeel reflecterende fietstassen, dito gekleurde sportpakjes en kekke helmpjes . Dit inFietsen in Amsterdam schril contrast met de uitpuilende weekend- en Albert Heijntassen in onze fietskratten en onder de snelbinders, plus mijn overvolle handtas bungelend aan het stuur.

Maar we fiksten het: zonder lekke banden of kleerscheuren bereikten we na vijf uur fietsen (inclusief pauzes op zonovergoten terrassen) ons logeeradres. De dagen daarna waren goed gevuld met bezoekjes aan het KattenKabinet, de Matisse-tentoonstelling in het Stedelijk, het homomonument, filmmuseum EYE en het Vondelpark. Uiteraard hebben we ook geshopt en op allerlei terrasjes gezeten (wow, wat is de Pijp een leuke, hippe wijk!). Het was fantastisch om als een local door Amsterdam te fietsen en niet steeds de tram te hoeven pakken. Ideaal om je fiets op de Dam, het Rembrandtplein of naast de Westerkerk te parkeren.

Fiets op de DamVoor het eerst zonder partner met vakantie betekent: meer een beroep op de kinderen doen. Samen de route van de dag bepalen, de kinders om raad vragen, rekening houden met elkaar. Zo remde zoon heel attent af bij diverse kerkgebouwen: ‘Hier wil je zeker wel even kijken hè?’ En dochter greep uit zichzelf de afwaskwast na het ontbijt, of stak ‘s avonds in ons appartement de kaarsjes aan. Het was erg gezellig.

Als single met vakantie betekent echter ook: alleen thuiskomen. En dat is wel even slikken. Niemand op de bank die vraagt: ‘Hoe hebben jullie het gehad?’ Die zegt: ‘Blijf jij lekker zitten na die lange fietstocht, ík kook vanavond wel.’ Maar ach, het gevoel van blijdschap en trots overheerst. Omdat we het zo fijn hadden, en probleemloos die tachtig kilometer heen en terug hebben overbrugd. En dat vakantiewasje van slechts drie personen – dát is alweer gedaan!

de parade 25 jaar

‘Neuken, pijpen, beffen, cocaïne en rosé,’ zongen Van Houts en De Ket jaren geleden blijmoedig bij de ingang van hun theatertent. In het liedje omschreven ze de (in hun ogen) voornaamste USP’s van de Parade. Ouders met dreumesen aan de hand versnelden verschrikt hun pas bij het horen van dit tekstje, gezongen op een onschuldige kinderliedjesmelodie. Voor mij één van de mooie herinneringen aan 25 jaar De Parade. Tegenstanders van het festival smalen over ‘een feestje voor hippies en bakfietsmoeders.’ ‘Elitair vermaak. En het wordt élk jaar duurder.’ De liefhebbers echter tellen jaarlijks vanaf juni de dagen totdat het rondtrekkend theaterfestival in hun stad neerstrijkt. Eén van die liefhebbers ben ik. Sinds 2002 ben ik elke zomer meerdere avonden op het festivalterrein te vinden. Hoe komt het dat de Parade zo’n onweerstaanbare aantrekkingskracht op me heeft?

Is het de zweef? Nee. De zweefmolen vind ik eng. Vroeger, met de kinderen, ging ik er wel eens in. Maar de mannen van de zweef (al jaaaren dezelfde trouwens) trekken mij altijd te hard aan de schommels tijdens het zweven. Als ik dan toch draaierig wil worden, dan liever van de wijn, die altijd rijkelijk vloeit op de Parade. Niet eens omdat ik zelf zo groot insla: het is een goede gewoonte om de vele bekenden die je treft op het terrein bij te schenken uit de fles die je eerder op de avond hebt aangeschaft bij de wijnbar. Gelukkig wordt het drinken van kraanwater op de Parade gestimuleerd, zeker sinds het festival Join the Pipe steunt. Dat, in combinatie met de consumptie van een paar geitenkaaskroketten van Haute Friture, maakt dat het met de kater uiteindelijk best meevalt.

Kees & Eddie op de ParadeIs het de kwaliteit van de voorstellingen? Ja en nee. Er is veel moois te zien op de Parade. Ik denk met plezier terug aan shows van Ellen ten Damme, Sven Ratzke, Maarten van Roozendaal en ongelooflijk veel onbekend talent (zó onbekend dat ik geen namen kan noemen). Soms valt het mee, soms valt het tegen. Zaterdagavond in Utrecht zag ik De Geräuschmacher van Beppe, Kees en Eddie. Een vermakelijke voorstelling, maar bij lange na niet zo dolkomisch als Mon Bouillon van een aantal jaren geleden. Ook zag ik Metamorphosen van Greet, Femke en Linda. ‘Zonde van mijn geld,’ briesten mijn vrienden bij het het verlaten van de tent. En inderdaad, de weergave van het klassieke meesterwerk van Ovidius was dermate onbegrijpelijk dat we de plot met geen mogelijkheid konden navertellen. Voor mij hoort dit echter ook bij de Parade: met z’n allen dicht opeengepakt in een bloedhete tent naar een vage voorstelling kijken met veel rook, gekleurd licht en mysterieuze geluiden, en eigenlijk geen idee hebben wat er gebeurt. Maar het kan je niet schelen, omdat je met leuke mensen bent. Omdat je weet dat je een half uur later op de dansvloer van de Silent DiscoKen uzelfstaat. En omdat je elk jaar weer vrienden-van-vrienden treft aan de lange tafels met ongemakkelijke houten bankjes. Mensen die je meteen kunt vragen ‘ken jij jezelf?’, daarbij obligate dooddoeners als ‘wat doe jij eigenlijk?’ overslaand.

Deze prettige chaos, tegen een decor dat het midden houdt tussen een camping, de kermis en een enorm terras op een lommerrijk plein, maakt dat ik ook vanavond weer de fiets pak op weg naar het Moreelsepark.

 

maria

Herfst 2002. Een paar dagen in Parijs. Ik loop de Notre Dame binnen, waar juist een koor staat te zingen. Ik schuif één van de bankjes in, snuif de geur van wierook op en luister naar de muziek. Het is een turbulente tijd: ik ben net gescheiden en krijg over een paar weken de sleutel van mijn nieuwe huis. Daar zal ik samen met met mijn kinderen, dan twee en vier, gaan wonen. Hoe zal dat gaan? Zal ik het redden, als alleenstaande moeder? Zoals wel vaker in die weken slaat de schrik me om het hart. Terwijl ik in de prachtige kerk naar het koor zit te luisteren, denk ik aan mijn zoon en dochter die straks uit hun vertrouwde omgeving worden weggerukt. Wat had ik het graag anders voor ze gewild. Ik voel me verdrietig en machteloos.

Ik rommel in mijn tas, op zoek naar een tissue. Als ik met betraande ogen weer opkijk, krijg ik Maria in het vizier. Schuin boven me hangt een beeld van haar. Ze kijkt me recht in de ogen. Haar zoon, meMaria Lourdest fier opgericht hoofd, houdt ze stevig in haar linkerarm. Je ziet dat het jochie het redt omdat hij zich door zijn moeder gedragen weet. Maria blijft me aankijken: zelfverzekerd, maar beslist niet arrogant. Mild, krachtig en liefdevol tegelijk. Ik ben perplex. Op dat moment weet ik het zeker: Olga, jij gaat het redden. Die kindjes en jij, het komt helemaal goed.

Sinds die zonnige oktoberdag in 2002 is het ‘aan’ tussen Maria en mij. Voor die tijd kende ik haar niet. Pas op mijn 34e heb ik haar voor het eerst ontmoet. En ze blijft bijzonder. Voor mij staat Maria symbool voor de kracht van de liefde. Maria is sterk op een subtiele manier. Ze is geen heldin, heeft geen Pippi-Langkouskrachten. Haar kracht zit ‘m in de mildheid, het doorzettingsvermogen en het vertrouwen in de toekomst.

Maria is overal. Ik beschouw haar als een goede vriendin, een soort familielid. Ben ik in een andere stad of in het buitenland, dan zoek ik haar altijd even op. In elke katholieke kerk, groot of klein, sober of overdadig, is ze te vinden. Ze is de meest kleurrijke persoon. Ik brand altijd een kaarsjMaria café Belgiëe bij haar. En als het even kan, neem ik een kaars uit de kerk mee naar huis. Vanuit heel Europa heb ik kaarsen met Maria’s beeltenis erop in mijn huiskamer staan.

En weet je wat ik zo heerlijk vind? Dat we Maria ook in de kroeg tegenkomen. In Utrecht bijvoorbeeld staat ze bij Olivier en Kafé België. Maria begrijpt maar al te goed dat moeders het best gedijen als ze regelmatig even tijd maken voor zichzelf. Ze is een mens tussen de mensen. Juist daarom voel ik me zo vertrouwd bij haar.

 

 

Maria Sterre ter Zee (Maastricht)
Maria Sterre ter Zee (Maastricht)
Rome
Op straat in Rome

wij waren erbij!

Wat een feest was het, de Grand Départ in Utrecht! Sportevenementen doen me normaalgesproken niets. Tijdens de EK’s en WK’s voetbal, als bijna heel Nederland in oranje gehuld aan de buis gekluisterd zit, spreek ik met andere voetbalhaters af om samen ergens géén tv te kijken. Ook met de Tour de France had ik totaal geen affiniteit. Totdat ik Cor Jansen een paar maanden geleden vol vuur hoorde spreken over de betekenis van de Tour voor onze stad. Mijn nieuwsgierigheid werd gewekt.

De week voor het weekeind van 4 en 5 juli zinderde de stad van verwachting. De straten keurig geveegd, drommen toeristen, gele kraampjes met toerkoortsparafernalia. De Grand Départ was het gesprek van de dag. Vooral de vermeende onbereikbaarheid van het stadscentrum bleek een issue. ‘Kom ik mijn straat wel uit?’ ‘Fietsen én fietsklemmen in de straat worden verwijderd – wat nu?’ Voor mij begon het feest met een bezoekje aan Park Lepelenburg, op 2 juli. Een vriend meldde naar de presentatie van het Tourpeloton te gaan kijken. Ik ging mee. Het was geweldig! Geen idee wie er voorbijfietsten, maar we bléven juichen. Op weg naar huis herhaalde ik het wel zes keer: ‘Wíj waren erbij!’

Zaterdag gingen de kinders en ik op de fiets naar de Oosterkade. Dat viel nog niet mee. De Albatrosstraat, ons oversteekpunt, was afgezet. Maar vriendelijke Tourmakers wezen ons de weg. Die middag stonden we in de schroeiende hitte in de bocht bij het Ledig Erf. Ik stond helemaal vooraan en blééf maar juichen. Ja, het was 34 graden. Ja, voor de tv had ik het vast allemaal véél beter kunnen zien. Maar het draait om de belevenis: hier wilde je gewoon bij zijn! De mensen om me heen wisten precies wanneer een fietsende man eenTourfeest 4 juli Nederlander was. Ik niet. Maar wat boeide het. Ook wie er gewonnen heeft weet ik niet. Wel weet ik dat het ‘s avonds op het Domplein érg gezellig was. In de stad waren ruim 20 ‘venues’ ingericht met muziek, vlaggetjes en bier. Onder de magnifiek verlichte Dom trof ik verschillende vrienden. Wat een sfeer! Wat een saamhorigheid!

Ook zondag was ik weer op het Domplein te vinden om op een groot scherm de finish te kijken. Eerder die middag had ik de fietsende mannen bekeken op de Waterlinieweg. Het was echt een kippenvelmoment, die massa fietsers als één blok voorbij te zien flitsen. En dan te bedenken dat ze ook onder de Dom zijn doorgereden! En over de Stadhuisbrug! Met het team vanUtrecht Netwerk appten we regelmatig over onze verschillende standplaatsen, zodat we foto’s en filmpjes vanuit de hele stad op Twitter en Facebook konden plaatsen. Alles verliep vlekkeloos, het was een enórme logistieke en organisatorische operatie. Petje af! Ik was onder de indruk toen ik zondagavond op het Domplein de mannen van firma Agterberg zag langsrijden om al die 13.000 dranghekken weer te verwijderen. Wat een geoliede machine!

dranghekken verwijderen Domplein 5 juli

Ik weet het: ik zou allerlei kritische kanttekeningen kunnen plaatsen bij dit evenement. Over de torenhoge kosten en de nutteloosheid van zo’n fietswedstrijdje. Maar ach,  het gemopper over de Grand Départ heeft onze stadsbrompot Maarten van Rossem al voor z’n rekening genomen. Ik kan er niets aan doen: ik blijf enthousiast. Ons kleine stadje heeft het maar mooi gefikst. Hulde aan Utrecht! Hulde! Hulde!